Wanneer je een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen (denk aan het bouwen, verbouwen of uitbreiden van stallen, loodsen, serres,... of de aanleg van bassins,...) aanvraagt, dient die in een aantal gevallen vergezeld te zijn van een archeologienota. We lijsten hier de meest relevante verplichtingen en uitzonderingen voor de landbouw even op.
Archeologie. Vaak hoor je zeggen: hier heeft nooit iets anders gestaan; hier zal wel niets zitten. Of nog: wat scherven en steentjes, daarvoor gaan ze ons toch niet op kosten jagen. Begrijpelijke reacties, maar de realiteit is anders. Sinds de prehistorie is er in onze contreien immers heel wat menselijke activiteit geweest. En heel wat van die activiteiten hebben hun sporen nagelaten in de bodem. Soms duidelijk en herkenbaar, soms vaag en alleen door specialisten te lezen. Soms met duidelijke artefacten (keramiek, metaal, resten van gebouwen,...) soms met vaag leesbare sporen of elementen die alleen met gespecialiseerde analyses kunnen worden opgespoord. Meestal komt archeologie Indiana Jones-gewijs in de media wanneer er een of andere spectaculaire goud- of andere schatvondst werd gedaan. In de realiteit zijn de meeste vondsten veel minder spectaculair, maar daarom wetenschappelijk niet minder interessant of relevant.
Kwetsbare nalatenschap
Bodemsporen zijn kwetsbaar. Eens ze verstoord zijn of uitgegraven, zijn ze voor altijd verdwenen en gaat het bodemarchief onherroepelijk verloren. Vanuit die optiek zijn de archeologische verplichtingen gemaakt. Zolang de bodem niet verstoord wordt (tenzij door aanvaardbare activiteiten), is er geen archeologisch traject nodig. Maar wanneer er wel verstoring dreigt, dienen gespecialiseerde mensen te worden ingezet om zoveel mogelijk informatie van dat bodemarchief te onderzoeken, te documenteren, op te tekenen en in kaart te brengen vooraleer het onherroepelijk verdwijnt.
Wanneer?
De opmaak van een archeologienota is verplicht voor alle percelen die gelegen zijn binnen een beschermde archeologische site en voor sommige percelen gelegen in een vastgestelde archeologische zone (percelen van meer dan 300m² en vergunningsplichtige ingrepen in de bodem van meer dan 100m²) in archeologische zones (dit zijn zones opgenomen in de vastgestelde inventaris). Op het kaartje zijn de archeologische sites en zones aangeduid.
Maar ook als de percelen gelegen zijn buiten deze archeologische sites of zones kan een archeologisch traject verplicht zijn. Dat is het geval wanneer de totale oppervlakte van het perceel of de percelen betrekking heeft meer dan 3000 m² bedraagt en wanneer de oppervlakte van de vergunningsplichtige ingreep in de bodem minstens 1000 m² bedraagt.
Uitzonderingen
Om het nog wat ingewikkelder te maken bestaan op deze laatste verplichting een aantal uitzonderingen of vrijstellingen waarbij geen archeologisch traject moet volgen. Eerste uitzondering is de ligging van de percelen in een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt of waar onderzoek van het archeologisch erfgoed geen relevante kenniswinst oplevert.
Naast deze zones aangeduid door de Vlaamse regering kunnen ook onroerenderfgoedgemeenten zelf zones aanduiden waar geen archeologisch erfgoed is. Wanneer uw bedrijf in een onroerend erfgoedgemeente ligt, kijkt u dat best nog even na.
Er zijn daarnaast ook nog uitzonderingen zoals werkzaamheden aan bestaande lijninfrastructuur of werken met een beperkte oppervlakte-impact (minder dan 100m²) binnen een archeologische zone of werken aan lijninfrastructuur buiten zo’n archeologische zone of archeologische site waarbij de oppervlakte van de vergunningsplichtige ingreep in de bodem buiten het gabarit van de bestaande lijninfrastructuur en haar aanhorigheden minder dan 1000 m² beslaat.
