Geachte Premier, Geachte ministers, Geachte mevrouw de kabinetschef van de Europese commissaris voor Landbouw Geachte parlementairen en gedeputeerden, Geachte mevrouw de ambassadeur, Geachte erevoorzitter; en vertegenwoordigers van onze grote familie, Geachte Nederlandse collega’s Geachte genodigden,
Vandaag staan onze pioniers centraal. Vlaamse land- en tuinbouwers pionieren al generaties lang. Ze wachten niet tot iemand anders hen de weg wijst, maar zijn vernieuwers en voortrekkers die zelf nieuwe wegen inslaan. Onze klimaatkoplopers zijn daar schitterende voorbeelden van.
En binnenkort pionieren we zelfs letterlijk tot in de ruimte, want op de volgende reis naar het ruimtestation ISS gaat witloof uit Kampenhout mee. Als symbool kan dat tellen.
De kwaliteit van onze landbouwproducten is dan ook wereldberoemd. En daar mogen we in Vlaanderen best wat meer trots op zijn.
Weg met die valse bescheidenheid. Laat ons de rug rechten en terechte fierheid tonen.
We wonen in één van de meest vruchtbare regio's van Europa. Op een kleine oppervlakte slagen onze land- en tuinbouwers erin om prestaties neer te zetten die wereldwijd respect afdwingen.
We produceren kwaliteitsvol voedsel, en doen dat op de meest efficiënte en duurzame manier. En dat alles in een regio waar de ruimte schaars is en de uitdagingen groot zijn.
Wij zijn in Vlaanderen geen landbouwreus door onze oppervlakte, wij zijn een landbouwreus door ons vakmanschap.
Onze boeren bewijzen elke dag opnieuw dat pionieren geen eenmalige prestatie is, maar een houding. Een houding die de Vlaamse landbouw mee heeft gemaakt tot wat het vandaag is: een sector die internationaal respect afdwingt en die ook morgen wil blijven behoren tot de wereldtop.
Pionieren voor welvaart
Dames en heren,
Onze land- en tuinbouwers pionieren.
Zij pionieren voor onze welvaart, want landbouw is een belangrijke economische motor.
VOKA benoemde Agrovoeding terecht als eerste van de 10 cruciale ecosystemen.
De gehele agrovoeding genereert jaarlijks 85 miljard euro omzet en stelt direct en indirect meer dan 180.000 mensen te werk. Maar liefst 60% van de landbouwgrondstoffen die onze voedingsbedrijven gebruiken, komt van eigen bodem.
Wanneer wij lokaal produceren en verwerken, dan creëren we lokale welvaart en lokale jobs. Wanneer wij exporteren, creëren we economische groei. Dat is de wealth of nations. Niet door alles elders te kopen. Niet door euro's naar de andere kant van de wereld te sturen. Maar door zelf waarde te creëren.
Handelsakkoorden zijn ook voor ons belangrijk, maar ze moeten eerlijk zijn en gebaseerd op een gelijk speelveld.
Door te blijven pionieren in innovatie behoort onze Vlaamse land-en tuinbouw tot de Europese top in productiewaarde per hectare. Die ligt bij ons bijna vier keer, vier keer hoger dan het Europese gemiddelde.
Pionieren in Verduurzaming
Onze landbouwers pionieren in verduurzaming.
Door te investeren in genetica, bedrijfsmanagement en circulariteit en zovele andere innovatieve technieken is de Vlaamse melk de meest klimaatvriendelijke ter wereld en is de ecologische voetafdruk van onze steak minder dan de helft dan die van een Braziliaanse antibioticasteak en een derde lager dan een Ierse.
Door high-tech serres hebben onze tomaten 10 tot 50 keer minder water nodig dan het wereldgemiddelde.
Pionieren in Strategische autonomie
En ten derde, dames en heren, pionieren we in onafhankelijkheid
In welke mate willen we afhankelijk zijn van anderen voor ons voedsel? Écht afhankelijk?
Strategische autonomie is geen hol begrip. Het belang van kunnen instaan voor eigen voedselproductie, en er met handel zelfs nog een cent aan verdienen, zou zeker gezien de voorbije woelige geopolitieke jaren een no-brainer moeten zijn, of hoe wij dat noemen: gezond boerenverstand. In bepaalde delen van de wereld neemt door de klimaatomslag de productiviteit van de landbouw af.
