Beleidsplan Ruimte Vlaanderen: erkenning van land- en tuinbouw als strategische sector
De Vlaamse Regering heeft een akkoord gevonden over het voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), met daarin ook een nieuw beleidskader "Ruimte voor land- en tuinbouw". Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en bepaalt de krijtlijnen voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen voor de komende decennia. Het nieuwe ontwerp bevat een aantal duidelijke en belangrijke keuzes voor de land- en tuinbouwsector. Boerenbond ziet heel wat positieve elementen, maar toch ook nog een aantal aandachtspunten en bezorgdheden.
Land- en tuinbouw van strategisch belang
Het plan vertrekt terecht expliciet vanuit dat strategische belang van de Vlaamse land- en tuinbouw voor onze voedselzekerheid. De Vlaamse Regering erkent hiermee de cruciale economische en maatschappelijke rol van de sector als leverancier van voedsel, grondstoffen en ecosysteemdiensten. Landbouw wordt gezien als een economische motor die de basis vormt voor onze agrovoedingsketen en die bovendien in belangrijke mate het uitzicht van het Vlaamse landschap bepaalt. Binnen het landbouwgebied wordt landbouw als hoofdgebruiker benoemd.
Voldoende ruimte voor landbouw: 765.000 ha
Het is logisch dat voor voedselproductie ruimte nodig is. Het ontwerpplan stelt daarom als doelstelling 765.000 ha resterend agrarisch gebied voorop.Die oppervlaktedoelstelling is belangrijk, maar een cijfer op papier volstaat niet. Ook de ligging, bodemkwaliteit, bereikbaarheid en samenhang van landbouwgronden bepalen of landbouwbedrijven toekomstgericht kunnen functioneren. De realisatie van natuur-, bos- water- en andere openruimtedoelstellingen moet daarom gelijktijdig en transparant worden afgewogen met de landbouwdoelstelling. Boerenbond vraagt daarbij maximaal in te zetten op planologische ruil, zodat bestemmingen beter aansluiten bij het feitelijke gebruik en zo veel mogelijk volwaardige landbouwgrond behouden blijft.
Er wordt duidelijk gesteld dat een deel van de agrarische structuur verweven is met bos en natuur. 70.000 ha in agrarisch gebied wordt daarom als natuurverwevingsgebied aangeduid. Het is belangrijk dat hierbij wordt gekozen voor een stimulerend beleid dat kan worden ingezet op verhogen van de natuur- en landschapswaarden.
Belangrijk is ook nog dat het herbevestigd agrarisch gebied opnieuw uitdrukkelijk wordt benoemd. Wanneer dat gebied in de toekomst toch nog zou worden herbestemd, geldt een compensatienorm.
Toegang tot grond en inzet van publieke landbouwgronden
Het beleidsplan erkent dat grond de basis blijft voor Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven. Toegang tot grond wordt daarom terecht gezien als een fundament voor weerbare landbouwbedrijven. Het plan erkent dat de beschikbaarheid van publieke landbouwgronden een directe impact heeft op de toekomst van heel wat Vlaamse landbouwbedrijven. Het is positief dat in actie wordt voorzien om het agrarisch gebruik van die publieke landbouwgronden te garanderen. De publieke landbouwgrond wordt echter ook voor andere doelstellingen aangezocht. Het is van belang dat het langdurig landbouwgebruik dan voorrang krijgt of minstens ingebed wordt.
Aanpak van zonevreemd gebruik
Het landbouwgebied staat onder druk, onder meer door zonevreemd gebruik. Daarom zal er gewerkt worden met een strikt en eenduidig beoordelingskader voor nieuwe zonevreemde functiewijzigingen. De Vlaamse Regering wil de regels voor functiewijzigingen evalueren, landbouwsites maximaal voor landbouw behouden en sterker inzetten op agrarisch hergebruik van vrijkomende sites. Ook de positie van jonge landbouwers krijgt daarbij legitieme aandacht.
Nieuwe vorm van beheerplannen met meer flexibiliteit
Het beleidskader voor landbouw wil met een nieuwe vorm van beheerplannen voorkomen dat de aanleg van natuur op percelen een beperking inhoudt voor landbouwers. Zo’n beheerplan biedt nieuwe kansen. Het moet het mogelijk maken om tijdelijke natuur toe te laten: landbouwers kunnen inzetten op natuur, zonder dat die hen later in de bedrijfsvoering beperkt.
