Elk jaar worden enkele IPM-maatregelen aangepast om de geïntegreerde gewasbescherming verder te verbeteren. Als land- en tuinbouwer zetten we zo stap voor stap vooruitgang in het zorgvuldig en doordacht omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. IPM wordt gecontroleerd door onafhankelijke instellingen, en om aan de regelgeving te blijven voldoen, is het belangrijk om deze jaarlijkse wijzigingen goed op te volgen.
Aanpassing percentage driftreductie
Dit jaar was het in Vlaanderen al verplicht om te werken met minimaal 75% driftreductie. Door een aanpassing van de federale wetgeving is die 75% driftreductie nu ook in Wallonië verplicht vanaf 2026. Dit kan gebeuren door het gebruik van driftreducerende spuitdoppen, maar ook door het gebruik van een geavanceerd spuittoestel, bijvoorbeeld met luchtondersteuning. In ieder geval moet het spuittoestel zelf toelaten minstens 75% driftreductie te halen. De ingangsdatum van 1 januari 2026 valt samen met de start van een nieuwe cyclus van de verplichte keuring van de spuittoestellen. Tijdens deze keuring zal worden nagegaan of het spuittoestel beantwoordt aan deze nieuwe wettelijke bepaling. De vereiste van minimaal 75 % driftreductie geldt voor elk spuittoestel dat wordt gebruikt in openlucht.
In Vlaanderen is het vanaf 1 januari 2026 verplicht om 90% driftreductie toe te passen op perceelsniveau. 90% driftreductie kan naar analogie met de federale verplichting bereikt worden door het gebruik van driftreducerende spuitdoppen, maar ook door het gebruik van een geavanceerd spuittoestel. In ieder geval moet het spuittoestel zelf toelaten minstens 75% driftreductie te halen. De laatste stap naar 90% kan ook op het perceel zelf worden gerealiseerd (bijvoorbeeld door hagen te planten rond fruitplantages). Dit is van toepassing voor alle openluchtteelten.
Maximaal 3 keer mais in 4 jaar
In 2024 is de beslissing genomen om verduidelijking te brengen in de teeltrotatie van mais. Het gaat om een niveau 2-eis in IPM, belangrijk is dat je meer dan 80% van de niveau 2-eisen wel goed naleeft. Dus als deze teeltrotatie echt niet lukt, zorg er dan zeker voor dat je met de andere niveau 2-eisen in orde bent op je bedrijf. Er is nog een uitzondering die we hieronder uitleggen.
Indien knolcyperus aanwezig is op het perceel en dit is gemeld bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en/of aangeduid in de verzamelaanvraag, dan vervalt deze vereiste. Hiervoor moet je melding doen met een foto van de besmetting van knolcyperus op het perceel zelf. Daarnaast vermeld je de graad van besmetting (oppervlakte in vierkante meter) en of het gaat om een haard of diffuse besmetting. Dit kan via info@lv.vlaanderen.be of in de Agrilens-app.
Momenteel is het zo dat er 16 niveau 2-eisen zijn voor de teelt van mais. Je moet dus minimaal 13 eisen in orde hebben om boven de 80% uit te komen. Check zeker goed de IPM-checklist op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Analyses bodem en voedingswater
Bemesting gebeurt op basis van een gewas- of bodemanalyse van de bouwvoor. Die bevat minstens gegevens over organische koolstof (org. C), pH en de voedingselementen fosfor (P) en kalium (K). Afhankelijk van de teelt en het moment van staalname kunnen ook andere relevante elementen zoals stikstof (N), magnesium (Mg), calcium (Ca), natrium (Na), boor (B) en zwavel (S) worden meegenomen, volgens de keuze van de teler.
Afhankelijk van je totale areaal landbouwgrond exclusief grasland en percelen met permanente bedekking moet je per begonnen schijf van 5 ha minstens één geldig analyseresultaat kunnen voorleggen. Percelen met permanente bedekking zijn teelten onder glas of in loods aangeduid in de verzamelaanvraag met de gespecialiseerde productiemethodes, teelten die meerdere jaren op het perceel aanwezig blijven alsook de meerjarige teelten. Elk analyseresultaat blijft maximaal 5 jaar geldig vanaf de datum waarop de staalname is uitgevoerd. De voorwaarden voor bodemanalyses van de bouwvoor wat de voedingselementen P en K betreft, zijn nieuwe vereisten en van toepassing voor analyses uitgevoerd vanaf 2026. Dit is een niveau 2 eis voor akkerbouw, ruwvoeder, sierteelt en groenten openlucht.
Voor glasgroenten is er een niveau 1-eis (verplichting) en fruit een niveau 2-eis die eigenlijk dezelfde doelstelling heeft. Dezelfde elementen als hierboven moeten worden geanalyseerd van je voedingswater of gewasanalyse of een bodemanalyse van de bouwvoor. Percelen met permanente bedekking zijn teelten onder glas of in loods aangeduid in de verzamelaanvraag met de gespecialiseerde productiemethodes, teelten die meerdere jaren op het perceel aanwezig blijven, alsook de meerjarige teelten. Bij de bepaling van de oppervlakte van percelen met permanente bedekking moet de oppervlakte voor de teelt van paddenstoelen en/of de forcerie van grondwitloof niet in rekening worden gebracht.
