Groene zorg in het onderwijs is hulp en noodklok tegelijk
Aangemaakt op
Met de eerste schoolweken achter de rug hebben veel leerlingen en gezinnen hun schoolse routine teruggevonden. Althans, dat is meestal zo. Voor een klein percentage – maar nog altijd een grote groep – loopt het om allerlei redenen in de loop van het schooljaar verkeerd. Daar waar onderwijs en welzijn de tanden op stuk bijten, biedt de land- en tuinbouw soms een reddende hand. Een hand, die de meeste grijpkracht heeft wanneer ze op de juiste manier ingezet wordt.
Dagelijks gooien in Vlaanderen zo’n 1,2 miljoen leerlingen de boekentas de rug op richting het basis- en secundair onderwijs. Bij het overgrote merendeel hiervan gebeurt dit zonder problemen en met een duidelijk schooltraject voor ogen. Maar voor een klein deel van de leerlingen weegt het lood in de benen steeds zwaarder als de schoolbel gaat, tot het niet meer gaat. Dat een op de zes jongeren om allerlei redenen het secundair onderwijs verlaat zonder diploma is daarbij misschien nog niet het grootste probleem. In het schooljaar 2023-2024 was 3,8% van de leerplichtige leerlingen in het secundair onderwijs problematisch afwezig. Het ging toen om 17.364 leerlingen die 30 halve dagen of meer afwezig waren zonder geldige reden. Achter die laatste statistiek zit ongetwijfeld een brede waaier van oorzaken. Veelal gaat het om gedragsproblemen of sociaal-emotionele moeilijkheden. En dat merken ze ook bij het Steunpunt Groene Zorg, een initiatief van Boerenbond en Ferm.
Van informeel naar goed geregeld
Groene Zorg is het kenniscentrum en het ontmoetingsplatform voor zorgboerderijen. Het biedt steun aan land- en tuinbouwers die hun deuren openen voor groene zorg. Daarbij worden mensen uit kwetsbare groepen meegenomen in de dagelijkse werking van een land- en tuinbouwbedrijf. Mensen vinden er minstens een zinvolle dagbesteding, jongeren ontwikkelen er vaardigheden en attitudes die ze in hun latere leven nodig hebben. “Groene zorg heeft eigenlijk al altijd bestaan”, weet Els Roelof, coördinator van het Steunpunt Groene Zorg. “In elk dorp waren er wel land- en tuinbouwbedrijven waar iemand met minder mogelijkheden meeliep. Dat werd heel lang familiaal geregeld, waarbij boeren eerder toezegden vanuit het ‘waarom niet’-principe. Pas later werden er vragen gesteld over het juridisch kader. Wat als de boer controle krijgt, wat als er iets gebeurt, welk statuut heeft een zorggast die taken uitvoert, wat als er een ongeval gebeurt … Het Steunpunt nam bij de start 21 jaar geleden de taak op zich om bij de bevoegde instanties te ijveren voor een goed juridisch kader, onder andere met de opstelling van modelcontracten. Via de Kwaliteitsgids Groene Zorg kregen starters een praktische handleiding mee.
Matchmaker
Het Steunpunt ontwikkelde niet alleen een officieel kader, maar nam ook steeds meer de rol op van matchmaker, waarbij de juiste zorggast aan het juiste land- en tuinbouwbedrijf wordt gekoppeld. Niet elke zorggast heeft immers een geschikt profiel om in de groene zorg passend geholpen te worden en niet elke zorgboer voelt zich even comfortabel bij alle profielen.
Onderwijsvragen stijgen
In 2024 telde Vlaanderen in totaal 1039 zorgboerderijen. Zij boden daarmee plaats aan 8271 unieke zorggasten. Het aantal aanmeldingen kende een dip in het coronajaar 2020. Sindsdien ging het aantal aanmeldingen elk jaar in stijgende lijn. Waar het jaar vóór corona 852 aanmeldingen werden gedaan, was dat in 2024 al verder opgelopen tot 1084 aanmeldingen of een stijging met ruim een kwart. Opvallend is dat het aantal aanmeldingen vanuit welzijn in al die jaren grosso modo gelijk bleef. Elk jaar steeg het aantal aanmeldingen vanuit onderwijs echter fors, van net geen 400 in 2021 naar bijna 700 in 2024. Dat betekent dat er in 2024 elke schooldag bijna vier leerlingen werden aangemeld bij Groene Zorg.
De vele aanmeldingen tonen dat er noden zijn binnen welzijn en onderwijs.
