Inagro investeert in nieuw hart voor openluchtonderzoek
Aangemaakt op
Inagro is gestart met de bouw van een nieuw proefveldatelier op de site in Beitem. Het gebouw moet uitgroeien tot het nieuwe hart van praktijkgericht onderzoek in akkerbouw, ruwvoederteelten en groenten in open lucht. Voor landbouwers betekent de investering vooral een versterking van onderzoek dat dicht bij de praktijk staat en inspeelt op de uitdagingen op het veld én na de oogst.
Met het proefveldatelier vervangt Inagro de verouderde groentehal, die niet langer voldeed aan de huidige noden. Waar infrastructuur vroeger vooral gericht was op veldproeven, is onderzoek vandaag veel breder geworden. “Dit gebouw wordt het operationele hart van ons openluchtonderzoek”, zegt Mia Demeulemeester, afgevaardigd bestuurder van Inagro. “We kunnen hier zowel veldproeven voorbereiden als kwaliteitsbeoordelingen uitvoeren na de oogst. Dat verhoogt niet alleen de efficiëntie, maar ook de kwaliteit van het onderzoek dat uiteindelijk bij de landbouwer terechtkomt.”
Die evolutie is volgens Inagro noodzakelijk. Openluchtteelten vragen steeds meer kennis rond thema’s zoals geïntegreerde gewasbescherming, bodemzorg, bewaring en nieuwe teelten zoals eiwitgewassen. Onderzoek stopt dan ook niet langer aan de rand van het veld. “Kwaliteitsbeoordeling, bewaring en verwerking zijn vandaag essentiële schakels geworden”, klinkt het. Het nieuwe proefveldatelier brengt al die stappen samen onder één dak, waardoor sneller en gerichter kan worden ingespeeld op concrete vragen.
Concreet voorziet het gebouw onder meer praktijkhallen voor na-oogstonderzoek in aardappelen en nieuwe teelten, installaties voor sortering en kwaliteitsbepaling, en uitgebreide koel- en bewaarfaciliteiten. Ook onderzoek naar duurzame gewasbescherming krijgt een centrale plaats, met aangepaste infrastructuur die tegelijk als demonstratieruimte kan dienen. Daarnaast komen er groeikamers voor proeven onder gecontroleerde omstandigheden en wordt sterk ingezet op digitale technieken zoals sensoren en cameragebaseerde analyses.
Volgens Bart Naeyaert, gedeputeerde van Landbouw, is die investering cruciaal voor een regio waar akkerbouw en openluchtgroenten een sleutelrol spelen. “West-Vlaanderen is dé landbouwprovincie van Vlaanderen. Ongeveer de helft van alle aardappelen en zo’n 70 procent van de openluchtgroenten worden hier geteeld. Investeren in praktijkonderzoek is dus rechtstreeks investeren in de toekomst van onze landbouwers en de hele agrovoedingsketen.”
Ook minister van Landbouw Jo Brouns benadrukt het belang van die vertaalslag naar de praktijk. “De Vlaamse land- en tuinbouw behoort tot de meest innovatieve ter wereld. Net omdat we hier op een beperkte ruimte moeten produceren binnen strikte ecologische grenzen, worden we gedwongen om voortdurend te verbeteren. Sterk praktijkgericht onderzoek vraagt sterke infrastructuur. Wat hier ontwikkeld wordt, moet landbouwers helpen om te blijven innoveren en verduurzamen.”
Volgens de minister speelt het proefveldatelier ook een belangrijke rol in actuele uitdagingen zoals waterkwaliteit en gewasbescherming. Nieuwe technieken, zoals precisietoepassingen en aangepaste infrastructuur voor het veilig omgaan met middelen, moeten ervoor zorgen dat landbouwers efficiënter en duurzamer kunnen werken. Tegelijk pleit hij ervoor om die inspanningen beter zichtbaar te maken voor het brede publiek. “We moeten blijven tonen wat landbouwers hier realiseren en hoe belangrijk dat is voor onze voedselzekerheid.”
Het gebouw wordt ook op vlak van energiegebruik toekomstgericht opgevat. Het zal volledig fossielvrij functioneren, met onder meer geothermie voor verwarming en koeling, warmterecuperatie, zonnepanelen en isolatie met hennepblokken. Daarmee wil Inagro niet alleen onderzoek ondersteunen, maar ook zelf het voorbeeld geven op vlak van duurzame infrastructuur.
De totale investering bedraagt 9,5 miljoen euro en wordt ondersteund door de Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen. De werken zijn gestart in het voorjaar van 2026, met een geplande oplevering in het najaar van 2027.
Door de aanhoudende droogte gaan land- en tuinbouwers op zoek naar alternatieve waterbronnen. Vier voedingsbedrijven kregen al een tijdelijk watertoelating. Boerenbond brengt landbouwers in contact met bedrijven.
Europese spelregels voor koolstofopslag krijgen vorm, maar voor Boerenbond moet koolstoflandbouw vooral een haalbaar verdienmodel voor landbouwers worden, met minder administratie en meer duidelijke vergoedingen.
179 kievitsnesten werden dit voorjaar opgevolgd in West-Vlaanderen, met 139 beschermde nesten dankzij samenwerking tussen landbouwers en vrijwilligers. De subsidie krijgt in 2027 een vervolg.
Binnen het Europese project Re-Greenhouse kunnen glastuinbouwers zich kandidaat stellen voor een begeleidingstraject met een nieuwe energietool. Die helpt om na te gaan welke hernieuwbare of alternatieve energiebronnen technisch en economisch interessant kunnen zijn voor jouw bedrijf. Inschrijven kan nog tot 23 augustus.
Ontdek hoe je zelf aan de slag kunt gaan met variabel spuiten op basis van taakkaarten. Tijdens deze praktijkdemo tonen we hoe dronebeelden worden omgezet in taakkaarten en hoe je deze inlaadt in jouw tractor en spuit.
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.