Erosiebestrijding tussen beleid en boerenrealiteit
Aangemaakt op
Erosiebestrijding vormt een speerpunt van het Vlaamse bodembeschermingsbeleid. Om de problematiek aan te pakken zijn een aantal al dan niet verplichte maatregelen van kracht, afhankelijk van de indeling van het perceel. Wat is nu juist verplicht en wanneer? En welke zaken zouden we graag anders zien? We gaan er in dit dossier dieper op in.
Op basis van bodemtype en hellingsgraad worden gronden ingedeeld volgens erosiegevoeligheid, waarbij voor de meest risicovolle gronden verplichte maatregelen gelden. Daarnaast kunnen landbouwers ook vrijwillig erosiebestrijdingsmaatregelen nemen via diverse gesubsidieerde regelingen. Maar laat ons beginnen bij het begin.
Wat is erosie?
Bodemerosie is een natuurlijk proces waarbij de bovenste lagen van de aarde worden verplaatst door afstromend water of wind. We maken een onderscheid in watererosie door regenwater, bewerkingserosie door landbouwmachines en winderosie. Erosie leidt algemeen tot verarming van de bodem, opbrengstverlies en overlast door afstromende grond of water. Daarom is erosiebestrijding al jaren een speerpunt van het Vlaamse bodembeschermingsbeleid. Als landbouwer hecht je heel veel belang aan de vruchtbaarheid van je bodem; net daarom nemen heel wat landbouwers al maatregelen tegen erosie.
Indeling volgens erosiegevoeligheid
Gemeenten met hogere gevoeligheid bevinden zich vooral in heuvel- en leemachtige gebieden, zoals Haspengouw, het Hageland, het Pajottenland, het Heuvelland en de Vlaamse Ardennen.
De totale potentiële erosie van een landbouwperceel houdt onder meer rekening met het bodemtype, de hellinglengte en de hellingsgraad. Het risico dat bodemdeeltjes wegspoelen bij een stevige regenbui is groter op steilere en langere hellingen dan op vlakkere en kortere percelen. Teelten zoals maïs en aardappelen geven meer risico op erosie dan wintergranen. Ook zijn bodems met een hoger organischestofgehalte weerbaarder tegen erosie.
Landbouwgrond in Vlaanderen is dan ook ingedeeld volgens erosiegevoeligheid: paars en rood (hoog), oranje en geel (middel) en groen (laag). Enkel voor de gevoeligste percelen - de paarse en de rode - zijn maatregelen verplicht. In de andere klassen is er vooral een stimulerend beleid, waar landbouwers vergoed kunnen worden voor bijkomende inspanningen.
Maatregelen
De maatregelen uit de verschillende regelingen en ondersteuningsmechanismes, kunnen erosie tegengaan of de gevolgen, bijvoorbeeld de afstroom van grond, beperken.
Voor erosiegevoelige percelen, de paarse en rode, gelden een aantal verplichte maatregelen. Denk daarbij aan het bedekken van de bodem met groenbedekkers of gewasresten, het toepassen van niet-kerende bodembewerking en het aanleggen van bufferstroken of graszones.
Landbouwers kunnen ook vrijwillig erosiebestrijdingsmaatregelen nemen via de ecoregelingen en agromilieu-klimaatregelingen in het kader van het GLB. Deze worden financieel ondersteund en zijn bedoeld om duurzame landbouwpraktijken te stimuleren. Voorbeelden zijn de aanleg van extra bufferstroken, permanente bodembedekking of de aanleg van houtkanten of grasstroken.
In functie van deze maatregelen kan bij het VLIF steun worden aangevraagd voor zogenaamde niet-productieve investeringen zoals erosiedammen en productieve investeringen zoals machines voor niet-kerende bodembewerking of directe inzaai.
Via het Erosiebesluit van de Vlaamse regering kunnen gemeenten en steden financiële steun krijgen voor de aanleg van kleinschalige erosiebestrijdingswerken.
Vroeger konden landbouwers via de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) beheerovereenkomsten afsluiten voor erosiebestrijding. Dit waren contracten waarbij ze zich engageerden om bepaalde maatregelen te nemen in ruil voor een vergoeding. Deze regeling werd echter geschrapt, ondanks de aangetoonde meerwaarde.
