“Ook groene energie moet zichzelf terugverdienen”
Niels Keereman en Kathleen Cauchie uit Oostkamp werken elke dag aan een toekomstgericht en gezond melkveebedrijf. Ze investeerden bewust in korte keten, klimaatvriendelijke oplossingen en hernieuwbare energie. De blinkende pocketvergister is er letterlijk de groene motor achter het bedrijf. “Een fantastische techniek, maar qua financiële rentabiliteit zijn we er nog niet”, is Niels realistisch.
Kathleen Cauchie en Niels Keereman
Al vijf generaties lang boert de familie Keereman op de locatie in Oostkamp. Niels (38) kwam in 2009 in het ouderlijk bedrijf. Dat bedrijf runt hij samen met echtgenote Kathleen (37). Ook Niels’ ouders Erik Keereman (62) en Marina Stroo (66) zitten nog mee in het bedrijf, maar gaan in januari met pensioen. Net zoals veel landbouwbedrijven heeft het bedrijf een gemengde achtergrond.
Niels’ grootmoeder Madeleine verkocht al eieren aan huis. Deze eierverkoop kreeg vorig jaar een moderne invulling met de aanschaf van twee mobiele kippenstallen. Twee stallen met elk zo’n 430 kippen produceren er eieren die een lokale afzet vinden bij plaatselijke supermarkten, restaurants, beenhouwers en bakkers. De eieren kregen de naam ‘MadelEitjes’.
Dubbel gevoel
Ook varkens hebben een plek op hoeve Ten Eeckhoutte, al is dat een aflopend verhaal. “We hebben nu nog een 45-tal zeugen, maar die gaan in de loop van volgend jaar weg.” Dat de zeugen en bijbehorende vleesvarkens weggaan geeft een dubbel gevoel. “Het is het gevolg van het hele stikstofverhaal. De bestaande stallen zijn versleten en te duur om te renoveren. Een nieuwe stal met een luchtwasser erop zag ik niet zitten. Een luchtwasser kost veel geld, maar brengt op zich niets op. Door de varkens af te stoten, creëren we stikstofruimte bij de koeien en kunnen we hun aantal op peil houden”, schetst Niels.
Zorgeloze koe
De melkveestal is immers wel nog recent en up-to-date, gebouwd in 2016. “In 2009 hadden we zo’n 50 koeien. Dit aantal hebben we gaandeweg uitgebreid naar iets meer dan 100 koeien vandaag. De aankoop van dieren hebben we daarbij zo veel mogelijk vermeden om geen ziekteinsleep te hebben. We willen graag zo zorgeloos mogelijk koeien melken”, vertelt Niels. Dat streven naar een ‘zorgeloze’ koe uit zich ook in de fokdoelen. “We streven naar een stevige koe die veel melk uit ruwvoeder kan halen. Krachtvoeder mag, maar ondersteunend, niet om de laatste liter melk uit de koe te krijgen.” Om richting die robuustere koe te evolueren, maken Niels en Kathleen gebruik van kruisingen met Fleckvieh. “We laten ons ook bijstaan door onze Arvesta-voedingsadviseur en de buitendienst van de faculteit Diergeneeskunde in Gent. We willen er kort op zitten, zowel op het vlak van productie, vruchtbaarheid als algemene gezondheid.”
Energie besparen en produceren
Ook voor het energievraagstuk wilden Niels en Kathleen kort op de bal spelen. Frequentiesturing op de pompen, een voorkoeler en warmterecuperatie op de melkkoeling waren de logische investeringen bij de bouw van de stal om het energieverbruik terug te dringen. Maar Niels en Kathleen zagen ook kans om te investeren in groene energieproductie.
“Ik heb elektromechanica gestudeerd, en was altijd al geïnteresseerd in techniek. Een pocketvergister sprak mij wel aan. Een vergister draait in principe 24/7, dus ook als het windstil is of als de zon niet schijnt. Wij melken nog conventioneel met een 2 x 12 zij-aan-zijstal. ’s Morgens en ’s avonds melk je dan doorheen het jaar veel als de zon niet schijnt. Een vergister levert ook op die momenten stroom.” Bij de bouw van de nieuwe stal in 2016 werden dan ook keuzes gemaakt om de Biolectric-pocketvergister zo optimaal mogelijk te laten werken. Er kwam een volle vloer met een mestschuif. Achteraan aan de afstort werd een kleine(re) mestkelder voorzien om de pocketvergister voortdurend van verse mest te voorzien.
Energieneutraal
In 2016 kwam de pocketvergister op het bedrijf. De Biolectric-pocketvergisters kwamen vanaf 2011 op de markt. Biolectric is op en top Belgisch. Vandaag draaien op Vlaamse landbouwbedrijven al bijna 60 pocketvergisters van het bedrijf. Wereldwijd heeft Biolectric meer dan 450 installaties staan die elektriciteit en warmte maken op basis van het vergisten van bedrijfseigen mest. “Vandaag geloof ik nog altijd in de techniek. De techniek wordt voortdurend ook doorontwikkeld. We produceren dag en nacht hernieuwbare energie. Op jaarbasis bekeken draaien we energieneutraal. We produceren bijna evenveel energie als we verbruiken. Dat is mooi. De pocketvergister past heel goed op ons bedrijf en bezoekers zijn telkens onder de indruk van de inspanning die we hiermee doen.”
