Bemestingsseizoen loopt op zijn einde, droogte bemoeilijkt inzaai vanggewassen
Aangemaakt op
Het oogstseizoen draait op volle toeren en op veel bedrijven komt stilaan de vraag welke mogelijkheden en verplichtingen er nog zijn na de oogst. Hoewel bemesten tijdens de zomer en het najaar onder bepaalde voorwaarden nog mogelijk is, gelden daarbij specifieke regels rond de gekozen nateelt of het vanggewas. Zeker met de aanhoudende droogte is het belangrijk om goed na te denken over zowel de bemesting als de keuze van het vanggewas. Zonder hierbij de regelgeving uit het oog te verliezen.
Droge ondergrond brengt inzaaideadlines in gevaar
De uitrijregeling voor 2026, waar natuur- en landbouworganisaties samen hebben aan gewerkt in kader van MAP7, omvat concrete deadlines voor bemesting en de inzaai van vanggewassen als nateelt. Eén van die strakke deadlines is het inzaaien van het vanggewas uiterlijk op 31 juli, gekoppeld aan een bemesting zonder dosisbeperking binnen de geldende bemestingsnormen (maximaal 170 kg N per ha uit dierlijke mest over de volledige teeltcyclus). Een voorjaar met veel zon en weinig regen, zorgde ervoor dat heel wat graanteelten vroeg kon geoogst worden. Telers rekenden op een vroege inzaai van het vanggewas en zijn verder aan de slag gegaan op het veld.
De droge weersomstandigheden houden echter aan, en vandaag is het niet te verantwoorden om een vanggewas in te zaaien omdat het nauwelijks kans heeft om succesvol te kiemen en op te komen. Boerenbond vroeg de mestbank om begrip op te brengen voor de lastige teeltcondities waarin we ons deze zomer bevinden, en om pragmatisch om te gaan met de controles op de inzaaidata van de vanggewassen. De mestbank heeft dit bevestigd.
Een slecht gekiemd vanggewas zal weinig stikstof opnemen en weinig meerwaarde bieden voor waterkwaliteit of bodemvruchtbaarheid. Spring daarom ook verstandig om met je bemesting en stem je keuzes af op de effectieve weersomstandigheden. De beste keuze is daarom vaak niet het vanggewas met de vroegste wettelijke deadline, maar het vanggewas dat, rekening houdend met bodemvocht, zaaitijdstip en perceelsituatie, de grootste kans maakt om daadwerkelijk te slagen.
Ook mest voeren op grasland heeft weinig zin
Ook heel wat graslanden liggen er droog en dor bij. De uiterste datum waarop grasland mag bemest worden is 15 augustus, en ook deze deadline nadert snel. Boerenbond volgt de situatie op de voet en houdt ook de weersomstandigheden nauwlettend in het oog. Het is wachten en hopen op een regenperiode om de bemesting landbouwtechnisch te laten renderen alsook de mogelijke milieukundige impact (uitspoeling, emissies, ...) zoveel als mogelijk te mitigeren.
Geen effluent meer vanaf 1 september
Een belangrijke wijziging onder MAP 7 betreft het gebruik van effluent. Waar effluent tijdens de zomer nog kan worden ingezet binnen de geldende voorwaarden, mag het vanaf 1 september niet meer worden opgebracht. Enkel effluent met een laag stikstofgehalte (maximum 0,6 kg stikstof per ton en met attest) kan onder strikte voorwaarden nog gebruikt worden op zware kleigronden. Bedrijven die nog effluent moeten afzetten, doen er daarom goed aan tijdig hun planning op te maken. Na 1 september verdwijnen de mogelijkheden vrijwel volledig.
Een teeltcyclus houdt zich niet aan afgesproken kalenderdata
Hoewel de natte zomer van 2024 nog nazindert, belooft 2026 met een historisch droge zomerperiode in de geschiedenisboeken te gaan. Niet enkel Vlaanderen kreunt onder de droge condities, maar gans Europa worstelt met het bestrijden van de gevolgen. Terwijl Zuid-Europa natuurbranden probeert te bestrijden wordt transport over de Rijn ingeperkt door een te lage waterstand. De wijzigende weerscondities met meer uitgesproken extremen tonen opnieuw dat land- en tuinbouw zich niet kan houden aan strikte deadlines en de bedrijfsvoering moet kunnen aangepast worden aan de weerscondities van het moment. Boeren op basis van een kalender maakt opbrengsten onvoorspelbaar en kan een grotere milieu-impact met zich meebrengen. Er is dan ook nood aan extra flexibiliteit in tijd en ruimte.
Droogte maakt een doordachte keuze nog belangrijker
Door de uitzonderlijk droge zomer is het dit jaar nog belangrijker om niet alleen oordeelkundig te bemesten, maar ook bewust een geschikt vanggewas te kiezen. Niet elk vanggewas reageert immers hetzelfde op droogte, hitte en een gebrek aan bodemvocht.
Praktijkervaringen van Inagro (zie ook Groenbedekkers inzaaien | Inagro) tonen aan dat bepaalde soorten beter bestand zijn tegen droge omstandigheden dan andere. In een demonstratieperceel dat tijdens een droge zomer werd ingezaaid met een mengsel van facelia, boekweit, gele mosterd en Japanse haver, bleken vooral facelia en boekweit zich goed te handhaven onder warme en droge omstandigheden. De gele mosterd reageerde gevoeliger op de droogtestress en schoot sneller door naar bloei.
Ook de keuze van het inzaaimoment blijft cruciaal. Vrijwel alle vanggewassen kunnen nog vóór eind augustus worden ingezaaid. Na half september wordt de keuze beperkter en blijven vooral grasachtige vanggewassen zoals raaigras en snijrogge geschikt. Deze soorten zijn minder afhankelijk van een zeer snelle groei in het najaar en kunnen ook later nog voldoende ontwikkelen (zie ook Infofiche: vanggewas kiezen_v1). Vraag zeker advies bij jouw praktijkcentrum als je twijfels hebt over het beste vanggewas voor jouw situatie.
Resistentie en plaaginsecten in spruitkool vragen om een slimme aanpak: spaar nuttigen, start vroeg en kies selectieve middelen om bladluizen, koolwittevlieg en koolmotje gericht te bestrijden.
We zijn nog maar halfweg de zomer, maar de hittedagen hebben zich al volop aangediend. Voor runderen, die moeite hebben om hun lichaamstemperatuur onder controle te houden, zijn dat zware periodes. Ook vleesveehouders staan voor een uitdaging en moeten soms creatief uit de hoek komen om hun dieren verkoeling te bieden.
FrieslandCampina ontsnapte het eerste half jaar van 2026 niet aan de internationale markttendensen. De coöperatie kreeg te maken met een toegenomen melkstroom en een aarzelende vraag. Dat leidde tot een beduidend lager bedrijfsresultaat voor de eerste jaarhelft.
Een nieuwe variant van het parvovirus werd vastgesteld op een Vlaams varkensbedrijf. Lees hoe je de typische symptomen herkent, wat er al bekend is en waarom bioveiligheid nu extra belangrijk is.