Het Vlaams stikstofdecreet heeft grote gevolgen voor de toekomst van veehouderijen in Vlaanderen. De impact op de bedrijfsvoering is in vele gevallen aanzienlijk, en dat maakt ook de nood aan begeleiding groter dan ooit. Daarom biedt Boerenbond zeer gericht ‘PAS-advies’. Dit aanbod is een eerstelijnsadvies. Het is daarom ook kosteloos voor de leden.
Wat is je PAS-referentie en hoe kan je die berekenen? Hoe wordt je impactscore berekend? Welke technische aanpassingen zijn realistisch in jouw situatie? Wat betekent dit voor je vergunning of de financiële toekomst van je bedrijf? Met praktisch advies zorgen we ervoor dat elke landbouwer kan inschatten waar hij staat en welke stappen hij kan of moet ondernemen. “We begrijpen dat onze leden voor moeilijke vraagstukken staan en in een zeer onzekere context hun bedrijf moeten runnen. Daarom bundelen we alle kennis en zetten extra in om hen nog efficiënter en uniformer te adviseren”, zegt Stijn Bossin, directeur Ondernemen & Innovatie bij Boerenbond.
Hoe verloopt zo’n advies? We steken ons licht op bij Patrick Meulemeester, consulent Ondernemerschap bij Boerenbond: “Adviezen kunnen zeer divers zijn, maar steeds op maat. Leden kunnen bij ons terecht met al hun vragen rond emissies. Soms weet men al heel goed waar men aan toe is en welk traject men moet volgen. Dan zijn er bijvoorbeeld al gesprekken geweest met adviesbureaus, is de PAS-referentie 2030 gekend en gaat het veelal over technische vragen waar wij mee helpen zoals de voorwaarden bij toepassing van een mestrobot of mestschuif bij melkvee. Maar evengoed starten we van nul en gaan we ‘all the way’. Dan begint het bij het berekenen van de impactscore en de PAS-referentie 2030. Vervolgens kijken we samen wat de technische mogelijkheden en de voorkeuren zijn en maken we desgewenst ook een goed beeld van de financiële haalbaarheid. Dankzij de expertises die we delen over al onze consulenten heen kunnen we zo een totaaladvies aanbieden.”
Kunnen leden gewoon contact opnemen als ze vragen hebben?
Patrick Meulemeester: “Zeker en vast. Ze kunnen hun vraag en gegevens ingeven op de website. We starten steeds met een telefonisch gesprek. Daar nemen we onze tijd voor, want we willen een goed beeld kunnen vormen van het bedrijf. Vervolgens heeft de landbouwer wat voorbereidend werk, zoals het verzamelen van alle vergunningen, de stalplannen, de Mestbankaangifte en het aantal nutriëntenemisssierechten (NER’s). Als we alle nodige documenten hebben kunnen analyseren, komen we ter plaatse en maken we samen een plan op.”
Zijn er kosten aan verbonden?
“Neen. Voor Boerenbondleden is het advies gratis. Dat kunnen we aanbieden dankzij de extra financiële steun die Boerenbond heeft vrijgemaakt. We maken het allemaal zo laagdrempelig mogelijk. De tijd tikt, en er zijn nog heel wat landbouwers die hun traject moeten uittekenen. We begrijpen dat er nog veel onduidelijkheden zijn, maar afwachten is echt geen optie. Uiterlijk tegen 1 oktober 2029 moeten de vergunningen in orde zijn. Er moet nu actie ondernomen worden want een aanpassing van de vergunning vraagt wel wat tijd. We blijven trouwens ook zelf actief de boer opgaan om duiding te geven over de timing, de verwachtingen en de huidige technische mogelijkheden. Het is belangrijk dat iedereen goed weet wat er op hen afkomt en de oefening tijdig maakt. De deadline geldt voor alle professionele veehouders. Ze kunnen allemaal bij ons terecht met hun vragen.”
Heb je vragen en word je graag door onze consulenten verder geholpen? Alle informatie vind je op www.boerenbond.be/pas-advies.
AER-maatregelen voor rundvee
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns heeft recent een aantal aanpassingen aan de bestaande ammoniakemissiereducerende maatregelen voor rundvee goedgekeurd en een aantal nieuwe erkend (zie hiernaast). Deze zijn welkom, maar het is nog wachten want de aanpassingen en nieuwigheden treden pas in werking op het moment van de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. De tijd dringt gezien hun relevantie in functie van de realisatie van de tussentijdse reductieverplichting in de rundveesector van 5% tegen het einde van dit jaar.
Recente aanpassingen:
• Beweiding in groep voor melkveehouders wordt haalbaarder gemaakt door meer tussencategorieën van het aantal beweidingsuren te voorzien. De vereiste van een digitale registratie wordt geschrapt. Een manueel logboek waarin wordt bijgehouden wanneer de dieren op de weide of respectievelijk op stal staan volstaat, ook al blijft een digitale registratie wel mogelijk.
