Biogas op het landbouwbedrijf: van mest tot meerwaarde
Thema Energie | In gesprek met Lisa Deraedt en Céline Wyffels Gerrit Budts
Céline Wyffels en Lisa Deraedt
De Vlaamse biogassector is volop in transitie. Voor landbouwers zijn pocketvergisters een kans om bedrijfseigen verse mest op te waarderen en tegelijk de broeikasgasemissies op het landbouwbedrijf fors te verlagen. Als Vlaams kennisplatform vormt Biogas-E al sinds 2004 een schakel tussen beleid, industrie en landbouw om de toepassing van biogas duurzaam te versterken. Experts Lisa Deraedt en Céline Wyffels delen hun visie en duiden de kansen voor landbouw.
Wat is precies de rol van Biogas-E?
Lisa: “We zijn het Vlaamse kennisplatform voor anaerobe vergisting en willen vooral als brug fungeren tussen het beleid, landbouw, universiteiten en de industrie. We zijn geen lobbyorganisatie, maar wel een neutraal aanspreekpunt waar alle mogelijke partijen welkom zijn.”
Céline: “De oprichting dateert van 2004, als spin-off van de vakgroep milieukunde van de Hogeschool West-Vlaanderen (HoWest). We volgen alles op wat met biogas te maken heeft. Dat behelst de volledige keten, van inputstromen tot het vergistingsproces en de outputs zoals elektriciteit, warmte, de injectie van biomethaan, biogene
Wie is jullie publiek?
Lisa: “In eerste plaats onze leden. Dat zijn voor een groot deel biogasproducenten, maar we capteren de volledige keten, met ook toeleveranciers, labo’s, consultancybedrijven, energieleveranciers, kennisinstellingen en organisaties als Inagro en Boerenbond. We werken verder goed samen met verschillende overheidsadministraties, die steeds meer beroep doen op onze expertise. Voor onze leden voorzien we concrete begeleiding, maar iedereen die op de hoogte wil blijven kan zich inschrijven op onze nieuwsbrief. Ons doel is om de kennis rond biogas zo ruim mogelijk te verspreiden.”
Wanneer kan je spreken van biogas?
Lisa: “Biogas ontstaat uit de afbraak van organische reststromen in zuurstofarme omstandigheden. Vandaar dat we technisch gezien steeds spreken over anaerobe vergisting. Die omzetting gebeurt door een samenspel van micro-organismen. Tijdens het proces komt een mengsel van gassen vrij dat naast wat onzuiverheden gemiddeld genomen bestaat uit ongeveer 60% methaan en 40% koolstofdioxide. De finale output is dus enerzijds een hernieuwbaar gas dat op verschillende manieren gevaloriseerd kan worden en anderzijds een voedingrijke reststroom, digestaat. Een gekende toepassing is de verbranding in een wkkmotor om warmte en elektriciteit op te wekken. Een andere toepassing is verdere opzuivering van biogas tot biomethaan, een alternatief voor fossiel aardgas, waarbij het gas bestaat uit meer dan 98% methaan. Omdat biogas continu beschikbaar is, vormt het een goede aanvulling op weersafhankelijke hernieuwbare bronnen zoals zonne- en windenergie. Zo kan biogas mee de energietransitie ondersteunen en de uitstoot van broeikasgassen verlagen.”
Wint de productie van biogas aan belang in Vlaanderen?
Lisa: “Ons nieuwste voortgangsrapport toont aan dat de Vlaamse biogassector volop in transitie is, met een stabiele productie van groene stroom en een duidelijke doorbraak van biomethaan. Jaarlijks wordt er meer dan 3 miljoen ton organische stromen vergist. Dat gebeurt voornamelijk bij grootschalige vergisters, met vandaag zo’n 86 operationele installaties in Vlaanderen, maar ook bij kleinschalige of pocketvergisters op landbouwbedrijven.”
