Code Goede Praktijk voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten
Aangemaakt op
Situering
Gewasbeschermingsmiddelen zijn belangrijk om landbouwopbrengsten en de kwaliteit van gewassen te garanderen omdat ze de planten in een goede gezondheid houden. Door het gebruik kunnen deze stoffen echter ook in het oppervlakte- en grondwater terechtkomen. Uit een groot Europees onderzoeksproject (TOPPS) blijkt puntvervuiling de grootste bron van vervuiling te zijn van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen (GBM) (40-90%). Net daarom vraagt Boerenbond al jaren naar een kader voor vul- en spoelplaatsen.
Puntvervuilingen zijn verontreinigingen die vooral bij het vullen, spoelen en reinigen van de spuitapparatuur ontstaan en waarbij gewasbeschermingsmiddelen in de bodem insijpelen of afvloeien in een waterloop of riolering. De meeste gewasbeschermingsmiddelen die insijpelen in de bodem breken ook af in de bodem maar soms blijven er toch restanten of afbraakproducten achter op de bodem en zeker op verharde oppervlaktes. Het gaat hierbij om gemorste en overgelopen vloeistoffen tijdens het vullen van het toestel, lekkende leidingen of doppen, of het lozen van spuitresten en spoel- en reinigingswater.
Het gebruik van een ingerichte vul- en spoelplaats, een spoelplaats en/of een watercaptatiepunt en het aandachtig en precies handelen met gewasbeschermingsmiddelen op het veld voorkomt dergelijke puntvervuilingen.
Duidelijke richtlijnen
Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij heeft in samenwerking met het Departement Omgeving, OVAM en VMM en met medewerking van verschillende praktijkcentra en ILVO daarom voor het eerst duidelijke richtlijnen opgesteld over de aanleg van een vul- en spoelplaats en een watercaptatiepunt onder de vorm van de Code Goede Praktijk voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten. Boerenbond heeft hier na zeven jaar onderhandelen met de overheid eindelijk resultaat geboekt. Hieronder gaan we uitleggen hoe je ermee aan de slag kan gaan.
Deze code biedt de nodige handvaten aan land- en tuinbouwers zodat ze op korte termijn de noodzakelijke inrichtingen kunnen aanleggen en zo kunnen bij dragen aan de verbetering van de waterkwaliteit. Dit is ook belangrijk in de motivering voor het behouden van actieve stoffen. Bij een slechte waterkwaliteit gelinkt aan gewasbeschermingsmiddelen lopen we hier een rechtstreeks risico. Recente voorbeelden daarvan zijn de beperkingen op gebruik van bentazon (2024) en aclonifen (2026).
In de Code van Goede Praktijk lees je hoe je vier verschillende types inrichting nieuw kan aanleggen:
Overdekte vul- en spoelplaats, al dan niet met verwerking van restvloeistoffen;
Niet-overdekte vul- en spoelplaats, al dan niet met verwerking van restvloeistoffen;
Spoelplaats (niet-overdekt, overdekt en voor beschutte teelten);
Watercaptatiepunt
Op een vul- en spoelplaats kan je alle handelingen van het vullen, spoelen en reinigen van een spuittoestel uitvoeren
Overdekte vul- en spoelplaats
We spreken over een overdekte vul- en spoelplaats als de volledige oppervlakte van de vul- en spoelplaats overkapt is door een dakconstructie. Deze heeft meer voordelen ten opzichte van een niet-overdekte vul- en spoelplaats qua gebruiksgemak. Door een overdekte vul- en spoelplaats aan te leggen voorkom je dat het regenwater potentieel verontreinigd wordt. Bovendien kan je deze overdekte locatie ook gebruiken als standplaats voor het spuittoestel wanneer het niet in gebruik is.
Als je kiest voor een niet-overdekte vul- en spoelplaats, is het regenwater dat op de niet-overdekte vul-en spoelplaats valt (wanneer deze niet in gebruik is), potentieel verontreinigd. Dit verontreinigde regenwater moet je opvangen en verwerken als bedrijfsafvalwater. Je moet het afvoeren via een vergund verwerker of verwerken via een zuiveringssysteem. Gezien de normale jaarlijkse neerslag die verwacht kan worden in Vlaanderen (+/- 850 L/m²) heeft dit een praktische en financiële impact. Hoewel we de aanleg van een niet-overdekte vul- en spoelplaats afraden, gaan we in de Code voor de volledigheid kort in op deze piste.
