Aardappelrassen moeten vooral stabiel blijven presteren
Droogteresistentie, opbrengstzekerheid en kwaliteit worden steeds belangrijker bij de keuze van aardappelrassen. Veredelaars zoeken naar rassen die beter bestand zijn tegen wisselende weersomstandigheden, maar ook voldoen aan de eisen van de verwerkende industrie. Daarnaast kunnen technieken zoals druppelirrigatie de teelt weerbaarder maken. Eén oplossing voor alle uitdagingen is er niet.
De voorbije jaren kregen aardappeltelers steeds vaker te maken met uitgesproken droge periodes, hitte en wisselende neerslag. Dat maakt de rassenkeuze belangrijker dan ooit. Op PotatoEurope bleek uit gesprekken met verschillende veredelaars en toeleveranciers dat de sector op meerdere fronten naar meer weerbaarheid zoekt. Droogteresistentie is daarbij een belangrijk aandachtspunt, maar ook de stabiliteit van de opbrengst, de kwaliteit van de knollen en de geschiktheid voor verwerking spelen mee.
Voor Meijer Potato is klimaatadaptiviteit dan ook een rode draad in de veredeling. Johan, vertegenwoordiger van het bedrijf, benadrukt vooral het belang van een voorspelbare opbrengst. “De industrie of de tafelaardappelverpakkers hebben niets aan een ras dat het ene jaar een hoge opbrengst oplevert en het andere jaar amper iets. Een ras dat jaar na jaar een stabiele vermarktbare opbrengst per hectare haalt, maakt het mogelijk om veel beter te plannen.”
Die opbrengstzekerheid is niet alleen van belang voor de teler, maar ook voor de afnemer. Verwerkers moeten hun productie kunnen organiseren en contractuele afspraken nakomen. Een ras moet dus niet uitsluitend onder gunstige omstandigheden hoge opbrengsten halen, maar ook in moeilijkere jaren voldoende resultaat opleveren.
Droogteresistentie én kwaliteit
Meijer Potato noemt Lady Jane als voorbeeld van een ras dat onder droge omstandigheden goed standhoudt. Volgens het bedrijf blijft het gewas ook zonder beregening lang doorgroeien en presteert het goed op uiteenlopende grondsoorten, waaronder zwaardere gronden. Daarnaast zorgt de snelle gewasontwikkeling voor een goede bodembedekking, wat onkruid kan helpen onderdrukken.
Ook de kwaliteit bij de oogst en tijdens de bewaring telt mee. Bij Lady Jane liggen de bruto- en netto-opbrengst volgens Meijer Potato relatief dicht bij elkaar, doordat er weinig tarra is. Het ras is bovendien minder gevoelig voor bepaalde kwaliteitsproblemen, zoals groeischeuren en misvorming. Bij een goede kiemremming kan het tot in de zomer worden bewaard, met behoud van een goede bakkwaliteit.
Ook andere veredelaars zoeken naar die combinatie van eigenschappen. Europlant heeft met onder meer Jelly en Etana rassen in het aanbod die volgens het bedrijf goed presteren onder warme en droge omstandigheden. De uiteindelijke opbrengst hangt uiteraard ook af van de teeltomstandigheden, maar robuuste rassen kunnen helpen om in moeilijke jaren een oogstbaar en verkoopbaar product over te houden.
Interseed kijkt eveneens naar opbrengstzekerheid, al blijft het rendement voor de afnemer een belangrijke voorwaarde. Voor de Belgische frietindustrie zijn voldoende lange en grove knollen essentieel. In jaren waarin veel kleine knollen worden gevormd, kan dat de bruikbare opbrengst onder druk zetten. Volgens Interseed heeft Chenoa eigenschappen die daarbij interessant kunnen zijn, onder meer de lengte en grofheid van de knollen en een relatief goede droogtetolerantie.
De eisen verschillen bovendien per marktsegment. Een ras voor de frietindustrie moet aan andere criteria voldoen dan een ras voor de verse markt of de export. STET wijst bijvoorbeeld op Brianna, een ras voor de wasmarkt dat onder meer wordt gewaardeerd om zijn uniforme knollen en geschikte schil. Het illustreert dat robuustheid altijd moet samengaan met eigenschappen waarvoor een afnemer bereid is te betalen.
Resistenties als hulpmiddel
Naast droogtetolerantie investeren veredelaars in resistenties tegen ziekten en plagen. Meijer Potato verwacht dat toekomstige rassen meerdere resistentiegenen zullen combineren. Dat kan de teelt ondersteunen, maar biedt geen definitieve bescherming. Pathogenen kunnen evolueren en nieuwe varianten ontwikkelen, waardoor bestaande resistenties onder druk komen te staan.
Daarom blijft een geïntegreerde aanpak noodzakelijk. Resistente rassen kunnen de afhankelijkheid van gewasbescherming helpen verminderen, maar moeten deel uitmaken van een bredere strategie. Ook Solynta werkt aan nieuwe mogelijkheden via de veredeling van diploïde aardappelen en de teelt vanuit echt aardappelzaad. Die aanpak kan op termijn perspectieven bieden voor de beschikbaarheid van gezond uitgangsmateriaal en voor rassen met gecombineerde resistenties.
Solynta richt zich voorlopig vooral op regio's waar kwalitatief pootgoed moeilijk beschikbaar is en de ziektedruk hoog ligt. In delen van Sub-Saharaans Afrika kan aardappelzaad een alternatief vormen voor het transport en de bewaring van pootaardappelen. De opbrengstverwachtingen en marktomstandigheden verschillen daar echter sterk van die in Noordwest-Europa. Een rechtstreekse vertaling naar de Belgische frietteelt is dus niet vanzelfsprekend.