• Van jongvee en vleesvee op roosters wordt in het kader van beweiding in combinatie met leegstand niet meer verwacht dat de mest uit de mengmestkelder wordt verwijderd. Dit is nog wel steeds mogelijk in ruil voor een hogere reductiefactor. Ook voor deze maatregel worden meer tussenstappen voorzien voor wat het aantal beweidingsdagen en -uren betreft. Bijkomend kan deze maatregel worden toegepast vanaf 50 aaneengesloten dagen beweiding, voorheen was dat 100 dagen beweiding.
• Voor jongvee en vleesvee op stro worden in het kader van beweiding in combinatie met leegstand eveneens meer tussenstappen voorzien inzake het aantal beweidingsdagen en -uren. Bijkomend kan deze maatregel worden toegepast vanaf 50 aaneengesloten dagen beweiding, voorheen was dat 100 dagen beweiding. • Voor kalveren wordt verlengde leegstand als techniek erkend. Een verlengde leegstand van 38 tot 55 dagen op jaarbasis resulteert in een reductie van 5 tot 10%. Het is nog verder wachten op de erkenning van de mestballen bij kalveren.
• Voor jongvee en melkvee in gedeeltelijk ingestrooide stallen wordt het mogelijk om beweiding in groep toe te passen. Afhankelijk van het aantal dagen en het aantal uur beweiding per dag kan een reductiefactor van 5-11% worden bereikt. Het aanwezige stalmest (pot) moet zo veel mogelijk onaangeroerd blijven in deze periode. De dieren hebben geen toegang tot het ingestrooide deel, maar passage over de rooster aan het voederhek is beperkt toegestaan.
Innovatiesteun voor PAS-oplossingen
Intussen blijft Boerenbond volop inzetten op innovatieve technieken voor de verschillende sectoren. We ondersteunen bedrijven in het ontwikkelen van gevalideerde en vernieuwende maatregelen voor emissiereductie. Samen willen we de realisatie en erkenning van duurzame oplossingen versnellen. Onlangs zijn verschillende hervormingen doorgevoerd in de procedure voor de erkenning van nieuwe technieken en maatregelen. We rekenen erop dat de praktijktoets dit zal bevestigen. Dit jaar selecteerden we vijf veelbelovende projecten die diverse sectoren vertegenwoordigen. Afhankelijk van de ontwikkelingsfase ondersteunen we bij implementatie, proefopstellingen of effectiviteitsmetingen. Het doel: technieken met aantoonbare emissiereductie laten valideren en toevoegen aan de erkende lijst met AEA-maatregelen.
1. Circlair: nitraatwasser met geurtrap
Wat is het? Door het gebrek aan erkende reductietechnieken voor vleeskalveren heeft Circlair een nitraatwasser met geurtrap ontwikkeld. Deze luchtwasser vangt ammoniak efficiënt weg met salpeterzuur en zet deze vervolgens om in een geconcentreerde meststof. Daarnaast kan met een extra oxidatieve wasstap (de geurtrap) de afbraak van geurcomponenten gerealiseerd worden en geurhinder actief worden aangepakt.
Beoogde reductie De beoogde reducties voor dit project situeren zich rond 90% ammoniakemissiereductie en 30% tot 70% aan geurreductie.
Testmethode De nitraatwasser zal worden geïnstalleerd op twee vleeskalverstallen. De metingen zullen gebeuren in de winter en zomer.
Waarom? Het huidige aanbod aan erkende PAS-maatregelen voor de vleeskalverhouderij is zeer beperkt. Dit systeem kan hier verandering in brengen.
2. Moving Floor: automatic cleaned floors for low emission housing
Wat is het? Moving Floor is een techniek die kan worden toegepast in de varkenshouderij. Het gaat om een automatisch zelfreinigende vloer die mest frequent verwijdert en zo ammoniakopbouw voorkomt. Dit verbetert tevens de hygiëne en luchtkwaliteit in de stal.
Beoogde reductie Ammoniakemissiereducties van 60% of meer zijn mogelijk dankzij de frequente mestverwijdering.
Testmethode Samen met PVL (Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw) wordt een praktijkgericht testtraject uitgevoerd. Gedurende 11 maanden wordt de werking onder reële omstandigheden getest en de emissies gemeten door een erkende instantie.
Waarom? Moving Floor biedt een extra brongerichte oplossing voor bestaande stallen waarbij ook rekening wordt gehouden met dierenwelzijn en waterverbruik.
3. Animal Welfare Solutions: registratie van weide-uren
Wat is het? Autodetect Vee is een volautomatisch detectie- en registratiesysteem dat werkt aan de hand van camera’s en artificiële intelligentie (AI). Het sluit aan bij de reeds bestaande PAS-maatregel ‘Beweiden in groep’. Het systeem kan in de toekomst eveneens worden uitgebreid naar detectie van bronst, kreupelheid, ziektesymptomen en hittestress.