Impact voor landbouwers
Een voor landbouw relevante uitzondering is die wanneer de aanvrager een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon is en de percelen volledig gelegen zijn buiten woongebied of recreatiegebied en buiten de eerder genoemde archeologische zones. Wanneer de totale oppervlakte van de vergunningsplichtige ingreep in de bodem minder dan 5000 m² beslaat, is er geen archeologisch traject nodig.
Ook wanneer een eventuele omgevingsvergunning kadert in verbeterd bodembeheer en uitsluitend betrekking heeft op een reliëfwijziging in agrarisch gebied en niet gelegen is in een archeologische zone of een archeologische site, is geen archeologisch traject nodig wanneer er louter een afgraving van teelaarde tot 40 cm is en de latere toevoeging met dezelfde teelaarde gebeurt.
Onder andere door de minimumoppervlakte vanaf wanneer een archeologisch traject verplicht is, zijn er heel wat bouwtrajecten waarvoor een archeologisch (voor)onderzoek niet nodig is. Maar gezien de omvang van nieuwe bedrijfsgebouwen in de landbouwsector worden jaarlijks toch heel wat landbouwers geconfronteerd met archeologie.
De archeologienota
Wanneer je verplicht bent een archeologisch traject uit te voeren, dien je een beroep te doen op een erkend archeoloog om een archeologienota te kunnen toevoegen aan je omgevingsvergunningaanvraag. Eerst en vooral gebeurt er een vooronderzoek zonder ingreep in de bodem. Op basis van archiefonderzoek, het bekijken van kaartmateriaal en de analyse van eerdere vondsten en vondstmeldingen in de omgeving gebeurt een eerste inschatting van de mogelijke aanwezigheid van archeologische relicten in de bodem.
Meestal gebeurt er nadien een vooronderzoek met ingreep in de bodem (waarvoor de erkende archeoloog toelating moet vragen en krijgen). Via een aantal boringen, proefsleuven of andere technieken wordt een inschatting gemaakt op het terrein van de reële aanwezigheid van archeologisch erfgoed en wordt nagegaan wat eventuele vervolgstappen zijn. Dat hangt af van het aantal sporen, de periode waaruit ze dateren, de afweging in welke mate een opgraving extra wetenschappelijke informatie kan bezorgen, de mate waarin geoordeeld wordt dat het archeologisch erfgoed door de uit te voeren werken niet bedreigd of vernield zal worden,...
De resultaten van dit onderzoek en van de eventuele vervolgstappen worden neergeschreven in de archeologienota. Het agentschap onroerend erfgoed (of als je bedrijf in een erkende onroerend erfgoedgemeente ligt, de gemeente) neemt akte van de archeologienota of kan er bijkomende voorwaarden aan verbinden. Er kan ook geoordeeld worden dat de archeologienota niet voldoet en dan met er werk worden gemaakt van een nieuwe. Ook de bouwheer wordt automatisch op de hoogte gebracht van deze aktename. Er kan beroep worden ingediend bij de minister (deze legislatuur is minister Weyts bevoegd voor onroerend erfgoed) indien men niet akkoord is met de beslissing.
Als de archeologienota aangeeft dat er een opgraving moet worden uitgevoerd vooraleer de stedenbouwkundige handelingen kunnen starten, dan moet de start van de archeologische opgraving worden gemeld (dat doet normaal de erkende archeoloog). De erkende archeoloog dient de opgraving uit te voeren op basis van de bepalingen van een zeer omvangrijke Code van Goede Praktijk, waarin gedetailleerd beschreven staat welke onderzoekstechnieken wanneer dienen te worden gebruikt. Ten laatste twee maanden na het einde van de opgraving dient de erkende archeoloog een archeologierapport in te dienen met de (eerste) resultaten, de bevindingen en de verdere aanpak (bv. verdere analyses die noodzakelijk zijn) van de opgraving. Deze termijn van maximaal twee maanden na einde opgraving is belangrijk voor de landbouwer die financiële steun wil vragen voor de opgravingskosten (zie verder). De archeologienota of het archeologierapport zijn immers een voorwaarde om de steun te kunnen krijgen. Binnen de twee jaar na het einde van het onderzoek dient de erkende archeoloog ook het eindverslag in te dienen waarin meer diepgaande beschrijvingen en analyses van de vondsten staan beschreven.
