Op elk landbouwbedrijf loopt energie als een onzichtbare ader door het dagelijks werk. Ze is onmisbaar, maar ook duur en steeds complexer. Wat vroeger neerkwam op één keer per jaar een contract herbekijken, is uitgegroeid tot een volwaardige managementkeuze. Sommige landbouwers blijven bewust focussen op het vergelijken van energieleveranciers, anderen kiezen ervoor om ook zelf energie te produceren en op te slaan via zonnepanelen, windturbines of batterijen. Maar weten boeren wel wat die keuzes vandaag écht betekenen? En hebben ze voldoende zicht op de spelregels van een energiemarkt die razendsnel verandert? Energiecoöperatie Farmpower merkt dat het antwoord daarop vaak minder vanzelfsprekend is dan gedacht.
Neem nu het voorbeeld van opslagbatterijen. De voorbije jaren stapten heel wat landbouwers in deze technologie met hoge verwachtingen. Tijdens de energiecrisis en de periode erna leverden batterijen uitzonderlijke opbrengsten op. Dat was ook het moment waarop, breed in de sector, het signaal klonk dat investeren interessant kon zijn. “Die boodschap kwam niet uit de lucht vallen,” zegt Berend Beekhuis, oprichter en bestuurslid van Farmpower. “Op dat moment wás het rendabel. Veel batterijen werden gestuurd op de onbalansmarkt, waar je inspeelt op prijsschommelingen per kwartier. In 2023 en 2024 waren die opbrengsten enorm hoog. Intussen zijn de Europese elektriciteitsmarkten sterker met elkaar verbonden. Daardoor zijn die extreme prijspieken afgevlakt, en net die pieken zorgden vroeger voor hoge opbrengsten. Vandaag zijn die inkomsten meer dan gehalveerd. Wat toen normaal leek, was in feite uitzonderlijk.”
Boerenbondconsulent Fien legt uit: Wat is de onbalansmarkt en waarom is ze zo veranderlijk?
Op elk moment moet er evenveel stroom op het net zitten als er verbruikt wordt. Als dat niet zo is, bijvoorbeeld omdat er plots veel zon is, of net veel vraag, ontstaat er onbalans. Op de onbalansmarkt wordt die scheeftrekking per kwartier rechtgetrokken. Batterijen kunnen daar geld mee verdienen door op het juiste moment stroom op te slaan of terug te leveren. Tijdens de energiecrisis en de periode erna schommelden de prijzen extreem. Wie toen actief was, kon hoge opbrengsten halen. Vandaag is dat anders. De Europese elektriciteitsnetten zijn veel sterker met elkaar verbonden. Een tekort hier wordt sneller opgevangen door stroom uit een ander land. Daardoor zijn die grote pieken grotendeels verdwenen en ligt de opbrengst op onbalans veel lager.
Naast de onbalansmarkt bestaan er ook andere markten waarop batterijen ingezet kunnen worden, zoals de FCR-markt. Dat staat voor Frequency Containment Reserve. In eenvoudige woorden: de netbeheerder gebruikt batterijen als een soort schokdemper voor het elektriciteitsnet. Wanneer de frequentie op het net heel lichtjes stijgt of daalt, iets wat voortdurend gebeurt, kan een batterij automatisch een beetje stroom opnemen of afgeven. Dat gebeurt continu, in kleine hoeveelheden en volledig automatisch. Zo helpt de batterij het net stabiel te houden, zonder dat de boer daar iets van merkt in zijn dagelijkse werking.
FCR werkt dus anders dan onbalans: het draait niet om inspelen op grote prijsschommelingen, maar om het voortdurend bijsturen van het net. De vergoeding is gekoppeld aan beschikbaarheid, niet aan schommelingen. Ook hier zijn de opbrengsten intussen gedaald. Omdat onbalans minder opbrengt, schuiven grotere spelers richting FCR, wat ook daar de druk verhoogt. Geen enkele markt biedt vandaag nog vanzelfsprekende zekerheden.
Die realiteit sijpelt nu pas door op de bedrijven. Bij Farmpower komen steeds vaker telefoons binnen van landbouwers die hun cijfers naast elkaar leggen en schrikken. “Ik sprak onlangs een boer wiens energiefactuur met 14.000 euro steeg, terwijl zijn batterij maar 11.000 euro opbracht,” vertelt Beekhuis. “Dan doe je alles zoals het je is voorgesteld, en toch kost het je geld.”