Op een watercaptatiepunt mag men het spuittoestel enkel vullen met water. Gewasbeschermingsmiddelen toevoegen moet op het te behandelen veld of op de ingerichte vul- en spoelplaats gebeuren. Je kan hiervan afwijken indien het spuittoestel over een gemonteerd Closed Transfer Systeem (CTS) beschikt. Heb je enkel toegang tot een watercaptatiepunt, dan moet je het spoelen en reinigen steeds op het veld uitvoeren.
We moeten ons er bewust van zijn dat het extern reinigen in het te behandelen veld in de toekomst mogelijk gaat verboden worden.
Tabel 1. Overzicht locaties waar handelingen met gewasbeschermingsmiddelen en toepassingsapparatuur mogen gebeuren
Locatie
Water vullen
Gewasbeschermingsmiddel vullen
Intern spoelen en reinigen
Extern reinigen
Het te behandelen veld
ja
ja
ja
ja
Overdekte vul- en spoelplaats met opvang van restvloeistoffen
ja
ja
ja
ja
Niet-overdekte vul- en spoelplaats met opvang van restvloeistoffen en “verontreinigd regenwater”
ja
ja
ja
ja
Spoelplaats
nee
nee
ja
nee
Watercaptatiepunt
ja
nee / (ja met CTS1)
nee
nee
Volg voor de aanleg van de vul- en spoelplaats, spoelplaats of watercaptatiepunt de beschrijvingen in de code en zorg ervoor dat de keuze(s) afgestemd zijn op de uitrusting van het spuittoestel waarover je als landbouwer beschikt. Bijvoorbeeld, als je extern wilt reinigen op het veld dan moet de uitrusting op het spuittoestel/de tractor dit toe laten. Als je ervoor kiest voor een minimale aanleg van een watercaptatiepunt dan moet je consequent handelen volgens de gebruiksvoorschriften van het watercaptatiepunt.
Waar leg je best de infrastructuur aan?
Deze minimale afstandsvoorschriften worden aanbevolen als een goede praktijk: 5 meter tot de openbare weg, oppervlaktewater en alle verharding die naar voorgaande afloopt, grondwaterwinningspunt, rioolaansluitingen en alle verharding die naar voorgaande afloopt, stallen en hun luchtinlaat en tot elke bewoning op het bedrijf. Voor bewoning van derden geldt 10 meter.
Let wel: er kan van deze minimale afstandsvoorschriften afgeweken worden indien er een volledig gesloten fysieke barrière is die minstens 1 m hoger is dan het spuittoestel en spuitboom of spuitkrans.
Wat zegt de wetgeving
Als land- en tuinbouwer ben je verplicht om de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van het VLAREM toe te passen. Dus dien je je eigen situatie te evalueren en na te gaan welke infrastructuur je volgens je werkwijze nodig hebt: een overdekte vul- en spoelplaats, een spoelplaats of een watercaptatiepunt. Bij zo’n investering is het ook belangrijk om wat op lange termijn na te denken.
De gemaakte keuzes hebben een invloed op de aanvraag tot omgevingsvergunning die bestaat uit het aanvragen van een milieukundig luik en/of een stedenbouwkundig luik.
Voor de meest courante overdekte vul- en spoelplaats is er vanaf 1 maart 2026 geen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen meer nodig. Let wel, dit is alleen indien er aan volgende voorwaarden van artikel 5.2, 9° van het Vrijstellingsbesluit is voldaan:
de vul- en spoelplaats heeft maximale omschrijvende oppervlakte van 150 vierkante meter;
de afstand van de vul- en spoelplaats tot een bestaand bedrijfsgebouw bedraagt minder dan dertig meter;
het rest- en spoelwater wordt opgevangen;
het eventuele hemelwater moet ter plaatse infiltreren;
er is geen overloop richting riolering of oppervlaktewater;
de vul- en spoelplaats ligt niet in een vastgestelde archeologische zone.
