Els Lapage en Stefaan Kint kennen mekaar al uit een vorig leven waarin ze collega’s waren. Rode draad in hun samenwerking: innovatie faciliteren en boeren en tuinders ondersteunen wanneer ze hun kennis willen vergroten. En dat is nu precies waar Europa naartoe wil met AKIS.
Waarvoor staat ‘AKIS’?
Els: “AKIS staat voor Agricultural Knowledge and Innovation System. In het Nederlands: landbouwkennis- en innovatiesysteem. Het is een begrip uit de Europese regelgeving van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De landbouwer staat centraal, en daarrond heb je alle andere AKIS-actoren zoals onderzoekers, adviseurs, beroepsorganisaties, toeleveranciers … België moet, net als alle andere Europese lidstaten, een AKIS-strategie opmaken in het kader van het GLB. Doel is de kennisoverdracht en innovatie in de lidstaat te versterken. Of concreter: onderzoek en praktijk met elkaar verbinden, ten gunste van de Europese landbouwers.”
Stefaan: “Ik ben erg gecharmeerd door AKIS. Het AKIS-netwerk zorgt echt wel voor die brug tussen onderzoek in de praktijkcentra en de kennis van de boer op zijn bedrijf. AKIS zorgt voor 'levend geheugen' van kennis in de landbouw. AKIS vertrekt vanuit een netwerk. Daar worden noden gecapteerd en oplossingen gedeeld. Om de AKIS-subsidiemaatregelen goed in beeld te brengen, werkt de overheid met de zogenaamde innovatiespiraal. Die geeft het scala van maatregelen weer die land- en tuinbouwers tijdens het volledige innovatieproces kunnen ondersteunen. Wat mij daarbij opvalt, is dat het begint en eindigt met vorming. Om geïnspireerd te geraken en aan nieuwe dingen te denken, heb je voldoende basiskennis nodig. Je moet ook continu weten wat er rondom jou gebeurt, anders ga je geen oplossingen zoeken voor wat er op je afkomt.”
Wat is de rol hierin van respectievelijk Boerenbond en de overheid?
Els: “De rol van de overheid is het uittekenen van een sterke AKIS-strategie met de juiste maatregelen die liefst zo goed mogelijk op elkaar zijn afgestemd. In Vlaanderen hebben we daarover goed nagedacht en voorzien we subsidiemaatregelen in alle fasen van het innovatieproces: van een probleem over ontwikkeling tot verdere opschaling. Het voordeel van de samenwerking met beroepsorganisaties als Boerenbond is dat we via deze weg makkelijk landbouwers kunnen bereiken. Boerenbond kan onze oproepen zoals voor EIP en VLIF innovatieve investeringssteun verspreiden en landbouwers ondersteunen om zo’n project in te dienen. Wij doen ons best om het administratief eenvoudig te houden, maar het blijft iets dat voor een landbouwer geen dagelijkse kost is. Boerenbond speelt daarin een ondersteunende rol als innovation broker.”
Stefaan: “Wij willen dat coördineren en innoveren echt integreren in de Boerenbondwerking. Onze organisatie denkt na over het ontwikkelen van innovaties. We willen niet dat dat blijft hangen bij de koplopers, maar dat we daarmee veel ruimer gaan.”
Els: “Net het samenbrengen van de juiste partners die een landbouwer in zo’n project nodig heeft, is een belangrijke rol die Boerenbond opneemt. De boer weet misschien zelf niet meteen wie hij kan betrekken, maar de landbouworganisatie weet dat wel. Daarnaast vervult Boerenbond ook een belangrijke rol in het monitoren van wat beschikbaar is op het vlak van onderzoek en technologie, en brengt dat via vorming tot bij de boeren en tuinders.”