Voedsel is geen detail, geen luxeproduct. Voedsel is een strategische grondstof, die wij jaar na jaar opnieuw uit onze eigen bodem produceren. Door voortdurend te innoveren slagen onze landbouwers erin om dit in het dichtbevolkte Vlaanderen op een duurzame en zeer productieve manier te doen.
Strategische autonomie gaat trouwens over veel meer dan voeding. Zo levert de landbouwsector 2,7 keer meer elektriciteit aan het net dan hij zelf verbruikt. Drie op de vier landbouwbedrijven heeft al maatregelen genomen rond hernieuwbare energie: agrivoltaïcs, pocketvergisters en innovatieve energiesystemen allerhande verrijzen. Dat is lokale energie, duurzame energie en vooral: energie die ons minder afhankelijk maakt van anderen.
En het belangrijkste: het potentieel voor hernieuwbare energieproductie uit de Vlaamse land- en tuinbouw bedraagt meer dan 10.000 GWh. Daarmee kan je bijna 3 miljoen huishoudens van stroom voorzien. Drie miljoen huishoudens, dat is heel Vlaanderen.
Ruimte, vergunningen en regelgeving
Dames en heren,
Met deze kennis in het achterhoofd, zouden we durven denken dat we onze landbouwers vooral verder moeten aanmoedigen. Dat ze de ruimte krijgen om verder te pionieren.
En uiteraard bedoelen we die nood aan ruimte ook letterlijk. Zonder grond, geen landbouw en zonder landbouw, geen voeding.
Minister Brouns, We zijn tevreden dat de bestemming van landbouwgrond van 750.000 ha naar 765.000 ha gaat. We kijken nu vooral uit naar de verdere concretisering. Want zoals men aan het Martelarenplein zegt: the proof of the pudding is in te eating.
Maar ruimte om te pionieren gaat verder dan grond. En te vaak is het voor onze landbouwers rijden met de handrem op. En onze jonge boeren; die geraken dikwijls zelfs niet vertrokken.
Vergunningen
Landbouwers zijn pioniers maar ook ondernemers, die hun kosten en leningen moeten afbetalen en dus vergunningennodig hebben om hun bedrijf klaar te maken voor de toekomst.
En daar knelt vandaag nog steeds de schoen.
Landbouwers botsen op vergunningsproblemen of weten niet wat van hen verwacht wordt.
Boeren die willen investeren in wateropvang of eigen energiesystemen krijgen moeilijk of geen vergunning. Ondernemers die aan de slag willen met innovatieve emissietechnieken botsen op onzekerheid. Om in een proefstal nieuwe technieken uit te testen, moet men op voorhand al kunnen bewijzen wat de resultaten zullen zijn.
Verleden jaar hield ik een pleidooi voor rechtszekerheid. Die oproep geldt jammer genoeg vandaag nog steeds.
De Europese habitatrichtlijn die aan de basis ligt van onze stikstofproblematiek en vergunningenblokkering in Vlaanderen zet door zeer strikte juridische interpretatie een rem op verduurzaming. Europa gaat deze regelgeving nu zélf aan een stresstest onderwerpen.
Geachte premier en geachte minister van Omgeving:
Ik durf hopen dat wij, die als eerste de gevolgen hiervan voelen, onze stem laten horen tijdens deze Europese evaluatie. Ik roep de Vlaamse en de federale regering op dit pertinent mee op de Europese agenda te zetten.
De vraag is niet of de ambtenaren hiermee kunnen werken, maar wel of onze ondernemers er mee verder kunnen.
Dan zal héél duidelijk worden dat Europese natuurwetgeving vooral administratieve lasten veroorzaakt en ondertussen economische groei, innovatie en cynisch genoeg zelfs verduurzaming belemmert.
Wij rekenen op u, geachte premier en geachte minister, dat onze pioniers niet het slachtoffer worden van achterhaalde Europese regelgeving.
En alstublieft. Laat ons vandaag niet nogmaals dezelfde fout maken met de voorliggende natuurherstelplannen. Het plan zoals het er nu ligt, dreigt opnieuw de vergunningverlening voor alle mogelijke sectoren op slot te zetten. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.
Regelgeving
Beste beleidsmakers, naast de nood aan een betere vergunningverlening, heb ik vandaag nog een tweede oproep:
Maak komaf met beklemmende en starre regelgeving die haaks staat op gezond boerenverstand en ondernemerschap afremt.
Als door het droge en warme weer landbouwers beter wat later op het jaar mest uitrijden, dan steekt de regelgeving daar vandaag een stokje voor met alle mogelijke negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit van dien.