Leergeld betaald
Dat Niels toch niet spreekt van een onverdeeld succes heeft meerdere redenen. “Wij waren bij de eerste installaties die gebruikmaakten van een mestsilo in plaats van een mestzak. Wij hebben samen met heel wat andere collega’s die op dat moment investeerden toch heel wat leergeld betaald om de installatie op punt te krijgen. We waren pioniers, al was dat niet meteen de ambitie. Pionieren heeft zijn voordelen, maar ook een keerzijde. Wie vooroploopt, betaalt vaak leergeld en krijgt onvermijdelijk af te rekenen met kinderziekten. Voor die problemen wordt doorgaans wel een oplossing gevonden, maar die vraagt telkens opnieuw een investering om de installatie optimaal te laten presteren. Ik ben ervan overtuigd dat wie nu investeert in een soortgelijke installatie nog niet de helft van de kopzorgen zal hebben dan die wij hadden.” Niels verwijst daarbij ook naar de werking van de operationele groep Pocketboer, waarin Boerenbond samen met onder andere Inagro de eigenaars van een dergelijke installatie samenbracht om kennis te delen en ook terug te koppelen naar de producent.
Gezonde portefeuille
Rijk zijn Niels en Kathleen nog niet geworden van de pocketvergister. “Dat is voor ons ook nooit de beweegreden geweest. Ons idee was om zelfvoorzienend te worden op het vlak van energie. Daar zijn we met de pocketvergister in geslaagd. We wilden goed doen voor milieu en klimaat. Alleen begint duurzaamheid met een gezonde portefeuille die ons toelaat om het bedrijf rond te draaien en onze engagementen naar de maatschappij op te nemen. Het klimaat is niet geholpen met technieken die niet betaalbaar zijn. Het was voor ons toch even slikken om te zien dat we in de focus-bedrijfsboekhouding van Boerenbond in het verleden vaak de hoogste kostenpost op het vlak van elektriciteit lieten noteren in vergelijking met collega’s. Vanzelfsprekend rijst dan eens de vraag voor wie je het dan nog doet.”
Terugdraaiende teller
Dat het financiële plaatje voor Niels en Kathleen nog niet uitdraaide zoals verhoopt, heeft ook te maken met het vervroegd verdwijnen van de terugdraaiende teller. Deze was in 2016 nochtans tien jaar beloofd aan het koppel. Die terugdraaiende teller werd meegenomen in de berekeningen in 2016 om de pocketvergister te dimensioneren én terug te verdienen. Het verdwijnen van de terugdraaiende teller in 2024 zorgde zo jaarlijks op het bedrijf voor een extra kost van 15.000 euro.
Niels Keereman: “We produceren dag en nacht hernieuwbare energie. Op jaarbasis bekeken draaien we energieneutraal. We produceren bijna evenveel energie als we verbruiken.”
Om hieraan een mouw te passen maakten Niels en Kathleen een volgende sprong: een batterij van 114 kWh. Het doel is opnieuw hetzelfde: zelfvoorzienend worden in elektriciteit. Ze kozen voor een batterij die ook off-grid het bedrijf nog van elektriciteit kan voorzien. Dit in tegenstelling met heel wat andere batterijen die automatisch worden uitgeschakeld wanneer het net uitvalt. “Off-grid kunnen draaien is als melkveebedrijf een extra verzekering om het bedrijf te kunnen laten verder draaien bij een panne. Denk maar aan het melken of het koelen van de melk.”
Geen leien dakje
Of de investering in aanmerking komt voor VLIF-steun is onzeker. Ook de plaatsing van de batterij liep niet van een leien dakje. “De batterij had een plateau nodig van twee vierkante meter beton. Daarvoor bleken we uiteindelijk een vergunning nodig te hebben. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij vond dat we de batterij zo dicht mogelijk tegen de bestaande gebouwen moesten plaatsen. Onze verzekeraar zag die dan liever weer zo ver mogelijk van de gebouwen. In maart kwam dan een besluit dat batterijen binnen een straal van 30 meter van de bedrijfsgebouwen geen vergunning nodig hadden. “Eigenlijk wilden we de batterijkast vlak bij onze elektriciteitskast aan het begin van onze oprit. Maar om vooruit te kunnen, hebben we dan de kast maar 10 meter dichter gezet om geen vergunning nodig te hebben.”
Neutraliseren
De batterij staat er nog maar van deze zomer, dus voor conclusies is het nog veel te vroeg. Maar vorig jaar injecteerde de pocketvergister nog 45.000 kWh op het net, en werd er 54.000 kWh afgenomen. De batterij zou die injectie - en vooral - afname dus voor een groot deel moeten kunnen neutraliseren. Daarmee zou de batterij dus de pocketvergister rendabeler moeten maken en tegelijkertijd de bedrijfszekerheid van de energievoorziening vergroten. “Het bedrag dat we in groene energie investeren stijgt dus weer met een sprong. Dat de overheid - die net de meest betrouwbare partner zou moeten zijn in dit hele verhaal - onderweg de spelregels durft veranderen, helpt niet”, stelt Niels vast.
Investeringszekerheid
Niels en Kathleen hebben geen spijt van hun investeringen in energiebesparing, energieproductie en nu ook energieopslag. “Zonnepanelen hadden ons ongetwijfeld minder kopzorgen bezorgd. Maar ik vind pocketvergisting persoonlijk nog altijd een fantastische techniek, zeker als je wat van techniek houdt. Van alle investeringen in klimaat en duurzaamheid die we deden is de pocketvergister degene waarvan het resultaat zich het best in cijfers laat gieten. Als bedrijf zie je een evolutie waarin je een keuze maakt en waarbij je springt. Je probeert goed te doen voor het milieu en het klimaat. Maar een haalbare en betrouwbare terugverdientijd is ook belangrijk om technieken breed ingang te laten vinden. Een grotere investeringszekerheid zou zeker nog meer land- en tuinbouwers over de streep kunnen trekken.”