Nieuws uit Europa - Omnibus X zet stap vooruit en hernieuwing bestuur bij Copa-Cogeca
De EU wil haar concurrentievermogen versterken zonder haar economische, sociale, gezondheids- en milieudoelstellingen uit het oog te verliezen. Een eenvoudiger en efficiënter regelgevingskader moet daarbij helpen. Via zogenoemde omnibuspakketten bundelt de Europese Commissie meerdere wetswijzigingen in één hervormingspakket.
(Kleine) stap vooruit voor Omnibus X
Met het nieuwe pakket voor voedsel- en voederveiligheid - Omnibus X of de Food and Feed Safety Omnibus - wil de Commissie de regelgeving rond gewasbeschermingsmiddelen, biociden en landbouwdrones vereenvoudigen. Doel is om toelatingsprocedures te versnellen, administratieve lasten te verlagen en innovatie meer kansen te geven. Vandaag duren Europese procedures vaak veel langer dan elders in de wereld, wat de concurrentiepositie van landbouwers onder druk zet. Deze week keurden de EU-lidstaten het onderhandelingsmandaat van de Raad goed over het resterende deel van Omnibus X.
Wat ligt er op tafel?
Concreet wil de Raad voor 'zeer gevaarlijke pesticiden' de maximale residulimieten (MRL's) op ingevoerde producten verlagen tot het technisch nulpunt, met uitbreiding naar stoffen die onaanvaardbare risico’s vormen voor honingbijen of grondwater. Voor gewasbeschermingsmiddelen komen snellere procedures voor biologische bestrijdingsmiddelen, terwijl laagrisicostoffen onbeperkte toelatingen kunnen krijgen en andere stoffen langere goedkeuringsperiodes krijgen. Ook voor biociden worden de goedkeuringsperiodes verlengd. Daarnaast worden de regels voor diervoederadditieven vereenvoudigd, onder meer door de verplichte periodieke hernieuwing voor de meeste additieven te schrappen en digitale etikettering mogelijk te maken. Ten slotte worden de regels rond fermentatieproducten met genetisch gemodificeerde micro-organismen verduidelijkt. De Raad wil tegen eind 2026 met het Europees Parlement tot een akkoord over het volledige pakket komen.
Dat is een stap in de goede richting, maar hier is nog geen resultaat mee zichtbaar op korte termijn. Er zijn nog veel politieke meningsverschillen in het Europees Parlement, de weg naar een definitieve aanpassing is dus nog lang maar wel broodnodig.
Wat ontbreekt?
De nood aan snellere procedures en een sterkere wederzijdse erkenning tussen lidstaten is groot. Toch dreigt het voorstel uit balans te raken. De vereenvoudigingen richten zich vooral op biologicals, terwijl conventionele gewasbeschermingsmiddelen dezelfde complexe procedures blijven doorlopen. Boerenbond en de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca benadrukken al langer dat biologische alternatieven nog niet voor alle teelten en plagen een volwaardig antwoord bieden. Landbouwers hebben nood aan een brede toolbox met zowel biologische als conventionele middelen. Een verschil in erkenningsprocedure maakt het terug complexer.
Daarom pleiten we voor snellere toelatingsprocedures voor alle gewasbeschermingsmiddelen, gecombineerd met voldoende lange overgangsperiodes wanneer producten van de markt verdwijnen. Bij de beoordeling van dossiers moet niet alleen naar risico’s worden gekeken, maar ook naar economische haalbaarheid, voedselzekerheid en de beschikbaarheid van alternatieven. Uiteraard moeten daarbij steeds de nieuwste wetenschappelijke inzichten worden toegepast.
Nood aan efficiënter systeem
De nood aan een efficiënter systeem blijkt uit de cijfers. Momenteel zijn ongeveer 420 actieve stoffen goedgekeurd op Europees niveau, waarvan zowat 200 vastzitten in een herkeuringsprocedure. Hoewel zo’n procedure normaal drie tot vier jaar zou mogen duren, loopt ze in de praktijk vaak op tot tien jaar. In de voorbije tien jaar verdwenen 89 actieve stoffen van de markt, terwijl slechts één nieuwe stof werd goedgekeurd. Daardoor raken Europese landbouwers achterop tegenover concurrenten in Noord- en Zuid-Amerika, waar innovaties veel sneller beschikbaar zijn.
Een vlottere doorstroming van innovaties is cruciaal. Omnibus X kan daarin een belangrijke stap vooruit zijn, maar verduurzaming kan alleen slagen wanneer landbouwers toegang behouden tot voldoende doeltreffende gewasbeschermingsmiddelen, zowel biologisch als conventioneel.
