Opportuniteiten en bedreigingen voor onze hardfruitsector
Vlaanderen is een hardfruitregio bij uitstek. Dat kunnen we ook nu weer proeven. De kwaliteit van het fruit dit jaar is zeer goed. Het zachte voorjaar en de zonnige zomer zorgen voor lekker zoete vruchten met een gladde schil. Die goede oogst is welkom voor de fruitsector, waar de telers het voorbije decennium te kampen hadden met een slechte prijsvorming, een moeilijke marktsituatie en hoge personeelskosten. De sector doet het dus goed, maar er liggen bedreigingen op de loer.
Want een goede oogst kan je enkel verkrijgen met inzet van de juiste middelen en methoden om de gewassen te beschermen tegen plagen en andere invloeden van buitenaf. En plukkende handen zijn niet altijd even vlot beschikbaar, maar wel heel erg nodig om onze appels en peren in de winkels te krijgen.
Hardfruitproductie in cijfers
Het aantal hectare appels in Vlaanderen is afgenomen van 6538 ha in 2012 naar 4677 ha in 2022. Deze afname is het gevolg van lage prijsvorming, toenemende kosten, strenge regelgeving en internationale concurrentie. Een aantal telers is met de fruitteelt gestopt, of is overgeschakeld op andere teelten (zoals peren). Bijgevolg is het perenareaal gestegen. Daarover verderop meer.
Jonagold is bij ons nog altijd de belangrijkste appelvariëteit. De focus ligt daarbij heel sterk op de binnenlandse markt. De appelmarkt is een wereldmarkt waar Vlaanderen als kleine producent geen gewicht in de schaal kan leggen naar prijsvorming of export toe. Bovendien is er ook best nog wat import van bijvoorbeeld variëteiten die wij hier niet telen, zoals Pink Lady. Appels zijn er in alle geuren en kleuren, van heel zoet tot zoetzuur, van rood over groen tot geel. Bij de appels vinden we ondertussen ook heel wat nieuwe variëteiten. Dat zijn dan vaak clubrassen: concepten waar een commerciële trekker achter zit. De club stuurt hoeveel er wordt geplant, om af te stemmen op de markt. Zij bepalen de vereisten om onder het label te mogen leveren, er is centrale sortering en soms ook centrale bewaring.
In tegenstelling tot de appels, zijn wij wat peren betreft wel Europees de topleverancier. Conférence blijft daarbij onze topper. Samen met Nederland is ons land dé leverancier van dit type peer, dat voornamelijk wordt afgezet in het nabije Europa, maar jaarlijks ook tot in China wordt geëxporteerd én geapprecieerd. Op de laatste editie van sectorevenement Prognosfruit bedankte de Chinese vertegenwoordigster België voor de lekkere peren die we naar daar uitvoeren. Bij het verkennen van nieuwe ‘exotische’ markten organiseert VLAM tastings. Dat is vaak nodig omdat de vorm en de soms ruwere schil van de Conference in vele landen niet gekend zijn. Het perenassortiment breidt uit, nieuwe soorten maken een schuchtere verschijning op de markt.
Onze telers zijn Europees topleverancier van peren.
Klimaat
De klimaatverandering is een wereldwijd fenomeen, maar ook vandaag is en blijft Vlaanderen een goede plaats om appelen en peren te telen. Deze zomer hoorden we op het nieuws weer berichten over zware branden in het zuiden van Europa. Het klimaat daar evolueert naar warmere en drogere zomers. Een enkele hittegolf mag geen invloed hebben op de oogst, maar een veranderend klimaat heeft dat wel. En hoe moeilijker appelen en peren in Zuid-Europa groeien, hoe meer er in de richting van Vlaanderen en de ons omringende regio’s gekeken wordt voor deze teelten. Ook bij ons is het weer de afgelopen jaren grilliger geworden, maar die grillen blijven vooralsnog behapbaar. Onze telers wapenen zich er ook tegen.