Volgens hem wordt die ontgoocheling versterkt door de manier waarop veel trajecten zijn opgebouwd. “Veel landbouwers hebben hun batterij, de sturing én hun energiecontract bij één partij ondergebracht. Dan wordt het bijzonder moeilijk om nog te zien waar het geld naartoe gaat. Wie stuurt je batterij, wie levert je stroom, en wie verdient op welk moment? Voor veel boeren blijft dat een zwarte doos.” In sommige gevallen zit je bovendien vast aan systemen of contracten waar je niet zomaar uit geraakt. Net wanneer je merkt dat het niet werkt zoals beloofd, is bijsturen moeilijk.
Boerenbondconsulent Fien legt uit: Wie doet wat in een energieketen?
“Energie” voelt vaak als één geheel: je hebt stroom, een meter, een factuur en misschien zonnepanelen of een batterij. In werkelijkheid spelen er meerdere rollen tegelijk.
De netbeheerder (in Vlaanderen Fluvius) beheert de kabels, transformatoren en je aansluiting. Die ligt vast: je kunt hier niet van veranderen. De netbeheerder bepaalt ook hoeveel vermogen je aansluiting aankan en grijpt in bij overbelasting van het net.
De energieleverancier is de partij die je stroom verkoopt en overschotten vergoedt. Hier heb je wél keuze. Dat kan via vaste, variabele of dynamische contracten. Veel landbouwers vergelijken jaarlijks verschillende aanbieders.
De sturingspartner is een speler die batterijen en installaties aanstuurt. Hij bepaalt wanneer je batterij laadt of ontlaadt en met welk doel, bijvoorbeeld om je eigen verbruik te optimaliseren, of om deel te nemen aan markten zoals onbalans of FCR.
Voor sommige markten, zoals FCR, wordt gewerkt met een aggregator. Die bundelt veel afzonderlijke batterijen tot één groot virtueel geheel en biedt die gezamenlijk aan op de markt. Zo kan ook een individuele landbouwbatterij meespelen in systemen die anders enkel voor grote spelers toegankelijk zijn.
In de praktijk worden die laatste drie rollen vaak samen aangeboden: dezelfde speler levert de stroom én stuurt de batterij aan. De batterij-installateur zelf neemt die rol meestal niet op, maar werkt met één of meerdere sturingspartners samen. Niet elke batterij kan echter door eender welke partij aangestuurd worden. Dat hangt af van het merk en de gekozen configuratie. Wil je later toch van sturingspartner veranderen, dan kan dat technisch vaak wel, maar niet zonder kost. Meestal moet er een extra regelaar geplaatst worden die met de batterij kan communiceren. Dat betekent al snel een investering van enkele duizenden euro’s.
Dat de complexiteit van energiebeheer toeneemt, erkent ook Peter Boonen, melkveehouder, kaasmaker en lid van Farmpower: “Ik deed elk jaar hetzelfde: offertes opvragen en het goedkoopste nemen. Dat werkte, tot het niet meer werkte. Met onze batterij dacht ik: nu heb ik het slim aangepakt. Maar achteraf besef je dat je eigenlijk niet goed weet waarop ze gestuurd wordt en wat dat echt opbrengt.”
Precies daar ligt volgens Beekhuis de belangrijkste les. “Het vertrekpunt in hoe je energie aanpakt op een landbouwbedrijf mag niet een nieuwe investering zijn, maar inzicht. Je moet begrijpen wat je vandaag hebt: hoeveel energie je verbruikt, wanneer dat gebeurt, wat je zelf produceert en waar de pieken zitten. Pas daarna kun je beoordelen of een batterij, een andere vorm van sturing of een nieuw contract zinvol is.” Hij raadt landbouwers aan zich drie vragen te stellen: op welke markt speelt mijn installatie, wat levert dat vandaag nog op en kan ik bijsturen als de omstandigheden veranderen? “Een batterij kan perfect een meerwaarde zijn,” besluit hij. “Maar je mag je hele verhaal er niet op bouwen. Ze moet in de eerste plaats je eigen verbruik ondersteunen. Wat je daarna eventueel nog op de markt zet, is meegenomen, geen garantie.”
Flexibiliteit wordt een grondstof
Toch is het verhaal niet enkel een waarschuwing. In dezelfde beweging groeit ook een ander besef: landbouwbedrijven beschikken over een energiepotentieel dat in de komende jaren steeds waardevoller wordt. “We stevenen af op netcongestie, ook in België,” zegt Beekhuis. “Alles wordt steeds meer elektrisch. Op bedrijven neemt het verbruik toe door automatisering. Daarbovenop komen straks miljoenen elektrische wagens die ’s avonds tegelijk laden. Het net is daar vandaag niet op voorzien.” Net daar kunnen landbouwers een sleutelrol opnemen. Bedrijven met zonnepanelen, windenergie en batterijen beschikken over iets wat in het energiesysteem van morgen schaars wordt: flexibiliteit. “Wij hebben ruimte, installaties en vaak al een batterij staan,” zegt melkveehouder Bram Agten, eveneens Farmpower lid. “Dan voel je dat je niet zomaar een eindgebruiker bent. Je kunt met energie werken: opslaan, verbruik verschuiven, wachten. Dat plaatst ons in een andere rol.”
