“Landbouw mag niet kind van de rekening worden in nieuw EU-budget”
Aangemaakt op
Europa | In gesprek met Europarlementslid Wouter Beke
“Detijd dat de Europese Unie een economische reus was, is voorbij.Europa moet zich bevrijden uit de houdgreep en minderafhankelijk worden van anderen in strategische domeinen”, zo steltEuroparlementslid Wouter Beke (CD&V)in zijn nieuwe boek.Maar wat betekent dat concreet?We legden ons oor te luisteren bij de schrijver zelf.
“We moeten minder afhankelijk worden van anderen in strategische domeinen”, zo stelt Europarlementslid Wouter Beke in zijn nieuwe boek.
In uw boek stelt u dat Europa in een houdgreep zit. “De EU is geen economische reus meer, en het speelveld waarop onze welvaart is gebouwd, wordt hertekend. De focus ligt meer op het beschermen van wat we hebben, welvaart en veiligheid. We moeten minder afhankelijk worden van anderen in strategische domeinen.” De focus ligt begrijpelijk erg op defensie, met een aantal concrete voorstellen. Maar ook landbouw is een strategische sector. Toch wil de EU besparen op het GLB. Hoe valt dit te rijmen?
“In mijn boek schrijf ik ook over landbouw. We moeten erkennen dat landbouw een belangrijke economische sector is, maar ook cruciaal is voor onze strategische autonomie. Ik denk dat niemand afhankelijk wil worden van andere continenten voor iets zo fundamenteels als voedsel. Europa subsidieert de landbouw met ongeveer 60 miljard euro per jaar. Dat komt neer op zo’n 130 euro per Europeaan, of het equivalent van een kop koffie of een pint per week. In ruil krijgen we voedsel van de hoogste kwaliteit op ons bord en is onze voedselzekerheid verzekerd. Dat is geen overbodige luxe. Poetin bewees eerder dat hij voeding durft inzetten als oorlogswapen.
Toch zijn er stemmen in de Unie die bij besparingen of nieuwe prioriteiten opvallend snel naar het landbouwbudget kijken. In het eerste ontwerp van de EU-begroting voor de periode 2028-2034 werd zelfs een besparing van 22 procent op landbouw voorgesteld. In geopolitiek onzekere tijden heb ik daar weinig begrip voor. Het is niet consequent om steeds vaker naar Europa te kijken voor oplossingen, maar daar geen middelen tegenover te willen zetten. Voor mij is het essentieel dat landbouw niet het kind van de rekening wordt in het nieuwe EU-budget. Investeringen in defensie, energie, klimaat, innovatie en digitale transitie kunnen perfect hand in hand gaan met blijvende steun voor landbouw, als we maar de juiste keuzes durven maken. Vanuit het Europees parlement doen we er nu alles aan om die besparing terug te draaien.”
We moeten genezen van Europese regulitis, zo geeft u aan. De “complexeopeenstapeling van milieuregels is de grootste frustratie van Europese landbouwers. Willen we de landbouw toekomst en houvast geven, dan moeten we landbouwers bevrijden uit de houdgreep van een verstikkende Europese regeldrift.” Hoe ziet u dat concreet, en wat is de kans op slagen?
“Milieuregels zijn belangrijk en noodzakelijk, maar ze moeten ook werkbaar en proportioneel blijven. Vandaag zien we te vaak dat goedbedoelde Europese regelgeving in de praktijk leidt tot stilstand, onzekerheid en frustratie bij landbouwers.
De Europese habitatrichtlijn uit 1992 vormt bijvoorbeeld mee de juridische basis van de huidige stikstofproblematiek in Vlaanderen. Toen Europarlementsleden daar destijds over stemden, kon niemand vermoeden dat die richtlijn dertig jaar later zou leiden tot landbouwbedrijven die moeten sluiten of geen vergunning meer krijgen om te investeren vanwege een paar gram stikstof. In recente legislaturen zijn daar bovendien nog bijkomende verplichtingen bovenop gekomen, onder meer via de Natuurherstelwet. Ik stel de doelstellingen van die wetgeving niet in vraag, maar ze is niet meer aangepast aan de realiteit waarin we vandaag leven. In een dichtbevolkte regio als Vlaanderen zijn bepaalde doelen bijzonder moeilijk te halen, mét of zonder landbouw.
