Steeds meer jonge mensen zetten de stap naar een eigen land- of tuinbouwbedrijf. Maar starten in de sector vraagt vandaag meer dan alleen goesting en doorzettingsvermogen. Ook een goede voorbereiding is cruciaal. Eveline Driesen, verantwoordelijk voor de starterscursus binnen Boerenbond, ziet die evolutie van dichtbij en begeleidt starters doorheen een intensief maar waardevol traject.
Eveline Driesen, verantwoordelijk voor de starterscursus binnen Boerenbond
Hoe zit die starterscursus precies in elkaar? “Het installatieattest behaal je door te slagen voor type A, type B, een stage en de installatieproeven. Het mooie is: als je een onderdeel hebt afgerond, blijft dat geldig. Ook wie het attest niet nodig heeft, kan trouwens losse onderdelen volgen uit interesse. Want ondernemen in land- en tuinbouw is complex geworden. Extra kennis is dus nooit overbodig.”
Ook wie het attest niet nodig heeft, kan trouwens losse onderdelen volgen uit interesse.
Waar starten deelnemers mee? “Altijd met de type A. Dat is de basisopleiding en die is voor iedereen dezelfde, ongeacht de sector. Thema’s zoals GLB, VLIF, milieuregelgeving, ondernemerschap, boekhouding, verzekeringen en premies komen er aan bod. Die cursus omvat 100 uur en organiseren we op verschillende plekken in Vlaanderen. De lessen in de type A worden voornamelijk gedoceerd door experten van Boerenbond, SBB, KBC en Acerta. Dat zijn stuk voor stuk experten in hun vakgebied, waardoor je op korte tijd heel wat info en nuttige contacten meekrijgt.”
Er is bewust gekozen voor een hybride formule. Waarom? “Omdat dat voor onze doelgroep het best werkt. Veel deelnemers combineren de cursus met een job buitenshuis, werk op het familiale bedrijf en vaak ook met een jong gezin. Door online en fysieke lessen te combineren, blijft het haalbaar. Tegelijk plannen we complexere thema’s bewust fysiek in, omdat de concentratie en interactie dan groter zijn. Een volledig online cursus bieden we daarom niet meer aan.”
Wat volgt er na type A? “Dan kiezen deelnemers een type B-cursus in een sector waarin ze zich willen verdiepen. Vandaag hebben we elf sectoren in het aanbod, en vanaf 2027 komt daar ook hoeveverbreding bij. De type B-cursus is praktischer en sectorspecifieker, met ook bedrijfsbezoeken. Onze kracht is dat we voor de inhoudelijk invulling van deze opleiding beroep kunnen doen op onze sectorconsulenten en hierdoor steeds de meest actuele info kunnen meegeven. Daarna volgt een verplichte stage van 20 dagen, waarin deelnemers de theorie leren toepassen op de werkvloer. Tot slot zijn er de installatieproeven van de overheid, met een schriftelijk en mondeling deel.”
Wat maakt dit traject volgens jou zo waardevol? “Het is best pittig: in totaal gaat het om zo’n 320 uur. Daarom zetten we sterk in op begeleiding. We organiseren opfrismomenten, oefenexamens en deelnemers kunnen altijd bij ons terecht met vragen. Soms gaat het niet alleen om inhoud, maar ook om vertrouwen geven. En net dat maakt het zo mooi: je ziet mensen groeien. De dankbaarheid wanneer ze op het einde hun installatieattest behalen, is enorm. Dat is voor ons de grootste motivatie.”
De starterscursus geeft jonge ondernemers een stevige basis én vertrouwen Eveline Driesen, verantwoordelijke starterscursus
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Provincie Antwerpen blijft de landbouwkamer ondersteunen als adviesorgaan en maakt jaarlijks 25.000 euro vrij voor scholenbezoeken en imago-activiteiten rond landbouw.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.