Continue vorming is vandaag een essentieel onderdeel van modern ondernemerschap in de land- en tuinbouw. Dat blijkt duidelijk uit de recentste bevraging van ons ledenpanel. Meer dan 400 leden namen eraan deel en schetsten een helder beeld van hoe zij kijken naar vorming, bijscholing en de opleidingsmogelijkheden in onze sector.
Iedereen wil bijleren
Over één stelling is iedereen het eens: 97% van de respondenten vindt levenslang leren een must. Dat brede draagvlak toont dat landbouwers actief inzetten op kennis, verbetering en toekomstbestendige keuzes, zowel op het erf als in de keten.
Van de bevraagde leden heeft 55% secundair onderwijs als hoogste diploma. Iets meer dan een kwart behaalde een bachelordiploma, terwijl 1 op 10 afgestudeerd is als master. Minder dan de helft vond dat de schoolcarrière de ideale voorbereiding is op het runnen van een eigen land- of tuinbouwbedrijf.
Wat landbouwers misten op school: vooral economie en praktijk
Wanneer onze leden terugblikken op hun schooltijd, geven ze aan dat ze vooral nood hadden aan opleidingen die meteen bruikbaar zijn op het bedrijf. Economische vorming springt er daarbij het meest uit: praktische boekhouding, fiscaliteit en het kunnen opstellen en beoordelen van een degelijk financieel plan.
Daarnaast hadden ze graag meer praktijkervaring tijdens de opleiding, met extra stages en bedrijfsbezoeken. Ook algemeen management komt vaak terug: commerciële vaardigheden, leren onderhandelen en discussiëren, en sterker leren denken vanuit markt en afzet.
Verder werd technische basiskennis gemist, zoals mechanica en machinekennis, zodat je kleine herstellingen en onderhoud vaker zelf kan aanpakken op het bedrijf. Tot slot noemen leden ook digitalisering, administratie en wetgeving als domeinen waarin ze tijdens de schooljaren graag beter voorbereid waren.
De rode draad in de antwoorden: je leert het vak vooral door het te doen, ongeacht welke richting je als jongere volgde.
Wat zeggen onze landbouwers over vorming?
Hoewel het voor sommigen al veel te lang geleden was, of anderen een heel andere opleiding volgden, was voor een aantal toch heel duidelijk wat ze gemist hadden. Een greep uit de vele, gevarieerde antwoorden:
Het zakelijke en financiële: opmaken van een financieel plan, resultaten bekijken en interpreteren.
De opleiding op een bedrijf zelf is heel belangrijk. Op school leer je wel wat theorie, maar in de praktijk is het toch wat anders.”
Ik zat op de schoolbanken in de jaren 1980, er is nadien zoveel veranderd op alle vlakken dat je constant jezelf aan alles moet aanpassen. Misschien is dat wel wat men jongeren moet leren op school: veerkracht opdoen en communicatietechnieken.
Zelf rantsoenen en bemestingen leren begrijpen en berekenen.
Meer praktijk om zelf eenvoudige zaken te kunnen herstellen die stuk gaan op een landbouwbedrijf: lassen, elektriciteit, reparaties en onderhoud van machines ...
Je kan onmogelijk alles op school leren. De basis, de theorie en een begin aan kennis komt van de (hoge)school. De rest moet voortkomen uit de praktijk, ervaring, opleidingen. Elk bedrijf is anders en vraagt een specifieke aanpak.
Gemiddeld 4 vormingen per jaar
Gemiddeld volgt een land- of tuinbouwer 4vormingsactiviteiten per jaar, in tijd omgerekend komt dat neer op zo’n 10 uur. Benchmarkcijfers met andere sectoren zijn moeilijk te vinden, maar als referentie wordt vaak aangehaald dat een gemiddelde werknemer aan 2 tot 3 opleidingsdagen (ongeveer 16–24 uur) per jaar komt.
Opvallend: individueel bedrijfsadvies en vorming sluiten elkaar niet uit. Integendeel, wie sterk inzet op actuele kennis, combineert vaak verschillende kanalen. Het is dus vooral een en-enverhaal: gericht advies waar nodig, aangevuld met bijscholing om mee te blijven met techniek, regelgeving en marktontwikkelingen.
Uitwisseling met collega’s: leren van elkaar
Niet alleen de inhoud van de vorming is belangrijk, vier op vijf leden vinden het ook belangrijk om naar aanleiding van een opleiding onderling kennis en ervaringen uit te wisselen. De bereidheid om van elkaar te leren is groot: 57% zegt ‘ja, graag’. De meerderheid leert dan ook liever in groep (demo’s, bedrijfsbezoeken, studiekringen, praktijknetwerken) dan individueel. Vorming is dus ook belangrijk als netwerkevenement. Over het moment van de opleiding (overdag of ’s avonds) of liever in de zomer dan in de winter, zijn de meningen meer verdeeld.
Brede interesses, maar timing en afstand spelen een rol
Onze leden tonen interesse in een brede waaier aan opleidingen. In de onderstaande afbeelding vind je een greep aan de onderwerpen waarover ze graag meer opleiding krijgen. Hoe groter het woord, hoe meer leden deze opleiding als interessant aanduidden.
Toch ervaren ze ook enkele drempels. Vooral timing, tijdsbesteding en afstand spelen een belangrijke rol bij hun beslissing om wel of niet deel te nemen. Het werk op het bedrijf is niet altijd te plannen, en dat verschilt van sector tot sector. Daarnaast wegen ook kostprijs, duur en de leervorm (online, hybride of fysiek) mee, maar in iets mindere mate.
Iets meer dan de helft van de naschoolse vormingen zijn Boerenbondopleidingen. Die vinden ze vooral via de Boerenbond-kanalen. Daarnaast krijgen ze ook gerichte info via erfbetreders, beurzen en communicaties van producentenorganisaties of proefcentra. Sterke inhoud, goede lesgevers en praktijkopleidingen zijn de belangrijkste ingrediënten voor een goede vorming.
Klaar voor de toekomst
Wanneer we vragen naar vaardigheden en kennis die we verwachten in de toekomst nodig te zullen hebben, zien we dat er vooral stijgende interesse is in opleidingen die te maken hebben met digitalisering/artificiële intelligentie en wetgeving. Dat sluit aan bij de bredere context: strengere regels, hogere administratieve druk en technologische versnelling.
Ontdek in onze economische sectoroutlook vleesvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze vleesveehouders.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Ontdek in onze economische sectoroutlook vleesvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze vleesveehouders.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ferm voor Agravrouwen organiseerde op 3 juli een fietsbenefiet om aandacht te vragen voor het mentale welzijn van boeren en boerinnen. De opbrengst gaat naar Boeren op een Kruispunt.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.