Boerenbond heeft veel inspanningen gedaan om deze vrijstelling te bekomen. Momenteel bekijken we of een bijkomende versoepeling nog mogelijk is, zonder het risico naar het leefmilieu te doen toenemen.
Indien niet voldaan kan worden aan deze voorwaarden, is de vul- en spoelplaats niet vrijgesteld en moet een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen aangevraagd worden.
Ook voor het milieukundig luik van de aanvraag is er een invloed van de gemaakte keuzes op de rubrieken die al dan niet dienen aangevraagd te worden. Een overzicht van de vergunningsvereisten voor een vul- en spoelplaats, een spoelplaats en een watercaptatiepunt, is hieronder weergegeven.
Type locatie
Omgevingsvergunning nodig?
Milieuluik
Bouwluik
(niet)-overdekte vul- en spoelplaats horende bij een inrichting voor de opslag en het behandelen van restvloeistoffen
Ja
rubriek 5.6, bijlage I van titel II van het VLAREM (klasse 2)
Ja (Let wel: de meest courante overdekte vul- en spoelplaats is vrijgesteld van een voor omgevingsvergunning stedenbouwkundige handelingen als aan de voorwaarden is voldaan (zie hierboven))
Opslag en verwerking restvloeistoffen
Ja
rubriek 2.3.2.f (fysicochemisch), 2.3.3.b (biologisch) bijlage I van titel II van het VLAREM (klasse 2)
Ja, indien constructie vereist is (tenzij vrijstelling)
(niet)-overdekte vul- en spoelplaats die NIET hoort bij een inrichting voor de opslag en het behandelen van restvloeistoffen (indien er dus enkel opslag is van de restvloeistof en deze restvloeistoffen extern worden afgevoerd en verwerkt)
Ja
Niet van toepassing (geen VLAREM-indeling)
Ja, Let wel: de meest courante overdekte vul- en spoelplaats is vrijgesteld van een voor omgevingsvergunning stedenbouwkundige handelingen als aan de voorwaarden is voldaan (zie hierboven)
Spoelplaats
ja
Niet van toepassing (geen VLAREM-indeling)
Ja (verharding indien deze noodzakelijk is)
Watercaptatiepunt
Nee
Niet van toepassing (geen VLAREM-indeling)
Niet van toepassing op privaat terrein en indien op openbaar terrein is het aanleggen van verharding vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning, als de reliëfwijziging minder dan 50 cm is.
Meer gedetailleerde info omtrent de wetgeving en het aanvragen van een omgevingsvergunning kan je in de Code Goede Praktijk van vul- en spoelplaatsen voor spuittoestellen en watercaptatiepunten vinden.
VLIF-steun
Voor de aanleg van een vul- en spoelplaats, al dan niet gecombineerd met een zuiverings- of afvalverwerkingssysteem, kan je VLIF-steun krijgen. Er kan 50% steun bekomen worden voor de aanleg van een vul- en spoelplaats. Voor jonge landbouwers kan daar nog 10% bijkomen.
Vergeet niet: als je kiest voor een overdekte vul- en spoelplaats in combinatie met een zuiveringssysteem, dan kom je in aanmerking voor 5% extra steun via de IPM-claim. In het meest optimale scenario kan je dus tot 65% VLIF-steun ontvangen. Als Boerenbond proberen we de betoelaagbare oppervlakte in het VLIF (75 m2) gelijk te trekken aan de oppervlakte die vrijgesteld is van stedenbouwkundige omgevingsvergunning.
Inrichting van een overdekte vul- en spoelplaats
‹
›
Mogelijke inrichting van een overdekte vul- en spoelplaats
De verschillende elementen voor zowel de openluchtteelten als voor overdekte teelten zijn:
* De vul- en spoelplaats zelf; * De overkapping; * Het fytolokaal; * De afvoer via een bezinkput (en pompput) naar de opslag van de restvloeistoffen; * De zuivering en verwerking van de restvloeistoffen met keuze uit:
Biofilter
Fytobak/Phytobac®
RemDry®/Heliosec®/Sentinel®
Afvoer naar een vergund verwerker van restvloeistoffen.