Vandaag is het zo dat bijna twee derde van alle aanvragen uit het onderwijs komt. Voor een deel geeft dat een vertekend beeld. Sommige (volwassen) zorggasten zijn immers jarenlang bij hetzelfde land- en tuinbouwbedrijf te gast. Zij worden niet elk jaar opnieuw aangemeld. In het onderwijs is de horizon beperkt tot het lopende schooljaar.
Handen in het haar
Maar dat er een grote nood is aan de groenezorginitiatieven vanuit het onderwijs is duidelijk. Het aantal aanmeldingen duidt op een evolutie in het onderwijs en de maatschappij, een die tot nadenken stemt. Bij het Steunpunt Groene Zorg merken ze niet alleen dat het aantal aanmeldingen uit het onderwijs stijgt, maar ook dat de gemiddelde leeftijd van de aangemelde leerlingen daalt. Ondanks dat een ministeriële omzendbrief het uitdrukkelijk verbiedt, krijgt het Steunpunt Groene Zorg soms ook telefoontjes over leerlingen uit het basisonderwijs. “Structureel zijn er weinig opvangmogelijkheden voor jongeren die vastlopen in het onderwijs. Los van de time-outprojecten en de groene zorg zijn er geen oplossingen voor zogenaamde thuiszitters”, vertelt Els Roelof. “We merken soms dat CLB-medewerkers met de handen in het haar zitten omdat ze geen oplossing vinden voor een jongere. Ook scholen weten soms geen blijf met sommige leerlingen.”
De boerderij als beloning
Het Steunpunt Groene Zorg is niet actief op zoek naar nog meer aanmeldingen uit het secundair onderwijs. Het aantal land- en tuinbouwers dat geen zorggast heeft, maar er wel voor openstaat is beperkt. “We willen de juiste zorggast op de juiste boerderij. Er is geen wachtlijst. Er is een match of er is er geen. Boerderijen zijn goede plekken voor de gasten die er passen. Ons signaal naar het onderwijs is om vooral aan ons te denken in preventieve trajecten, vooraleer alles misgelopen is. Een zorgboerderij werkt goed in een context van beloning. Er mag niet altijd vanuit een probleem vertrokken worden. Als jongeren zich op school sterk houden zodat ze één dag per week naar de zorgboerderij mogen, krijg je een win-win.”
Voorspelbaarheid
Aan de kant van de land- en tuinbouwer staat er immers geen professioneel geschoolde zorgverlener, maar wel een actieve land- en tuinbouwer die een bedrijf te runnen heeft. Groene zorg is zorg die niet altijd als zorg aanvoelt. Zorggasten krijgen het gevoel dat ze iets nuttig aan het doen zijn. Ze krijgen een verantwoordelijkheid waarin ze succeservaringen opdoen. Er is een voorspelbaarheid op het ritme van de dag of het seizoen. Dieren moeten eten krijgen, planten water, koeien moeten gemolken worden, elke dag opnieuw. En de boer is er elke dag; zelfs als hij ziek is.
Betrokkenheid
De relatie is tussen zorgboer en zorggast is bovendien gebouwd op vertrouwen en goedwil. “Land- en tuinbouwers die kiezen voor groene zorg doen dat niet in een opwelling. Het zijn mensen met een groot hart, die geboeid zijn door mensen. De zorggast wordt onderdeel van de boerderij en ook het gezin. In tijden van verzuring van de maatschappij is dat allesbehalve vanzelfsprekend”, vertelt Els Roelof. Van de zorggast wordt niet verwacht dat hij of zij werkt zoals in een betaalde job, maar wel dat de persoon zich inzet. 90% van de zorgboeren werkt trouwens één-op-één, een betrokkenheid die nergens anders te vinden is.”
Het verlenen van gespecialiseerde zorg is niet iets wat tot de mogelijkheden van de boer behoort. Er zijn echter ook ondernemers die geen actief land- of tuinbouwbedrijf hebben, maar wel een groene omgeving hebben en in de groene zorg aan de slag willen. Ook zij worden dikwijls onder de noemer ‘zorgboerderij’ gerekend, al zijn ze het niet in de strikte betekenis van het woord. Zij kunnen dus geen beroep doen op de subsidie vanuit het Departement Landbouw & Visserij. Niet dat die subsidie een goudmijn is. De subsidie voor landbouwers bedraagt 20€/dagdeel, ongeacht het aantal zorggasten.
