Frank Smeets, huidig intendant van het Turnhouts Vennengebied, wordt verwacht om driemaandelijks te rapporteren aan de Vlaamse Regering over zijn vooruitgang. Hij is de opvolger van Piet Vanthemsche, die het proces enkel opvolgde in het Turnhouts Vennengebied. De opdracht van de heer Smeets werd echter verruimd, waarbij hij het proces in alle maatwerkgebieden moet opvolgen en rapporteren. In juli 2026 bezorgde Smeets zijn rapport aan de Vlaamse Regering, die er op vrijdag 18 september kennis van nam.
Maatwerk in Hoogstraten
Het eerste en ook vorige rapport van de intendant werd ter kennis genomen in april 2026. Dat rapport zorgde voor heel wat beroering. Smeets rapporteerde toen dat het VITO een nieuwe berekening van de doelafstand 2030 had uitgevoerd, en er een nieuw habitatrichtlijngebied in het vizier kwam waar het generiek stikstofbeleid niet volstond voor het halen van de reductiedoelstellingen. Media pikten de communicatie gretig op en communiceerden over een extra ‘6de maatwerkgebied’ in de stad Hoogstraten.
Smeets benoemt in zijn nieuw rapport dat een heel gevoelig en specifiek habitattype verantwoordelijk is voor de overschrijding van de doelafstand in 2030. Echter wordt uitdrukkelijk benoemd dat voornamelijk maatregelen van hydrologisch herstel aan de orde zijn om het overgangsveen en trilveen te herstellen (habitattype 7140_oli).
Het gebied heeft en krijgt geen status als maatwerkgebied. Nu duidelijk is waar in SBZ Heesbossen op dient gefocust, zal ik hierover in overleg gaan met lokale stakeholders. Aan Natuur en Bos werd gevraagd om een werking op te starten die moet leiden tot concrete maatregelen op het terrein. Aldus het rapport van de intendant.
Stand van zaken werking en vooruitgang maatwerkgebieden
Decretaal zijn er 5 maatwerkgebieden vastgelegd:
Voerstreek
De Maten
Mechelse Heide
Kalmthoutse Heide
Turnhouts Vennengebied
De vooruitgang die geboekt wordt in de verschillende maatwerkgebieden wordt generiek beschreven door de intendant. Nagenoeg overal lopen ecohydrologische studies om de maatwerkgebieden correct te karteren en modelleren. Die studies lopen zo stilaan op hun eind en moeten beleidsondersteunend werken in ruimtelijke processen en bij de allocatie van natuurdoelen.
Het Turnhouts Vennengebied krijgt extra aandacht en duiding in het rapport. De intendant ging in overleg met stakeholders n.a.v. het vorige rapport, en ontving een brief met grieven van de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied. Smeets spreekt zijn begrip uit voor de bezorgdheden, en probeert de belangrijkste knelpunten te kaderen en aan te pakken. Zo vraagt Smeets een actualisering aan het VITO van een scenarioberekening die plaatsvond in 2022. De nieuwste modellen tellen namelijk de DON (Dissolved Organic Nitrogen) niet meer mee in de depositieberekening, terwijl de scenarioberekening van 2022 dit wel nog doet. De intendant erkent zelf dat de opgave niet vanzelfsprekend is, en benoemt dat in lange termijn scenario’s de onzekerheden zeer groot zijn, en het moeilijk is om in te schatten hoe de economie eruit zal zien binnen 25 jaar.
Geen simpele opdracht, maar tegen eind 2026 wil de intendant verschillende allocatie-oefeningen van de natuurdoelen, en hun mogelijke socio-economische impact, klaar hebben voor het Turnhouts Vennengebied. Die scenario’s moeten dan doorgesproken worden met de landbouw en natuursector voor er overhaaste beslissingen genomen worden. Boerenbond stelt zich als constructieve partner in dit proces maar vraagt snel duidelijkheid te brengen aan de landbouwbedrijven die geimpacteerd zijn door het Turnhouts Vennengebied.
Wat is de doelafstand 2030?Het stikstofdecreet tracht om tegen 2050 in Vlaanderen voor geen enkel stuk natuur nog een overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) te kunnen vaststellen. Op om lange termijn in Vlaanderen de instandhoudingsdoelstellingen te behalen. Een tussentijdse doelstelling die bepaald wordt in het decreet is een halvering van de overschrijding van de KDW tegen 2030. De afstand tot deze halvering wordt de ‘doelafstand 2030’ genaamd. Het referentiejaar voor de halvering is 2015.