Preidag toont hoe de preiteelt verder kan verduurzamen
Hoe hou je prei rendabel en kwaliteitsvol in een teelt die tegelijk met klimaatuitdagingen, een beperktere middelenkeuze en een groeiende arbeidskost wordt geconfronteerd? Die brede vraag stond centraal tijdens de Preidag bij Viaverda.
Ruim 230 deelnemers kregen eerst een blik op de markt en de keten en trokken daarna langs zes onderzoeksthema’s op de proefvelden. Van bemesting en rassenkeuze over onkruid- en tripsbestrijding tot automatisering: de rode draad was dat efficiëntie steeds meer gezocht wordt in een combinatie van maatregelen.
Van markt tot veld
De Belgische preiteelt blijft een belangrijke speler op de internationale markt. Volgens VLAM werd in 2025 ongeveer 113.000 ton prei voor de versmarkt geproduceerd op 2.770 hectare. België is bovendien wereldwijd de grootste exporteur van prei. Tegelijk blijft de binnenlandse consumptie vrij stabiel met ongeveer 61 procent van de Belgische gezinnen die in het voorbije jaar prei kocht.
Dat maakt een goede afstemming tussen teler en afnemer belangrijk. Tom Bolsens van Bakker Belgium lichtte toe hoe het bedrijf samen met Delhaize en een netwerk van vaste telers werkt aan een langetermijnbenadering. Daarbij staat de vraag vanuit de markt centraal, met afspraken rond volume, kwaliteit en duurzaamheid. Voor prei gaat het om meer dan 9 miljoen stuks per jaar, waarvan ruim 2 miljoen kg van Belgische oorsprong.
Rudy Croket van Groentenhof/Fresh2B illustreerde dat vanuit het telersbedrijf. Het familiebedrijf teelt dit jaar 52 hectare prei en 15 hectare venkel en werkt al sinds 1998 samen met Delhaize. Door teelt en vermarkting nauw op elkaar af te stemmen, probeert het bedrijf de productie zo goed mogelijk af te stemmen op de vraag. Tegelijk zijn automatisering, waterbeheer, omgaan met gewasbescherming, bodembeheer en het verlagen van arbeidskosten belangrijke thema’s voor de toekomst.
Bij bemesting lag de nadruk op het belang van een beredeneerde aanpak. Een staalname om de stikstofvrijstelling tijdens het teeltseizoen te bepalen, kan helpen om de bemesting beter af te stemmen op de behoefte van het gewas. Geef daarbij de nodige teeltinformatie mee en volg het bemestingsadvies. Door staalnames voor de verplichte bemonstering in de groenteteelt en voor de bijbemesting in het najaar (SNApp2) waar mogelijk te combineren, kunnen telers hun bemesting beter onderbouwen.
Ook fertigatie biedt mogelijkheden om nutriënten gerichter toe te dienen. In eerder onderzoek werd bij fertigatie een vergelijkbare opbrengst behaald met 30 procent minder bemesting en een lager nitraatresidu. Daarbij is het belangrijk om ook de watergift mee in rekening te brengen: fertigatie combineert immers bemesting met irrigatie. Zeker in een droog seizoen kan ook die watervoorziening de teeltresultaten beïnvloeden.
Bij de onkruidbestrijding werd diezelfde gedachte doorgetrokken naar gewasbescherming. De huidige middelenkeuze maakt het steeds belangrijker om correcties gericht uit te voeren. Met de Ecorobotix kunnen camera’s onkruiden herkennen en alleen plaatselijk behandelen.
‹
›
Maar de belangrijkste les uit de proef blijft volgens Jonas Bodyn van Viaverda dat onkruiden zo vroeg mogelijk moeten worden aangepakt. Vooral aardappelopslag, kleine majer en doornappel zijn moeilijk te beheersen. Plaatsspecifiek spuiten met de Ecorobotix kan helpen om moeilijk bestrijdbare onkruiden gericht aan te pakken, maar is vooral interessant wanneer ze nog klein zijn. De machine is minder geschikt om een perceel met veel of al uitgegroeid onkruid achteraf op te kuisen na een onvoldoende geslaagde onkruidbestrijding. Bovendien blijft de erkende dosering gelden: minder behandelde oppervlakte betekent niet dat een hogere concentratie mag worden gebruikt.
Automatisering moet zich economisch bewijzen
Ook het automatisch planten werd tijdens de Preidag gedemonstreerd. In een proef werd de Agriplanter vergeleken met twee gangbare plantmethodes. De extreme weersomstandigheden van dit seizoen maakten de proef extra interessant, want na een natte start (specifiek in regio Kruisem) volgde een lange, warme en droge periode waarin de groei sterk vertraagde.
Bij een eerste beoordeling stond de Basrijs-aanplant er het best voor. Op tien lopende meter werd voorlopig 19,5 kg geoogst, tegenover 16,3 kg bij de ruggen en 13,5 kg bij de Agriplanter. Die cijfers zijn nog niet definitief en de proef wordt verder opgevolgd.
‹
›
De techniek zelf biedt wel mogelijkheden om de arbeidsbehoefte te verlagen. Het nieuwe project Autoplant zal daarom de komende twee seizoenen verder onderzoeken welke plantmaterialen, machines en werkwijzen in prei en ui het meest geschikt zijn.
