Techniekenbeurs toont klimaat- en energiekansen voor varkensbedrijven
Aangemaakt op
Tijdens de techniekenbeurs voor varkenshouderij van Inagro op 12 februari konden varkenshouders kennismaken met verschillende erkende technieken om emissies te verminderen. Daarnaast werd een demonstratie georganiseerd rond energie op een varkensbedrijf. Bezoekers kregen er te zien welke impact een batterij, windturbine en pocketvergister kunnen hebben op zowel de energiefactuur als de klimaatimpact van een bedrijf.
De demonstratie kaderde binnen het demoproject KLIMREK varkens. Dat project helpt varkenshouders om hun klimaatimpact in kaart te brengen en mogelijke maatregelen door te rekenen, zowel op vlak van klimaat als economie.
Duurzaamheid krijgt steeds meer gewicht in de keten
De focus op duurzaamheid wordt steeds sterker, ook in de agrovoedingsketen, en dat heeft voor een groot deel te maken met Europese regelgeving. In 2022 keurde de Europese Unie de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) goed. Die verplicht grote en beursgenoteerde ondernemingen om uitgebreid te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties. Daarmee zet de EU een volgende stap in haar ambitie om tegen 2050 klimaatneutraal te worden.
Sinds eind 2024 is de CSRD ook opgenomen in de Belgische wetgeving en wordt de richtlijn stapsgewijs ingevoerd. Landbouwbedrijven vallen meestal niet rechtstreeks onder deze verplichting, omdat ze doorgaans als kleinere ondernemingen worden beschouwd. Toch zullen ze de impact voelen. Verwerkers, retailers en andere ketenpartners moeten immers rapporteren over de duurzaamheid van hun volledige waardeketen. Daardoor zullen zij steeds vaker duurzaamheidsgegevens opvragen bij hun leveranciers, waaronder landbouwbedrijven. Zo ontstaat een domino-effect doorheen de agrovoedingsketen.
Klimaattraject brengt uitstoot en maatregelen in beeld
Om landbouwers daarbij te ondersteunen, werd het Klimaattraject voor de varkenssector ontwikkeld. Dat traject helpt bedrijven om hun klimaatimpact in kaart te brengen en mogelijke maatregelen te evalueren.
De eerste stap is een bedrijfsspecifieke klimaatscan. Die berekent de CO₂-voetafdruk van het bedrijf, uitgedrukt in kilogram CO₂-equivalent per kilogram levend gewicht (verkochte big of geleverd slachtvarken). Voor deze berekening worden verschillende bedrijfsgegevens verzameld, onder meer over de voederaankoop en eventuele voederteelt, de samenstelling en prestaties van de veestapel, mestopslag en stikstofexcretie, het gebruik van strooiselmateriaal en luchtwassers, en het energie- en waterverbruik. De analyse omvat de volledige productiefase: van het moment dat een dier op het bedrijf aankomt tot het vertrek naar het slachthuis of de verkoop.
Na de klimaatscan volgt een tweede stap: het doorrekenen van mogelijke klimaatmaatregelen. Die worden onderverdeeld in vier categorieën: veebeheer, rantsoen, mestbeheer en energie. Elke maatregel wordt zowel beoordeeld op het mogelijke klimaateffect als op het economische rendement, zodat varkenshouders kunnen inschatten welke ingrepen het meest interessant zijn voor hun bedrijf.
Voeder bepaalt grootste deel van klimaatimpact
Eerdere projectresultaten geven al een duidelijk beeld van waar de grootste hefbomen liggen. In 2022 bedroeg de gemiddelde klimaatimpact van de productie 2,97 kg CO₂-equivalent per kg levend gewicht richting slachthuis.
Daaruit blijkt dat voeder veruit de grootste bijdrage levert aan de uitstoot, goed voor ongeveer 64% van de totale klimaatimpact. Het energieverbruik speelt daarentegen een veel kleinere rol en is gemiddeld verantwoordelijk voor ongeveer 2% van de totale uitstoot. Dat betekent dat maatregelen rond voeder en dierprestaties doorgaans de grootste impact hebben op de klimaatvoetafdruk van een varkensbedrijf.
Energie: beperkte klimaatimpact, maar economische kansen
Hoewel energie maar een klein aandeel heeft in de totale klimaatimpact, kan ze wel een belangrijke economische hefboom vormen op het bedrijf. Tijdens de demonstratie op de Techniekenbeurs lag de focus daarom specifiek op mogelijke energiemaatregelen.
Windturbine
Het plaatsen van een windturbine kan financieel interessant zijn, maar de rendabiliteit hangt sterk af van verschillende factoren. Zo spelen het eigen elektriciteitsverbruik, de gemiddelde windsnelheid op het bedrijf, de investeringskost en eventuele steunmaatregelen een belangrijke rol. Daardoor blijft de rendabiliteit sterk bedrijfsspecifiek.
Batterijopslag
Ook batterijopslag kan interessant zijn, vooral in combinatie met eigen energieproductie zoals zonnepanelen. Een batterij verhoogt het zelfverbruik van eigen geproduceerde stroom, waardoor minder elektriciteit naar het net wordt teruggeleverd. Daarnaast kan een batterij helpen om piekverbruik af te vlakken, netkosten te verlagen en flexibeler in te spelen op dynamische energieprijzen. Ook hier is een correcte dimensionering essentieel om het economisch voordeel te maximaliseren.
Dagontmesting en pocketvergisting
De combinatie van dagontmesting en pocketvergisting bleek tijdens de demonstratie de maatregel met het grootste effect. Bij dagontmesting wordt mest dagelijks uit de stal verwijderd, waardoor er minder methaan ontstaat. In een pocketvergister wordt deze mest vervolgens vergist, waarbij het vrijkomende methaan wordt opgevangen en omgezet in energie zoals elektriciteit en warmte. Deze aanpak kan de klimaatimpact met ongeveer 6% per kilogram levend gewicht verlagen. Bovendien kan de geproduceerde energie op het eigen bedrijf worden gebruikt, wat ook economische voordelen oplevert.
Bedrijfsspecifieke keuzes centraal
De klimaatscan en de doorrekening van maatregelen moeten varkenshouders vooral helpen om onderbouwde keuzes te maken voor hun eigen bedrijf. Waar voeder vaak de grootste impact heeft op de klimaatvoetafdruk, kunnen maatregelen rond mestbeheer en energie bijkomende kansen bieden.
Welke investeringen uiteindelijk interessant zijn, verschilt echter sterk van bedrijf tot bedrijf. Door klimaatimpact en economische haalbaarheid samen te bekijken, wil KLIMREK varkens varkenshouders helpen om maatregelen te kiezen die passen binnen hun bedrijfsvoering én binnen de toenemende duurzaamheidsverwachtingen in de keten.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Biggenprijzen zakken fors door meer aanbod, minder export en een zwakke vleesvarkensmarkt. De druk op de rendabiliteit van zeugenhouders neemt daarmee stevig toe.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Boerenbond lanceert twee brochures die veehouders helpen hun toekomst na 2030 uit te tekenen met een helder stappenplan en een uitgewerkte case rond het stikstofbeleid.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.