Ook bij resistenties blijft de afweging tussen robuustheid en opbrengst belangrijk. Een ras moet niet alleen minder gevoelig zijn voor een bepaalde ziekte, maar tegelijk voldoende kilo's en de juiste kwaliteit leveren. Bovendien moet het passen binnen de teeltrotatie, de beschikbare afzetkanalen en de bedrijfsvoering.
Druppelirrigatie als aanvulling
De rassenkeuze is niet de enige manier om beter met droogte om te gaan. Netafim ziet druppelirrigatie als een techniek waarmee water gericht naar de wortelzone kan worden gebracht. De druppelslangen worden tussen de aardappelruggen gelegd en geven het water via kleine emitters geleidelijk af. Afhankelijk van de installatie kan ook fertigatie worden toegepast, waarbij meststoffen via het irrigatiewater worden toegediend.
De techniek laat toe om kleinere hoeveelheden water gericht toe te dienen. Netafim geeft aan dat een gift van enkele millimeters gedurende een aantal uren mogelijk is, afhankelijk van de installatie en de omstandigheden. Het doel is niet noodzakelijk om minder vaak te irrigeren, maar om het beschikbare water doelgericht te benutten. Hoeveel water uiteindelijk wordt bespaard, hangt onder meer af van het bodemtype, het weer en de gekozen irrigatiestrategie.
Druppelirrigatie vraagt wel een investering vooraf. Ook de beschikbaarheid van water en de geldende voorwaarden voor wateronttrekking bepalen of de techniek op een bedrijf inzetbaar is. De investering moet dus worden afgewogen tegen de verwachte opbrengstzekerheid en de waarde van het gewas.
Volgens Meijer Potato kunnen zowel de rassenkeuze als druppelirrigatie een verschil maken. Het bedrijf verwacht dat telers vaker met grotere schommelingen in neerslag te maken zullen krijgen. Tegelijk benadrukt het dat klimaatadaptiviteit in twee richtingen moet worden bekeken: een ras moet niet alleen met droogte om kunnen, maar ook voldoende betrouwbaar blijven bij andere weersomstandigheden. Bij langdurige extreme neerslag zijn de mogelijkheden van een ras echter beperkt.
De droogte drukt in 2026 de opbrengst en sortering van Innovator en Challenger flink onder het vijfjarig gemiddelde. Beregende percelen doen het beter, terwijl de frietkwaliteit uitstekend blijft.
Robotisering wint terrein in de tuinbouw, maar de doorbraak in vollegrondsgroenten vraagt meer dan slimme technologie. Ontdek waarom vertrouwen, arbeidskrapte en de inrichting van teelten bepalend zijn.
Hop en hopscheuten uit Asse-Aalst krijgen het label STREEKPRODUCT.be. Met deze erkenning komt het landbouwkundige en culinaire erfgoed van de streek extra in de kijker. Ook vier andere Vlaamse producten zijn erkend.
De Optica S haalt niet alleen verontreinigingen uit de aardappelstroom, maar verzamelt ook kwaliteitsdata. Die informatie kan bewaring in de toekomst beter afstemmen op de partij.
Nieuwe actieve stoffen tegen Phytophthora laten mogelijk op zich wachten. Daarom is een doordachte afwisseling van beschikbare middelen cruciaal om resistentie te beperken en hun werking te behouden.
Vlaamse bedrijven die afvalwater lozen op oppervlaktewater moeten vanaf 2027 een fors hogere heffing betalen. Boerenbond pleit voor haalbare investeringssteun en een geleidelijke verhoging.
De droogte drukt in 2026 de opbrengst en sortering van Innovator en Challenger flink onder het vijfjarig gemiddelde. Beregende percelen doen het beter, terwijl de frietkwaliteit uitstekend blijft.
Eind september organiseerde VLAM een succesvolle handelsmissie voor vleesverwerkende bedrijven naar Zuid-Italië. In de varkensmarkt is Europa één grote markt, waarbij vlees vlot de interne grenzen overgaat. “Vlaamse vleesverwerkers werken niet in bulk maar op maat. Net dat is onze sterkte.”
Het FAVV roept wijnbouwers op tot waakzaamheid, na een uitbraak van de erg schadelijke bacterieziekte Xylella fastidiosa in het Luxemburgse Moezelwijngebied. Controleer je wijnstokken op verdachte symptomen, zeker bij recent aangeplant plantgoed uit Luxemburg, en meld elk vermoeden onmiddellijk aan het FAVV.
Tijdens de Vlaams-Brantse ambtenarendag van Boerenbond in Lennik ontdekten ambtenaren hoe landbouwers water opslaan en hergebruiken, de bodem verzorgen en innoveren op hun bedrijf.
Hoe houd je prei onkruid- en tripsvrij en bespaar je op arbeid met een krimpende middelenkeuze? Onderzoek bij Viaverda toont hoe technologie, monitoring en tijdig ingrijpen elkaar kunnen versterken.
Het Demoproject 'Agro-Ecologie in de melkveehouderij: implementatie door inzicht' brengt de economische impact van agro-ecologische technieken in de melkveehouderij in kaart. Ontdek hoe de Routeplanner Melkvee helpt om keuzes zoals meer gras of eigen voedergewassen door te rekenen.