Daarbovenop hebben nationale rechters en het Europees Hof van Justitie de regels steeds strikter geïnterpreteerd. Dat zorgt voor juridische onzekerheid en maakt vergunningen almaar moeilijker. Landbouwers belanden zo in een paradox: ze worden aangemoedigd om te investeren in emissiearme technieken en duurzame stallen, maar net die investeringen raken vaak niet meer vergund. Dat zet een rem op innovatie en ondermijnt het vertrouwen.
Tegelijk staat de sector al onder zware druk door een volatiele wereldmarkt, strengere normen rond dierenwelzijn en waterkwaliteit, minder beschikbare gewasbeschermingsmiddelen en het gebrek aan een eerlijke prijs voor het product van de boer. Als daar nog een complexe opeenstapeling van Europese regels bovenop komt, dreigen we landbouwers weg te duwen in plaats van hen toekomstperspectief te geven.
Ik ben ervan overtuigd dat er een beter evenwicht mogelijk is tussen ecologische, sociale en economische belangen. Duurzaamheid moet hand in hand gaan met een competitieve landbouw. Daarom zetten we samen met Jo Brouns dit thema hoog op de agenda binnen de Europese Volkspartij en op Europees niveau. Onder druk van cd&v en de EVP is intussen een eerste vereenvoudigingsoefening opgestart, de zogenaamde milieu-omnibus, waarbij onder meer de habitatrichtlijn wordt doorgelicht om te bekijken waar aanpassingen mogelijk zijn.
Dat is geen pleidooi tegen milieubescherming, wel voor regels die opnieuw haalbaar, coherent en toekomstgericht worden.”
“Goedbedoelde Europese regelgeving leidt in de praktijk te vaak tot stilstand, onzekerheid en frustratie bij landbouwers.”
Europa moet beschermen zonder af te schermen, zo schetst de cover. ‘To protect without protectionism’. Als voorbeeld haalt u aan dat we zelfvoorzienend moeten worden in onze energiebevoorrading. Landbouw kan een grote rol spelen als groene energieproducent, maar botst ook hier op de vergunningenproblematiek. De vergunningsaanvragen voor de zogenaamde pocketvergisters stapelen zich op. Hoezorgen we voor die versnelling? Wordt innovatie nu afgeremd?
“Samen met Jo Brouns trek ik al enkele jaren aan het dossier rond Renure. Met succes, want er is nu eindelijk een Europese opening gekomen voor het gebruik ervan. Dat was een cruciale stap om de economische haalbaarheid van pocketvergisters te verhogen.
Innovatie in de landbouwsector staat allesbehalve stil. Vlaamse landbouwers behoren wereldwijd tot de meest innovatieve en productieve boeren. Tegelijk blijft het potentieel van decentrale energieproductie op landbouwbedrijven vandaag nog te weinig benut.
De vergunningsproblematiek speelt daarin uiteraard een belangrijke rol, en sluit aan bij de bredere vraag naar snellere procedures. Maar het gaat om meer dan vergunningen alleen. We moeten ook investeren in een sterker energienetwerk, ook op het platteland, en kiezen voor een veel meer geïntegreerde energieaanpak, zodat landbouwbedrijven hun rol als producent van groene energie echt kunnen opnemen.”
U pleit ook voor het aanscherpen van antidumpingmaatregelen, om te voorkomen dat producten die niet voldoen aan de EU veiligheid, duurzaamheid en gezondheidsregels onze markt overspoelen. ‘Datzelfde geldt voor landbouwproducten die moeten beantwoorden aan de standaarden die we van onze eigen landbouwers vragen’. Hoe kan de EU die garantie bieden? Mercosur heeft hier voor een deuk in het vertrouwen gezorgd?
“Het Mercosur-akkoord heeft inderdaad bij veel landbouwers voor een deuk in het vertrouwen gezorgd, en ik begrijp die bezorgdheid. Europese boeren moeten voldoen aan strenge regels rond voedselveiligheid, dierenwelzijn, duurzaamheid en gewasbescherming, terwijl zij vrezen dat producten van buiten Europa niet aan dezelfde standaarden moeten beantwoorden. Dat creëert het gevoel van een oneerlijk speelveld. Daarom ook dat ik me steeds kritisch heb opgesteld voor het Mercosur akkoord en vooral bijkomende garanties heb gevraagd dat het speelveld eerlijker maakt. Tegelijk mogen we niet vergeten dat onze landbouwers ook sterk profiteren van internationale handel, binnen én buiten de EU. Zelfs binnen het Mercosur-akkoord zijn er landbouwsectoren die opportuniteiten zien en er economisch voordeel uit kunnen halen.