Daarnaast pleiten Boerenbond en Copa-Cogeca voor een eenvoudiger gewasbeschermingsmiddelenregister, een vlottere uitwisseling van fytolicenties tussen lidstaten en een verdere versterking van de wederzijdse erkenningen tussen lidstaten. Op termijn moet een erkenning in één lidstaat automatisch kunnen gelden in andere lidstaten, iets wat op vandaag helaas afgezwakt wordt in de Europese raad. Vooral voor kleine teelten biedt dat kansen: minder administratie, lagere kosten en een sneller beschikbaar aanbod van gewasbeschermingsmiddelen, zonder in te boeten aan kwaliteit, veiligheid of betrouwbaarheid. Zo kan Omnibus X uitgroeien tot een echte vereenvoudiging in plaats van een gemiste kans.
MRL’s: bescherming én rechtszekerheid
Ook voor maximale residulimieten (MRL’s) is een evenwichtige aanpak nodig. De EU moet over voldoende slagkracht beschikken om MRL’s van bijzonder gevaarlijke stoffen opnieuw te beoordelen, ook wanneer residuen voortvloeien uit toepassingen die in derde landen zijn toegelaten.
Een verlaging van MRL’s mag r alleen gebeuren op basis van een risicobeoordeling door EFSA en een grondige effectbeoordeling. Daarbij moeten ook de gevolgen voor de Europese voedsel- en voederketen en de internationale verplichtingen van de EU worden meegewogen.
Het huidig voorstel schrapt het begrip “invoertolerantie”, maar goede landbouwpraktijken (GAP’s) in derde landen kunnen wel een basis blijven om MRL’s vast te stellen. Voor producten die al op de markt zijn gebracht of opgeslagen, zijn duidelijke overgangsregelingen noodzakelijk. Zo worden voedselveiligheid, eerlijke handel en rechtszekerheid met elkaar verzoend.
-----
Herbenoeming voorzitters bij Europese koepel Copa-Cogeca
Bij de Europese koepelorganisatie Copa-Cogeca werden de voorzitters herbenoemd. Zij staan in stelling om de landbouwsector de volgende periode door woelig Europees water te loodsen.
Copa - Vertegenwoordiger van ruim 22 miljoen Europese boeren via nationale landbouworganisaties
De Europese landbouwers bevestigden Massimiliano Giansanti van het Italiaanse Confagricoltura als voorzitter van Copa voor de komende twee jaar. Als landbouwondernemer runt Giansanti samen met zijn familie landbouwbedrijven die zich voornamelijk toeleggen op de productie van Parmigiano Reggiano, graangewassen, kiwi’s en zuivelproducten, en daarnaast op zonne-energie.
Giansanti bevestigt te blijven strijden voor een sterk Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, voor een groter budget dat gelijke tred houdt met de inflatie, voor verdere vereenvoudiging en voor een coherent Europees handelsbeleid. Massimiliano Giansanti zet zijn voorzitterschap voort samen met zijn team van zes herverkozen ondervoorzitters: Nikolaus Berlakovich (LKÖ, Oostenrijk), Søren Søndergaard (DAFC, Denemarken), Franck Sander (FNSEA, Frankrijk), Pedro Barato (ASAJA, Spanje), Jan Doležal (AKCR, Tsjechië) en Francie Gorman (IFA, Ierland).
Cogeca - Vertegenwoordiger van 22.000 agrarische coöperaties en bedrijven in de agrovoedings-, bosbouw- en visserijsector
Lennart Nilsson, akkerbouwer en vertegenwoordiger van de Zweedse organisatie LRF, werd bevestigd als voorzitter van Cogeca. Zijn mandaat loopt gedurende heel 2027. Sinds 1990 runt Lennart samen met zijn familie een landbouwbedrijf met Charolais-runderen, akkerland en grasland.
Lennart Nilsson verklaarde dat voor de Europese landbouwcoöperaties de strijd dezelfde is als die van landbouwers in heel Europa. Het ondersteunen van investeringen in landbouwcoöperaties en het vrijwaren van de stabiliteit van onze eengemaakte markt moeten centraal staan in de lopende onderhandelingen over het GLB en het meerjarig financieel kader (MFK).
Lennart Nilsson blijft ondersteund door de volgende zes ondervoorzitters: Agnieszka Maliszewska (Federacja Branżowych Związków Producentów Rolnych, Polen), Leonardo Pofferi (Alleanza delle Cooperative Italiane, Italië), Florentin Bercu (Alliance for Agriculture and Cooperation, Roemenië), Mickaël Marcerou (La Coopération Agricole, Frankrijk), Christian Høegh-Andersen (Landbrug & Fødevarer, Denemarken) en Idalino Leão (Confederação Nacional das Cooperativas Agrícolas e do Crédito Agrícola de Portugal, Portugal).