RivierPark Maasvallei is niet alleen een wandel- en fietsgebied, maar een veelzijdig landschapspark waar natuur, erfgoed, rust, landbouw en charmante Maasdorpen samenkomen. In zo’n omgeving dringt een centrale vraag zich op: welke rol kan lokaal voedsel spelen in een recreatieve toplocatie als deze? En vooral: hoe bouw je samen aan een voedsellandschap dat economisch rendeert én tegelijk de landschappelijke kwaliteit en identiteit van het gebied versterkt?
Het voorbije jaar liep een marktonderzoek over dit thema, in opdracht van VLM, Regionaal Landschap Kempen en Maasland, Boerenbond, Agropolis en de provincie Limburg. De resultaten daarvan werden in april gepubliceerd op de website van het RivierPark Maasvallei binnen het dossier ‘Voedsellandschap’.
De kernboodschap is duidelijk: het draagvlak is breed, bij bewoners, bezoekers, toeristische ondernemers én landbouwers. Maar er is ook een even duidelijke randvoorwaarde: het model moet werkbaar blijven voor landbouwers.
Waarom lokaal voedsel en recreatie zo goed samengaan
In het RivierPark Maasvallei zijn recreatie, landbouw en landschap geen gescheiden werelden, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden. Fietsers en wandelaars bewegen zich letterlijk door het gebied waar ons voedsel groeit en waar landbouwers elke dag keuzes maken over teelten, bodem, water en landschap.
Een voedsellandschap kan die realiteit zichtbaar maken, zonder dat het een ‘extra verhaal’ wordt bovenop landbouw. Denk aan korte keten die slim aansluit op bestaande routes, rustplekken waar je het landbouwlandschap beleeft én begrijpt, duidelijke informatie over seizoenen, teelten en lokale producten, initiatieven die bijdragen aan de waardering van landbouwers en een logische koppeling tussen streekbeleving en lokale afzet.
Wat bewoners en bezoekers echt willen
In de zomer van 2025 werden 1.178 bewoners en bezoekers bevraagd. Daaruit blijkt dat ruim 80% zich aangesproken voelt door voedsel uit de streek. Opvallend is ook het praktische gedrag: de meeste respondenten willen zich maximaal een halfuur verplaatsen, vaak met de fiets. Dat levert een duidelijke ontwerpregel op voor toekomstige concepten: hou het dichtbij, langs bestaande routes, en combineer met een logisch stopmoment.
Interesse per product of aanbod
Aandeel bij bewoners en bezoekers waavoor er het meeste interesse is.
Toeristische ondernemers zien een duidelijke win-win
Ook de toeristische sector ziet kansen. Van de meer dan 70 bevraagde ondernemers voelt 74% zich aangesproken door het concept. Zij zien vooral opportuniteiten in gasten doorverwijzen naar activiteiten en plekken (51%), marketing en communicatie rond het concept (42%) en meer lokale producten aanbieden in het eigen bedrijf (34%).
Voor de Maasvallei is dat relevant omdat logies, horeca en recreatie-aanbieders vaak de eerste contactpunten zijn voor bezoekers. Als zij lokaal voedsel mee uitdragen, groeit de impact sneller én consistenter.
Landbouwers zijn positief
Afgelopen winter werden ook 32 landbouwers bevraagd. Daaruit blijkt dat 62% positief staat tegenover het concept, al kiezen landbouwers vooral voor laagdrempelige initiatieven die slechts eenmalige investeringen vragen en weinig administratieve last met zich meebrengen. Vooral rustplekken tussen de velden scoren hoog, met interesse bij 88% van de respondenten. Ook hoeves met mooie erfbeplanting (72%) en een voedselleerpad (66%) worden duidelijk gezien als haalbare en aantrekkelijke opties. Boerenmarkten (22%) en plukdagen (13%) worden minder vaak genoemd.
De belangrijkste randvoorwaarde is echter economisch: 83% van de landbouwers koppelt deelname aan een duidelijk rendement. Daarnaast vragen ze ondersteuning, onder meer op het vlak van promotie en communicatie (38%) en bij de uitwerking van projecten (22%).