Voor mij is het principe eenvoudig: wie toegang wil tot de Europese markt, moet ook onze regels respecteren. Dat geldt voor landbouwproducten, maar evenzeer voor de miljarden pakjes en producten die vanuit China Europa binnenkomen. Daarom moeten we klassieke beschermingsmechanismen zoals antidumpingmaatregelen sneller en eenvoudiger kunnen inzetten wanneer onze markt overspoeld dreigt te worden met goedkope producten die niet aan onze normen voldoen.
Daarnaast moeten producten die onze grenzen binnenkomen veel strenger gecontroleerd worden op voedselveiligheid, duurzaamheid en oorsprong. Anders ondergraven we de geloofwaardigheid van ons eigen beleid. Je kan niet van Europese landbouwers de hoogste standaarden ter wereld vragen, terwijl ingevoerde producten onder veel soepelere voorwaarden geproduceerd worden.
Tegelijk moeten we ook naar onszelf kijken. Als we willen dat onze landbouw competitief blijft, mogen Europese milieuregels landbouwers niet verlammen. Alleen met die dubbele aanpak, namelijk eerlijke concurrentie van buiten Europa én werkbare regels binnen Europa, kunnen we onze landbouwsector uit wat ik noem ‘die houdgreep’ bevrijden.”
“Voor mij is het principe eenvoudig: wie toegang wil tot de Europese markt, moet ook onze regels respecteren.”
U staat achter het ‘Rijnlandmodel 2.0’, sociale herverdeling kan enkel als er voldoende economische groei is. Het voortbestaan van landbouw zoals we die nu kennen staat onder druk. De gemiddelde leeftijd van een landbouwer is 56 jaar en slechts één op de acht heeft opvolging. Welk kader is nodig om die groei te kunnen blijven garanderen?
“Voor mij balanceren de uitdagingen van onze landbouw vandaag op drie belangrijke elementen. Ten eerste is er het strenge regelgevende kader in Europa. Te vaak botsen landbouwers op milieuregels die vergunningen blokkeren. Landbouwers willen wel verduurzamen, maar kunnen of mogen niet. Bovendien komt er meer en meer druk op beschikbare gewasbeschermingsmiddelen, terwijl er te weinig ingezet wordt op innovatie en duurzame alternatieven te traag op de markt komen. Willen we landbouw toekomst geven, dan moeten we landbouwers opnieuw meer ademruimte geven.
Daarnaast is eerlijke handel essentieel. Handel heeft onze landbouwsector veel welvaart gebracht. Onze boeren profiteren sterk van de Europese interne markt en ook van export buiten Europa. Maar dat kan alleen werken als die handel eerlijk verloopt. Met een gelijk speelveld en eerlijke concurrentie behoren Vlaamse landbouwers tot de wereldtop en moeten ze voor niemand schrik hebben op de wereldmarkt.
Een derde element is een eerlijk inkomen voor de boer. Landbouwers moeten een correcte prijs krijgen voor hun product, crisishulp wanneer markten onder druk staan en een Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid dat vooral focust op zijn kerntaak: voedselzekerheid, een fair inkomen voor boeren, innovatie, productiviteit en tegelijk verdere verduurzaming van de sector. Daarom blijf ik pleiten voor een voldoende groot Europees landbouwbudget: meer doen met minder geld is onmogelijk. Als Europa zijn ambities ernstig neemt, moet daar ook een realistisch budget tegenover staan.
De evolutie vandaag is zorgwekkend. Rond 2000 telde Europa nog 15 miljoen landbouwbedrijven, vandaag zijn dat er nog 8,5 miljoen en tegen 2040 zouden er nog amper 3,5 miljoen overblijven. De gemiddelde leeftijd van een landbouwer is 56 jaar en slechts één op de acht heeft opvolging. Dat zet niet alleen de toekomst van de sector, maar ook onze voedselzekerheid onder druk. Daarom moeten we landbouwers opnieuw perspectief, rechtszekerheid en vertrouwen geven.”
‘Houvast of houdgreep?’ is uitgegeven bij Uitgeverij Ertsberg.