De huidige situatie rond dierziekten baart zorgen. Om verspreiding te voorkomen, worden soms besmette dieren geruimd, zoals bij uitbraken van aviaire influenza (vogelgriep). Het Sanitair Fonds – gespijsd door jaarlijkse bijdragen van veehouders – vergoedt deze ruimingen en financiert ook andere aspecten van monitoring en bestrijding van dierziekten. Net als de veehouderij evolueert ook het Sanitair Fonds voortdurend, met een groeiende focus op controle en preventie van dierziekten.
Els Goossens, Wouter Wytynck en Roel Vaes, adviseurs Studiedienst
Het Sanitair Fonds – of volledig ‘Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten’ – vindt zijn basis in de Diergezondheidswet van 24 maart 1987. Via Koninklijke Besluiten wordt bepaald dat elke veehouder – naargelang het risico dat er genomen wordt – jaarlijks een bijdrage levert aan het Fonds. Het Sanitair Fonds wordt louter gespijsd door deze inningen, maar de overheid bepaalt via wetgeving waarvoor het geld kan worden aangewend, in zeer nauwe samenwerking met de stakeholders (onder meer het FAVV, dierenartsen en de landbouworganisaties) via werkgroepen en via de Raad van het Fonds. Het Fonds mag terecht beschouwd worden als een publiek-private samenwerking voor de bestrijding van dierziekten.
Lange geschiedenis
Vanaf 1935 bestond er een vrijwillig systeem ter bestrijding van rundertuberculose. Plaatselijke bedrijfsleiderskringen legden wat geld bijeen om boeren te vergoeden waarvan de runderen getroffen werden door tbc. Nadien volgde een soort van opvolgingsprogramma voor brucellose. Deze plaatselijke structuren werden na Wereldoorlog II officiële provinciale gezondheidsstructuren van waaruit het huidige DGZ en Arsia ontstonden. Na tuberculose en brucellose werden ziekten zoals CRD bij pluimvee, runderleucose, Aujeszky, klassieke en Afrikaanse varkenspest aangepakt. Boerenbond is van bij het ontstaan van het Sanitair Fonds mee betrokken in de uitwerking van de regels rond identificatie en de aanpak van dierziekten. Door de samenwerking tussen overheid, experten en boeren binnen het Fonds, heeft de dierlijke sector belangrijke stappen gezet richting gezondere bedrijven
Eerste diergezondheidsregels en uitbraken
Van bij het ontstaan van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in 1958 was er een hoge nood aan een uniforme meldingsplicht en een geharmoniseerde aanpak van statuten en bestrijdingsprogramma’s. Daarbij werd zo veel mogelijk gestreefd naar eradicatie of uitroeiing van dierziekten. Deze eradicatieprogramma’s beginnen altijd met het opsporen van de ziekte, het toekennen van statuten en het afvoeren van besmette dieren. De laatste fase van een bestrijdingsprogramma gaat in regel gepaard met een non-vaccinatiebeleid, opgelegd door Europa. Een ziekte is altijd met meer zekerheid te detecteren in niet-gevaccineerde dieren, zowel wat klinische tekens als laboratoriumtesten betreft.
Nieuwe Europese diergezondheidswetgeving
Europa heeft de identificatie en registratie en de dierziektebestrijding verder geharmoniseerd en verstrengd. Verordening 2016/429, die in 2021 van kracht werd, legt regels vast rond statuten, handel, monitoring, diagnostische testen en vaccinatie van de belangrijkste dierziekten. Een vaccinatieverbod blijft voor de klasse A’-ziekten zoals mond-en-klauwzeer, varkenspest en aviaire influenza van toepassing. Bestrijding van deze ziekten blijft gebaseerd op snelle opsporing, meldingsplicht, ruiming van getroffen dieren en het afbakenen van besmette en beschermingszones. De Belgische wetgeving is in regel gebracht met deze Verordening (onder andere via het Koninklijk besluit van 18 april 2024). De nadruk ligt op preventie van dierziekten door het nemen van bioveiligheidsmaatregelen zoals isolatie van aangekochte dieren en hygiënesluizen. Niet door vaccinatie. Al heeft de Europese Commissie de deur voor (nood)vaccinatie op een kier gezet door de gedelegeerde Verordening 2023/361. Europees commissaris Olivér Várhelyi hoopt dat er voor het einde van zijn mandaat een vaccin beschikbaar zal zijn tegen Afrikaanse varkenspest. In de aangepaste Belgische diergezondheidswetgeving ligt de nadruk eveneens op de preventie van insleep.
