Wie denkt aan landbouw in Portugal denkt waarschijnlijk spontaan aan olijven en kurkeiken, sinaasappels en wijndruiven. Dat klopt, maar ook de veehouderij heeft voet aan grond. Er zijn 15 inheemse Portugese runderrassen, de ene met nog langere horens dan de andere en met exotisch klinkende namen als Mertolenga en Garvonesa. Maar daar blijft het niet bij. Wij gingen in de regio Alentejo op bezoek bij twee veehouders van Nederlandse origine, met respectievelijk Limousin-vleesvee en Holstein-melkvee.
Herdade Nave Do Grou
Herdade Nave Do Grou is de naam van het vleesveebedrijf dat Aletta de Beaufort runt samen met haar zoon Frederik Carp. Aletta en wijlen haar echtgenoot Wim trokken in 1989 naar Portugal met het plan om te boeren. “Mijn man had in Wageningen gestudeerd, maar geen van beiden hadden we een agrarische achtergrond. Het was een sprong in het diepe. We vonden dit bedrijf: 200 hectare waarvan de helft werd verkocht. Wij kochten die 97 hectare mét woonhuis en inrrigatiemeer en ging aan de slag.”
Er werden 20 niet-drachtige koeien en een stier aangeschaft in Frankrijk, een jaar later aangevuld met nog eens 20 koeien. “Het ging om raszuivere dieren. Initieel was het ons doel om deze te verkopen voor het vlees. Maar toen kregen we bezoek van het Limousin-stamboek in Portugal en zijn we ons volledig gaan richten op kwaliteit voor de fok. We doen vaak mee aan veeprijskampen en de meeste van onze dieren worden verkocht om verder mee te fokken.”
Uitstap naar melkvee
Toch was het niet altijd rozengeur en maneschijn. Tijdens de BSE-crisis werd het bedrijf volledig geruimd. Om aan risicospreiding te doen, voegde het koppel in 1996 een melkveehouderij toe aan het bedrijf. “We lieten drachtige vaarzen uit Nederland komen en ging daarmee aan de slag. Tien jaar hebben we melkvee gehad en toen zijn we ermee gestopt. Het was de beste leerschool die we ons konden voorstellen. We hebben veel geleerd dat we nu ook kunnen toepassen op onze Limousin-runderen. Zo hebben we leren insemineren en we leerden veel bij over voeding.”
Momenteel zijn er op het bedrijf zo’n 85 koeien waarmee gefokt wordt. Dekstier Txarli - misschien wel de beste dekstier die ze hier ooit gehad hebben - en de drie andere stieren doen hun werk. Met de beste runderen neemt Frederik mee aan prijskampen. Met succes, de familie mag zich tot de top drie Limousinfokkers in Portugal rekenen. Nochtans had Frederik in eerste instantie niet zoveel interesse in het bedrijf. Hij ging studeren in Nederland, maar kreeg later toch de smaakt te pakken en is intussen al een veertiental jaar mee aan boord bij Herdade Nave Do Grou.
Goede prijzen voor goede kwaliteit
“Het stamboek komt elke drie maanden langs. Na het afspenen worden de kalveren gepunt, volgens het Franse systeem. Limousins hebben over het algemeen makkelijke geboortes, dat vinden wij belangrijk. Omdat we de dieren verkopen voor de fokkerij, blijven ze wat langer op het bedrijf, ongeveer tot 15 maanden. We werken semi-extensief. Met een kleine 100 hectare moeten we met name in het afkalfseizoen, van september tot maart, elke dag bijvoeren. Graskuil maken we zelf. Mais, stro en meel kopen we aan.”
“De prijzen voor vleesvee zijn momenteel waanzinnig goed. We hebben een WhatsApp-groep met collega Limousin-fokkers in het hele land waar we informatie delen. Fokkers willen nu investeren in een goede stier en zelf goede runderen fokken. Wij streven ernaar om de genetica altijd te verbeteren. Door deel te nemen aan prijskampen, maken we onze naam.”