Céline: “Van dergelijke kleinschalige installaties zijn er momenteel 49 actief, die samen naar schatting zo’n 5 GWh aan elektriciteit opleveren. In theorie is dat genoeg voor 1.500 gezinnen, maar in de praktijk wordt de geproduceerde elektriciteit en warmte vooral gebruikt voor eigen voorziening op het landbouwbedrijf.”
Wat is het potentieel?
Céline: “De ambities in het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) liggen hoog, waarbij de regering wil evolueren naar meer dan 400 pocketvergisters op melkveebedrijven en meer dan 100 op varkensbedrijven. De Vlaamse overheid ziet pocketvergisting op landbouwbedrijven als een cruciale hefboom om de uitstoot van broeikasgassen uit mestopslag te verminderen. Maar ook bij grootschaligere installaties, zoals mestverwerkers liggen nog kansen. Mestvergisting kan eenvoudig geïntegreerd worden als aanvullende stap binnen de bestaande mestverwerkingsketen. De klassieke verwerkingstechnieken blijven daarbij toepasbaar op de resulterende digestaatstroom, terwijl vergisting bijkomende voordelen creëert door methaanverliezen te beperken, hernieuwbare energie te produceren en de eigenschappen van de meststroom te verbeteren.”
We missen een concrete visie en stappenplan voor biogas en biomethaan. In vergelijking met de Europese koplopers blijft Vlaanderen een kleine speler.
Dan moeten er eerst wat drempels worden weggewerkt.
Lisa: “Klopt. De hoge investeringskost, onwetendheid over het proces en de complexe administratie en vergunningstrajecten zijn de belangrijkste drempels. Wij proberen onze kennis en informatie zo goed en duidelijk mogelijk te verspreiden. Het verder versoepelen van de vergunningverlening is een taak van de overheid. Na de introductie van pocketvergisting, zo’n 15 jaar geleden, doken er operationeel wat kinderziektes op, maar de technologie staat intussen volledig op punt en evolueert mee met de huidige noden. Een pocketvergister blijft een ideale manier om mest te bewerken. Landbouwers hebben het grote voordeel te kunnen werken met verse mest, wat resulteert in de beste opbrengst en een maximale reductie van de broeikasgasuitstoot.” Céline: Wat de kostprijs betreft, is er ondersteuning zoals vanuit Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), maar ook groenestroom- en warmtekrachtcertificaten zijn cruciaal om de investering rendabel te maken. Recent werd er wel een problematiek ontketend rond de combinatie van deze twee, met serieuze gevolgen voor enkele investeerders. Investeringszekerheid blijft essentieel om in de buurt te komen van de beoogde aantallen. Een belangrijke toekomstige stimulans kan de erkenning zijn van de combinatie pocketvergisting en stikstofstripping als PAS-maatregel, waardoor landbouwers bij toepassing ervan hun stikstofemissies kunnen verlagen.”
Welke reststromen worden het meest gebruikt?
Lisa: “Bij veehouders is dat uiteraard mest. Een veel voorkomende misvatting is dat voor de productie van biogas enorme hoeveelheden land nodig zijn, wat leidt tot concurrentie met voedselgewassen. Grondstoffen voor biogas en biomethaan bestaan echter hoofdzakelijk uit afvalstromen die niet concurreren met de voedselproductie. Zeker in de landbouw, daar zijn het voornamelijk bedrijfseigen afvalstromen.”
Céline: “In de praktijk is een vergister laten werken op enkel oogstresten moeilijk op kleinschalig niveau. Je hebt een continue aanvoer nodig. Omwille van de seizoensgebondenheid is dat meestal niet mogelijk. We krijgen vaak vragen van landbouwers die bijvoorbeeld bieten- of aardappelresten hebben. Die kunnen we dan helpen via ons netwerk van grootschalige vergisters waar ze terechtkunnen.”
Hoe evolueert de evolutie van de productie van biomethaan?