Stefaan: “Met de overgang van het vorige naar het huidige GLB merkten we een verschuiving van het meestal gratis en laagdrempelig aanbod van de vormingscentra naar de Kennisportefeuille met meer gespecialiseerde vorming die voor 70% gesubsidieerd wordt. We zitten nu in een soort van evenwicht. Ik weet niet wat het volgende GLB zal brengen, dat is wel een bezorgdheid. Ik ben voorstander van een combinatie van de twee. Het is goed dat er een vraaggestuurd aanbod is via die Kennisportefeuille. Maar kijk naar de studiekringen bij Boerenbond. Die denken na over welke (bestaande) opleidingen nuttig kunnen zijn voor hun leden. Strikt genomen valt dat onder aanbodgestuurde vormingen waarbij vormingscentra een aanbod uitwerken dat laagdrempelig en meestal gratis is, maar het is in feite vraaggestuurd. Zij het dan niet vanuit het individu, maar vanuit een groep boeren en tuinders. Het is belangrijk dat ook hiervoor een kader blijft bestaan.”
Ruimte voor creativiteit
Vorming is een van de kernopdrachten van Boerenbond. Hoe past dit in het verhaal van AKIS?
Els: “Het vormingsplan dat we vanuit de overheid mee ondersteunen is een essentieel onderdeel van AKIS. Het speelt zowel in op ecologische als economische en sociale doelstellingen. Het aanbod is heel divers. Boerenbond biedt veel manieren aan om te leren: online vorming, klassikaal leren, studieavonden, workshops en langlopende lessenreeksen. Elke landbouwer kan zijn gading vinden in het enorme aanbod, op een manier die bij hem en bij zijn agenda past. En dat sluit aan bij het streefdoel van de overheid: alle landbouwers bereiken.”
Stefaan: “De vormingen die wij organiseren staan open voor iedereen, ook voor wie geen lid is van Boerenbond. We proberen ze wel te gebruiken als een manier om nieuwe leden aan te trekken. Een heel unieke organisatie zijn de bedrijfsleiderskringen die vooral in de rundveehouderij en varkenshouderij sterk aanslaan. Zij komen enkele keren per jaar samen rond de bedrijfseconomische boekhouding en wisselen op zo’n moment veel kennis uit. Dat is ook iets dat blijkt wanneer we onze leden bevragen: boeren leren graag van andere boeren. Deze organisatie en de begeleiding die de consulent dan voorziet, maakt dit een uniek format.”
Welke aandachtspunten zie jij voor de andere partij, richting de toekomst?
Els: “De hard-to-reach landbouwers zijn een moeilijke doelgroep. Ik denk dat Boerenbond nog sterker zou kunnen inzetten op de Kennisportefeuille om ook die landbouwers te bereiken. Verder denk ik dat het gevarieerde aanbod dat er nu is zeker moet worden aangehouden. Elke landbouwer vindt er nu zijn gading in. De Vlaamse boer mag zich in de handen wrijven want er worden bij ons veel meer vormingen georganiseerd dan in andere Europese lidstaten.”
Stefaan: “Er moet ons ruimte worden gelaten voor creativiteit. Maak het kader niet te rigide, zodat we vormingen kunnen organiseren die mensen echt aantrekken. Als het kader te strak is, kan dat praktisch gezien moeilijk worden. Wij willen zaken organiseren die correct zijn en waarmee we ook de hard-to-reach landbouwers kunnen bereiken. Geef aanbod- en vraaggestuurde vorming hun juiste plaats, waarbij beide hun waarde hebben.”
Els: “Ik denk inderdaad dat we het zo eenvoudig mogelijk moeten maken, maar tegelijk voor een correct kader zorgen. Een blijvend kwalitatief vormingsaanbod is belangrijk, net als het continue streven naar kwaliteit. Via de Kennisportefeuille is er misschien nog wel meer mogelijk. Die geeft de kans om bijvoorbeeld een managementcursus aan te bieden, waarvoor de landbouwer bereid zou zijn gedeeltelijk (of 30%) zelf te betalen, wat een voorwaarde is bij de Kennisportefeuille.
Stefaan: “Het klopt zeker dat de Kennisportefeuille nog meer bekendheid moet krijgen. Het is een mooi verhaal. De kmo-portefeuille is gekend, maar zijn tegenhanger in de landbouwsector hinkt wat achterop. Mooi is dat je er vorming en advies mee kan kopen. We zullen samen bekijken hoe we er nog meer bekendheid aan kunnen geven.”