Trips vraagt een geïntegreerde aanpak
Trips vormde dit seizoen opnieuw een groot knelpunt. De hoge temperaturen stimuleerden de ontwikkeling van de plaag, terwijl de droge omstandigheden de groei van de prei tijdelijk afremden. Verschillende factoren kunnen verklaren waarom behandelingen niet altijd het gewenste effect hadden. Wanneer de planten weinig groeien, verloopt ook de opname van middelen mogelijk minder goed. Bovendien kan een dikkere waslaag op de bladeren de opname bemoeilijken, waardoor trips moeilijker te bestrijden is.
In de proeven van Viaverda leverden verschillende extra behandelingen en aangepaste spuittechnieken geen duidelijke verbetering op. Ook technieken zoals rijenbespuiting en een dubbele passage zorgden niet voor een overtuigend beter resultaat. Een opvallend resultaat kwam daarentegen van insectengaas. Zowel een rood als een fijn transparant net zorgde voor ongeveer 50 procent minder tripschade. Wel moet nog worden bekeken hoe deze techniek praktisch en economisch kan worden ingepast en welke invloed ze heeft op nuttige insecten.
Ook natuurlijke vijanden werden tijdens de rondgang belicht. Rooftripsen en andere predatoren zijn aanwezig in het gewas, maar hun populatie volgt de plaag vaak met vertraging. Hoe hun bijdrage kan worden ingepast in een rendabele strategie, is dan ook onderwerp van verder onderzoek.
Ook ras en praktische bedrijfsvoering tellen mee
De rondgang eindigde niet bij gewasbescherming. In de rassenproeven konden telers verschillende rassen voor de zomerteelt en vroege herfstteelt naast elkaar bekijken. Dat blijft belangrijk in een teelt waarin groeiseizoen, opbrengst, kwaliteit en afzet samen bepalen welk ras het beste past bij een bedrijf.
Tot slot kregen de bezoekers toelichting bij de nieuwe Code Goede Praktijk voor vul- en spoelplaatsen en watercaptatiepunten. Die moet helpen om het risico op puntvervuiling door gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Daarbij kwamen ook praktische oplossingen aan bod, zoals de fytobak en de Remdry-opstelling.
De Preidag bracht dus veel meer dan een reeks losse proeven. Van markt en afzet over bemesting en rassenkeuze tot mechanisatie en plaagbeheersing kwam telkens dezelfde uitdaging terug. Hoe kunnen preitelers met minder input, meer onzekerheid en stijgende kosten toch kwaliteitsvol en rendabel blijven produceren? De antwoorden zullen duidelijk niet uit één nieuwe techniek komen, maar uit het slim combineren van verschillende maatregelen.
Vlaamse bedrijven die afvalwater lozen op oppervlaktewater moeten vanaf 2027 een fors hogere heffing betalen. Boerenbond pleit voor haalbare investeringssteun en een geleidelijke verhoging.
Op 20 november bespreken de EU en het VK de voortgang van het SPS-akkoord. Voor Vlaamse plantenexporteurs kan dat op termijn minder certificaten en grenscontroles betekenen. Wanneer de regels veranderen, staat nog niet vast.
Boer&Bondig ontdekt waarom de dag van de boerin zo relevant is, zet de puntjes op de 'i' over de nationale parken en sprokkelt nieuws bij Agro Expo Vlaanderen.
De aanpassing van de fytolicentieregels verduidelijkt hoeveel en welke opleidingen verplicht zijn. Ook komen er heel wat bijkomende mogelijkheden om te sanctioneren. Ontdek wat er verandert en wat dit betekent voor fytolicentiehouders.
Het organischestofgehalte verhogen in de bodem wordt terecht als een belangrijke hoeksteen gezien van agro-ecologische landbouw. Maar in Vlaamse bodems is de pH evenzeer een werkpunt, net als het voorkomen van bodemverdichting
Met het impulsprogramma ‘7 voor 27’ wil Vlaanderen de waterkwaliteit versneld verbeteren. Ontdek welke zeven acties tegen 2027 voor schoner water en gerichter beleid moeten zorgen.
Een bedrijfsbatterij kopen is één ding, maar ze zo efficiënt mogelijk gebruiken een ander. Tijdens een drukbijgewoonde Boerenbond-demodag over slimme sturingen in Lokeren kregen de deelnemers een inkijk in de boeiende maar complexe energiemarkt.
De Optica S haalt niet alleen verontreinigingen uit de aardappelstroom, maar verzamelt ook kwaliteitsdata. Die informatie kan bewaring in de toekomst beter afstemmen op de partij.
Nieuwe actieve stoffen tegen Phytophthora laten mogelijk op zich wachten. Daarom is een doordachte afwisseling van beschikbare middelen cruciaal om resistentie te beperken en hun werking te behouden.
Infobordjes in de Druivenstreek leggen uit hoe beschermings- en bufferstroken bijdragen aan schoner water en meer biodiversiteit, en vragen voorbijgangers de stroken te respecteren.
Na 600 draaiuren vertelt melkveebedrijf Deraedt-D’Hallewin hoe de autonome Kuhn AURA het voeren automatiseert, tijd bespaart en zich in de dagelijkse praktijk bewijst.
Agro-Expo Vlaanderen verhuist in 2028 van Roeselare naar Kortrijk Xpo, waar van 26 tot 28 februari extra ruimte en een groter bereik nieuwe kansen zullen bieden voor exposanten, bezoekers en innovatie in de landbouw.