Keuzepakket
Voor de verplichte maatregelen is er een keuzepakket. Hierin moet het basispakket gecombineerd worden met het pakket bufferstroken, het pakket teelttechnische maatregelen of het pakket structurele erosiebestrijdingswerken. Het aantal maatregelen is afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het perceel, de inzaaidatum en/of het een meerjarige teelt is of niet.
De verplichte maatregelen op percelen met een hoog erosierisico maken deel uit van de zogenaamde conditionaliteit binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Dit betekent dat landbouwers die steun ontvangen bepaalde basisregels moeten volgen, waaronder erosiebestrijding.
Evaluatie
Intussen zijn de meeste landbouwers in erosiegevoelige gebieden al wel vertrouwd met de huidige erosieregelgeving. Een evaluatie door de voormalige minister van Omgeving Demir in 2023, concludeerde dat er al heel wat stappen in de goede richting gezet waren, maar dat er een aantal verbeterpunten bleven.
In de evaluatie werden onder andere een striktere handhaving, een betere opvolging en meer middelen voor gebiedsgerichte coördinatie op het terrein vernoemd. Die coördinatie gebeurt onder andere door de regionaal actieve erosiecoördinatoren.
Wat verwacht Boerenbond van het beleid?
Erosiebestrijding blijft een cruciale uitdaging voor de Vlaamse landbouw. Boerenbond vraagt een beleid dat inzet op haalbare en praktijkgerichte maatregelen, met respect voor de expertise van landbouwers en de regionale context. In dit artikel formuleren we zeven concrete verwachtingen. Boerenbond pleit voor een stimulerend beleid dat inzet op samenwerking, innovatie en maatwerk – zonder te raken aan de vrije teeltkeuze.
- Optimaliseer handhaving op het terrein
Jammer genoeg zijn er nog steeds enkelingen die de erosieregels aan de laars lappen. Daarvan zijn landbouwers die de maatregelen wel correct toepassen de dupe. Boerenbond is tegen het collectief verstrengen van de regels. Wel mogen er meer gerichte terreincontroles komen op het correct uitvoeren van de erosiebestrijdingsmaatregelen. Met enkel desktopcontroles gaan we er niet komen.
- Breid het keuzepakket aan maatregelen uit
Het is cruciaal dat landbouwers uit een maatregelenpakket kunnen kiezen op basis van eigen expertise en regionale specificiteit. Door een ruim keuzepakket vergroot de haalbaarheid en het draagvlak in de praktijk, wat de effectiviteit ten goede komt.
Technologie evolueert razendsnel. We vragen daarom om voldoende middelen te voorzien voor onderzoek naar nieuwe technieken die kunnen ingezet worden om erosie te vermijden. Eens aangetoond is dat een aantal nieuwe technieken efficiënt zijn moet er dan ook snel bijsturing in de regelgeving mogelijk zijn, zodat ze snel in de praktijk kunnen toegepast en gevalideerd worden.
Het is ook belangrijk dat er voldoende mogelijkheid is om innoverende technieken in de praktijk te testen. Soms laat de regelgeving dat niet toe. Boerenbond verwacht minder hokjesdenken, maar een benadering over de betrokken administraties heen, ook als dat financiële inspanningen vraagt.
- Opnieuw een vijfjarige beheersovereenkomst erosie
Vroeger konden landbouwers een vijfjarige beheerovereenkomst afsluiten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voor erosiebestrijding. Sinds 2023 zijn deze overeenkomsten vervangen door beheerovereenkomsten gericht op biodiversiteit. De meerjarige beheerovereenkomst was één van de beste instrumenten binnen het erosiebeleid. We vragen om bij de evaluatie en de uitbreiding van de maatregelenkoffer rond erosie ook de invoering van de meerjarige beheerovereenkomst erosie terug te heroverwegen.
De weg die initiatiefnemers moeten afleggen om een vergunning te bekomen voor structurele erosiebestrijdingswerken (archeologienota, vergunningsdossier, subsidiedossier …) duurt lang en is vaak complex. We vragen hiervoor een vereenvoudigd kader.
