Op 9 oktober 2026 heeft de federale regering belangrijke aanpassing goedgekeurd in het koninklijk besluit van 19 maart 2013 dat gaat over de verwezenlijking van het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De wijzigingen beogen een verduidelijking van de toepassingsregels en voorwaarden inzake de fytolicentie die verbonden zijn aan het gebruik, de distributie, de voorlichting, de opslag van gewasbeschermingsmiddelen en de fytolicentie zelf. De wijzigingen zorgen voor een coherenter en juridisch sluitender kader voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze wettelijke aanpassingen dragen bij aan een effectievere handhaving, verhoogde veiligheid, duidelijkere verantwoordelijkheidsverdeling tussen de actoren binnen de keten en een fytolicentiesysteem dat aangepast is aan de hedendaagse noden.
Aantal verplichte opleidingen blijft gelijk
Naast het aantal opleidingen die je moet volgen om een fytolicentie te behalen of om ze te behouden, is er ook duidelijkheid dat er in de toekomst ook digitale opleidingen kunnen georganiseerd worden. De digitale opleiding dient wel gelijkwaardig te zijn aan de voorwaarden omtrent tijdsbesteding en inhoud. De basisopleiding voor het verkrijgen van een fytolicentie duurt, afhankelijk van het type licentie, ten minste:
zestien uur voor "Distributie/Voorlichting producten voor niet-professioneel gebruik” (NP);
zestien uur voor "Assistent professioneel gebruik" (P1)
zestig uur voor "Professioneel gebruik" (P2);
honderdtwintig uur voor "Distributie/Voorlichting” (P3).
De aanvullende opleiding wordt hervormd en zal voortaan een aantal verplichte modules omvatten. Een fytolicentiehouder moet minimum één vorming volgen in de categorie ‘Wetgeving en Actuele thema’s’ en één vorming in de categorie ‘Sectorspecifieke vormingen en goede praktijken gewasbescherming’. Een aanvullende opleiding voor de fytolicentie moet omvat afhankelijk van het type licentie:
twee vormingsactiviteiten voor “Distributie/Voorlichting producten voor niet-professioneel gebruik”;
drie vormingsactiviteiten voor “Assistent professioneel gebruik”;
twee vormingsactiviteiten voor “Specifiek professioneel gebruik”;
vier vormingsactiviteiten voor “Professioneel gebruik”;
zes vormingsactiviteiten voor “Distributie/ Voorlichting”.
Een deelname aan een vormingsactiviteit komt in aanmerking wanneer deze niet langer dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag tot toekenning of vernieuwing van een bepaalde fytolicentie heeft plaatsgevonden .
Verplichte categorieën in de fytolicentiebijscholing
Binnen de aanvullende opleiding voor de fytolicentie wordt vanaf 25/11/2027 voorzien dat een aantal vormingen verplicht binnen bepaalde categorieën moet worden gevolgd. Om de categorieën ‘Wetgeving en Actuele thema’s’ en ‘Sectorspecifieke vormingen en goede praktijken gewasbescherming’ te definiëren werden bijkomende definities ingevoerd in de wetgeving. Tijdens de geldigheidsduur van je fytolicentie en met het oog op het verlengen van je fytolicentie moet je minstens één opleiding uit elke categorie gevolgd hebben. Dit systeem geldt voor elk licentietype en is uniform voor alle sectoren. Het is de Vlaamse overheid die zal bepalen welke opleiding in welke categorie gaat thuishoren. Daarnaast is het een flexibel systeem dat garandeert dat er voldoende vormingen kunnen worden voorzien zodat betrokkenen hun fytolicentie tijdig kunnen vernieuwen of verkrijgen op basis van een diploma dat langer dan 6 jaar geleden werd behaald. Deze indeling in categorieën beoogt een evenwichtige en doelgerichte kennisverwerving bij licentiehouders. Deze bijkomende voorwaarde voor de aanvullende vorming wordt ingevoerd voor nieuwe fytolicenties vanaf 25 november 2027. Dit is een datum waarop veel fytolicenties aan vernieuwing toe zijn en zij hebben dan zes jaar de tijd om zich in orde te stellen met de verplichte bijscholingen voor het behouden van hun fytolicentie.