Hou er ook rekening mee dat wanneer er aanpassingen zijn aan de bouwwerken doordat er bepaalde vergunningsvoorwaarden worden opgelegd (bv. aanleg van buffers, maatregelen inzake water,...) dat er dan voor die aspecten een nieuwe archeologienota moet worden opgemaakt.
Premies
In principe worden de kosten voor het archeologisch onderzoek gedragen door de bouwheer. Bouwers kunnen hiervoor drie soorten premies aanvragen: een premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, een premie voor buitensporige opgravingskosten en een premie menselijke inhumatieresten. Alleen als je een occasionele bouwheer bent (bv. projectontwikkelaars zijn uitgesloten; ook als je vastgoed bouwt dat je gaat verkopen, ben je uitgesloten) kom je in aanmerking. Deze premies zijn ook niet cumuleerbaar wanneer je een andere erfgoedpremie krijgt (bv. een restauratiepremie voor een beschermde historische hoeve). De premie buitensporige opgravingskosten kan ook niet worden gecombineerd met de premie menselijke inhumatieresten. Alle premies dienen binnen de 120 dagen na indiening van respectievelijk de archeologienota, het archeologierapport of het eindverslag te worden aangevraagd. Binnen de 90 dagen na aanvraag wordt er beslist over de toekenning.
De premie voor vooronderzoek met ingreep in de bodem kan worden aangevraagd van zodra er akte is genomen van de archeologienota die het vooronderzoek afrondt. Alleen de kosten voor een verplicht archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem komen in aanmerking (bv. proefsleuven, proefputten, boringen,...). Bureauonderzoek of landschappelijk booronderzoek komen niet in aanmerking. De premie bedraagt 80 % van een forfaitair bepaald bedrag. Dat bedrag wordt bepaald door een formule met variabelen die de duur van het onderzoek, het aantal uitgevoerde boringen of poefsleuven en het resultaat in rekening brengen.
De premie voor buitensporige opgravingskosten kan worden aangevraagd van zodra het archeologierapport is ingediend (dat dient verplicht binnen de twee maanden na het einde van de opgraving te gebeuren). Ook deze premie blijft beperkt tot 80 % van de opgravingskosten en wordt forfaitair berekend op basis van een formule. Het vertrekpunt is een vaste basiskost van 12.123 euro die wordt vermeerderd en verminderd met bedragen die afhangen van de uitgevoerde archeologische opgraving en de aangetroffen toestand (variabelen). Het bedrag dat op basis van de variabelen wordt bekomen, wordt verminderd met een franchise van 1.500 euro. Die 1.500 euro wordt beschouwd als het niet buitensporige deel van de kosten.
Tot slot is er ook nog een premie menselijke inhumatieresten (zoals aangegeven niet cumuleerbaar met de premie buitensporige kosten) die kan worden aangevraagd wanneer er menselijke resten worden gevonden tijdens het archeologisch onderzoek en die resten geanalyseerd moeten worden. De premie wordt forfaitair berekend aan de hand van een formule, gebaseerd op het aantal volledig opgegraven skeletten en de natuurwetenschappelijke onderzoeken die er nadien op gebeurden, vermenigvuldigd met factor 0,6. Als het resultaat van de formule €25.000 of minder bedraagt, dan wordt de premie niet uitbetaald. Het maximale premiebedrag bedraagt €500.000.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Boerenbond bracht landbouwers in Ronse en Wetteren samen rond slim energiebeheer, met praktische inzichten over zonnepanelen, batterijen en kosten op het erf.
Binnen het Europese project Re-Greenhouse kunnen glastuinbouwers zich kandidaat stellen voor een begeleidingstraject met een nieuwe energietool. Die helpt om na te gaan welke hernieuwbare of alternatieve energiebronnen technisch en economisch interessant kunnen zijn voor jouw bedrijf. Inschrijven kan tot 23 augustus 2026 om 17 uur.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Landbouwcentrum voor Voedergewassen publiceerde nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.