Blijven waken over solidariteit in de toekomst
Het Sanitair Fonds heeft de voorbije decennia een belangrijke rol gespeeld in de verbetering van de diergezondheid van de Belgische bedrijven, door het uitwerken van regelgeving en vrijwillige programma’s, door tussenkomsten in de monitoring en de begeleiding en door het stimuleren van het nemen van preventieve maatregelen. Dierziektebestrijding blijft echter zeer uitdagend. De ziektedruk vandaag is onverminderd groot en ziekten die lang geleden uit Europa weg leken, duiken opnieuw op. Voorbeelden zijn mond-en-klauwzeer, het Lumpy skin disease-virus of de kleine herkauwerspest. Innovatie in diagnostische technieken en preventie, zoals vaccinatie, kan nieuwe strategieën opleveren om dierziekten te bestrijden. Toch zullen ruimingen van besmette dieren noodzakelijk blijven. Dan blijft solidariteit tussen de bedrijven en tussen de sectoren noodzakelijk. Dierziektebestrijding kan alleen succesvol zijn als alle partners, zowel de overheid als de sectoren, zeer nauw blijven samenwerken en dezelfde doelen voor ogen houden.
Het Sanitair Fonds is voor Boerenbond een onmisbare schakel voor een efficiënte en doeltreffende ziektebestrijding. De middelen die door onze landbouwers in het Fonds worden ingebracht dienen om de getroffen bedrijven te compenseren voor de geruimde dieren. Ook de verschillende sectorvakgroepen hechten veel belang aan een goede werking van het Sanitair Fonds, dat steeds meer inzet op ziektepreventie. Vooral sectoren die er regelmatig een beroep op moeten doen waarderen dit risicobeheersinstrument en zorgen dat er voldoende middelen in hun deelfonds worden gestopt. Vanuit Boerenbond zien we erop toe dat de middelen dan ook goed worden besteed.
De federale overheid beheert de sanitaire fondsen, waardoor Europese steun kan worden aangevraagd voor de verschillende bestrijdingsprogramma’s. Een nadeel is wel dat de overheid deze middelen als overheidsgeld aanziet, waardoor procedures de uitbetaling vertragen. Boerenbond vraagt dan ook dat de fondsmiddelen een apart statuut krijgen en vrij beschikbaar zijn. Dat zal de slagkracht van het Sanitair Fonds ten goede komen.
Heel wat rundveehouders met klasse 1 vergunning in West-Vlaanderen ontvingen recent hun verwerking aktename 5% ammoniak reductie maatregel. Zij moeten de gele aanplakking nog uithangen.
DVE-toeslagen voor melkvee en vleesvee, die de Universiteit Wageningen maandelijks berekent, stijgen terug en bereiken hun hoogste peil sinds eind 2024, net als de energieprijzen. Wat kunnen we verwachten?
Als antwoord op een vraag die Ruben Van Gucht in de podcast Boer&Bondig beantwoordde, laat Tanja Van Poecke recht vanuit het hart zien hoe zwaar, onzeker en passioneel landbouw echt is.
Zet uw land- of tuinbouwbedrijf in 2027 in de kijker tijdens Dag van de Landbouw. Ontdek hoe u bezoekers een blik achter de schermen geeft en laat zien wat uw bedrijf vandaag betekent.
Van 28 september tot 13 oktober 2026 trekt de Europese Herderstocht met schapen en herders door Vlaanderen naar Brussel. Een inspirerende tocht rond herderschap, graslanden en de verbinding tussen landbouw en natuur.
Praktische opleidingen helpen landbouwers veilig werken met mestgassen. Ontdek de risico’s, leer preventiemaatregelen en schrijf je tijdig in voor een gratis opleiding in West-Vlaanderen.
Boerenbond zet dit schooljaar volop in op landbouweducatie: van boerderijbezoeken en plattelandsklassen tot gastlessen en boerendagen. Zo ontdekken duizenden leerlingen de Vlaamse land- en tuinbouw van dichtbij.
Dag van de Landbouw kreeg de voorbije maand 188 persvermeldingen en ruime aandacht op tv, radio, online en in de krant, met focus op deelnemende bedrijven en de brug tussen boer en burger. Een overzicht!