Over de IBR-aanpak is de voorbije decennia al heel wat gezegd en geschreven. Bijna dertig jaar lang wordt deze ziekte nu bestreden, en met resultaat: het aandeel bedrijven met positieve dieren daalde van meer dan 70% naar minder dan 10%. Rekenen we enkel de conventionele bedrijven mee - zonder vleeskalver- en afmestbedrijven met een specifiek statuut - dan is zelfs 99% vandaag IBR-vrij. Maar zoals vaak wegen de laatste loodjes het zwaarst. Vooral de frequente herinslepen van IBR in de voorbije anderhalf jaar tonen aan dat de situatie opnieuw dreigt te ontsporen en eerst weer onder controle moet worden gebracht.
Waarom een IBR-aanpak?
De keuze om Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR) te bestrijden is 30 jaar geleden genomen, maar de argumenten zijn nog steeds valabel. Een uitbraak of de aanwezigheid van IBR heeft in eerste instantie een economische impact met sterfte en productieverliezen op de rundvee- en melkveebedrijven. De impact kan uiteraard variëren van bedrijf tot bedrijf en is afhankelijk van meerdere factoren. Daarnaast heeft de ziekte ook gevolgen voor de (internationale) handel van runderen. Ook in onze buurlanden wordt werk gemaakt van de IBR-bestrijding, al verloopt dat niet overal aan hetzelfde tempo. Duitsland is IBR-vrij, Luxemburg en Frankrijk hebben, net zoals wij, een lopend bestrijdingsprogramma. Nederland heeft momenteel een sectorale aanpak, maar kondigde aan vanaf 2027 te starten met een bestrijdingsprogramma. Zonder IBR-aanpak en vrije status hebben we op termijn geen instrumenten om IBR-positieve dieren uit andere landen te weren of onze runderen elders vlot afgezet te krijgen.
Stand van zaken
De voorbije jaren werd al grote vooruitgang geboekt in de IBR-bestrijding. 99% van de conventionele bedrijven is IBR-vrij. Daarnaast moeten de vleeskalver- en afmestbedrijven nog evolueren naar een vrije status. Het probleem is echter dat we geconfronteerd worden met heel wat nieuwe IBR-uitbraken in 2025 en begin 2026. Bovendien is de situatie nog steeds niet stabiel.
Volgens de Europese dierengezondheidswetgeving moet minstens 99,8% van de rundveebedrijven IBR‑vrij zijn om als lidstaat de Europese vrije status te behalen. Vooraleer de vrije status te kunnen behalen moeten we bovendien minstens twee jaar gestopt zijn met vaccineren. Met de aanpassing van de Europese diergezondheidswetgeving in 2021 kregen lidstaten zes jaar de tijd om via hun bestaande bestrijdingsprogramma officieel IBR‑vrij te worden. Gezien de huidige epidemiologische situatie is het duidelijk dat deze doelstelling tegen het einde van dit jaar niet wordt gehaald. Dat betekent dat België een vernieuwd IBR‑bestrijdingsprogramma zal moeten onderhandelen en indienen om vanaf 2027 te evolueren naar een vrije status.
Mix van maatregelen
Binnen Boerenbond discussiëren we in de sectorvakgroepen Melkvee en Vleesvee en -kalveren over het IBR-standpunt. Dit stemmen we verder af met de collega-landbouworganisaties binnen Agrofront zodat we in dit dossier steeds met een gezamenlijke stem en vanuit eenzelfde visie spreken. Een doeltreffende bestrijding van IBR vraagt inspanningen van elke schakel in de keten. Er circuleert momenteel nog te veel virus, wat in combinatie met weinig transparante runderbewegingen leidt tot een explosieve cocktail. Daarnaast is er in heel wat bedrijven nog ruimte om de bioveiligheid en isolatie bij eventuele aankopen te verbeteren. Ook vaccinatie kan een bijkomende bescherming bieden. Er is dus nood aan een mix van maatregelen om een sluitende aanpak te garanderen, want elke maatregel op zich zal onvoldoende sluitend zijn. Verder is het cruciaal om blijvend in te zetten op controle van al deze maatregelen en op de aanpak van fraudeurs.
Communicatie en begeleiding
Tot slot blijft duidelijke en transparante communicatie naar de sector essentieel, zowel over de algemene IBR‑situatie als naar bedrijven in de onmiddellijke omgeving van een hervallen bedrijf. Tegelijk is ook gerichte ondersteuning en begeleiding van die hervallen bedrijven cruciaal. Een herinsleep betekent voor getroffen veehouders vaak een drama, met een grote psychologische impact. Duidelijkheid over hun situatie en over de te nemen stappen is dan ook onontbeerlijk. In de praktijk blijkt die duidelijkheid echter niet altijd vanzelfsprekend. De versnippering van taken, opvolging en begeleiding over verschillende administraties en organisaties leidt in de praktijk vaak tot gefragmenteerde en onvolledige informatie.
ILVO geeft op Dag van de Landbouw in Kinrooi een infosessie voor Limburgse boeren over veehouderij, nieuwe teelten, datadelen, wijnanalyses en landbouwinnovatie. Schrijf je vooraf in voor 10u30 of 15u.
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.
Zuivelprijzen blijven stabiel tot licht stijgend, met kleine bewegingen voor boter, melkpoeder en kaas. Ook de melkprijs in Nederland en België beweegt voorzichtig omhoog.
Prognosfruit 2026 vierde de 50ste verjaardag in Konstanz aan de Bodensee. De prognoses zelf brachten zorgen bij het begin van het seizoen en de hitte en droogte over heel Europa waren alomtegenwoordig in de gesprekken.
Aanhoudende droogte en hitte zetten akkerbouw, groenten, fruit en serreteelten zwaar onder druk. We schetsen per teelt wat de impact is op groei, opbrengst en oogst.
Europese spelregels voor koolstofopslag krijgen vorm, maar voor Boerenbond moet koolstoflandbouw vooral een haalbaar verdienmodel voor landbouwers worden, met minder administratie en meer duidelijke vergoedingen.
Droogteschade aan je gewassen? Ontdek welke stappen je best snel zet voor een correcte schadevaststelling, verzekeringstussenkomst en fiscale verwerking van uitzonderlijke verliezen.
179 kievitsnesten werden dit voorjaar opgevolgd in West-Vlaanderen, met 139 beschermde nesten dankzij samenwerking tussen landbouwers en vrijwilligers. De subsidie krijgt in 2027 een vervolg.