Gratis helpen in een landbouwvennootschap. Kan dat?
Aangemaakt op
In dit artikel hadden we het al over de inzet van familieleden op een landbouwbedrijf. Gratis hulp is mogelijk tot en met familie in de tweede graad. Steeds meer landbouwbedrijven zijn echter georganiseerd onder de vorm van een vennootschap. Een vennootschap is een rechtspersoon en heeft geen familie. Strikt genomen kan je dus geen helpers hebben in een vennootschap.
In bepaalde landbouwondernemingen (de vroegere LV of landbouwvennootschap) kan het statuut van helper wel aanvaard worden. Dit is enkel het geval als de vennootschap ‘fiscaal transparant’ is. Dat wil zeggen dat er geopteerd is voor de personenbelasting. Daarnaast mogen de helpers geen aandelen in de vennootschap hebben, want met aandelen worden ze beschouwd als werkende vennoot. Met andere vormen van vennootschappen zoals een bvba of nv is het statuut van helper niet mogelijk.
Dienst-wederdienst
In de landbouw wordt aanvaard dat collega-landbouwers elkaar helpen in het kader van dienst-wederdienst. Het moet dan wel gaan over landbouwers in hoofberoep en de dienst en de wederdienst moeten evenwaardig zijn. Wanneer men elkaar helpt onder collega’s via dienst-wederdienst is het belangrijk om dit goed vast te leggen op papier en de ‘dienst’ en de ‘wederdienst’ goed te omschrijven. Teken dit document met de beide collega’s voor het begin van werkzaamheden.
Werken met zelfstandigen
In de praktijk werken heel wat landbouwers met iemand op zelfstandige basis samen om bepaalde taken uit te voeren. Dit kan gaan over werken op het veld of op het bedrijf zelf. Deze zelfstandige stuurt dan een factuur. Vaak verkiest men te werken met een zelfstandige omdat men dan niet gebonden is aan de strenge regels op het vlak van de arbeidsduurregeling die gelden voor loontrekkenden. Er komt ook veel minder administratie bij kijken, denk onder meer aan de Dimona-aangifte.
Toch kan je niet zomaar vrij kiezen om samen te werken op zelfstandige basis. Het statuut van zelfstandige en het statuut van loontrekkende zijn elk vrij strikt gereglementeerd.
Opgelet met een buitenlandse aannemer
Wanneer je een beroep doet op een buitenlandse aannemer die met zijn medewerkers een aantal taken op jouw bedrijf komt uitvoeren, moet je voor een melding doen bij de overheid. Het gaat hier om de Limosa-melding. Er moet aan de RSZ meegedeeld worden wie precies de aannemer is, voor welke periode en op welk adres hij bepaalde werkzaamheden zal uitvoeren. Ook de identiteit van de personen die de werken zullen uitvoeren, moet worden doorgegeven. De verplichting om een Limosa-melding te doen, rust op de buitenlandse aannemer. Het is evenwel de Belgische medecontractant die moet nagaan of deze verplichting is nagekomen! Indien dit niet het geval is, moet de Belgische medecontractant (dus de landbouwer) de Limosa-aangifte doen in de plaats van de aannemer.
Schijnzelfstandigheid
Het feit dat iemand een factuur opmaakt en sociale bijdragen betaalt als zelfstandige, eventueel btw aanrekent, een fiscale aangifte doet en belastingen betaalt op zijn inkomen … is op zich onvoldoende om te argumenteren dat iemand als zelfstandige moet worden beschouwd worden. Het enige criterium dat geldt, is de socio-economische onafhankelijkheid van de zogenaamde zelfstandige. Dit gaat concreet over:
de wil van de partijen om op zelfstandige basis samen te werken;
de vrijheid in de organisatie van de werktijd;
de vrijheid in de organisatie van het werk;
de mogelijkheid om hiërarchische controle uit te oefenen.