Volgens Beekhuis is die rolverschuiving fundamenteel. “Je bent niet alleen voedselproducent of stroomverbruiker, maar ook een schakel in de stabiliteit van het net. Flexibiliteit wordt een grondstof. Wie kan opslaan en sturen, wordt een actieve speler in plaats van een passieve afnemer.” Wanneer die capaciteit gebundeld wordt, kunnen landbouwbedrijven volgens hem uitgroeien tot echte energieknooppunten. Voor Agten is dat geen verre toekomstmuziek. “Je voelt dat het eraan komt. De vraag is niet of, maar wanneer. Dan is het belangrijk dat je als boer begrijpt wat je in handen hebt, en dat je zelf mee aan het stuur zit.”
Circus
Die gedachte, dat landbouwers samen meer kunnen betekenen dan elk afzonderlijk, vormt ook de basis voor hoe Farmpower naar de toekomst kijkt. Energie is immers ruimer dan wat uit het stopcontact komt. Ook rond brandstoffen, warmte of gedeelde infrastructuur ziet de coöperatie kansen om samen sterker te staan.
In die geest is Farmpower betrokken bij het project Circus, een door Landelijke Gilden en Boerenbond gecoördineerd initiatief dat inzet op het ontstaan van energiegemeenschappen. Het vertrekpunt is eenvoudig: wie samen energie wil organiseren, botst al snel op vragen. Waar begin je? Welke keuzes zijn logisch in welke volgorde? En hoe vermijd je dat je investeert zonder het geheel te overzien? Circus wil net daar structuur in brengen, met concrete tools die groepen helpen om stap voor stap hun weg te vinden.
Boerenbondconsulent Fien legt uit: Wat is een energiegemeenschap?
Een energiegemeenschap is een groep burgers, bedrijven of organisaties die samen energie organiseren. Dat kan lokaal gebeuren, bijvoorbeeld in een dorp, een wijk, op een bedrijventerrein of tussen enkele landbouwbedrijven in dezelfde buurt, maar het hoeft niet strikt plaatsgebonden te zijn. Binnen zo’n gemeenschap kan energie opgewekt, gedeeld, opgeslagen of afgestemd worden. Het uitgangspunt is telkens hetzelfde: samen grip krijgen op energie.
Een energiecoöperatie zoals Farmpower is een specifieke vorm van zo’n energiegemeenschap. Hier ligt de verbinding niet in de geografische nabijheid, maar in het profiel van de deelnemers. Landbouwers verspreid over Vlaanderen bundelen hun volume, delen kennis en organiseren samen hun energiebeleid.
Beide vertrekken vanuit hetzelfde principe: samen sta je sterker. Ze kunnen elkaar ook aanvullen. Wat lokaal wordt uitgeprobeerd in kleinere energiegemeenschappen, kan inspiratie bieden voor een bredere aanpak. Wat coöperaties leren over marktwerking, sturing en organisatie, kan lokale groepen helpen om hun systeem robuust uit te bouwen.
Die aanpak sluit aan bij hoe Farmpower zelf gegroeid is. Wat begon als samen energie aankopen, breidde zich uit naar advies, sturing en het bundelen van flexibiliteit, telkens vanuit noden op het terrein. “Wij hebben met Farmpower heel veel stappen zelf moeten uitzoeken,” klinkt het. “Wat Circus doet, is dat proces helpen structureren, zodat anderen niet telkens opnieuw van nul moeten beginnen. Het gaat niet om één oplossing, maar om begrijpen welke stappen logisch zijn en in welke volgorde je ze zet.” In een energiesysteem dat steeds complexer wordt, groeit zo het besef dat landbouwers niet alleen hoeven te navigeren, maar ook collectief kunnen leren en handelen.
Binnen het Europese project Re-Greenhouse kunnen glastuinbouwers zich kandidaat stellen voor een begeleidingstraject met een nieuwe energietool. Die helpt om na te gaan welke hernieuwbare of alternatieve energiebronnen technisch en economisch interessant kunnen zijn voor jouw bedrijf. Inschrijven kan tot 23 augustus 2026 om 17 uur.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Boerenbond bracht landbouwers in Ronse en Wetteren samen rond slim energiebeheer, met praktische inzichten over zonnepanelen, batterijen en kosten op het erf.