“Publiek landbouwpatrimonium staat al langer in de uitverkoop”
Aangemaakt op
Hans Vandermaelen is wetenschappelijk onderzoeker grondeigendom, grondgebruik en grondbeleid bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en kan leunen op een sterke expertise wat publiek grondbezit betreft. Hij beklemtoont dat publieke landbouwgrond niet louter mag worden bekeken als activa die verkocht kunnen worden als er geld nodig is. Publieke gronden zijn een strategische hefboom om landbouwbedrijven toekomstperspectief te geven én tegelijk maatschappelijke uitdagingen rond bodem, water, natuur en voedselproductie aan te pakken.
Er is een structurele verkoopsgolf van publieke landbouwgrond aan de gang. Terwijl ongeveer 7% van alle landbouwgrond nog eigendom is van overheden, OCMW’s en kerkfabrieken wordt een groeiend deel daarvan verkocht. Volgens ILVO-onderzoeker Hans Vandermaelen dreigt daarmee niet alleen waardevolle landbouwgrond verloren te gaan, maar ook een belangrijke hefboom voor beleid en maatschappelijke doelen. Hij houdt een pleidooi voor een doordachte langetermijnvisie op publiek grondbezit.
Om een goed beeld vormen, hoeveel van de Vlaamse landbouwgrond is momenteel in handen van publieke eigenaars?
“Ongeveer 7% van de totale landbouwgrond in Vlaanderen is publiek bezit, wat neerkomt op circa 53.000 hectare. Een groot deel van deze gronden, zo'n 25.000 hectare, is in handen van OCMW's en kerkfabrieken.”
Wat is de historische achtergrond hiervan?
“De oorsprong gaat terug tot de late middeleeuwen. Historisch gezien dienden deze gronden om armen- en ziekenzorg te financieren via pachtopbrengsten of opbrengsten in natura. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de link tussen het grondbezit en de zorgtaken verwaterd omdat de overheid deze taken op een andere manier is gaan organiseren. Naast dit historische patrimonium bezitten de Vlaamse en lokale overheden trouwens ook gronden die recenter zijn verworven. Dat is meestal gebeurd voor specifieke beleidsdoelen, zoals voor waterbeleid of de aanleg van fietspaden.”
Heel wat besturen lijken te verkopen. Moeten we van een alarmerende tendens spreken?
“Het publieke landbouwpatrimonium staat al langer in de uitverkoop. Na een stabiele periode van vele honderden jaren zien we dat de afgelopen twee decennia ongeveer 30% van alle OCMW-landbouwgronden is verkocht. Ik vrees dat dit vandaag op vele plaatsen in Vlaanderen eerder versnelt dan vertraagt. Het probleem is dat bestuurders vaak overgaan tot verkoop vanwege acute budgettaire noden, zonder de maatschappelijke gebruikswaarde van de grond af te wegen tegen die eenmalige verkoopwaarde. De verkoop gebeurt dan meestal aan de hoogste bieder wat vaak leidt tot privatisering waarbij de grond soms niet langer beschikbaar is voor de professionele landbouw. Dat is toch wel zorgwekkend als je weet dat een op de vijf beroepslandbouwers in Vlaanderen voor meer dan 10% van zijn areaal afhankelijk is van publieke gronden. Toch moet ook gezegd dat er heel wat publieke instellingen zijn die hun historische landbouwgronden bewust niet verkopen. Het stemt me hoopvol om steeds meer besturen te zien die zich afvragen of verdere verkoop wel zo’n goed idee is.”
De keuze voor het snelle geld is verleidelijk. Welke oplossingen zie je hiervoor?
“De reflex om te verkopen is erg groot geworden. Publieke instellingen hebben niet alleen veel grond geërfd hebben van hun voorgangers, ze hebben ook de verantwoordelijkheid om daar zeer bedachtzaam mee om te gaan. Dan zou je toch minstens mogen verwachten dat naast de verkoopwaarde ook zeer ernstig rekening wordt gehouden met de huidige en toekomstige maatschappelijke waarde van die gronden. Dat is vandaag echt zelden het geval. In de meeste gevallen wordt er enkel naar een paar heel simpele financiële argumenten gekeken. Het huiswerk over de maatschappelijke waarde van die gronden is vaak van een bedroevend niveau. Dat terwijl het toch steeds duidelijker wordt dat deze gronden een beleidsinstrument kunnen zijn om specifieke uitdagingen aan te pakken.”
Kan je dat concreet maken?
“Men kan vrijgekomen publieke gronden inzetten voor maatschappelijke doelen. Beleidsmakers en burgers hebben veel verwachtingen ten opzichte van de landbouwsector zoals kringlopen sluiten, de veehouderij grondgebonden houden, mooie landschappen onderhouden of extra inzetten op erosiebestrijding. Vele landbouwers nemen graag een maatschappelijke rol op, maar zitten vast in een te klein areaal om dit werkbaar te maken. Door hen die vrijgekomen grond te beschikking te stellen kunnen beleid en landbouwer elkaar versterken.”
Dan worden er door de publieke besturen voorwaarden opgelegd. Komt de teeltvrijheid en het vrij ondernemerschap zo niet onder druk?
