“Landbouwgrond wordt te vaak gezien als restgebied”
Aangemaakt op
Justine Arkens staat aan de vooravond van een nieuwe stap. Samen met haar vriend Maarten Moermans zal ze binnen enkele jaren het landbouwbedrijf van haar ouders in Borgloon overnemen, als vijfde generatie op rij. Als voorzitter van Groene Kring weet ze als geen ander welke uitdagingen jonge landbouwers vandaag bezighouden. Rechtszekerheid en toegang tot grond staan daarbij bovenaan de agenda.
In 1996 vormden de ouders van Justine het toenmalige gemengd landbouwbedrijf met melkvee en varkens van haar grootouders om naar een varkenshouderij. Bijna dertig jaar later staat ze klaar om, na haar huidige activiteit als voorzitter bij Groene Kring, samen met haar vriend Maarten het bedrijf over te nemen. Een overname van een landbouwbedrijf is in het huidig regelgevend klimaat geen simpele opdracht, maar ‘het is de passie voor het vak die het wint van de twijfel’, zoals Justine het zelf zo mooi verwoordt. Want ondanks een wankel rechtszeker kader en het onbegrip van enkele buurtbewoners die graag stokken in de wielen steken, blaakt ze van goesting om de hand aan de ploeg te slaan. Tijd voor een gesprek, over haar eigen dromen en de uitdagingen en plannen van Groene Kring.
“Ik kan me geen leven voorstellen waarin ik niet actief zou zijn op de boerderij. Het is een deel van wie ik ben.”
Was de overname van de zaak van je ouders een keuze die voor de hand lag?
“Ja en nee. Het bedrijf is gelegen in een ruim landbouwgebied, daarom werd voor praktische reden geopteerd om de twee locaties waar mijn ouders actief waren samen te smelten tot een gemeenschappelijk bedrijf. Jammer genoeg is het door aanhoudend verzet van enkele buurtbewoners bijzonder moeilijk om ons bedrijf te optimaliseren, laat staan uit te breiden.
We hangen met een bang hart een ‘geel papier’ uit, voor nieuwe of een hervergunning. Soms lijkt het of er constant een vergrootglas op ons staat gericht. Er zijn tijden geweest dat er wekelijks controles waren ten gevolge van klachten van enkele omwonenden, ondanks dat we telkens weer perfect in orde bleken te zijn. De impact daarvan op je persoonlijk welzijn is erg groot. Sommigen zouden blijkbaar nog het liefst hebben dat we volledig stoppen met boeren. Dat weegt heel zwaar. Ik geef toe dat ik als boerendochter heb getwijfeld of ik in die context het bedrijf wilde overnemen. Maar als je dan door de stallen loopt, in het bedrijf waar je bent opgegroeid en dat door de vorige generaties is opgebouwd … dat wou ik niet teloor laten gaan. En dan kwam ik Maarten tegen, die net als ik ook de ambitie en de passie heeft om in onze sector verder te gaan. Een match made in heaven dus (lacht). Het is die passie en de goesting om te boeren die de bovenhand heeft gehaald. Wij zullen het bedrijf samen verderzetten en verder duurzaam uitbouwen. Ik kan me eigenlijk geen leven voorstellen waarin ik niet actief zou zijn op de boerderij. Het is een deel van wie ik ben.”
Wat zie je voor jezelf als de grootste uitdaging voor de volgende jaren?
“Dat is zonder twijfel het bekomen van rechtszekerheid om te blijven boeren, zowel qua vergunningen als qua grond. We willen graag verder investeren in een duurzaam en emissiearm landbouwbedrijf, maar dan moeten we wel de zekerheid krijgen voor een lange termijn. Dat is de problematiek waar bijna elke jonge boer mee worstelt.”
Wanneer zal het geslaagd zijn voor je?
“Als we ons alle twee goed voelen op het bedrijf en een goed evenwicht vinden in de plannen en dromen die we beiden hebben. Maarten zou op termijn ook graag koeien houden, en ik wil een hoevewinkel openen waar we volop kunnen inzetten op de korte keten. Landbouw is zo’n mooie sector, en dat wil ik heel graag laten zien aan de mensen. Ik zou graag hebben dat ook de boze buren eens de moeite doen om op het bedrijf zelf te komen kijken. Dat zou al voor veel begrip zorgen.”
“Maarten zou op termijn ook graag koeien houden, en ik wil een hoevewinkel openen waar we volop kunnen inzetten op de korte keten.”
Zijn er plannen om uit te breiden?
“We hebben niet de ambitie om sterk te vergroten, maar we willen wel kunnen doen wat we graag doen. Als we hier, in zone-eigen landbouwgebied, niet meer mogen boeren waar dan nog wel? Je weet als buurtbewoner dat op landbouwgrond landbouwactiviteiten plaatsvinden. Dan moet je achteraf ook niet komen klagen. Ik wil vooral de grond behouden die we vandaag bewerken. Als er ooit de mogelijkheid is om de publieke gronden die we nu huren over te nemen, dan zullen we die optie zeker bekijken. Dat is vandaag wel niet meer zo simpel. De vraag naar grond is groot, er zijn veel gegadigden.
”Voor Groene Kring is het duidelijk: landbouwgrond moet landbouwgrond blijven en jonge boeren moeten voorrang krijgen als er publieke gronden op de mark komen.”