Administratieve vereenvoudiging bij verlenging fytolicentie nu ook in wetgeving
Gezien de digitalisering en de softwarematige mogelijkheid om een fytolicentie automatisch te laten vernieuwen als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, is het niet meer noodzakelijk om op te leggen dat een aanvraag tot vernieuwing binnen een bepaalde termijn voor de einddatum van de fytolicentie moet worden aangevraagd. Dit biedt meer flexibiliteit naar de licentiehouders toe. Voor fytolicentiehouders NP en P3 blijft het wel cruciaal de noodzakelijke betaling uit te voeren voor het verkrijgen of verlengen van uw fytolicentie.
Fytolicenties op basis van buitenlandse erkenning
Ook is er een belangrijke aanpassing aan fytolicenties die toegekend worden op basis van wederzijds erkenning van een buitenlandse licentie. Concreet wordt bepaald dat de duur van een dergelijke fytolicentie gelijk wordt gesteld aan de resterende geldigheidsduur van de buitenlandse licentie, met een maximum van zes jaar. Deze aanvulling waarborgt een billijke behandeling van aanvragers die in het bezit zijn van een buitenlandse licentie waarvoor een wederzijdse erkenning voorzien is, zonder afbreuk te doen aan de algemene geldigheidsduur en hernieuwingsvoorwaarden. Daarnaast wordt het op deze manier onmogelijk dat licentiehouders hun licentie steeds kunnen vernieuwen op basis van wederzijdse erkenningen zonder het volgen van vormingsactiviteiten. Door de einddatum van beide licenties gelijk te stellen, worden licentiehouders verplicht om ten minste in één van beide landen (België of het land waarvoor een wederzijdse erkenning is voorzien) de vereiste aanvullende vorming te volgen alvorens hun licentie opnieuw kan worden vernieuwd. Deze aanvulling garandeert dat de kennis van aanvragers voldoende up-to-date is en draagt bij tot een veilig en duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Het aantal landen waarbij een wederzijdse erkenning voor een aantal niveaus van de fytolicentie mogelijk is, is niet gewijzigd. Enkel bepaalde licenties uit Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg, Frankrijk en Nederland geven recht op een Belgische fytolicentie.
Verduidelijking over fytolicentie bij aankoop, verkoop en voorlichting van gewasbeschermingsmiddelen
Het is nu expliciet bepaald dat gewasbeschermingsmiddelen niet alleen mogen worden verkocht aan, maar ook uitsluitend mogen worden aangekocht door houders van een fytolicentie “Professioneel gebruik” of “Distributie/Voorlichting”. Hiermee wordt de bestaande praktijk verankerd en wordt rechtsonzekerheid vermeden. Ook voor gewasbeschermingsmiddelen waarvoor in de erkennings-, toelatings- of vergunningsakte uitdrukkelijk staat vermeld dat het gebruik voorbehouden is aan houders van een fytolicentie “Specifiek professioneel gebruik” geldt dat de aankoop beperkt blijft tot de daarvoor bevoegde fytolicentiehouders. Deze aanpassingen zorgen voor een meer sluitende controle op de toegang tot risicovolle producten en versterken de handhaafbaarheid van de regelgeving. Er werd namelijk vanuit de controlediensten gevraagd om een wettelijke basis te creëren die toelaat om personen te sanctioneren die professionele gewasbeschermingsmiddelen aankopen zonder in het bezit te zijn van een geschikte fytolicentie. Een verkoper kan momenteel wel een sanctie worden opgelegd wanneer hij of zij middelen verkoopt aan personen zonder een fytolicentie.
Sancties op de fytolicentie
De aanpassingen in de wetgeving omvatten enerzijds een uitbreiding van de juridische basis voor het geven van sancties in het kader van de fytolicentie. Dit kan gaan over een waarschuwing of intrekking (met de mogelijkheid om hiervoor een periode vast te leggen), al dan niet met onmiddellijke schorsing. Anderzijds is er een aanvulling van de mogelijke sanctiemaatregelen die kunnen worden opgelegd. Er kunnen bij de intrekking van een fytolicentie bijkomende maatregelen opgelegd worden. Het gaat hier onder meer om een verbod op het verkrijgen van een nieuwe fytolicentie gedurende een te bepalen periode met een maximum van zes jaar, de verplichting tot het slagen voor een examen of het volgen van bijkomende vormingsactiviteiten alvorens een nieuwe fytolicentie kan worden verkregen. Deze maatregelen moeten in verhouding staan tot de ernst van de vastgestelde inbreuken en maken een gedifferentieerd en proportioneel sanctiebeleid mogelijk. Deze aanpassing in de wetgeving voorkomt dat een persoon van wie de fytolicentie werd ingetrokken de dag na intrekking opnieuw een nieuwe fytolicentie verkrijgen wanneer hij voldoet aan de voorwaarden hiervoor.
