CAPRA spaart jaarlijks 1.000 vrachtwagenritten uit
Geitenmelkophaler CAPRA uit het Limburgse Halen investeert 6,3 miljoen euro in een installatie die toelaat de grootste reststromen van de kaasmakerij op te splitsen in een waardevolle nevenstroom voor de voederindustrie enerzijds en drinkbaar water anderzijds. Door het vermijden van afvoer via de vrachtwagen kan CAPRA zijn CO2-uitstoot met 79% verlagen.
De indrukwekkende opslagsilo’s laten toe veel meer water op het bedrijf zelf te houden en zo 1.000 vrachtwagenritten met erg waterig permeaat te vermijden.
CAPRA haalt jaarlijks 60 miljoen liter geitenmelk op bij 48 geitenhouders in de Benelux. Daarmee produceert het jaarlijks tussen de 9.000 en 10.000 ton kaas, vooral gerijpte buchettes en verse piramides.
CAPRA startte in 1982. In 1997 vestigde het bedrijf zich in Halen, waarbij het oorspronkelijk met drie mensen drie miljoen liter verwerkte. Omdat het bedrijf tijdens diverse groeisprongen op zoek was naar geitenmelk ging het eind 2008 een samenwerking aan met de Franse coöperatie Agrial, die toen Nederlandse melk naar Frankrijk voerde om daar te verwerken. Door de samenwerking met Agrial kon deze melk in België verwerkt worden. CAPRA kon de productiecapaciteit ‘op de groei’ beter benutten en Agrial spaarde transport uit. Niet veel later nam CAPRA in 2009 het volledige bedrijf over. “Met de overname door Agrial haalden we heel wat kennis binnen en kregen we ook toegang tot de internationale afzetkanalen van Agrial”, vertelde Capra-boegbeeld en CEO Guy Hex.
Internationale groep
Agrial is een internationaal actieve groep, in handen van een coöperatie van 12.000 Franse landbouwers. De groep beschikt over maar liefst 100 productiesites in elf landen en draaide in 2025 een omzet van 7,3 miljard euro. Door de afzetkanalen en investeringen van Agrial kon Capra groeien tot de huidige omvang. Vandaag werken in Halen ongeveer 160 medewerkers voor CAPRA. De laatste jaren bleef de totale melkcollecte van 60 miljoen liter ongeveer gelijk.
Guy Hex schatte de Belgische vraag naar geitenkaas in op jaarlijks zo’n 2.000 ton. Met een jaarproductie van tussen de 9.000 en 10.000 ton, betekent dat er heel wat geëxporteerd wordt. “Onze focus ligt op het noorden en noordoosten van Europa. Maar we exporteren ook naar Spanje. Lang houdbare producten zoals piramides belanden ook wel eens verder zoals bijvoorbeeld in Zuid-Korea”, vult Stijn Van Cuyck aan, die het operationele hoofd van de productiesite is. De Franse markt blijft echter voorbehouden voor Franse geitenkaas.
Stijn Van Cuyck bij de vernieuwde CIP-installatie (Cleaning in Place) en de opslagtanks voor het permeaat.
Volatiele markt
Alhoewel elke vraag bekeken wordt is CAPRA momenteel niet op zoek naar nieuwe geitenhouders. De voorbije jaren kende de geitenmelkmarkt heel wat volatiliteit. Net zoals in de markt van de koemelk, zorgde de aan- en afwezigheid van de Chinese vraag op de wereldmarkt voor heel wat schokken op de markt. In 2024 nam CAPRA zelfs gedwongen afscheid van enkele geitenhouders, maar ondertussen lijken de grootste schokken verteerd.
Hoewel Belgische geitenhouders leverancier zijn aan de coöperatie maar geen lid kunnen worden, is de site van CAPRA in Halen van strategisch belang voor de Franse coöperatie. “We zijn een hele performante site. We kunnen ook heel flexibel inspelen op de vraag van de klanten. De kwaliteit van onze producten is hoog en het absenteïsme onder het personeel laag”, somt Stijn Van Cuyck de troeven op.
Omgekeerde osmose
De nieuwe investering van 6,3 miljoen euro onderschrijft het vertrouwen van de Franse eigenaar in CAPRA. Concreet gaat het om een installatie die op basis van omgekeerde osmose de reststromen van de kaasmakerij indikt, van een drogestofpercentage van 4-5% naar 20%. Het water dat zo uit het permeaat onttrokken wordt via een polisher verder opgezuiverd tot drinkbaar water. Dat water kan vervolgens ingezet worden om de installaties te reinigen. De osmose-installatie binnenin werd buiten aangevuld met 11 grote opslagtanks. Wegens plaatsgebrek werden deze zelfs deels op elkaar gestapeld. Ook de reinigingsinstallatie werd volledig geüpdatet. Minister voor Landbouw en Omgeving Jo Brouns mocht ter opening een glaasje gezuiverd water -afkomstig van de kaasmakerij - drinken.