Sinds 2024 is Justine voorzitter van Groene Kring, de grootste jongerenorganisatie voor land- en tuinbouwers in Vlaanderen de jongeren van 16 tot 35 jaar met een hart voor de sector vertegenwoordigt. Ze werken rond drie pijlers: belangenbehartiging, opleiding en ontmoeting en ondersteunen jonge boeren bij hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.
Wat zijn op dit momentde speerpunten van Groene Kring?
“Naast de nood aan rechtszekerheid en het kunnen beschikken over voldoende kapitaal is de toegang tot grond een van de grootste zorgen voor jonge boeren. Daarom pleiten we er met Groene Kring voor dat jonge boeren bij het vrijkomen en verkoop of verpachting van landbouwgrond voorrang krijgen. Zij kunnen anders niet opboksen tegen de kapitaalkrachtige investeerders. We willen daarbij uiteraard niet inbreken op het voorkooprecht bij pacht, maar bij algemene verkoop of een nieuwe pacht moet leeftijd wel meetellen als criterium. De huidige gemiddelde prijs van landbouwgrond is bijzonder hoog, afhankelijk van de locatie, wat voor starters een bijna onoverkomelijke barrière vormt bovenop de overnamekosten. Via ons project Landmobiliteit brengen we aanbieders en potentiële kopers samen en zoeken we naar de ideale match.”
Onderzoeker HansVandemaelenvan het ILVO pleit ervoor om bij het vrijkomen van publieke gronden te zoeken naar een win-win tussen landbouw en de maatschappelijke verwachtingen, in plaats van de gronden te verkopen. Wat is jullie visie hierop?
“Gemeenten en publieke organisaties moeten landbouwgrond koesteren. Waarom verkoopt men? Omdat men snel geld nodig heeft, en de waarde van de gronden is nu eenmaal hoog. Bij openbare verkopen weet je nooit waar het eindigt en wat uiteindelijk het hoogste bod zal zijn. Ook al heb je dan recht op voorkoop, dan moet het nog haalbaar zijn. En dan kan je maar hopen dat de grond niet naar een investeerder of particulier gaat waardoor hij uit landbouwgebruik verdwijnt. Landbouwgrond wordt te vaak gezien als restgebied, waar iedereen recht op denkt te hebben. Dat is het niet.
Het is goed dat er wordt nagedacht hoe publieke gronden optimaal kunnen benut worden voor landbouw zodat er ook aan een aantal maatschappelijke verwachtingen wordt voldaan, maar de vrijheid van ondernemen blijft wel cruciaal. Boeren moeten de grond kunnen gebruiken volgens hun eigen bedrijfsmodel, met restricties of teveel voorwaarden zal dat niet lukken. De teeltvrijheid mag niet beperkt worden.”
Wat de toegang tot kapitaal betreft, hebben jullie daar concrete voorstellen?
“We erkennen het belang van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), maar de huidige procedures zijn te traag en te complex. Jonge landbouwers moeten soms tot drie jaar wachten op steun, waardoor ze noodgedwongen overbruggingskredieten moeten aangaan. Daarom vragen we een snellere uitbetaling, eventueel in schijven op voorhand. Het kapitaal moet beschikbaar zijn als het nodig is, en geen jaren na datum.
Ook de afroming van nutriëntenemissierechten (NER's) bij een eerste installatie of familiale bedrijfsovername is een grote financiële drempel. Dit zorgt voor een zware bijkomende kost en maakt ze bedrijfsovernames moeilijker voor jonge ondernemers. Het wordt hoog tijd dat hier verandering in komt!
De generatiewissel is een grote uitdaging. Vanuit Vlaanderen en Europa wordt dat erkend en liggen er diverse plannen voor. Maar goede intenties alleen volstaan niet. Er moeten ook voldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor starters. Er zijn gewoon teveel drempels voor jonge boeren. Je moet zeer grote investeringen doen in een totaal rechtsonzeker klimaat. Ouders van potentieel startende boeren steunen hun kinderen nog wel, maar stimuleren hen veel minder om nog hard te investeren. Dat is een slechte evolutie.”
“Ik geloof oprecht dat onze sector nog mooie toekomst heeft, het is nu aan de beleidsmakers om hun goede intenties om te zetten in daden.”
Hoe kijk je naar toekomst?
“Ik bewonder elke jonge boer die vandaag de stap zet om een landbouwbedrijf over te nemen of op te richten. Er zullen altijd mensen met een ondernemend landbouwhart zijn. Ze hebben een droom en willen die uitvoeren. Dat is de kracht van elke boer. Omstandigheden dwingen je om jezelf steeds weer opnieuw uit te vinden, maar je zorgt ervoor dat het werkt.
Ik geloof oprecht dat onze sector nog een mooie toekomst heeft, maar het is nu aan de beleidsmakers om hun goede intenties om te zetten in daden. Begin al met het invoeren van de jongeboerentoets: maak bij nieuw beleid telkens de afweging wat het betekent voor de instroom, het welzijn, het inkomen en het ondernemersvertrouwen van jonge boeren. Men heeft de mond vol van de generatiewissel, zelfvoorziening en voedselzekerheid. Dat is mooi, maar wij verwachten nu concrete beleidsinitiatieven. Make it happen.”
Wil je meer weten over het project Landmobiliteit van Groene Kring? Dat vind je hier.