Het onderzoek bevestigt dus niet alleen een kans, maar ook een ontwerpprincipe: bouw aan beleving en lokale afzet, zonder landbouwers te belasten met zware extra organisatie.
Van draagvlak naar uitvoering
In een afsluitende workshop met landbouwers werd bevestigd dat eenvoudige samenwerking, acties die voortbouwen op bestaande routes en extra communicatie de voorkeur krijgen.
Volgens de conclusie van studiebureau Profacts werkt een voedsellandschap het best wanneer het inzet op zichtbaarheid, samenwerking, lokale afzet en beleving - zonder extra zware organisatie voor landbouwers.
Ook op het terrein zijn al concrete sporen zichtbaar. VLM neemt de conclusies mee in de uitwerking van landinrichtingsplannen en werkt mee aan de realisatie van rustplekken en een voedselleerpad. RivierPark Maasvallei en Regionaal Landschap Kempen en Maasland maken kosteloos plannen op voor landbouwers die hun erfbeplanting willen aanpakken en werken daarnaast aan de organisatie van een event dat landbouwers, de toeristische sector en lokale afnemers samenbrengt om de korteketenverkoop verder te faciliteren. RivierPark Maasvallei neemt bovendien het voortouw in de zoektocht naar middelen voor de ontwikkeling van het voedselleerpad.
Het Regionaal Landschap, Agropolis en Boerenbond werken intussen samen een strategie uit om landbouwers te ondersteunen in hun communicatie en om in routes en projecten meer aandacht te geven aan lokaal voedsel.
Wat Boerenbond hierin wil versterken
Als Boerenbond zien we vooral kansen wanneer dit verhaal tegelijk:
economisch realistisch is voor landbouwers (tijd, administratie, opbrengst);
landschappelijk versterkend werkt (erfbepeplanting, rustpunten) en rechtszekerheid geeft aan de landbouwers
maatschappelijk verbindend is (meer begrip, correct beeld van landbouw, korte keten die klopt)
Dat vraagt samenwerking tussen landbouwers, overheden, toeristische spelers en gebiedspartners. Boerenbond blijft daarom inzetten op belangenbehartiging, praktisch advies en ondersteuning van ondernemers die willen instappen in korte-keten-initiatieven, die graag bezoekers ontvangen op de boerderij, die op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen, ... Ook via vormingsmomenten tracht Boerenbond in te zetten op communicatieskills, door vormingen over sociale media, storytelling, ...
Conclusie
RivierPark Maasvallei heeft alle ingrediënten in huis: sterke routes, een aantrekkelijk landschap en landbouwers die mee het gebied vormgeven. Het marktonderzoek toont bovendien dat mensen lokaal voedsel niet zien als iets bijkomstigs, maar als een logische versterking van hun beleving.
De volgende stap is nu gericht: partners en middelen vinden om concrete realisaties mogelijk te maken, met initiatieven die dicht bij de praktijk blijven. Zo kan het RivierPark Maasvallei uitgroeien tot een plek waar landbouw, landschap en recreatie elkaar versterken - met voordelen voor producent, bewoner, bezoeker én de omgeving.
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.
Minister Brouns lichtte de nieuwe drinkwatermaatregelen toe voor land- en tuinbouwers in West-Vlaanderen. Ontdek wat de regels rond triazolen en bufferzones betekenen voor Blankaart, Gavers, Zillebeke en Dikkebus.
De Europese Commissie zet veehouderij opnieuw centraal met een strategie richting 2040: meer rendabiliteit, minder vergunningenknelpunten, aandacht voor dierziekten, mest als grondstof en een sterker Europees eiwitplan.
Op het jaarlijkse BASF-proefveld in Pont-à-Celles presenteerde het bedrijf onder andere een nieuw bladluizenmiddel in bieten en twee nieuwe producten in de bestrijding van aardappelplaag.
Binnen het Europese project Re-Greenhouse kunnen glastuinbouwers zich kandidaat stellen voor een begeleidingstraject met een nieuwe energietool. Die helpt om na te gaan welke hernieuwbare of alternatieve energiebronnen technisch en economisch interessant kunnen zijn voor jouw bedrijf. Inschrijven kan tot 23 augustus 2026 om 17 uur.
Ontdek in onze economische sectoroutlook vleesvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze vleesveehouders.