Beoogde reductie Afhankelijk van het aantal weide-uren en het type vloer bedraagt de ammoniakemissiereductie tussen de 5% en 26%. In combinatie met andere PAS-maatregelen kan dit reductiepercentage oplopen.
Testmethode Het systeem wordt gedurende 15 maanden getest met camera’s en software op meerdere praktijkbedrijven. De AI-functie wordt vervolgens getraind met deze data en prototypes worden op meerdere bedrijven geïnstalleerd, waarna terugkoppeling en optimalisatie volgen.
Waarom? Autodetect Vee maakt de PAS-maatregel ‘Beweiden in groep’ praktisch haalbaar. Het biedt melkveehouders een werkbare manier om te voldoen aan de stikstofdoelstellingen en zal in de toekomst ook bijkomende informatie bieden richting dierengezondheid en -activiteit. Tot op heden is er geen commercieel systeem beschikbaar om weide-uren te registreren.
4. Biolectric: slimme mestverwerking
Wat is het? Het project koppelt twee technieken die elkaar versterken: een pocketvergister (voor verse methaanreductie en energiewinning) en een systeem voor ondervloerse ammoniakafvang. De mest wordt via een dichte vloer frequent naar de afstortput afgevoerd. Zo komt uurverse mest in de vergister, wat de methaanafvang maximaliseert. Nieuw is dat het digestaat actief wordt verwarmd met restwarmte uit de WKK. Door het warme digestaat af te zuigen, wordt meer ammoniak gestript en omgezet in een geconcentreerde, hoogwaardige stikstofstroom.
Beoogde reductie Het geïntegreerde systeem beoogt een reductie van 70% ammoniakemissie in de stal en een beperking van methaanemissies uit mest van circa 35kg CH4/ koe/jaar naar 5 kg per koe per jaar via gecontroleerde vergisting en afdekking van digestaatstromen.
Testmethode De techniek wordt getest op een melkveebedrijf met een bestaande dichte vloer en pocketvergister. In de eerste maanden worden eigen metingen uitgevoerd. Indien nodig wordt de opstelling bijgestuurd. Daarna volgt een meetcampagne van twaalf maanden om officiële data te verzamelen, waarna een PAS-aanvraag kan worden ingediend.
Waarom? Het systeem is geschikt voor bedrijven met conventionele stallen zonder externe opslag en beperkte verbouwingsmogelijkheden. Door emissiereductie te combineren met Renure-productie en energiewinning kan de techniek zowel economisch als beleidsmatig interessant zijn.
5. Instalec: strooiseladditief in combinatie met warmtewisselaar
Wat is het? Dit project is ontwikkeld voor de vleeskuikenmoederdieren waarbij twee technieken worden gecombineerd: strooiseladditief met een warmtewisselaar. Om zo de ammoniakemissies drastisch te verlagen.
Beoogde reductie De verwachte ammoniakreductie bedraagt 70%.
Testmethode Het testen van dit project verloopt in verschillende fasen. Eerst wordt het strooisel geëvalueerd: zowel de hoeveelheid als de strooiselwijze. Vervolgens worden technologieën, sensoren en meetapparatuur getest en geoptimaliseerd. Tot slot vindt de effectieve meting plaats in drie verschillende stallen.
Waarom? De bestaande technieken in de ouderdiersector realiseren maximaal 57% ammoniakreductie. Dit nieuwe systeem biedt landbouwers de mogelijkheid om de doelstellingen voor 2030 te behalen zonder inkrimping, dankzij een ammoniakemissiereductie van 70%. Bovendien is het systeem energetisch efficiënt.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Ontdek in onze economische sectoroutlook vleesvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze vleesveehouders.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Boerenbond lanceert twee brochures die veehouders helpen hun toekomst na 2030 uit te tekenen met een helder stappenplan en een uitgewerkte case rond het stikstofbeleid.
Levenscyclusanalyse toont waar de grootste milieu-impact zit in de export van Belgische Conference-peren naar China, en waarom voedselverliezen in bewaring vaak zwaarder wegen dan de keuze tussen CA en DCA.
Boeren in Kortrijk, Deerlijk en Zwevegem delen op 7 juli hun praktijkervaring tijdens 'Boerenbabbels - Van Erf tot Ervaring', een interactieve infoavond over demomaatregelen voor een weerbare landbouw.
Boerenbond bracht in Brussel de Vlaamse zorgen over vergunningen en investeringszekerheid in de veehouderij onder de aandacht, met een sterke tussenkomst van Lut D’Hondt in het Europese debat.
Sofie Lietaer en Sander Soetemans toonden in Geel aan de pers hoe melkveehouders hun zorg voor de koeien naadloos integreren met een goede bodemzorg. Klimaatscans en duurzaamheidsmonitoring onderbouwen dergelijke sectorinspanningen ook cijfermatig.