- Inspanningsverbintenis met vergoedingen
Een nulrisico bestaat niet, maar we staan wel achter het principe dat we erosie en sedimentafvoer moeten beperken. Een stimulerend beleid is belangrijk. Het tegengaan van erosie – of de gevolgen ervan – is een ecosysteemdienst. Dit erkennen is essentieel om de motivatie bij landbouwers hoog te houden. Het erosiebeleid mag niet evolueren van een inspanningsverbintenis naar een resultaatsverbintenis. Een vergoeding enkel gebaseerd op een resultaatsverbintenis werkt niet. Inspanningen kosten heel wat investeringen, en die moeten ook vergoed worden. Ook voor de verplichte maatregelen moet de steun behouden blijven. Door correct te vergoeden kunnen nog betere resultaten bereikt worden.
We begrijpen dat waar nodig, bij rode en paarse percelen, een aantal maatregelen verplicht zijn. Voor de minder gevoelige percelen kan veel bereikt worden door te sensibiliseren en stimuleren. Verplichten is daarom voor ons geen optie.
Daarnaast zijn we er voorstander van om nog sterker in te zetten op een gebiedsgerichte benadering. Maatregelen moeten locatie- en perceelspecifiek zijn. Een aanpak op maat leidt tot betere resultaten.
- Vrije teeltkeuze
Bijkomende teeltverboden zijn een absolute no-go. Landbouwers moeten individueel en gericht maatregelen kunnen nemen om de strijd tegen erosie tegen te gaan, maar een teeltverbod of beperkingen in de teeltkeuze mogen geen verplichte maatregelen worden. De beslissing van teeltkeuze dient altijd bij de landbouwer te blijven.
- Meer inzetten op erosiecoördinatoren
Een erosiecoördinator sensibiliseert en informeert over erosieproblematiek en is het aanspreekpunt voor landbouwers, gemeentebesturen en andere betrokkenen. De Vlaamse overheid financiert de aanstelling van een erosiecoördinator door steun te voorzien voor een gemeentelijk erosiebeleid. Jammer genoeg zien we dat een aantal gemeenten niet wensen in te stappen, ook al zijn ze gelegen in een heuvelachtige leemregio, met een erosieproblematiek op sommige plaatsen. Misschien kan er gekeken worden dat de aanstelling van een erosiecoördinator daar op een alternatieve manier kan.
Boerenbond-expert Ingo Luypaert: “Aanpak op maat werkt het best”
Vanuit de landbouwsector werken we aan een voldoende groot maatschappelijk draagvlak. Dat kan alleen als we ook uitdagingen aanpakken. Erosie is zo’n uitdaging. Niet alleen is het als landbouwer geen goede zaak dat je vruchtbare grond en bodem afspoelen, maar het zorgt ook vaak voor ergernis bij burgers en lokale besturen wanneer een regenbui opnieuw zorgt voor afspoeling in tuinen, op percelen of op de straat.
De praktijk leert dat een aanpak op maat, die uitgaat van stimulerende maatregelen, vaak het beste werkt. Erosie en de aanpak ervan krijgen ook steeds meer aandacht omdat op Europees niveau al een tijd wordt gedebatteerd over een bodemwet, de European Soil Monitoring Law. Erosie zal een van de thema’s worden die leeft binnen het maatschappelijk debat. Daarom bouwen we als Boerenbond verder op eerdere initiatieven en werken we aan duidelijke standpunten, waarin we de bekommernissen van de sector meenemen.
We staken ook ons licht bij erosiecoördinator Karel Vandaele. Lees hier het interview.
Op het jaarlijkse BASF-proefveld in Pont-à-Celles presenteerde het bedrijf onder andere een nieuw bladluizenmiddel in bieten en twee nieuwe producten in de bestrijding van aardappelplaag.
Binnen het Europese project Re-Greenhouse kunnen glastuinbouwers zich kandidaat stellen voor een begeleidingstraject met een nieuwe energietool. Die helpt om na te gaan welke hernieuwbare of alternatieve energiebronnen technisch en economisch interessant kunnen zijn voor jouw bedrijf. Inschrijven kan tot 23 augustus 2026 om 17 uur.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Ferm voor Agravrouwen organiseerde op 3 juli een fietsbenefiet om aandacht te vragen voor het mentale welzijn van boeren en boerinnen. De opbrengst gaat naar Boeren op een Kruispunt.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Boerenbond bracht landbouwers in Ronse en Wetteren samen rond slim energiebeheer, met praktische inzichten over zonnepanelen, batterijen en kosten op het erf.