Zorg met landbouw en omgekeerd
Sociale ondernemers die ‘zorg met landbouw’ willen uitbouwen zitten sowieso met een veel hoger kostenplaatje. “Een boer heeft nauwelijks kosten omdat hij alles heeft om aan land- en tuinbouw te doen. Mensen die groene zorg willen uitbouwen kunnen niet anders dan een dagprijs aanrekenen aan de zorggast.” Op de website www.zorgboerderijenvlaanderen.be zijn gauw prijzen terug te vinden vanaf 85 euro/dag en hoger. Het is vanzelfsprekend dat de verwachtingen van de zorggast (diens ouders) daarbij ook hoger zijn. “Het is goed dat dergelijke initiatieven er zijn. Iemand die constant begeleiding nodig heeft, is beter af in een dergelijk concept. Dergelijke ‘zorg met landbouw’, maakt op die manier ook plaatsen vrij voor ‘landbouw met zorg’”, vindt Els. Zorggasten die een persoonsvolgend budget hebben, kunnen daarvoor middelen gebruiken, maar dat gaat voorlopig nog om kleine aantallen. Wanneer middelen naar jongeren via een zorginstelling gaan, zouden deze dat in principe deels kunnen doorschuiven voor de dagen dat de begeleiding op het landbouwbedrijf gebeurt. De praktijk bewijst dat het kan, al houden sommige zorginstellingen de boot af.
Voor het geld?
Het financiële aspect aan groene zorg is een heikel thema. Zijn de dagprijzen die ‘zorg met landbouw’-initiatieven aanrekenen kostendekkend? Els aarzelt. “Een recente studie toonde dat het ook voor hen financieel een moeilijk verhaal is, zeker als je er de inrichting van een boerderij voor zou doorrekenen. Een actief land- en tuinbouwbedrijf hoeft in principe geen extra kosten te maken om een zorggast te ontvangen. Als zijtak naast andere zijtakken kan ‘landbouw met zorg’ eventueel tegen een realistische dagprijs een uitweg bieden voor boeren die zoeken naar verbreding. Koken kost geld, en dat besef groeit wel.”
Unieke zorgvorm, minieme kost
Voor actieve land- en tuinbouwbedrijven blijft de basis van 20 euro per dagdeel de enige vergoeding. Dat bedrag is sinds de start in 2005 niet meer geïndexeerd. In de praktijk heeft de maatschappij dus ieder jaar iets minder geld veil voor een dienst waar alvast onderwijs ieder jaar meer nood aan heeft. Het is iets wat niet in de eerste instantie het Departement Landbouw & Visserij aangewreven kan worden, dat in de subsidie voorziet. Groene zorg voor leerlingen op actieve landbouwbedrijven is in eerste instantie een dienst aan onderwijs en welzijn. Een unieke zorgvorm, tegen een minimale kost. Dit aanbod kan enkel standhouden of groeien wanneer land- en tuinbouwers zich blijven engageren. Daar mag best wat maatschappelijke waardering tegenover staan. Groene zorg bewijst dat land- en tuinbouwers niet enkel economisch een belangrijke rol vervullen, maar ook maatschappelijk.
De waarde van de zorgboerderij
Els Roelof, coördinator Steunpunt Groene Zorg: “De vele aanmeldingen tonen dat er noden zijn binnen welzijn en onderwijs. Vooreerst kunnen die sectoren al hun waardering tonen door de draagkracht te bewaken en deze unieke zorgvorm enkel in te zetten voor die vragen die passen bij de informele setting die een zorgboerderij is.
Niet iedere zorggast is in staat om mee te draaien zonder de dagelijkse werkzaamheden te vertragen. Als er een financiële compensatie is, voor de derving van inkomsten, zijn zeker (nog meer) zorgboerderijen bereid ook deze zorggasten een kans te geven.
Het schoentje wringt dat welzijn en onderwijs er wel als de kippen bij zijn om beroep te doen op zorgboerderijen, maar dat zij niet mee ijveren om ook extra financiering te voorzien. Hiervoor kijken we niet naar landbouw, die tot nu als enige met middelen over de brug komt om actieve zorgboerderijen te compenseren, maar wel naar welzijn en onderwijs.”
Ferm voor Agravrouwen organiseerde op 3 juli een fietsbenefiet om aandacht te vragen voor het mentale welzijn van boeren en boerinnen. De opbrengst gaat naar Boeren op een Kruispunt.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De provincie Antwerpen blijft de landbouwkamer ondersteunen als adviesorgaan en maakt jaarlijks 25.000 euro vrij voor scholenbezoeken en imago-activiteiten rond land- en tuinbouw.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Boerenbond brengt Meer boer dan je denkt naar Rock Werchter: ontdek hoe lokale landbouwproducten, chef Loïc Van Impe en festivalboer Davy Lissens de Smaakfabriek tot leven brengen.