De brand in de Hoge Venen toont dat natuurbranden ook in onze regio een reëel risico vormen. Door de aanhoudende droogte kunnen natuur- en bosbranden zich snel verspreiden, met gevolgen die veel verder reiken dan het onmiddellijke brandgebied. Het vuurfront lijkt intussen niet verder uit te breiden, ook al blijven er opflakkeringen.
Copyright Kamera Team Sankt Vith
In de Hoge Venen schoten landbouwers uit de wijde omgeving meteen ter hulp. Volgens Gerd Brüls van Bauernbund (Boerenbond Oost-België) kwamen tientallen meehelpen in het getroffen gebied, zowel uit eigen land als uit Luxemburg en Duitsland.
Bauernbund gaf zondag wel het advies aan boeren om niet op eigen initiatief naar het brandgebied te rijden. “De nooddiensten moeten altijd toegang tot vrije wegen hebben en mogen niet worden belemmerd door extra voertuigen. Als er extra hulp nodig is van boeren zal dat specifiek gevraagd worden.” Boeren en andere vrijwilligers konden zich daarvoor aanmelden via een aparte website www.aidefagnes.be.
Water aanvoeren wanneer nodig
Landbouwers beschikken over materieel dat in noodsituaties een belangrijke aanvulling kan vormen op de inzet van de hulpdiensten, zoals mesttanks en grotere watertanks. Bauernbund riep boeren op hun mengmesttankwagens of grote watertanks te vullen met water en deze klaar te houden voor onmiddellijk gebruik. Wanneer de bevoegde diensten bijkomende hulp vragen, kan zo snel en gericht worden gehandeld.
Door de uitzonderlijke droogte blijft het risico op bos- en natuurbranden bijzonder hoog. Ook buiten de Hoge Venen kan een snelle inzet bij een beginnende brand van groot belang zijn.
Leren voor de toekomst
Naast het vuur zorgde ook de rookontwikkeling kilometers ver voor hinder. Dat vormde niet alleen voor problemen bij de plaatselijke bevolking. De rook trekt door de dorpen en over de landbouwgronden en zorgt voor een aanzienlijke belasting van de luchtkwaliteit. Ook dieren kunnen heel wat hinder ervaren.
Voor veehouders in zo’n situatie is het vooral belangrijk om de situatie op het eigen bedrijf goed in te schatten. DGZ gaf volgende tips:
Verplaats dieren alleen als dat verantwoord kan. Als dieren op het eigen bedrijf naar een weide of locatie met minder rook kunnen worden gebracht, kan dat zinvol zijn. Verplaats dieren niet zomaar naar een ander veebeslag of een andere stal. Dat kan alleen binnen de geldende sanitaire regels of in het kader van een officiële crisismaatregel.
Bekijk per stal of opstallen helpt. Rundvee- en melkveestallen zijn vaak open, waardoor buitenlucht, rook en fijnstof ook binnen kunnen terechtkomen. Opstallen is dus niet automatisch de beste oplossing. Ga na waar de rookbelasting voor de dieren het meest beperkt is: in de wei, in de stal of op een andere eigen locatie.
Reken niet op bevochtiging als oplossing. Het bevochtigen van inkomende lucht helpt in de praktijk weinig tegen fijnstof, omdat fijne stofdeeltjes niet eenvoudig door water worden weggevangen. Windbreeknetten kunnen hoogstens een deel van de grovere deeltjes tegenhouden.
Voorzie voldoende vers water en vers voeder. Als de rook geen schadelijke chemische stoffen of metalen bevat, is de impact op voeder en drinkwater doorgaans beperkt. Zorg wel steeds voor voldoende vers drinkwater en dien voeder zo vers mogelijk toe.
Alert blijven
De brand in de Hoge Venen onderstreept hoe belangrijk het is om alert te blijven tijdens langdurige droogte. Landbouwers kunnen met hun materieel en lokale kennis een waardevolle rol spelen, maar een veilige en gecoördineerde inzet blijft altijd noodzakelijk.
Dank aan alle landbouwers, hulpverleners en vrijwilligers vooor hun inzet. Hieruit blijkt des te meer hoe belangrijk lokale landbouw is. De landbouwsector zorgt niet alleen dagelijks voor onze voedselvoorziening. Ook in crisissituaties staat zij vaak als een van de eersten klaar om hulp te bieden en zich in te zetten voor de samenleving.