“We moeten altijd vertrekken uit wat de meerwaarde is voor de landbouw én de samenleving. Uit oude pilootprojecten hebben we geleerd dat een waslijst aan voorwaarden in de praktijk niet werkt. In nieuwere pilootprojecten zoals in Mendonk bij Gent, DubbelDoel op Linkerscheldeoever en Izenberge in het IJzerbekken werd gewerkt met een open oproep waarbij landbouwers zelf voorstellen konden doen die aansluiten bij algemene beleidsprincipes. Finaal kreeg bijvoorbeeld een landbouwer toegang tot vijf hectare extra grond om te experimenteren met kruidenrijk grasland, iets wat op zijn eigen krappe areaal van 50 hectare niet mogelijk was. Het kan dus wel werken. Er wordt nogal snel een karikatuur gemaakt van overheden die een aantal maatschappelijke doelen willen realiseren op hun publieke landbouwgronden. Ik zie de laatste tijd toch vooral voorbeelden van overheden die dit op een zeer integere manier aanpakken. Er wordt duidelijk richting aangegeven, maar verder ook ruimte gelaten voor het ondernemerschap zodat landbouwers hun visie in de praktijk kunnen brengen. Landbouwers moeten ook beseffen dat als publieke instellingen de gronden niet kunnen verbinden met maatschappelijke en beleidsmatige doelstellingen, ze veel vaker geneigd zijn om te verkopen. De publieke eigenaars moeten overtuigd worden om de grond wél te koesteren.”
En dan ook om op lange termijn engagementen aan te gaan?
“Absoluut. Een belangrijke sleutel is de langetermijnzekerheid die publieke eigenaars kunnen bieden. De verdere verduurzaming van de landbouw kan niet gerealiseerd worden met eenjarige contracten. Investeringen in bodemkwaliteit renderen pas op de lange termijn. Publieke overheden kunnen zich onderscheiden van de private markt door contracten van minstens 27 jaar aan te bieden via erfpacht of pacht, wat landbouwers de nodige rust geeft om te investeren. Ik moet de eerste landbouwer nog ontmoeten die zijn neus ophaalt om grond te kunnen pachten van de overheid in ruil voor maatschappelijke engagementen als daar een betaalbare overeenkomst van 27 jaar tegenover staat. Voor jonge boeren en nieuwkomers die over minder kapitaal beschikken is de toegang tot publieke gronden een van de weinige manieren om een levensvatbaar bedrijf op te bouwen of over te nemen.”
Moet Vlaanderen ook een grotere rol spelen in het verhaal rond grondbezit? Bijvoorbeeld door betere monitoring van de grondmobiliteit of de prijzen?
“Vlaanderen is een van de weinige regio's in onze omgeving waar geen wetenschappelijke monitoring van de landbouwgrondmarkt gebeurt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Wallonië, Nederland en Frankrijk. Er zijn nauwelijks objectieve data beschikbaar over grondeigendom, grondmobiliteit en grondprijzen. Dat is geen goede uitgangspositie in het licht van evoluties op de internationale grondmarkt zoals de opkomst van investeringsfondsen die weinig tot geen voeling hebben met het landbouwkundig gebruik. Zonder monitoring is het onmogelijk om te weten in welke mate Vlaamse grond in handen is van buitenlandse investeerders of pensioenfondsen. Een grondobservatorium is bovendien ook essentieel om de generatievernieuwing te ondersteunen, aangezien toegang tot grond de grootste drempel is voor nieuwe landbouwers. Vlaanderen zou, door een observatorium te faciliteren, zeker een rol kunnen spelen.”
Wat moet er gebeuren op korte termijn?
“De tendens van verkoop van publieke grond is duidelijk. Je kan dat bekampen, maar ik hoop vooral dat er de komende tijd veel energie gaat naar het in beeld krijgen van de strategische waarde van de historische publieke landbouwgronden – niet alleen nu, maar ook voor de komende generaties. Het spreekt voor zich dat er niet kan worden ingebroken op lopende contracten, maar er is nood aan een doordacht beleid voor gronden die in de toekomst vrijkomen. De landbouwsector kan hierin ook een proactieve rol opnemen door zelf te definiëren welke rol publieke landbouwgronden kunnen betekenen om ook het maatschappelijk belang te dienen. Als dan opnieuw plannen opduiken om over te gaan tot verkoop, dan ligt er ten minste ook ernstig huiswerk over de meerwaarde van behoud van de grond in de balans. Ik ben ervan overtuigd dat dat laatste finaal harder zal doorwegen. We merken nu gelukkig wel een grote interesse van het beleid en de publieke organisaties om deze denkoefening te maken.”
Wie?
Hans Vandermaelen werkt als onderzoeker bij het ILVO. Hij heeft een doctoraat in de stedenbouw en ruimtelijke planning en doceert aan de Universiteit Gent over publieke landschapsinfrastructuur. Zijn onderzoek focust op grondeigendom, grondbeleid en bodemzorg.
Vijf heldere antwoorden over het Vlaams Pachtdecreet: wanneer er sprake is van pacht, hoe de prijs werkt, wat bij overdracht geldt en hoe het voorkooprecht de rechten van pachter en eigenaar beïnvloedt.
Het Vlaams Pachtdecreet verandert de verpachting van landbouwgronden door openbare besturen. Ontdek de nieuwe procedure, toewijzingscriteria en contractvoorwaarden voor gemeenten, provincies en kerkfabrieken.
Biddit maakt de verkoop van verpachte landbouwgronden eenvoudiger, maar voor pachters gelden extra regels. Ontdek wanneer het voorkooprecht speelt en hoe je biedingen van een overheid correct opvolgt.
Vlaanderen wil landbouwgrond beter beschermen: publieke gronden moeten eerst naar actieve landbouwers, zodat waardevolle open ruimte en voedselproductie niet verder onder druk komen.
Vlaamse fiscaliteit moet actief landbouwgebruik belonen. Boerenbond vraagt een fiscaal gunstregime dat grond toegankelijker maakt voor landbouwers en speculatie tegengaat.
De voorbije maanden ontstond heel wat discussie over de zogenaamde 'fermettetaks' en zonevreemde functiewijzigingen. Maar wat houden die begrippen precies in? En welke voorstellen liggen op tafel? We zetten de feiten op een rij.