Ook is er in de wetgeving een kapstok voorzien om op te treden tegen distributeurs of voorlichters die ongepast gebruik van gewasbeschermingsmiddelen adviseren en/of onvolledige of foutieve informatie verstrekken. Dit biedt dus een concreet aanknopingspunt voor controle en sanctionering, wat bijdraagt aan de correcte toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en de bescherming van mens en milieu.
Boerenbond staat achter professionaliteit van de fytolicentie
De voorbije periode is Boerenbond in gesprek gegaan met de achterban over optimalisaties in de fytolicentie. Veel van de aanpassingen worden gedragen door onze besturen omdat we echt wel belang hechten aan het certificaat van de fytolicentie. We willen verder professionaliseren en zo de toegang tot gewasbeschermingsmiddelen behouden. Een gedifferentieerd sanctiebeleid behoort tot de beleidsinstrumenten om voldoende waarde te geven aan de fytolicentie. We zijn wel vragende partij om buitenlandse werknemers vlotter te helpen aan een Belgische fytolicentie, dit kan enerzijds door meer uitwisselbaarheden te voorzien met andere Europese lidstaten, anderzijds vragen we dat opleidingen en examens in andere Europese talen mogen gegeven worden in België. De beperking tot onze landstalen is hier problematisch.
Boerenbond biedt heel wat opleidingen fytolicentie aan, deze kan je hier vinden. Dit gaat zowel over de basisopleiding als de verplichte aanvullende opleidingen.
Hoe krijgen we meer ruimte voor water zonder de landbouwbelangen uit het oog te verliezen? Waarom heeft een sterk landbouwbeleid ook voldoende Europese middelen nodig? En hoe bereid je je als landbouwer voor op onverwachte risico’s op je bedrijf?
De Vlaamse uienteelt is in vijftien jaar verviervoudigd. Ontdek waarom aardappeltelers voor uien kiezen, wat de cijfers zeggen over de rentabiliteit en welke risico’s de teelt met zich meebrengt.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns selecteerde vijf koplopers en twintig kandidaat-koplopers als gebiedscoalities. Ondek hier welke gebieden geselecteer zijn.
Markttendens: hitte en langdurige droogte zetten de courgetteproductie in 2026 onder druk. Na een sterke start zakten de prijzen en schommelden ze rond het vijfjarig gemiddelde.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
Waarom zijn gewasbeschermingsmiddelen nodig? Hoe worden ze gebruikt en welke regels gelden er? In deze flyer zetten we de belangrijkste inzichten en cijfers over gewasbeschermingsmiddelen kort en overzichtelijk voor je op een rij.
OVAM vindt vooral historische gewasbeschermingsmiddelen terug in Vlaamse bodems. Landbouwpercelen tonen lage concentraties, terwijl particuliere tuinen hogere waarden laten zien.
Droogtetolerante rassen, ziekteresistenties en druppelirrigatie kunnen aardappelteelt weerbaarder maken. Maar welke aanpak biedt telers én afnemers de meeste zekerheid?
Het FAVV roept wijnbouwers op tot waakzaamheid, na een uitbraak van de erg schadelijke bacterieziekte Xylella fastidiosa in het Luxemburgse Moezelwijngebied. Controleer je wijnstokken op verdachte symptomen, zeker bij recent aangeplant plantgoed uit Luxemburg, en meld elk vermoeden onmiddellijk aan het FAVV.
Hoe houd je prei onkruid- en tripsvrij en bespaar je op arbeid met een krimpende middelenkeuze? Onderzoek bij Viaverda toont hoe technologie, monitoring en tijdig ingrijpen elkaar kunnen versterken.