Eerder deze maand organiseerde het Agentschap Landbouw en Zeevisserij een studiedag over knolcyperus. In ‘t Poorthuis in Peer was nauwelijks nog een lege stoel te vinden. De grote opkomst is het bewijs dat veel landbouwers het probleem onderkennen dat knolcyperus is. In het noorden van Limburg hebben ze al decennialang te kampen met knolcyperus, maar ondertussen is het probleem helaas over heel Vlaanderen verspreid. En het einde lijkt nog niet in zicht.
Shana Clercx van PVL begon de studiedag met een overzichtelijk situering van het probleem. Uit vier jaar onderzoek in het kader van een VLAIO-project is opnieuw bewezen dat het bestrijden van het gewas enorm moeilijk is en de verspreiding ervan net heel gemakkelijk gebeurt. “Decennia van intensieve chemische bestrijding konden niet voorkomen dat knolcyperus zich verder verspreidde”, aldus Shana Clercx. In eerste instantie moet er dus ingezet worden op preventie. Daarbij mag niet worden vergeten dat zaden relevant zijn voor de verspreiding van knolcyperus. Daarnaast is het essentieel om geen wortel-, bol- en knolgewassen te telen. Sommige bodemverstorende landbouwmachines verslepen knollen namelijk tot tientallen meters ver binnen een perceel. Ze kunnen ook aanklevende aarde met zich meedragen.
Eensgezindheid over urgentie
Over wat er dan wel mogelijk is, staken vertegenwoordigers van verschillende betrokken partijen de koppen bij elkaar. Een oplossing konden zij ook niet vinden, maar er was wel eensgezindheid over de urgentie. “Mijn topprioriteit en hoop is dat we binnen afzienbare tijd een middel vinden met knoldodende werking bij knolcyperus”, aldus Leander Hex, akkerbouwconsulent bij Boerenbond. “Het is een wereldwijd probleem; hopelijk komt er ergens een oplossing.” Een mening die gedeeld wordt door Marc d’Haen van aardappelverwerker Agristo. “Onderzoek naar doeltreffende bestrijdingsmethoden of middelen is het belangrijkste.”
Jan Haveneers is ondervoorzitter van Landbouwservice, een organisatie van loonwerkers in België. Hij benadrukt sterk het belang van communicatie. “Tussen de landbouwer, de loonwerker en de pachter en verhuurder van de grond. Wie heeft de knol en wie niet, daarover moeten we open communiceren.”
Danny Van den Bossche van het agentschap Landbouw en Zeevisserij sloot daar bij aan. “Ik pleit voor samenwerking. We kunnen allemaal kijken naar de ander en afwachten wat die gaat doen, maar dat neemt niet weg dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen.”
“De hele keten zal zijn stukje moeten bijdragen”, beseft ook Paul Claesen van Greenyard in Bree. “We leerden vandaag dat zwarte braak een van de meeste efficiënte bestrijdingsmethodieken is. Zou het op korte termijn niet mogelijk zijn om een uitzondering te bekomen op de verplichting om groenbedekker te zaaien en in de plaats daarvan in te zetten op zwarte braak om knolcyperus te bestrijden?”
Erwin Boonen, Tiense Suikerraffinaderij rondde af door de voorgaande ideeën samen te vatten: “Samenwerking is essentieel. Enkel door samen naar oplossingen te zoeken, kunnen we dit probleem aanpakken.”
Decennia van intensieve chemische bestrijding konden niet voorkomen dat knolcyperus zich verder verspreidde.
Geef je mening over de Europese natuurrichtlijnen.
De Europese Commissie voert een stress-test uit van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Burgers kunnen hun mening geven via een publieke consulatie. Ontdek waarom de regels onder vuur liggen.
Vegaplan-certificering stijgt verder in België, ondanks minder landbouwbedrijven. Ontdek ook welke non-conformiteiten in 2025 het vaakst opdoken tijdens audits en hoe landbouwers zich beter kunnen voorbereiden.
De Vlaamse Energietaxshift verplaatst beleidskosten van elektriciteit naar fossiele verwarmingsbrandstoffen. Deze hervorming moet elektriciteit goedkoper maken en fossiele verwarmingsbrandstoffen duurder, om zo de elektrificatie van verwarming met warmtepompen aantrekkelijker te maken.
Werken met studenten of seizoenarbeiders? Ontdek hoe beide systemen gecombineerd kunnen worden en welke extra regels gelden voor minderjarigen, helder uitgelegd door Chris Botterman.
AIF investeert in Moa Technology, dat met 26 miljoen euro nieuwe herbiciden en Moa Amplifiers™ ontwikkelt om onkruidresistentie en strengere regelgeving te counteren.
Caro Vermeir volgde de starterscursus bij Boerenbond. Haar stage deed ze deels bij ‘t Waterbos, het bedrijf van Pieter en Jessie Stessel-Bosmans in Herent.