Verplichte bestrijding doornappel
Eerder was het een niveau 2-eis om doornappel te bestrijden, vanaf 2026 is het verplicht om doornappel te bestrijden. Dit wordt een niveau 1-eis. Er moet vermeden worden dat dit onkruid in zaadproductie komt. Vanaf een overschrijding van 10 planten met zaadproductie/ha wordt dit beschouwd als een non-conformiteit. De komende jaren zullen we hiervoor met z’n allen meer aandacht voor moeten hebben. Zeker in de maanden augustus, september en oktober is doornappel de laatste jaren te zichtbaar aanwezig geweest in onze Vlaamse akkers. Deze verplichting is van toepassing in alle grondgebonden buitenteelten.
Strengere voorwaarden voor het spuittoestel
Op dagen dat het spuittoestel niet in gebruik is, staat het in een overdekte ruimte, met uitzondering van stationaire spuittoestellen. Een stationair toestel is een spuitboom of drukgroep dat het bedrijf met aangrenzend perceel niet verlaat. Om van deze uitzondering gebruik te kunnen maken, moet op dit aangrenzend perceel wel een tappunt van proper water beschikbaar zijn. Deze groep omvat bijvoorbeeld de spuittoestellen in serres, voor behandeling in loodsen en andere bedrijfsruimten en op tray- en containervelden. In het verleden was dit een niveau 2-eis, vanaf 2026 is het een niveau 1-eis en wordt dit dus een verplichting.
Spuittoestellen bij openluchtteelten (uitgezonderd rugspuiten, lansspuiten, stationaire spuittoestellen en onkruidspuiten in de fruitteelt) moeten uitgerust zijn met een schoonwatertank. Deze schoonwatertank moet een minimaal volume hebben:
overeenkomstig met de ISO-normen of;
bij spuittanken groter of gelijk aan dan 1.000 liter, van 100 liter of;
bij spuittanken die kleiner zijn dan 1.000 liter dient het volume minimaal 10% van het spuittankvolume te zijn.
Deze niveau 1-eis van een schoonwatertank is niet van toepassing voor glasgroenten en sierteelt in serres. Maar daar is wel een andere verplichting van toepassing om hetzelfde effect te bekomen. Indien spuittoestellen bij beschutte teelten niet voorzien zijn van een schoonwatertank dan moet op elk perceel een aftappunt voor water aanwezig zijn die de reiniging van het spuittoestel toelaat.
Vroeg zaaien maakt het verschil: uit een proef van Inagro, UGent en ILVO blijkt dat groenbemesters winteronkruiden sterk kunnen remmen, vooral met Japanse haver en goed gekozen mengsels.
Droge zomers vragen om een doordachte loofdoding bij aardappelen. Ontdek waarom timing, OWG, productkeuze en werkwijze cruciaal zijn voor velvastheid, bewaring en opbrengst.
Landbouwers-vermeerderaars zijn essentieel in het innovatieproces van zaaizaden. Goede contractuele praktijken en sluitende afspraken staan garant voor een goede samenwerking tussen de vermeerderaars en de handelaars-bereiders
Extreme droogte en hitte hebben de Belgische aardappeloogst zwaar getroffen. Belpotato.be en Boerenbond roepen telers en afnemers op om snel in overleg te gaan over volumes, kwaliteit en contracten van aardappelen.
Nieuwe regels maken fiscale compensatie voor seizoenwerknemers opnieuw mogelijk vanaf 1 januari 2026. Ontdek hoe de gedeeltelijke niet-doorstorting van bedrijfsvoorheffing werkt en wat je nu moet doen.
Kom naar de Netwerkdag 'Techniek in bio tuinbouw' en ontdek de wondere wereld van bio-regerenatieve landbouw: een beurs- en demonstratiedag rond mechanisatie voor biologische tuinbouw op kleine en middelgrote schaal. Zet jij verschillende teelten op een beperkte oppervlakte of ben je benieuwd naar hoe dit in de praktijk kan? Ontdek innovatieve mechanisatie op maat, gedemonstreerd in het veld!
Vroeg zaaien maakt het verschil: uit een proef van Inagro, UGent en ILVO blijkt dat groenbemesters winteronkruiden sterk kunnen remmen, vooral met Japanse haver en goed gekozen mengsels.
Droge zomers vragen om een doordachte loofdoding bij aardappelen. Ontdek waarom timing, OWG, productkeuze en werkwijze cruciaal zijn voor velvastheid, bewaring en opbrengst.
De Vlaamse uienteelt groeit snel, maar telers worstelen met gewasbescherming en rassenkeuze. Jonas Bodyn van Viaverda pleit voor een scherpere blik op opbrengst, kwaliteit en afzet.
Ontdek hoe je zelf aan de slag kunt gaan met variabel spuiten op basis van taakkaarten. Tijdens deze praktijkdemo tonen we hoe dronebeelden worden omgezet in taakkaarten en hoe je deze inlaadt in jouw tractor en spuit. Deze vorming komt in aanmerking als fytobijscholing.
Tijdens de Uiendag in Nederland draaide alles om technieken die de uienteelt vooruit moeten helpen: van rassenkeuze en rooien tot onkruidbestrijding en irrigatie.
FAVV waarschuwt landbouwers voor blauwalgen in Vlaams oppervlaktewater. Bij captatieverbod mag dit water niet gebruikt worden voor beregening van voedings- en voedergewassen.