Zo zijn er hagelnetten. Om de teelt te beschermen tegen hagel uiteraard, maar een van de neveneffecten is ook de invloed op de temperatuur in de plantage en op de hoeveelheid zon die op de vruchten valt. Een regenwaterbassin kan helpen om te anticiperen op extremer weer: via (druppel)irrigatie voor droge periodes, maar beregenen is ook in de winter nuttig, met name om vorstschade te voorkomen. De bodem vochtig houden, de zwartstrook vrijhouden en het gras kort maaien helpt omdat de bodem de warmte vasthoudt en weer afgeeft. Maar de installatie die grotere temperatuurverschillen kan overbruggen, is de nachtvorstberegening: sproeiers boven de boom maken de bloemen nat en doordat het water bevriest, wordt er een klein beetje warmte afgegeven rond de bloem. Dit proces moet verder worden gezet totdat het dooit, dus draait de installatie op die koude nachten tot ’s ochtends. Dit vraagt heel veel water, afhankelijk van het systeem 30 m³ water per uur per hectare. Dan is toegang tot veel water dus heel relevant. Zowel een regenwaterbassin - waarvoor het bekomen van een vergunning vaak niet eenvoudig is - als druppelirrigatie zijn systemen waarvoor het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ondersteuning biedt, zij het op het vlak van druppelirrigatie enkel wanneer er geen gebruikgemaakt wordt van grond- of oppervlaktewater. De typische druppelirrigatie kan draaien op water uit een regenwaterbassin of oppervlaktewater, maar hier vraagt de sector toch met aandrang om ook in de toekomst nog een vergunning te kunnen krijgen voor grondwaterwinning. Druppelirrigatie is de meest effectieve manier om water te geven en het water komt ook terug op de bodem terecht.
Nog te vermelden is dat de fruitteelt een CO2-negatieve teelt is: er wordt in onze fruitboomgaarden meer CO2 opgeslagen dan dat er wordt uitgestoten.
Gewasbeschermingsmiddelen
Het aantal toegestane actieve stoffen verdwijnt aan duizelingwekkende snelheid. Zo kunnen we vanaf volgend teeltseizoen onder andere niet meer rekenen op spirotetramat (de actieve stof in Movento), penthiopyrad (onder andere in Fontelis) en spinoteram (onder andere in Delegate). Het is nog koffiedik kijken hoe zwaar de invloed van het wegvallen van deze middelen precies zal zijn, maar de grens van het haalbare is intussen bereikt. Movento was tot nog toe hét middel om de perenbladvlo te bestrijden. Natuurlijke bestrijders zullen waarschijnlijk een prominentere plaats krijgen in de perenplantage, maar hoe groot de gevolgen zullen zijn, zal naar alle waarschijnlijkheid pas over een jaar duidelijk zijn, wanneer we volgend jaar de peren gaan plukken. Deze beperking haalt ook het gelijk speelveld onderuit tussen producerende landen en regio’s. Wij hebben onze positie op de wereldmarkt veroverd door de hoogstaande kwaliteit van ons fruit. Als er binnenkort te weinig middelen beschikbaar zijn om die te blijven realiseren, wordt onze positie hierin ondergraven vanuit het beleid.
Ook te noteren is dat de Belgische overheid heeft beslist om koper (Cu) als gewasbeschermingsmiddel in de meeste vormen op korte termijn te verbieden. Ons land wacht daarbij dus niet op de Europese herevaluatie. Het gebruik van koper in de landbouw en de fruitteelt werd de laatste jaren al sterk aan banden gelegd (max. 28 kg actieve stof koper per 7 jaar). Bovenop de reductie in het gebruik van koper wordt nu ook de erkenning van gewasbeschermingsmiddelen op basis van koperoxychloride niet verlengd en het is ook niet ondenkbaar dat voor middelen op basis van koperhydroxide de huidige erkenning niet zal worden verlengd. Met name in de biosector vormt dit een enorme uitdaging. Er lopen beloftevolle proeven met alternatieve middelen, maar vooralsnog zullen die niet in staat zijn om koper volledig te vervangen.