Céline: “We merken bij de grootschalige vergisters een duidelijke trend om van biogas om te schakelen naar biomethaanproductie. Dit biomethaan kan rechtstreeks geïnjecteerd worden op het gasnet. In andere landen zien we dezelfde tendens ook bij de vergisters op landbouwbedrijven, meestal in de vorm van hubs waarbij verschillende landbouwers op een gezamenlijk punt injecteren.”
Waarom nog niet bij ons?
Céline: “De hoogste drempel is de grote kost. Er is schaal nodig om dit rendabel te maken. Nederland en Frankrijk stimuleren de vraag met een bijmengverplichting voor gasleveranciers, maar een dergelijke kapstok ontbreekt bij ons nog. Als de vraag naar biomethaan zou stijgen, dan zal het aanbod zeker volgen.”
Lisa: “We missen een concrete visie en stappenplan voor biogas en biomethaan. In vergelijking met de Europese koplopers blijft Vlaanderen een kleine speler, maar de toenemende interesse toont dat de sector klaar is om mee te evolueren zodra het beleidskader en de markt voldoende zekerheid bieden.”
Zijn er ook kansen voor de CO2 die wordt opgewekt?
Céline: “Bij de opwaardering van het biogas naar biomethaan kan de gefilterde CO2 worden opgevangen. Door de hoge zuiverheid kan dit voordeliger dan bij CO2 uit de wkk. Die kan ingezet worden in de glastuinbouw of zelfs in de voedingsindustrie. De nabijheid van de verbruiker is hier belangrijk, anders komt er weer extra transport bij kijken. Bovendien is er ook een strikte regelgeving, zeker voor het gebruik in voeding. Momenteel wordt dit nog niet gedaan op landbouwbedrijven, maar er zijn projecten die onderzoek doen naar de haalbaarheid van dergelijke innovaties op kleine schaal. In Vlaanderen werd dit recent getest binnen het Sempre‑ BIO‑project.”
Kunnen landbouwbedrijven die vragen hebben over pocketvergisters bij jullie terecht?
Lisa: “Absoluut. Pocketvergisting blijft een relevante technologie in Vlaanderen, en veel van de uitdagingen zoals vergunningen, valorisatie en mogelijkheden rond digestaat zijn dezelfde als bij de grotere installaties. We kunnen intussen terugvallen op een ruime ervaring in diverse projecten. Wie interesse of vragen heeft mag ons dus zeker contacteren, ongeacht de huidige kennis over deze technologie.”
Wie is wie?
Lisa Deraedt en Céline Wyffels
Lisa Deraedt is bio-ingenieur, gespecialiseerd in milieutechnologie en aan de slag als adviseur bij Biogas-E. Haar ambitie is de verdere duurzame ontwikkeling van de biogassector met specifieke aandacht voor de ontwikkeling van biomethaan.
Céline Wyffels is bioloog en projectmedewerkster Biogas-E, waar ze zich vooral toespitst op projecten rond biogas en biomethaan.
Ontdek hoe je je energieverbruik en energiefactuur beter beheert, bespaart op pieken en verstandig investeert in energietechniek. Twee energieconsulenten beantwoorden vijf veelgestelde vragen met praktische tips.
Fossiele brandstoffen domineren het Vlaamse landbouwenergieverbruik, maar hernieuwbare energie wint terrein. Lees hoe energiegebruik, uitstoot en duurzame investeringen verschillen per sector.
Ontdek tijdens vier demodagen hoe zonnepanelen, batterijen, slimme sturingen en pocketvergisting je landbouwbedrijf energie-efficiënter en klaar voor de toekomst kunnen maken.
Ontdek welke beleidswijzigingen rond energie, rapportering en netcongestie de komende jaren impact hebben op land- en tuinbouwbedrijven, en wat ze betekenen voor jouw investeringen en energiekosten.
Hommels bestuiven aubergines, terwijl roofmijten plagen aanpakken. Bij TOPA in Jabbeke toont de familie Franco hoe nuttige insecten, dagelijkse opvolging en slimme technologie samen de serre draaiende houden.