Mirjam Buil en Sjaak Brouwer leerden mekaar kennen in Duitsland, via gemeenschappelijke landbouwvrienden. Sjaak wilde zijn eigen landbouwbedrijf, Mirjam wilde de wereld ontdekken. Nadat zij vier jaar had doorgebracht in Afrika, ging het koppel op zoek naar een eigen bedrijf in het buitenland. Sjaak had een uitwisseling gedaan in Canada dus dat land stond bovenaan het lijstje, maar het juiste bedrijf op de beste locatie bleek onbetaalbaar. Na een zoektocht die langs de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland liep, kwamen ze in 1999 terecht in Elvas, vlak bij de Spaanse grens in Portugal. “Het ging om een stuk grond van 65 hectare met goede watervoorziening en de gebouwen van een voormalige geitenboerderij”, herinnert Mirjam zich. “Het voordeel was dat er een woonst, stroom en water aanwezig waren. We besloten om de stap te zetten. We kochten in Nederland 35 stuks jongvee, verhuisden die hier naartoe, fokten ze op en insemineerden. Onze eerste koe molken we in 2001. Naderhand kochten we nog twee keer koeien bij en hielden we het eigen jongvee aan. Nu hebben we hier 310 koeien waarvan 280 aan de melk en 210 stuks jongvee.”
“We zijn echt wel heel klein gestart en gestaag gegroeid. Ik herinner mij nog hoe wij onze eerste koe aan een touw naar de melkstal leidden. De bank meekrijgen was niet zo makkelijk. We bouwden eerst een stal en onze melkstal kochten we tweedehands. In 2005 kochten we onze eerste nieuwe melkstal. In het begin was de melkprijs hier beter dan in Nederland, dat hielp ook wel.”
Eenvoudig werken, rustig groeien
“Onze manier van werken is altijd wel vrij pragmatisch geweest. We hebben weinig geautomatiseerd, ook nu nog.” Al sluipt ook hier de automatisering stilletjes binnen. Een nieuwe melkveestal is in aanbouw, een grotere variant met voeder - versus nu enkel water - tijdens het melken, waardoor er hopelijk minder koeien worden opgehaald. Wanneer die stal klaar is zal ook het wifisignaal verder reiken, waardoor de voederaanschuifrobot ook kan werken.
“We zijn met ons tweeën gestart maar intussen hebben we hier ook enkele medewerkers op de boerderij, onder andere voor het melken. Onze gewassen verbouwen we zelf.” In de Alentejo is het ’s zomers droog, en dicht tegen de Spaanse grens waar Mirjam en Sjaak boeren is het in de zomer dan ook nog eens bloedheet. Toch is water geen probleem. “Wij kunnen gebruikmaken van water uit een stuwmeer, dat aangeleverd wordt via irrigatiekanalen en daarmee kunnen we beregenen. Je schijft je als landbouwer in op die irrigatie en weet bij de start van het seizoen precies over hoeveel water je kan beschikken, en dus ook wat je kan inzaaien. Je kunt dagelijks je waterbehoefte doorgeven aan de beheersorganisatie van het irrigatiesysteem. Een medewerker beheert de inlaatkleppen waardoor de juist hoeveelheden water jouw land bereiken..”
“Wij verbouwen hier mais en in de winter gras. Jarenlang hebben we triticale gezet, tot onze voederspecialist ons ervan overtuigde dat gras beter was. Triticale is een veel makkelijker gewas dan gras, maar we merken dat de koeien het op gras wel beter doen.”
‹
›
Vroeger triticale, nu gras
Mirjam en Sjaak leveren hun melk aan een kleine coöperatie die tot een paar jaar geleden de melk verwerkte in een eigen fabriek. “Ze maakten er enkel UHT-melk van, wat niet zo’n hoge prijs oplevert. Toen in 2009 de melkprijs heel laag was, stelde ik aan de coöperatie voor om ook andere producten te gaan maken, maar daar was weinig animo voor. Dus ging ik zelf aan de slag. In 2014 ging onze eigen yoghurtproductie van start. Yoghurt is in Portugal wel gekend, maar echte boerenyoghurt was er nog niet. Daarom koos ik voor dit product.”