Bij de meeste veldspuittoestellen kan je in dichtgeklapte toestand spoelen. Indien dit betekent dat de spuitdoppen naar boven spuiten dan kan je na het spoelen ook het volledige spuittoestel reinigen. Het is aangewezen het spuittoestel zo veel mogelijk in (gedeeltelijk) ingeklapte vorm te spoelen aangezien dit de benodigde verharde en overdekte oppervlakte sterk beperkt. Spoel je liever een geopende spuitboom, dan kan je een afzonderlijke, overdekte spoelplaats voor een opengelegde spuitboom inrichten. Op deze manier wordt het te verharden oppervlakte beperkt. De nabijheid van het fytolokaal is aan te bevelen. Daardoor gebeuren alle handelingen met gewasbeschermingsmiddelen op dezelfde plaats op het bedrijf. Dit beperkt het risico op verontreiniging. Het reduceert ook de looplijnen, wat de ergonomie ten goede komt en een grote tijdsbesparing oplevert.
Locatie op het bedrijf
Voor de plaats waar je de noodzakelijke infrastructuur aanlegt op het bedrijf moet je rekening houden met de aanbevolen afstandsvoorschriften en het al dan niet gebruik maken van de vrijstelling stedenbouwkundige handeling voor de aanleg van een overdekte vul- en spoelplaats.
Daarnaast dien je rekening te houden met het vermijden van contaminatie van plantaardige producten. Als je de vul- en spoelplaats bijvoorbeeld in een bestaande loods inricht en je in dezelfde ruimte ook handelingen met voedingsmiddelen uitvoert, zoals bewaren, wassen, en sorteren van gewassen, dan moet de vul- en spoelplaats afgeschermd zijn van de plaats waar deze handelingen met gewassen gebeuren. Een afscheiding kan door een afscheidingswand tussen beide gedeelten te plaatsen. Er zijn geen bepalingen wat betreft de keuze voor de materialen van de constructie of de uitvoering van een afscheidingswand, belangrijk is dat de doelstelling bereikt wordt. Een vul- en spoelplaats kan in theorie gecombineerd worden met een machinewasplaats. Dit wordt over het algemeen echter niet aanbevolen. De hoeveelheid aarde (en olie of vet) van een machinewasplaats kan namelijk zeer groot zijn. Vaak ligt de bezinkput dan op de wasplaats om de aarde makkelijk te verwijderen. In dat geval stromen alle restvloeistoffen ook over de aarde en wordt die aarde verontreinigd. Dit wordt dan beschouwd als gevaarlijk afval en moet verwerkt worden door een externe afvalverwerker.
De grootte van een vul- en spoelplaats en de vloeistofdichte ondergrond
Voor openlucht- en fruit- en boomteelt is een zone rondom het spuittoestel (incl. tractor) van minimaal 1,5 m groter dan de grootte van het spuittoestel aangewezen. Indien de spuitboom open geplooid wordt om correct te kunnen spoelen, behoort de opengeklapte spuitboom tot het spuittoestel. Indien er langs de spoelplaats een gesloten fysieke barrière (bv. muur) staat, die minstens even hoog is als de ingestelde hoogte van de spuitboom of de bovenste dop van het spuittoestel, dan kan de minimale afstand kleiner gemaakt worden.
Wat de grootte van de vul- en spoelplaats betreft, is voor alle spuittoestellen voor beschutte teelten een zone rondom het spuittoestel van minimaal 0,5 m groter dan de grootte van het spuittoestel aangewezen. Indien er langs de spoelplaats een gesloten fysieke barrière (bv. muur) staat die minstens even hoog is als de spuitboom of de bovenste dop van het spuittoestel, dan kan de minimale afstand kleiner gemaakt worden.
In de Code van Goede Praktijk vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten staan verschillende materialen in detail beschreven die geschikt zijn als vloeistofdichte ondergrond. Sommige materialen zijn geschikt voor alle situaties zoals: ter plaatse gestort beton, prefab betonelementen, een betonrooster met onder keldering of het herinrichten van een bestaande betonoppervlakte als die aan de voorwaarden qua beton voldoet. Daarnaast zijn materialen voor ondergronden zoals kunststof of metaal beschreven. Sommige zijn eerder tijdelijke oplossingen zoals een spoelmat die in een loods kan worden gebruikt. Andere zijn dan meer geschikt voor het gebruik bij kleinere spuittoestellen en beschutte teelten en dienen als lekdichte opvangbak.