We blijven intussen onszelf afhankelijk maken van steeds duurder wordende buitenlandse kunstmest, terwijl we met eigen dierlijke mest voor meer circulariteit en meer onafhankelijkheid kunnen zorgen.
Nog een voorbeeld.
Landbouwers die tijdens droogteperiodes perfect bruikbaar recuperatiewater van de industrie willen gebruiken, zullen zich door een bijzonder lange administratieve watertoelating moeten worstelen. Een procedure waarin iedereen in het 'Project Regelrecht' de idiotie ziet, maar die vandaag ambtelijk geen moer beweegt.
Als we in budgettair krappe tijden vaststellen dat regelgeving voorrang krijgt op duurzaamheid dan kunnen we een dubbele winst boeken. In efficiëntie en in besparing op overheidsbeslag
Dames en heren,
Een beklemmende en starre regelgeving remt niet alleen ondernemerschap af, ook de innovatietrein dreigt tot stilstand te komen.
Onze universiteiten en onderzoeksinstellingen behoren tot de wereldtop. Ook met Boerenbond werken we hier trouwens zeer sterk aan mee.
Maar wanneer het moment komt om die innovaties daadwerkelijk op het terrein, het veld, de serre of in de stal, te brengen, dan loopt het vast.
Het fundamenteel onderzoek gebeurt hier, maar de commercialisering en opschaling gebeurt jammer genoeg buiten Europa. Daar worden innovaties vandaag marktrijp gemaakt. Niet omdat ginder de ideeën beter zijn. Omdat men er sneller durft handelen. Omdat men er durft experimenteren en omdat men er vertrouwen geeft aan ondernemers.
Ik geef een voorbeeld:
Bij ons woedt er dagelijks debat om meer gewasbescherminsgmiddelen sneller uit te faseren.
Nochtans, onze boeren hebben die middelen nodig. Dat bewijst de metaforumstudie van de KU Leuven die berekend heeft dat als we het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met de helft verminderen we 11 miljoen ha meer land nodig hebben voor dezelfde voedselproductie.
Dat is ruim 8 keer Vlaanderen.
Wil dat zeggen dat we niet moeten verduurzamen? Integendeel! En onze sector wil dan ook stappen vooruit zetten.
Maar het is tragisch dat pionierswerk van bij ons rond biologische gewasbeschermingsmiddelen, honderd procent Vlaamse know-how, nu al concreet wordt toegepast in de Verenigde Staten maar hier nog stof ligt te vergaren in de administratiekrochten van Europa.
Onze zoektocht om het allerlaatste en allerkleinste risico uit te sluiten doet ons helemaal tot stilstand komen.
Mocht het wiel nog niet zijn uitgevonden, we zouden het waarschijnlijk vandaag niet in gebruik durven nemen in Europa.
Mijnheer de premier,
Op de Europese competitiviteitstop in Alden Biesen eerder dit jaar plaatste u de aanpak van Europese regeldrift hoog op de agenda.
Wij omarmen die intenties, maar laat ons niet meer in tegenstellingen tussen landbouw en industrie terechtkomen. Het zal samen zijn of het zal niet zijn.
Welvaart gaat over het totaal aan toegevoegde waarde. Landbouw, kmo's en industrie moeten elkaar versterken. Samen met de sociale partners heeft Boerenbond de voorbije maanden meermaals die boodschap gegeven.
Conclusie
Dames en heren,
Ik rond af.
Onze Vlaamse land- en tuinbouwers zijn pioniers en dat willen ze blijven. Zorg ervoor dat we onze plaats aan de kop van het peloton niet verliezen.
We moeten ons meer dan ooit bewust zijn dat onze boeren en tuinders concurreren op een wereldmarkt. Wanneer regelgeving bij ons systematisch verder gaat dan elders, verdwijnen investeringen en dus verdwijnt economische welvaart, verdwijnt verduurzaming en verdwijnt strategische autonomie.
Maar er zijn vooral veel kansen en wij willen samen met jullie positief naar de toekomst kijken. Het pionierspotentieel van onze Vlaamse land- en tuinbouw is gigantisch.
Onze landbouwers bieden oplossingen. Ze geven elke dag opnieuw iets terug aan de samenleving.
Beste beleidsmakers, geef hen de noodzakelijke ruime om verder te blijven pionieren.
Doe dat, en Vlaanderen zal innovatie, zekerheid en economische successen oogsten.
Of om Cicero te citeren:
Ut sementem feceris, ita metes. Zoals gij gezaaid hebt, zo zult gij maaien.