Els: “In 2024-2025 kon elke boer hierin 2000 euro spenderen aan advies en/of vorming. Voor 2026-2027 zal dit een gelijkaardig bedrag zijn. Voor bedrijven voor wie dat van toepassing is, komt daar ook nog een bedrag bij rond PAS-adviezen.”
Stefaan: “We moeten er daarnaast ook over waken dat kennis wordt verankerd. Wanneer veel mensen iets weten, betekent dit dat de kennis blijft bestaan, zelfs al valt er hier of daar een schakel weg. Het AKIS-netwerk vormt een levend geheugen van enorm veel kennis samen. Die moeten we goed vastleggen en eenvoudig consulteerbaar maken. Voor iedere boer, in elk land.”
Levenslang leren
Uit de bevraging van Boerenbond is gebleken dat 97% van onze leden vindt dat levenslang leren een must is. Verbaast dat cijfer?
Stefaan: “Ja.”
Els: “Nee. (lacht) Ik vind het wel logisch dat boeren aangeven dat bijscholen voor hen belangrijk is. Zij krijgen vaak met veranderingen te maken: milieuregelgeving, een beleid rond gewasbeschermingsmiddelen dat constant evolueert, mestwetgeving, regelgeving rond emissies ... Ook de verdere automatisering en robotisering om het nijpende arbeidstekort aan te pakken vraagt gespecialiseerde kennis van de land- en tuinbouwers.”
Stefaan: “Ik ben er ook van overtuigd dat het een must is, maar ik had niet verwacht dat het aantal land- en tuinbouwers dat dat zelf aangeeft zo hoog zou liggen. Ik ben blij verrast. De soms negatieve reacties die er zijn wanneer er nieuwe regelgeving wordt ingevoerd, staan blijkbaar niet in de weg dat men zich hierover wil informeren.”
Meer dan de helft van onze ondervraagde boeren en tuinders zegt dat ze bereid zijn om te leren van collega’s. Ze leren ook liever in groep dan individueel. Hoe kunnen wij nog beter op maat werken, als we dat in het achterhoofd houden?
Els: “Vorming kan op heel veel manieren gegeven worden. Kennisportefeuille en vormingsplannen laten ook peer-to-peer learning toe: landbouwers leren van landbouwers. Misschien moeten we daar nog meer op inzetten. De landbouwer die iets demonstreert op zijn bedrijf is niet enkel trainer, maar leert ook via de wisselwerking met de bezoekende landbouwers. Boerenbond kan ook inzetten op de subsidiemaatregel demonstratieprojecten waarin demonstraties door landbouwbedrijven een must zijn.. Zo was ik heel gecharmeerd door het demonstratieproject van Groene Kring: ‘ Jonge boeren, levende grond’, waarin verschillende jonge landbouwers zich engageerden om een lighthouse farm te zijn. Positief is ook dat alle informatie hierover nog altijd te vinden is op de website van Groene Kring.”
Stefaan: “We zetten nu sterk in op online vormingen, onder andere met onze lunchdates. Online vormingen bieden ook de mogelijkheid om bijvoorbeeld een heel lange opleiding in korte stukjes op de website te zetten. Maar de vraag is: hoeveel mensen hebben daar interesse in. Samen komen, met elkaar babbelen ... dat is een voordeel van fysieke vormingen. Je kan veel online aanbieden, maar het is vluchtiger en de aandachtsspanne is korter. Maar wie snel iets wil weten, kan het daar wel vinden. Nuttig dus, naast fysieke opleidingen. Ik zie er een bevestiging in dat we moeten blijven inzetten op opleidingen en vormingen met een grote diversiteit.”
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Provincie Antwerpen blijft de landbouwkamer ondersteunen als adviesorgaan en maakt jaarlijks 25.000 euro vrij voor scholenbezoeken en imago-activiteiten rond landbouw.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.