Afvoer van restvloeistoffen, bezinkput en opslag van restvloeistoffen
Alle restvloeistoffen die op de vul- en spoelplaats komen, worden vlot afgevoerd naar de opslag van restvloeistoffen. Er mag onder geen enkele voorwaarde afstroom van restvloeistoffen weg van de vul- en spoelplaats mogelijk zijn. Er kan voor een gravitaire afvoer gekozen worden, hierbij lopen de restvloeistoffen idealiter onder een lichte helling naar een centrale afvoerput. Een hellingspercentage van 1 à 2% wordt aangeraden. Indien de vul- en spoelplaats op een bestaande betonnen ondergrond ingericht wordt, kan een dorpel van minimaal 5 cm er ook voor zorgen dat het water niet van de vul- en spoelplaats loopt. Vanaf de afvoerput worden de restvloeistoffen afgeleid naar de restvloeistofopslag via lekdichte afvoerleidingen (PVC, PE, metaal) gravitair of worden ze met een vlotterpomp of vlakzuigpomp automatisch weggepompt.
Een bezinkput is aangewezen om aarde en ander organisch materiaal, afkomstig van de vul- en spoelplaats, te laten bezinken zodat het niet in de restvloeistoftank terecht komt. Indien er restvloeistoffen over de aarde in de bezinkput stroomt, dan wordt de inhoud van de bezinkput als gevaarlijk afval beschouwd. Dit afval moet u laten verwerken door een vergunde verwerker.
Om de grootte van de vaste opslagtank te bepalen, moet u inschatten hoeveel restvloeistof er op het bedrijf aanwezig is of aanwezig zal zijn. Als richtlijn wordt genomen dat minstens het jaarlijks volume restvloeistof opgevangen moet kunnen worden op het bedrijf.
De opslagtank mag in geen geval verbonden worden met de riolering of het oppervlaktewater en kan bovengronds of ondergronds geplaatst worden. Een bovengrondse opslag is aanbevolen in overstromingsgevoelige gebieden.
Ondergronds kan gekozen worden voor een dubbelwandige kunststoftank (type mazouttank) of een betonciterne. Indien u kiest voor een enkelwandige ondergrondse opslagtank in beton dan moet die lekdicht uitgevoerd worden en moet het beton een omgevingsklasse EE3 en EA2 hebben. Vaak bestaat deze dan uit een HSR-cement (Hoog-Sulfaatbestendige cement). Vaak worden deze verkocht als opslagtanks voor afvalwater. Indien u opteert voor een opslagtank van lagere betonkwaliteit (bv. hemelwaterput), dan moet er een coating in aangebracht worden uit bitumen silolak of HDPE lining. Er kan ook voor een enkelwandige of dubbelwandige bovengrondse opslagtank gekozen worden.
Algemeen kan gesteld worden dat indien bovengrondse opslag van restvloeistoffen niet dubbelwandig is (kan in kunststof of metaal) dat een lekbak dient voorzien te worden om alle risico’s uit te sluiten of dat de opslag dan op de vul- en spoelplaats zelf dient geplaatst te worden (en deze dient dan als lekbak).
Voorbeelden van ondergrondse opslagtank met milieuklasse EE3 en EA2 (bron: Obeton), een bovengrondse dubbelwandige PE mazouttank (bron: Desplentere Lannoy) en een bovengrondse enkelwandige opslagtank (bron: DS Plastics).
Overdekking van een vul- en spoelplaats
We spreken over een overdekte vul- en spoelplaats als de volledige oppervlakte van de vul- en spoelplaats overkapt is door een dakconstructie. De materiaalkeuze voor de dakconstructie en -bedekking is vrij, maar moet voldoende robuust en lekdicht uitgevoerd zijn. Hieronder staan enkele voorbeelden van overkapping als inspiratie. Indien je gebruik maakt van de vrijstelling stedenbouwkundige handelingen voor de aanleg van een overdekte vul -en spoelplaats moet je aan de gestelde voorwaarden voldoen.
Verwerking van restvloeistoffen
De opgevangen restvloeistoffen worden reglementair afgevoerd en extern verwerkt of worden op het bedrijf op een biologische of fysicochemische manier gezuiverd.