Ook nog aandachtspunten
Het BRV gaat niet alleen over landbouwgrond. Het bepaalt mee waar Vlaanderen in de toekomst ruimte maakt voor wonen, economie, energie, water, natuur, mobiliteit en voedselproductie. Precies omdat al die ruimtevragen samenkomen in een dichtbevolkte regio, is een helder afwegingskader nodig. Voor Boerenbond betekent dit dat landbouw niet als restbestemming mag worden behandeld, nadat andere ruimteclaims zijn ingevuld, maar van bij de start als een volwaardig economisch en maatschappelijk belang moet worden meegewogen.
Het voorontwerp bevat talrijke acties verspreid over verschillende beleidskaders. Wat nog ontbreekt, is één samenhangend actieprogramma dat duidelijk maakt hoe die acties zich tot elkaar verhouden, welke prioriteiten gelden, hoe de voortgang wordt gemonitord en welke financiering beschikbaar is. Zonder zo’n overkoepelend kader dreigen doelstellingen naast of zelfs tegenover elkaar te worden uitgevoerd. Boerenbond vraagt daarom een transparante ruimteboekhouding, periodieke evaluatie en een duidelijk zicht op de budgettaire en ruimtelijke gevolgen.
Ook het specifieke beleidskader voor landbouw bevat enkele elementen die nog wat bezorgdheid oproepen. Zo wordt sterk ingezet op het principe dat het fysisch systeem mee sturend is. Daarbij krijgen bodem, waterhuishouding en klimaatadaptatie een grotere rol in toekomstige ruimtelijke keuzes, terwijl het minder duidelijk is welke impact dat kan hebben op het productief areaal.
Ook de ambitie om AGNAS-processen te versnellen, ook op het vlak van bijkomende bos- of natuuraanduiding, de ambities rond natuurverweving, groenblauwe dooradering, en het uitdoven van landbouwgebruik in groene bestemmingen, roepen nog vragen en bezorgdheden op.
De doelstellingen voor bos, natuur, en water zijn legitiem, maar mogen niet automatisch of eenzijdig op landbouwgrond terechtkomen. Eerst moeten de verschillende ruimteclaims objectief in beeld worden gebracht en tegen elkaar worden afgewogen.
Waar landbouwers bijdragen aan waterberging, natuurbeheer, landschapszorg of andere ecosysteemdiensten, moeten duidelijke en vrijwillige afspraken mogelijk zijn, gekoppeld aan een correcte vergoeding. Dergelijke maatschappelijke opgaven mogen niet stilzwijgend worden doorgeschoven naar de individuele landbouwer. Ook bij herbestemmingen, vernatting of het uitdoven van landbouwgebruik zijn rechtszekerheid, volwaardige compensatie en respect voor bestaande investeringen onmisbare voorwaarden.
Duurzame landbouw mag in het ruimtelijk beleid niet worden vereenzelvigd met één bedrijfsmodel, teelt of productiewijze. Zowel gangbare, biologische, grondgebonden, intensieve als innovatieve bedrijfsvormen kunnen bijdragen aan duurzaamheid en voedselzekerheid. Het BRV moet daarom voldoende ruimte laten voor teeltvrijheid, ondernemerschap, technologische vernieuwing en veranderende marktomstandigheden.
Het verdere traject
Het huidige document betreft nog een voorontwerp. Op dit voorontwerp kan inspraak geleverd worden door de lokale besturen en –via de strategische adviesraden- door het middenveld. Over het –in functie daarvan al dan niet aangepaste- ontwerp wordt vervolgens opnieuw een adviesronde gehouden, ditmaal mét een openbaar onderzoek , zodat alle stakeholders en het ruime publiek feedback kunnen geven.
Boerenbond zal het verdere traject constructief maar kritisch opvolgen. We ondersteunen de erkenning van landbouw als strategische sector en de ambitie om voldoende landbouwruimte te vrijwaren. Tegelijk vragen we dat de Vlaamse Regering de verschillende ruimteclaims samen beoordeelt, landbouwers en andere terreinactoren tijdig betrekt en de uitvoering koppelt aan rechtszekerheid, financiering en een volwaardig flankerend beleid. Alleen zo kan het BRV uitgroeien tot een breed gedragen langetermijnplan voor een productief, leefbaar en klimaatrobuust Vlaanderen.