De Vlaamse land- en tuinbouw is goed voor ongeveer 2% van het totale energiegebruik in Vlaanderen. De sector is sterk afhankelijk van energie voor onder meer verwarming, koeling en mechanisatie. Hoewel fossiele brandstoffen nog steeds de belangrijkste energiebron vormen, groeit het gebruik van hernieuwbare energie op landbouwbedrijven jaar na jaar. Intussen blijven energieprijzen onder druk staan door internationale spanningen, schommelingen op de gasmarkt en een toenemende vraag naar elektriciteit. toenemende vraag naar elektriciteit. Omdat de Europese elektriciteitsprijs nog sterk gekoppeld is aan de aardgasprijs, werken geopolitieke gebeurtenissen vaak rechtstreeks door in de energiefactuur.
Fossiele energie blijft de norm
Aardgas blijft veruit de belangrijkste energiedrager in de Vlaamse land- en tuinbouw. In 2023 was het goed voor 83% van het totale energiegebruik. Aardgas wordt vooral ingezet voor de wkk's in de glastuinbouw om hun energievraag (warmte, CO2 en elektriciteit) in te vullen. Op ruime afstand volgen stookolieproducten en elektriciteit. Biomassa, steenkool en andere energiedragers spelen voorlopig slechts een beperkte rol. Ter vergelijking: in Vlaanderen bestond het finaal energiegebruik in 2024 voornamelijk uit petroleumproducten (43%), aardgas (23%) en elektriciteit (14%). Hiermee bedoelt men het bruto binnenlands energiegebruik, verminderd met de energie gebruikt in de transformatiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen en cokesoven).
Een opvallende evolutie is dat de Vlaamse landbouw sinds 2010 een nettoproducent van elektriciteit is. De sector produceert meer stroom dan hij zelf verbruikt en injecteert het overschot op het elektriciteitsnet. Die productie komt voornamelijk van warmte-krachtkoppelingen (wkk's) op aardgas. In 2023 was 93% van de elektriciteitsproductie in eigen beheer afkomstig van installaties die door brandstof worden aangedreven. De overige 7% was hoofdzakelijk afkomstig van zonnepanelen.
Belangrijk om te vermelden is dat de netto-afname elektriciteit geen rekening houdt met het elektriciteitsverbruik door brandstofaangedreven installaties (zoals wkk’s en enkel elektriciteit-producerende installaties), omdat de primaire energie daarvoor al is opgenomen in de vorm van aardgas, stookolie, biogas of biomassa.
Ook het energiegebruik weegt zwaar door in de broeikasgasuitstoot. In 2024 was het goed voor 31% van de totale uitstoot van de Vlaamse land- en tuinbouw. Het gaat daarbij bijna uitsluitend om emissies afkomstig van de verwarming van serres en stallen, die 89% van de energetische emissies vertegenwoordigen.
Emissies van mobiele landbouwmachines nemen slechts een beperkt aandeel voor hun rekening. De wkk’s produceren elektriciteit die op het net geïnjecteerd wordt voor zo’n 630.000 gezinnen (aan een gemiddeld verbruik van ongeveer 3550 kWh/gezin). Die emissies verbonden aan deze elektriciteit blijven op conto van de landbouwsector staan.
Grote verschillen tussen sectoren
Het energiegebruik verschilt sterk tussen de landbouwsectoren. De groenteteelt onder glas neemt ongeveer de helft van het totale energieverbruik van de Vlaamse landbouw voor haar rekening. Ook de sierteelt onder glas heeft met 6% een aanzienlijk aandeel. Andere sectoren volgen op ruime afstand. Gespecialiseerde melkveebedrijven zijn goed voor ongeveer 9% van het energiegebruik, varkensbedrijven voor 7% en akkerbouwbedrijven voor 5%. Ook de energiemix verschilt van sector tot sector. In de gespecialiseerde melkvee- en varkenshouderij blijven stookolie, elektriciteit en energie uit biomassa belangrijke energiedragers.
Hernieuwbare energie wint aan belang
Net als in de rest van de samenleving neemt ook in de landbouw het gebruik van hernieuwbare energie toe. Zo wordt er minder zware stookolie gebruikt, terwijl investeringen in zonnepanelen, vergisting, batterijen en windenergie toenemen. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) ondersteunt landbouwers actief bij investeringen in hernieuwbare energie. In 2025 werden 772 VLIF-steunaanvragen geselecteerd voor investeringen in batterijen voor opslag van hernieuwbare energie, warmtepompen, zonneboilers en windturbines. De VLIF-steun wordt pas uitbetaald na uitvoering van de werken en controle door het agentschap.
Via artificiële intelligentie (AI), toegepast op luchtfoto's en gekoppeld aan de verzamelaanvraag, wordt de oppervlakte zonnepanelen op Vlaamse landbouwgebouwen in 2023 geschat op bijna 2 miljoen m², goed voor een geschatte productie van ongeveer 800 TJ. De verdeling van het vermogen uit zonne-energie over de verschillende landbouwsectoren is weergegeven in figuur 2. Het grootste aandeel van dit vermogen bevindt zich op gemengde bedrijven. Daarnaast gaat het om 13% op varkensbedrijven, 8% op akkerbouwbedrijven, 7% op melkveebedrijven en 6% op fruitbedrijven. Glastuinbouwbedrijven beschikken relatief minder vaak over zonnepanelen omdat zij doorgaans al elektriciteit produceren via wkk-installaties.
Naast de grootschalige wkk-installaties in de glastuinbouw worden op melkvee- en varkensbedrijven soms kleinere wkk's ingezet die werken op biogas uit mestvergisting. Daarbij wordt methaan, dat anders zou vrijkomen uit mestopslag, omgezet in elektriciteit. Deze techniek levert niet alleen elektriciteit en warmte op, maar vermindert ook de uitstoot van broeikasgassen. Vandaag zijn er in Vlaanderen slechts een vijftigtal dergelijke installaties actief, maar het potentieel blijft aanzienlijk.
Tot slot vinden ook batterijen en windturbines geleidelijk hun weg naar landbouwbedrijven. Hoewel het aandeel bedrijven dat in batterijen investeert nog beperkt is, tonen de cijfers een duidelijke jaarlijkse groei.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Meer dan 200 lokale mandatarissen volgden Boerenbonds webinar over het BRV. Ontdek waarom we hen vroegen landbouw een volwaardige plek te geven in het Vlaamse ruimtelijk beleid.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
Aardbeien telen vraagt lange dagen, maar Luc Fleerackers kiest bewust voor balans: naast zijn bedrijf maakt hij enthousiast tijd voor zijn gezin en de hobby's.
Voor het viaduct van Gentbrugge zijn zeven haalbare alternatieven geselecteerd. Ontdek tijdens een infomarkt wat de plannen betekenen voor de E17, E40 en R4 en hoe u uw mening kunt geven.
De eerste resultaten van frambozen onder zonnepanelen zijn veelbelovend: minder waterverbruik, meer klasse 1-fruit en een koeler teeltklimaat. Maar de opbrengst hangt af van het type paneel.