Een eerste mogelijkheid is dus de restvloeistoffen laten afvoeren door een geregistreerde inzamelaar deze kunnen worden gevonden via het OVAM Webloket Registraties (EURAL code 02 01 08* gevaarlijk agrochemisch afval).
Een tweede mogelijkheid is het gebruik maken van fysico-chemische zuiveringssystemen. Hieronder onderscheiden we systemen met fysico-chemische zuivering door toevoeging van chemicaliën zoals bijvoorbeeld de Sentinel® of afvalverwijdering op basis van verdamping zoals bijvoorbeeld de Remdry® en de Heliosec®.
RemDry is een duurzaam fysicochemisch zuiveringssysteem voor het verwerken van restvloeistoffen met gewasbeschermingsmiddelen.
En de derde mogelijkheid is het gebruik maken van biologische zuiveringssystemen, zoals de biofilter of de Fytobak/Phytobac®. Al deze systemen zijn uitvoerig beschreven in de Code.
FytobakBiofilter
Aanleggen van een afzonderlijke overdekte spoelplaats
Indien gewenst kan een afzonderlijk, overdekte spoelplaats voor een opengelegde spuitboom, bijvoorbeeld tegen een muur van een bestaande loods, worden aangelegd. U voorziet dan een betonbreedte van 1,5 m onder de spuitboom waar een goot is ingewerkt. Het beton helt dan, in voldoende mate, af naar de centrale goot onder de spuitboom om een goede afloop naar de goot te garanderen. De restvloeistoffen die via de goot opgevangen worden, gaan dan via een lekdichte afvoer naar de opslag van restvloeistoffen. Bij het niet in gebruik zijn van de spoelplaats dient de betonoppervlakte dan afgedekt te worden met een overdekking op grondniveau die ervoor zorgt dat er geen regenwater in de opslag van restvloeistoffen terechtkomt.
Principe van afzonderlijke overdekte spoelplaats voor open gelegde spuitboom met links een afbeelding als de spoelplaats niet in gebruik is en afgedekt is en rechts als ze wel in gebruik is
Aanleggen van een watercaptatiepunt
Op een watercaptatiepunt kan het spuittoestel enkel met water gevuld worden en mogen geen gewasbeschermingsmiddelen toegevoegd worden.
Een uitzondering op het verbod tot het vullen van gewasbeschermingsmiddelen wordt toegestaan indien de gebruiker beschikt over een CTS (Closed Transfer System) op het spuittoestel. Met een CTS kan een gewasbeschermingsmiddel toegevoegd worden aan de spuittank zonder dat de dop van de verpakking gehaald wordt. Deze techniek laat toe om het risico op vermorsing enorm te reduceren en dus contaminatie te vermijden. Op heden is het voor deze systemen technisch niet haalbaar om poeder/granulaat formuleringen te vullen. Dit type product dient dus steeds op een vul- en spoelplaats of op het veld te worden gevuld. Ook is het op vandaag zeer moeilijk om nauwkeurig te doseren met een CTS. Boerenbond verwacht dat deze techniek de komende jaren zal verbeteren zodat deze kinderziektes snel weggewerkt zijn.
Het vullen van water gebeurt steeds onder toezicht om het overlopen van de tank te vermijden. Dit is mogelijk door de fysieke aanwezigheid tijdens het vullen of door het gebruiken van een overvulbeveiliging. Er dient op de locatie waar het watercaptatiepunt is aangelegd ook steeds permanent toegang tot een waterbron te zijn. De waterbron kan een opslagciterne voor water (vb. regenwater) zijn maar kan ook een open put of een andere opslag van oppervlaktewater zijn. Alternatief kan het spuittoestel ook gevuld worden met leidingwater of grondwater. Water vullen kan op twee manieren:
Een aanzuigleiding met terugslagklep. Het spuittoestel koppelt bovengronds aan deze aanzuigleiding om het water aan te zuigen. Dit systeem is gangbaar voor volleveldspuiten.
Een galgsysteem waarbij water actief in de spuittank gepomp wordt zonder contact te maken met de spuittank. Dit systeem is gangbaar voor boomgaardspuiten.
