In Merelbeke-Melle heeft ILVO voor het eerst de splinternieuwe voederfabriek voor onderzoeksdoeleinden in gebruik genomen. Met de eigen productiesite kan ILVO nog beter de brug vormen tussen voederinnovaties en praktijk.
Tot voor vandaag ging ILVO voor de productie van experimentele voeders voor haar varkens, koeien en kippen aankloppen bij gangbare voederfabrikanten voor het samenstellen van die voeders. Omdat het om relatief kleine hoeveelheden ging die veel voorbereidend werk vroegen zaten deze fabrikanten daar niet onmiddellijk op te wachten. Ook naar vertrouwelijkheid tijdens proeven die ILVO voor privé-spelers uitvoerde werden er soms vragen gesteld bij dat ‘extern’ laten produceren voor voeders.
Precisie
Met de nieuwe eigen kleine voederfabriek heeft ILVO nu alle middelen in huis om zelf voeders samen te stellen, te mengen en eventueel te persen tot pellets/korrels. Ook belangrijk is de precisie. De wegers kunnen exact meten tot op één kg nauwkeurig, wat in een wereld van bulkgoederen best wel fijn is. De fabriek omvat 42 grondstofsilo’s, waarvan een 25-tal een capaciteit hebben van 30 ton (één vrachtwagen). De andere kunnen ongeveer een big bag (3 ton opslaan). Daarmee kan de Feed Pilot testvoeders produceren in batches van slechts enkele tientallen kilo’s tot enkele duizenden kilo’s. Daarvoor beschikt de Feed Pilot onder andere over een hamermolen, menger, dubbele wals (breker), conditioner, persen, zeeftoestel, koeler en kruimelaar. Ook de productie van geëxpandeerd voeder is mogelijk en het toevoegen van vloeibare ingrediënten.
Kantelmenger
Een van de paradepaardjes van de Feed Pilot is een kantelmenger van het Ieperse Digimatic. Dat bedrijf is gespecialiseerd in het ontwerpen en installeren van volledige veevoederbedrijven. Digimatic is actief over de hele wereld met onder andere recente projecten in Algerije en Hongarije. De door Digimatic gepatenteerde kantelmenger kantelt zijn gemengde voeder uit. Omdat er geen kleppen aan de onderzijde aanwezig zijn, is er geen risico op ongewilde lekkage of achterblijvende resten. Daardoor wordt versleping van het ene naar het andere voeder maximaal voorkomen, iets waar veehouders erg beducht voor zijn bij het vermijden van ongewenste stoffen voor – bijvoorbeeld – bijna slachtrijpe vleeskuikens. Dit is/was zeker het geval voor gemedicineerde voeders, en meer bepaald voor met antibiotica, alhoewel deze praktijk tegen einde volgend jaar wordt uitgefaseerd.
De kantelmenger van Digimatic voorkompt versleping.
Strategisch belang
De bouw van de Feed Pilot kostte ruim 6 miljoen euro. Twee derde daarvan komt van de Vlaamse overheid. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns mocht als eerste een testvoeder finaliseren. Hij beklemtoonde het strategisch belang om te investeren in voedsel- en dus ook voederautonomie. De Feed Pilot zag hij als een samengaan tussen wetenschap, fundamenteel en toegepast onderzoek.
Tussenstation
Voor het oplossen van heel wat vraagstukken wordt immers naar het voederhoofdstuk gekeken. Voorbeelden zijn het inpassen van nevenstromen uit de voedingsindustrie of het verlagen van de klimaatvoetafdruk of stikstofuitstoot. Ook in het kader van dierenwelzijn en diergezondheid wordt voortdurend naar de rol van voeder gekeken. Niet alleen voederfabrikanten maar ook de producenten van premixen zijn daarbij voortdurend op zoek naar verdere optimalisatie. Volgens ILVO zijn er al een vijftigtal intentieverklaringen ondertekend van firma’s die met de Feed Pilot willen samenwerken. De Feed Pilot is door zijn schaal – groter dan laboschaal, kleiner dan praktijkvoederfabriek - voor hen een ideaal tussenstation tussen ontwikkeling en commercialisatie.
De binnenzijde van een van de grote opslagtanks, verlicht door kerstverlichting. Gefotografeerd doorheen het roostertje met de kegels op de bovenstaande foto.
Boerennatuur Vlaanderen lanceert een groepsaankoop voor productief kruidenrijk grasland: een klimaatrobuust, meerjarig mengsel voor melkveehouders met korting, praktische begeleiding en mogelijke subsidie.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.