Een sterk landbouwbeleid vraagt ook een sterk landbouwbudget
Het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) ontstond vanuit een eenvoudige belofte: nooit meer honger in Europa. Ruim zestig jaar later blijft voedselzekerheid een belangrijke strategische opdracht van de landbouw. Voor nauwelijks meer dan 30 cent per Europeaan per dag helpt het GLB die voedselzekerheid te garanderen. Een bescheiden investering voor iets wat van onschatbare waarde is: elke dag voldoende, veilig en kwaliteitsvol voedsel – dat voldoet aan de allerhoogste product- én productienormen - op ons bord.
De Europese landbouwministers hebben gisteren een akkoord bereikt over hun positie voor het GLB na 2027. Met meer ruimte voor regionaal maatwerk, minder regeldruk en extra aandacht voor jonge landbouwers en investeringen zien we alvast wat stappen in de goede richting.
Maar de echte toets volgt nu. Europa kan niet steeds meer verwachten van onze landbouwers en daar tegelijkertijd minder middelen tegenover stellen. Wie voedselzekerheid, verduurzaming, innovatie en generatiewissel belangrijk vindt, moet daar ook voldoende budget voor voorzien.
Daarom pleit Boerenbond, samen met Copa-Cogeca, voor een voldoende groot en gegarandeerd GLB-budget na 2027, minstens op het huidige niveau én aangepast aan de inflatie. Die middelen moeten bovendien daadwerkelijk voor het landbouwbeleid worden voorbehouden. De onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader 2028-2034 worden dus cruciaal.
We rekenen daarbij ook op onze Belgische politici om de beloftes waar te maken en deze vraag te ondersteunen. Premier Bart De Wever benadrukte op onze Nazomerontmoeting dat landbouw niet het slachtoffer mag worden van het nieuwe Europese meerjarenbudget. Ook Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns is duidelijk: tegenover hoge maatschappelijke verwachtingen moeten voldoende middelen staan.