Een watercaptatiepunt voldoet aan dezelfde afstandsvoorschriften als een vul- en spoelplaats.
Een watercaptatiepunt wordt op een vlak terrein aangelegd. Het kan ingericht worden als een onverharde inrichting. Dit heeft als groot nadeel dat bij natte weersomstandigheden insporing mogelijk is. Deze vorm van inrichting kan aangewezen zijn als het watercaptatiepunt ingericht is bij een landbouwer langs een waterreservoir of waterloop en extra verharding niet is aangewezen of toegelaten. Indien een watercaptatiepunt ingericht wordt voor frequent gebruik of als een openbaar watercaptatiepunt, dan wordt een verharde inrichting wel aanbevolen. De verharding is dan geheel of gedeeltelijk water doorlaatbaar uitgevoerd. Het rijspoor kan in beton of een andere ondoorlaatbaar materiaal uitgevoerd zijn om de levensduur te verlengen. Cruciaal is dat er hier geen GBM worden toegevoegd en dat dit pas gedaan wordt op het te behandelen veld.
Een watercaptatiepunt kan worden aangelegd op:
het landbouwbedrijf;
OF op een openbaar terrein in samenspraak met een openbaar bestuur;
OF langs een waterloop op privaat terrein.
Indien het watercaptatiepunt op het landbouwbedrijf is gelegen, dan dient de locatie van dit watercaptatiepunt aangeduid te zijn op de bedrijfssituatieschets.
Concepttekening van een watercaptatiepunt aangelegd op privaat terrein
Geen enkel land- of tuinbouwbedrijf in Vlaanderen is hetzelfde en dus zijn er ook oplossingen en advies op maat nodig. Via de praktijkcentra (Pcfruit, Viaverda en Inagro) kan je ook advies krijgen via de kennisportefeuille om samen na te denken over de aan te leggen infrastructuur op je bedrijf. Ook een Boerenbondconsulent kan je helpen bij het geven van advies.
Alle details kan je nalezen in de Code van Goede Praktijk voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij via: Waterkwaliteit en gewasbescherming | Landbouw en Zeevisserij
Belangrijk voor Beltanol: door de Europese herziening van quinoline-8-ol is voortaan alleen gebruik via een Closed Transfersysteem toegestaan. Oude verpakkingen met klassieke dop mogen niet meer gebruikt worden en moeten apart in het fytolokaal.
Hitte, hagel en droogte verzwakken het aardappelgewas en vergroten het risico op alternaria. Leer de symptomen herkennen en ontdek wanneer een behandeling nodig is.
AIF investeert mee in Optiflux, de KU Leuven-spin-off die met AI kwaliteitscontrole in de fruitsector objectiever, schaalbaarder en voorspelbaarder maakt.
VLM start een controle op het kunstmestregister. Door die controles aan te kondigen, krijg je nog tijd om ontbrekende registraties aan te vullen en zo boetes te vermijden.
Volg het webinar op 22 juli over de compensatieregeling voor de niet-doorgestorte bedrijfsvoorheffing, het sociaal akkoord en meer tewerkstellingsnieuws.
Belangrijk voor Beltanol: door de Europese herziening van quinoline-8-ol is voortaan alleen gebruik via een Closed Transfersysteem toegestaan. Oude verpakkingen met klassieke dop mogen niet meer gebruikt worden en moeten apart in het fytolokaal.
Vlaanderen verlengt en verhoogt de kennisportefeuille voor landbouwers in 2026 en 2027. Zo krijgen zij meer steun voor opleiding, advies en begeleiding, met minder administratie en extra kansen voor starters.
Boerenbond nuanceert de commotie rond aardbeien en pesticiden: een expert plaatst de studie in perspectief en legt uit waarom de consument zich geen zorgen hoeft te maken.
Moet je irrigatiewater uit waterlopen melden? Ontdek wanneer een melding verplicht is, hoe het e-loket werkt en welke regels gelden voor onbevaarbare en bevaarbare waterlopen.
Minister Brouns lichtte de nieuwe drinkwatermaatregelen toe voor land- en tuinbouwers in West-Vlaanderen. Ontdek wat de regels rond triazolen en bufferzones betekenen voor Blankaart, Gavers, Zillebeke en Dikkebus.