Land- en tuinbouwbedrijven die hun afvalwater rechtstreeks op oppervlaktewater lozen, gaan vanaf 2027 geconfronteerd te worden met een forse stijging van de heffing op waterverontreiniging. In het kader van de Vlaamse begrotingsopmaak 2027 wordt voorgesteld om het basiseenheidstarief voor oppervlaktewaterlozers sterk op te trekken. Boerenbond vraagt de Vlaamse Overheid om eerst bedrijfsinvesteringen in circulair watergebruik en zuiveringstechnieken te stimuleren alvorens ze de heffing fors verhoogt.
Wat is de heffing op waterverontreiniging?
De heffing op waterverontreiniging wordt berekend door de geloosde vervuilingseenheid te vermenigvuldigen met het eenheidstarief. In de landbouw bepaalt men de vervuilingseenheid veelal via een forfaitaire berekening met sectorgebonden omzettingscoëfficienten. De heffing houdt niet alleen rekening met het geloosde volume maar ook met de samenstelling van het afvalwater.
Wie water gebruikt en afvalwater produceert, kan onderworpen zijn aan een heffing op waterverontreiniging. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen groot- en kleinverbruikers. Grootverbruikers zijn watergebruikers met een jaarlijks waterverbruik van meer dan 500 m³. Zij zijn aangifteplichtig bij de VMM.
Voor kleinverbruikers met een eigen waterwinning veranderde de regeling vanaf heffingsjaar 2026. De heffing is dan enkel nog van toepassing op eigen waterwinningen in individueel te optimaliseren buitengebied, de zogenaamde rode clusters op het zoneringsplan. In deze gebieden wordt geen collectieve afvalwaterzuivering via riolering naar een zuiveringsstation voorzien.
Voor eigen waterwinningen in andere zones wordt de heffing vervangen door een bovengemeentelijke vergoeding. Die wordt vanaf 1 januari 2026 door de waterbedrijven aangerekend, naast de gemeentelijke vergoeding voor de afvoer van afvalwater.
Forse verhoging van de heffing
Voor bedrijven die rechtstreeks op oppervlaktewater lozen, is het eenheidstarief nu aanzienlijk lager dan voor bedrijven die op de riolering lozen. Voor heffingsjaar 2026 bedraagt het basiseenheidstarief 22,64 euro per vervuilingseenheid (VE) voor oppervlaktewaterlozers, tegenover 45,53 euro per VE voor rioollozers. Na indexering bedragen die tarieven respectievelijk 45,70 en 91,91 euro per VE.
In het kader van de begrotingsopmaak 2027 ligt een voorstel voor om de basiseenheidstarieven voor oppervlaktewaterlozers en rioollozers meer naar elkaar toe te brengen. Concreet zou het basiseenheidstarief voor oppervlaktewaterlozers stijgen van 22,64 naar 39,77 euro per vervuilingseenheid. Dat is een verhoging van ongeveer 76%.
Als motivering wordt onder meer verwezen naar het ‘vervuiler betaalt’ principe en naar de economische prikkel om de geloosde vuilvracht verder te beperken. De maatregel moet het MINA-fonds in 2027 naar schatting 18,2 miljoen euro opleveren. Hierbij gaat men uit van een gelijke vuilvracht.
Een hogere factuur alleen zuivert geen water
Oppervlaktewaters maken in tegenstelling tot rioollozers geen gebruik van collectieve zuiveringsinfrastructuur en investeren zelf in zuiveringstechnieken om hun afvalwater te behandelen.
Investeringen op bedrijfsniveau botsen vaak op praktische en administratieve hindernissen. Een verdere daling van de vuilvracht vraagt nieuwe producten, nieuwe technieken en het sluiten van waterkringlopen, maar de erkenning ervan en de vergunning van waterinfrastructuur verlopen vaak traag. Wie bedrijven via een hogere heffing wil stimuleren om hun vuilvracht verder te reduceren, moet er tegelijk voor zorgen dat investeringen die dat mogelijk maken snel en werkbaar vergund kunnen worden.
De opbrengst van de maatregel gaat nu naar de MINA-fonds. Boerenbond vraagt dat de opbrengst terugvloeit naar de sector, bijvoorbeeld voor innovatie en investeringen in duurzaam watergebruik.
Daarnaast pleit Boerenbond voor een geleidelijke verhoging van de heffing in plaats van een onmiddellijke stijging met 76%.
De nieuwe meetmethode en uitdagende weersomstandigheden zorgen voor onrust over de nitraatresiducampagne 2026. Herbekijk het webinar en deel je resultaten via het meldpunt.
Vogelgriep en Newcastle disease rukken wereldwijd op. Lees waarom pluimveehouders extra alert moeten zijn en wat het belang is van een regelmatige doorlichting van de bioveiligheidsmaatregelen.
De bewakingszone Balen wordt opgeheven, maar door de toenemende vogelgriepdruk roept het FAVV pluimveehouders op om de bioveiligheid meteen aan te scherpen en hun vogels af te schermen.
Het nieuwe Beleidsplan Ruimte West-Vlaanderen erkent landbouw als pijler van open ruimte en economie. Wat betekenen de keuzes rond water, bodem en hergebruik concreet voor landbouwbedrijven?
Vanaf 2027 wil Vlaanderen elk regionaal landschap tot 150.000 euro per jaar geven. Zo krijgen de achttien landschappen meer zekerheid om lokale projecten voor natuur, water en groen te begeleiden.
De Vlaamse uienteelt is in vijftien jaar verviervoudigd. Ontdek waarom aardappeltelers voor uien kiezen, wat de cijfers zeggen over de rentabiliteit en welke risico’s de teelt met zich meebrengt.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns selecteerde vijf koplopers en twintig kandidaat-koplopers als gebiedscoalities. Ondek hier welke gebieden geselecteer zijn.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Na de recente regen wordt het tijdelijke verbod op wateronttrekking in elf zones rond de Dijle en de Winge opgeheven. In andere stroomgebieden blijft het verbod voorlopig gelden.