Een zelfstandige is iemand die autonoom kan werken en zelf zijn werk kan plannen, zelf kan beslissen om zich eventueel te laten vervangen of om een werknemer in dienst te nemen en zelf kan beslissen om te werken voor meerdere klanten. Een zelfstandige werkt ook met zijn eigen materiaal (eigen tractor) en niet met het materiaal van het bedrijf waar hij werkzaamheden uitoefent. Voor werkzaamheden op het veld moet men dus zeer voorzichtig zijn. Om deze redenen is het dan ook moeilijk verdedigbaar dat men in de dierlijke sectoren werkt met zelfstandigen omdat die economisch volledig afhankelijk zijn van de opdrachtgever van de werken. Deze personen verblijven vaak ook in een logement dat eigendom is van de opdrachtgever van de werken.
Naast de hierboven vermelde vier algemene criteria zijn er voor de land- en tuinbouw er tien specifieke criteriaopgesteld aan de hand waarvan men in de praktijk kan beoordelen of iemand als een echte zelfstandige of schijnzelfstandige kan beschouwd worden. Wanneer bij controle wordt geoordeeld dat het gaat om schijnzelfstandigheid, dan worden alle regels die gelden voor loontrekkenden van toepassing en worden er een hele reeks inbreuken vastgesteld (geen Dimona, geen correct uurloon, geen sociale bijdragen als werkgever ...).
Controles op tewerkstelling
Er zijn in ons land verschillende inspectiediensten die een controle kunnen uitvoeren op een landbouwbedrijf - onder meer de inspectie van sociale wetten, de RVA-inspectie, de sociale inspectie. In december 2025 hielden we hierover een webinar. Je kan het hier herbekijken.
De inspectie kan te allen tijde een controle doen. Zij kan 24/7 een controle uitvoeren. Zij heeft het recht om binnen te gaan in alle lokalen en plaatsen waar er arbeid kan verricht worden. Alleen voor de betreding van de private gedeelten (bijvoorbeeld de woning) heeft ze een bevel tot huiszoeking nodig. De inspectie kan alle documenten inkijken en opvragen, ook bijvoorbeeld aankoopfacturen van voeder, en meststoffen. Kortom, alle documenten en stukken die de inspectie informatie kan verschaffen om mogelijke inbreuken vast te stellen, kan men opvragen.
Het is wel belangrijk dat de inspecteurs zich kenbaar maken en hun identiteitsgegevens achterlaten. De landbouwer is niet verplicht op vragen te antwoorden waarover hij zich onzeker voelt. Men kan niet verplicht worden een verklaring of een document te ondertekenen waarbij men zich onzeker voelt.
De inspectie kan een waarschuwing geven maar ook een proces verbaal (PV) van inbreuk opmaken. Wanneer er een PV wordt opgemaakt, is er een inbreuk en zal het aan de arbeidsauditeur zijn om te beslissen wat het gevolg is dat hieraan wordt gegeven. De boetes kunnen hoog oplopen in functie van de aard van de inbreuk.
Boerennatuur Vlaanderen lanceert een groepsaankoop voor productief kruidenrijk grasland: een klimaatrobuust, meerjarig mengsel voor melkveehouders met korting, praktische begeleiding en mogelijke subsidie.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Hitte drukt de volumes van vruchtgroenten en stuwt prijzen op de groentemarkt. Tomaten, paprika, bloemkool en sla kennen prijsstijgingen, terwijl courgettes onder druk staan door een ruim aanbod.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.
Leer stap voor stap hoe je een arbeidskaart aanvraagt voor niet-Europeanen, volledig online via het Uniek Loket. Ontdek wat je nodig hebt en hoe je de aanvraag snel in orde brengt.
Europese experten delen inzichten over eiwitgewassen: van Hongaarse praktijkvoorbeelden tot Vlaamse uitdagingen. Rendabele teelt, bodemgezondheid en marktvalorisatie staan centraal.
Ontdek hoe niet-EU-onderdanen in België aan de slag kunnen en waarom de arbeidskaart vaak de eenvoudigste en goedkoopste aanvraag is. Chris Botterman legt het stap voor stap uit.
VLAM brengt de consumptiecijfers van 2025 in kaart met opvallende trends in vlees, zuivel, groenten, fruit, aardappelen en bio. Ontdek wat de Belgische consument vandaag echt kiest.