Vele handen maken licht werk
Voor onze fruitpluk doen we in Vlaanderen jaarlijks beroep op 30.000 seizoenarbeiders. Die komen soms uit België, maar vaak ook uit het buitenland. In de toekomst dreigt seizoenarbeid van binnen de EU moeilijker te worden. Ze zijn, door de economische groei en stijgende lonen in hun eigen land, bijvoorbeeld Polen, nu al minder geneigd om als seizoenarbeiders naar Vlaanderen te komen. In 2024 waren er in totaal 5250 arbeidskaarten voor zogenaamde derdelanders - niet uit de EU dus - in de tuinbouw met arbeidskaart B. In 2023 waren dit er iets minder dan 4000. Het ging toen voornamelijk over Oekraïners. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit aantal nog toenemen.
Belangrijk is dat werkgevers een beroep kunnen blijven doen op seizoenarbeiders om de piekmomenten op te vangen. Er is dus nood aan een constante instroom van beschikbare kandidaten. Daarvoor moeten we ook onze eigen arbeidsmarkt meer en beter activeren. We hebben in ons land een grote poule van potentiële werkkrachten. Denk aan jonge werklozen, geregistreerde politiek vluchtelingen, mensen die steun trekken bij het OCMW ... Wie in deze groep zit en gemotiveerd is om aan de slag te gaan, moet ook vlot geactiveerd worden. Daarvoor kan de overheid een aantal extra gerichte maatregelen nemen om meer werkwilligen naar onze sector te leiden. Dat zal ook nodig zijn, als we doelstelling van 80% tewerkstellingsgraad willen behalen. Seizoenarbeid is zeer laagdrempelig en kan een opstap naar vast werk zijn, binnen en buiten de sector. Het is in het voordeel van zowel de werknemer als de werkgever om de toestroom vanuit onze eigen arbeidsmarkt te vergroten.
Seizoenarbeid is zeer laagdrempelig en kan een opstap naar vast werk zijn, zowel binnen als buiten de sector.
Wat met biofruit?
De markt in verse producten is de laatste jaren gegroeid, zowel in volume als in bestedingen per capita. In Vlaanderen waren er volgens de laatste gekende cijfers aan het eind van 2024 636 biologische landbouwbedrijven. 15% daarvan specialiseert zich in de fruitteelt. In Vlaanderen telen zij op 9% van de beschikbare biogronden. De appel- en perenrassen in bio zijn deels dezelfde als in de gangbare fruitteelt, en deels eigen variëteiten die uitblinken in weerbaarheid, bijvoorbeeld inzake schurftresistentie wat de nood aan gewasbeschermingsmiddelen op dat vlak alvast wat lenigt.
Wat hardfruit betreft, telden we in 2023 379 ha appel (10%) en 231 ha peer (2,5%) die biologisch beteeld wordt of in omschakeling naar bio is. Dit is dus maar een fractie van het volledige areaal, en volgens de laatste gekende cijfers zelfs enkele hectare minder dan een jaar eerder. De prijzen in de biomarkt blijven een uitdaging. 2024 was op dat vlak een goed jaar, maar vanwege het slechte zomerweer lag de oogst een pak lager dan in een gemiddeld jaar. Ook de beperking op het aantal toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zal in de toekomst zeker impact hebben op de rentabiliteit in de bioteelt.
Vlaamse brouwgerst komt sterk uit het veld, maar voldoet ze ook aan de strenge eisen voor calibrage, eiwit en vocht? Ontdek waar kwaliteit het verschil maakt bij ontvangst en afname.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
De Europese Commissie zet veehouderij opnieuw centraal met een strategie richting 2040: meer rendabiliteit, minder vergunningenknelpunten, aandacht voor dierziekten, mest als grondstof en een sterker Europees eiwitplan.
De ene (te) warme periode is nog niet goed en wel verteerd, of daar is de volgende al. Zeker bij langere periodes van hitte is het nodig om in te zetten op maatregelen die het verschil maken.
Op het jaarlijkse BASF-proefveld in Pont-à-Celles presenteerde het bedrijf onder andere een nieuw bladluizenmiddel in bieten en twee nieuwe producten in de bestrijding van aardappelplaag.