Mirjam volgde een cursus in Nederland en toen het jongvee naar een nieuwe stal verhuisde, kwam er ruimte vrij voor een eigen productieruimte. In het begin deed Mirjam alles zelf en het koppel zorgde zelf voor de belevering. Intussen werken er vier medewerkers in de productie van yoghurt, die intussen in 12 smaken te verkrijgen is, telkens op basis van verse producten. Bijzonder is de versie met pruimen van Elvas, een product van gecontroleerde origine en dus uniek. Werd de yoghurt eerst nog in eigen beheer rechtstreeks aan winkels in de regio gedistribueerd, inmiddels werken ze met distributeurs en supermarktketens en is het landelijk verkrijgbaar in onder ander Intermarchés, Auchan en Continente supermarkten. “De verwerkingsruimte zit nu wel aan zijn limiet. Als we meer willen produceren, dringt uitbreiding zich op.”
Koeien van nabij opvolgen
De melkveehouderij in Portugal verschilt van die in Vlaanderen of Nederland, maar met de juiste mindset is het goed haalbaar om hier te boeren, weet Sjaak. “De eerste jaren hadden wij in de zomer wel wat terugval in de melkproductie, maar intussen is dat veel minder het geval. Onze stallen zijn vrij open. Het wordt hier wel warm, maar het is een droge warmte dus de koeien hebben minder snel last van hittestress als in Nederland het geval is. Door de koeien van dichtbij te monitoren, halen we steeds betere resultaten. We hebben daarbij goed personeel en worden begeleid door een veearts die ook toegang heeft tot alle data in de computer. Ook de voederspecialist is onderdeel van het geheel.”
“Als je hier begint met je bedrijf, moet je over de warmte niet klagen. Het is hier fijn leven en werken, we zijn hier tevreden. Ik zou nooit in Nederland kunnen boeren. Hier zijn ook regels en controles, maar eens je goed en wel bent opgestart, en alles is goed geregeld, moet je je geen zorgen maken. Intussen heeft onze oudste dochter aangegeven dat ze wel interesse heeft om het bedrijf over te nemen. Dat geeft motivatie om te blijven verzekeren dat ons bedrijf klaar is voor de toekomst.”
Boeren melden ons geelbruine dampen die zich in hun pas aangelegde maiskuilen opstapelen. Bij een matig verschijnsel is het aan te raden deze te laten zitten en af te wachten tot ze spontaan verdwijnen. Maar wees waakzaam. Hou kinderen en dieren in ieder geval weg van deze kuilen want de gassen erin zijn toxisch en sterk irriterend.
De Belgische melkveehouderij zet verdere stappen op het vlak van duurzaamheid. Dat blijkt uit het duurzaamheidsrapport 2025 van MilkBE. Zo kan 77% van de Belgische melkveehouders aanspraak maken op een duurzaamheidspremie. Daarnaast werden vorig jaar 1.839 klimaatscans uitgevoerd.
Boer&Bondig bespreekt deze week de impact van zomertemperaturen op de Belgische wijnbouw, een groot digitaliseringsproject met CAG en de waarschuwing van de Federale Politie voor criminaliteit op het platteland.
Het Shamonda-virus duikt op in België en de buurlanden. Wat zijn de symptomen, waarom moeten veehouders waakzaam en welke maatregelen helpen tegen verdere verspreiding?
Vice-eersteminister Jan Jambon plukte donderdag op uitnodiging van Boerenbond de eerste Conferenceperen bij Lembifruit in Ranst. We namen de gelegenheid te baat om bij de minister - bevoegd voor Financiën - enkele belangrijke thema’s voor heel de sector aan te kaarten.
26 watergevoelige openruimtegebieden in Vlaanderen gaan in openbaar onderzoek. Ontdek wat een WORG betekent voor landbouw, planschade en welke gebieden mogelijk niet meer ontwikkeld worden.
FAVV waarschuwt landbouwers voor blauwalgen in Vlaams oppervlaktewater. Bij captatieverbod mag dit water niet gebruikt worden voor beregening van voedings- en voedergewassen.
LCG-proeven tonen dat wintertarwe en zesrijige wintergerst sterk verschillen per regio en ras: SU Hybingo, LG Tomjol en SY Colyseoo springen eruit, maar opbrengst is niet alles.
Pitch je landbouwidee tijdens Schatten op de Boerderij en krijg feedback van experten, praktische tips en kans op een begeleidingstraject om je concept uit te werken tot een haalbaar businessplan.