1.000 ritten uitgespaard
De omvangrijke stroom aan permeaten uit de kaasmakerij (40.000 ton/jaar) werd vroeger tegen betaling met vrachtwagens afgezet richting varkenshouders en kalverhouders. Dat betekende dagelijks vier tot vijf vrachtwagens die het bedrijf met permeaten verlieten. Doordat het permeaat nu ingedikt wordt en het merendeel van het water nu op de site gehouden wordt, wordt dit transport sterk gereduceerd tot 10.000 ton geconcentreerd permeaat. Jaarlijks denkt CAPRA met de investering zo’n 1.000 vrachtwagenritten uit te sparen. Dat laat zich vertalen in het reduceren van de klimaatvoetafdruk van de site met 79%. Daarbij is rekening gehouden met de bijkomende consumptie van elektriciteit voor de omgekeerde osmose. Het geconcentreerde permeaat met een drogestofpercentage van 20% wordt nog altijd afgezet richting de diervoederindustrie, maar brengt nu zelfs iets op in plaats van geld te kosten. Door het water te hergebruiken schat CAPRA in jaarlijks 20.000 m3 water uit te sparen, goed voor 23% van het watergebruik.
Guy Hex bij een onder-de-indruk-zijnde Jo Brouns.
Ecologische voetafdruk berekenen
Met een ruw geschatte terugverdientijd van 9-10 jaar is de economische terugverdientijd maar één aspect. CAPRA wil met de investering ook zijn CO2-voetafdruk naar beneden halen. Daarbij zullen ook de Belgische toeleveranciers-geitenhouders mee in het bad moeten. CAPRA koos daarbij voor de Franse CAP’2ER-tool, vergelijkbaar met het Vlaamse Klimrek. Via deze tool worden de geitenhouders geaudit, waarbij hun co2-voetafdruk per liter melk berekend wordt. CAPRA koos een Franse tool boven het Vlaamse Klimrek, omdat Frankrijk al over meer data beschikt van geitenhouders. Guy Hex stelde dat CAPRA op termijn streeft naar een CO2-voetafdruk van 1,2 kg CO2/kgmelk. Hij deelde in de marge nog mee dat ook concullega-ophalers Betinne en Almathea zich voor Belgische geitenmelk achter Belgian Quality Goat scharen, het kwaliteitslastenboek (vergelijkbaar met IKM voor koemelk).
Vanaf 12 januari 2027 kun je alleen nog een vergunning voor uitzonderlijk vervoer aanvragen voor geregistreerde tractoren. Ontdek hoe je registratie en vergunning tijdig regelt tijdens een lokale zitdag.
Door de extreme droogte dreigt een tekort aan biologisch ruwvoer. Ontdek hoe Vlaamse rundvee-, schapen- en geitenhouders tijdelijk meer niet-biologisch voer kunnen aanvragen.
Vlaamse bedrijven die afvalwater lozen op oppervlaktewater moeten vanaf 2027 een fors hogere heffing betalen. Boerenbond pleit voor haalbare investeringssteun en een geleidelijke verhoging.
De perspulp van Iscal Sugar is meestal van uitstekende kwaliteit en draagt bij aan duurzame veehouderij in België. Toch kunnen er kwaliteitsproblemen optreden. Als het fout gaat, gebruik de klachtenprocedure.
Ontdek de opvallendste nieuwigheden van BelOrta’s Product Show: van stoomklare groenten en creatieve seizoensverpakkingen tot de veelzijdige Zucchiolo.
Jaarcijfers van de Vlaamse landbouw: omzet Vlaamse land- en tuinbouw daalt met bijna 10%
Droogte, hitte, lagere prijzen en hogere kosten drukken de Vlaamse land- en tuinbouw in 2026: de omzet daalt met 9,5% en investeringen in verduurzaming komen onder druk te staan.
Europa wil gescheiden vloeibaar digestaat erkennen als kunstmestvervanger binnen RENURE. Boerenbond ziet kansen voor circulaire nutriënten, maar vraagt werkbare voorwaarden voor de Vlaamse praktijk.
OVAM vindt vooral historische gewasbeschermingsmiddelen terug in Vlaamse bodems. Landbouwpercelen tonen lage concentraties, terwijl particuliere tuinen hogere waarden laten zien.