Menu

Wat als je in Vlaanderen en in Wallonië boert?

Terug naar Onderwerp

Vlaanderen en Wallonië varen elk hun eigen koers inzake landbouw en dat is onder meer te merken aan de omzetting van het hervormde Europese landbouwbeleid naar regionale spelregels. In Wallonië volstaat één hectare land om aanspraak te maken op de inkomenssteun ‘nieuwe stijl’. Vlaanderen legt de drempel op twee hectare, in lijn met de ondergrens voor de Mestbankaangifte.

Voor landbouwers die in Vlaanderen en Wallonië actief zijn, de zogenaamde ‘interregionale landbouwers’ zijn er specifieke afspraken gemaakt. Je bent een interregionale landbouwer als je een exploitatie en/of percelen hebt in het ene gewest én één of meerdere percelen en/of exploitaties in het andere gewest. Uiteraard kan deze situatie van jaar tot jaar wijzigen. Zulke interregionale landbouwers hebben slechts één landbouwernummer, dat bij de Vlaamse zowel als de Waalse instanties bekend is. De ligging van de hoofdzetel van je exploitatie en het correspondentieadres bepalen of je een Vlaamse of een Waalse interregionale landbouwer bent. Het is belangrijk om te weten of je als Vlaamse of Waalse interregionale landbouwer beschouwd wordt, want dat kan voor bepaalde premies tot aanzienlijke verschillen leiden. Bij twijfel neem je het best contact op met je buitendienst.

Bedrijfsgebonden versus perceelgebonden

Voor interregionale landbouwers werden er afspraken gemaakt op basis van een algemene regel. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijfsgebonden en perceelgebonden voorwaarden en bepalingen.

Bedrijfsgebonden zijn alle verplichtingen die verbonden zijn aan de individuele landbouwer. Een Vlaamse interregionale landbouwer voldoet aan voorwaarden opgesteld door Vlaanderen; een Waalse interregionale landbouwer voldoet aan de Waalse voorwaarden. Zo zal de totale oppervlakte van je bedrijf bijvoorbeeld bepalen of je al dan niet moet voldoen aan de vergroeningseisen.

Perceelgebonden zijn alle verplichtingen verbonden aan de percelen, waarbij de specifieke ligging van het perceel in Vlaanderen/Wallonië bepalend is. Een voorbeeld hiervan is dat het aantal nieuwe betalingsrechten bepaald wordt in functie van de oppervlakte aangegeven per regio. Als je ecologisch focusgebied aanlegt op Vlaamse percelen, moet je de Vlaamse regels volgen.

Het aantal betalingsrechten

Een Vlaamse interregionale landbouwer moet voldoen aan de Vlaamse voorwaarden om Vlaamse en/of Waalse betalingsrechten te krijgen in 2015. Zowel Vlaamse als Waalse elementen (betalingen, oppervlakte …) worden in rekening gebracht om te bepalen of je aan de voorwaarden voldoet. Omgekeerd geldt hetzelfde voor Waalse interregionale landbouwers. Een Vlaamse interregionale landbouwer moet minstens twee geconstateerde subsidiabele hectaren aangeven in 2015. Percelen aangegeven in Vlaanderen én percelen aangegeven in Wallonië komen hiervoor in aanmerking. Wie in aanmerking komt voor de nieuwe betalingsrechten, vraagt per gewest betalingsrechten aan – ongeacht of hij een Vlaamse of een Waalse interregionale landbouwer is.

Voor percelen gelegen in het Vlaams of Brussels hoofdstedelijk gewest, kan je Vlaamse betalingsrechten aanvragen. Het aantal Vlaamse betalingsrechten en de waarde ervan worden berekend volgens de Vlaamse regels. Alleen Vlaamse percelen en Vlaamse toeslagrechten worden hierbij in rekening gebracht. Dezelfde regels gelden voor percelen gelegen in het Waals gewest. Zowel Vlaamse als Waalse interregionale landbouwers kunnen voor percelen in het Vlaamse of Brussels hoofdstedelijke gewest een aanvraag indienen voor rechten uit de Vlaamse reserve. Je moet hierbij wel voldoen aan de Vlaamse voorwaarden. Omgekeerd geldt hetzelfde voor rechten uit de Waalse reserve.

Recht op de vergroeningsbetaling

Om te bepalen of je al dan niet één of meerdere vergroeningsacties (blijvend grasland, gewasdiversificatie en ecologisch aandachtsgebied) moet uitvoeren, werden er Europese drempels en uitzonderingscategorieën vastgelegd. Deze drempels en uitzonderingscategorieën worden berekend op basis van je Vlaamse zowel als Waalse percelen.

We verduidelijken met een voorbeeld. Je hebt 10 ha bouwland gelegen in Vlaanderen en 6 ha bouwland gelegen in Wallonië. Je hebt dus meer dan 15 ha bouwland en bent verplicht om 5% ecologisch aandachtsgebied aan te leggen. Als je aan gewasdiversificatie moet doen, dan wordt op bedrijfsniveau berekend of je voldoet. Daarvoor worden de teelten en percelen uit de verschillende gewesten samengeteld. Als je ecologisch aandachtsgebied (EAG) moet aanleggen, dan kan dat op Vlaamse zowel als Brusselse en Waalse percelen. Wie EAG aanlegt op Vlaamse/Brusselse percelen, moet voldoen aan de Vlaamse voorwaarden en het EAG wordt in rekening gebracht volgens de Vlaamse regels. Omgekeerd geldt hetzelfde voor EAG op Waalse percelen. Indien je bijvoorbeeld een bufferstrook van 200 m op Vlaamse percelen aanlegt én 100 m bufferstrook op Waalse percelen, dan zijn de respectieve omrekeningsregels en verplichtingen uit de respectieve regio’s van toepassing. Als je beschikt over blijvend grasland, dan moet je dat in stand houden volgens de regels van het gewest waar de percelen zich bevinden.

Voor jonge landbouwers gelden ook specifieke regels. Hiervoor neem je het best contact op met de buitendienst. Wallonië heeft ten gunste van kleine bedrijven een herverdelende betaling ingevoerd, die dus alleen toegekend kan worden als aanvullende betaling op Waalse betalingsrechten.

Voor het indienen van de verzamelaanvraag blijft de huidige regeling bestaan.

Meer over de Waalse regering vind je hier.