Het dossier ‘Rivierherstel Leie’ hangt al meer dan twintig jaar als een donkere wolk boven de hoofden van de betrokken landbouwers. Om het vastgelopen proces vlot te trekken, kreeg een team van intendanten van de Vlaamse regering de opdracht om het dossier te stroomlijnen en opnieuw vooruitgang te boeken. We schetsen hieronder het traject dat sinds hun aanstelling werd afgelegd.
Auteurs Laura Speeckaert en Ann-Sophie Decroos
Start van het dossier
In 2006 legde de Vlaamse regering de basis voor het project Rivierherstel Leie. Aan het Seine-Schelde-dossier -dat de verbinding tussen Seine en Schelde centraal stelt - werd toen een bijkomend luik over rivierherstel toegevoegd. Door dit dossier te koppelen aan de Leie, wil men de impact van de rechttrekkingen uit de jaren 1980 verzachten en de rivier opnieuw een natuurlijker karakter geven.
In 2010 werd vervolgens de opdracht gegeven om een landbouweffectenrapport op te maken en een flankerend beleid op te zetten met ruilgronden waarbij de focus lag op het ontwikkelen van terrestrische, riviergebonden natuur in de tien projectgebieden. Ook de timing werd vastgelegd: tegen 2027 moeten in de deelgebieden de eerste werken op het terrein zichtbaar zijn. De opgenomen deelgebieden zijn Laag Vlaanderen, Posthoornhoek, Pater Mate, Bavikhove-Ooigembos, Sint-Baafs-Vijve, Oeselgem-Mandelmonding, Neerhoek-Ponthoek, Heuvelhoek, Gottem-Pereboom en Grammene. Al snel bleek dat de voorgestelde doelstellingen niet realiseerbaar waren binnen de afgebakende zone van 573 hectare. Boerenbond deed vervolgens een oproep om de 500 hectare terug te schroeven naar 300 hectare, de landbouweconomische huiskavel te beschermen en een degelijk flankerend beleid uit te werken. Juridisch bleek dit echter niet haalbaar, waardoor het dossier als een zwaard van Damocles bleef hangen.
Stand van zaken op 31 december 2024.
Wat besliste de Vlaamse regering?
24 september 2021
De Vlaamse regering verklaarde zich op 24 september 2021 akkoord met de voorgestelde maatregelen voor de realisatie van het luik ‘watergebonden terrestrische natuur ‘als onderdeel van het geïntegreerde plan Seine-Schelde en bevestigde de projectstructuur van het geïntegreerde plan Seine-Schelde, zoals beide beslist door de Vlaamse regering op 17 december 2010. Daarnaast besliste de regering op 24 september 2021 ook enkele nieuwe zaken:
Het projectgebied, dat tot dan bestond uit tien deelgebieden, werd uitgebreid met de vijf overige deelgebieden uit het plan-MER Seine-Schelde van 2008: Leiekant, D’Hooie, Hof te Boelake, Gottem Binnenkant en Machelen Put. Zo kreeg men op een perimeter met een totale oppervlakte van 766 ha;
De VLM moet de bestaande landbouweffectenrapporten (LER) actualiseren en er een opmaken voor de vijf bijkomende deelgebieden,
Het Departement Omgeving start de opmaak van het Agnas GRUP Bavikhove-Deinze;
Er zou een intendant worden aangesteld met het oog op het bereiken van draagvlak in de regio door in dialoog te gaan met eigenaars en gebruikers van de gronden en landbouworganisaties.
Momenteel is het finale landbouweffectenrapport beschikbaar op de website van de VLM.
De startnota voor het GRUP Bavikhove-Deinze is opgemaakt, en Boerenbond heeft hierop een reactie ingediend. Binnenkort zal de scopingnota gepubliceerd worden. We vinden het belangrijk dat het GRUP de lokalisatie van de watergebonden terrestrische natuur afwacht, om meteen de juiste bestemmingen op de juiste locaties te realiseren. De gouverneurs van Oost- en West-Vlaanderen werden op 19 november 2021 als intendant aangesteld.
De ervaringen met de intendanten waren goed: ze slaagden in de realisatie van de eerste 100 hectare (fase 1) en er kwam weer wat meer vertrouwen op het terrein. Nadat hun mandaat met een jaar werd verlengd, werd hun opdracht alsnog stopgezet. De intendanten maakten nog een eindrapport met aanbevelingen op voor de regering. Daarin legden ze de nadruk op het belang van het vrijwaren van ruilgrond en het feit dat de huiskavel voor landbouwbedrijven essentieel is.
Om te weten waar die watergebonden natuur kan komen, is het belangrijk dat er natuurinrichtingsplannen worden opgemaakt. Dit zijn visies op natuur in de veronderstelling dat de volledige perimeter van de grond wordt verworven door de Vlaamse overheid. Momenteel is er een natuurinrichtingsplan voor deze deelgebieden: Posthoornhoek, Gottem, Oeselgem-Mandelmonding, Laag-Vlaanderen, Neerhoek-Ponthoek. Nu zal er gestart worden met Heuvelhoek en Sint-Baafs-Vijve.
14 juli 2025
In haar beslissing van 14 juli 2025 nam de Vlaamse regering kennis van de stand van zaken rond de uitvoering van het luik Rivierherstel Leie. De intendanten werden daarbij opnieuw aangesteld tot het einde van fase 2, met name tot eind 2027, en zullen op 31 december 2026 een tussentijds rapport opleveren. Daarnaast voorziet de regering ook een bijkomende analyse van de waterveiligheid in de Leievallei.
Voor de verdere aanpak van de realisatie van de watergebonden natuur ligt de focus op:
Verdere verwerving en uitvoering op het terrein;
De opmaak van inrichtingsplannen: men moet weten waar welk soort natuur kan gerealiseerd worden;
het inzetten op zelfrealisatie: verder uitwerken van het instrument. Belangrijk dat er ook naar inspanningen van particulieren gekeken wordt;
Sparen van huiskavel;
Onderzoek naar mogelijkheden bestaande natuur en hermeandering in bijdrage realisatie 500 hectare. Cruciaal is dat de bestaande natuur die er vandaag al is, moet kunnen worden meegeteld.
De stand van zaken van de grondverwervingen tot en met eind 2023 kan je raadplegen in ons online-artikel. Momenteel is er al 312 hectare verworven, waarvan 285 hectare vrij van gebruik is.
Aandachtspunten verder dossier
Boerenbond vindt het belangrijk dat bestaande natuur meegeteld wordt en dat de realisatie van nieuwe natuur op minderwaardige landbouwpercelen wordt ingericht. Belangrijke landbouwpercelen en huiskavels moeten zo veel mogelijk vermeden worden. Er moet dan ook afstemming zijn met het GRUP: bestemmingen aan percelen mogen niet worden toegewezen vooraleer men weet waar de doelstellingen zullen worden gerealiseerd. Om te weten waar er natuur kan worden gerealiseerd, is het belangrijk dat natuurinrichtingsplannen worden afgerond.
Landbouwers moeten een voldoende compensatie krijgen als hun grond ingericht wordt: idealiter voorziet men ruilgrond, anders een degelijke financiële compensatie. De laatste maanden kwam er ook een problematiek van vervuilde gronden naar boven. Deze gronden zouden moeten worden gesaneerd en niet bij voorbaat uitgesloten van inrichting, anders wordt de druk op de andere percelen enkel hoger. Ook de herkalibratie van de Leie zelf vormt nog een extra druk, zeker in de omgeving van Kortrijk, waar we de mogelijke impact op landbouw opvolgen.
Tot slot moeten gebruikers van percelen die buiten de 500 hectare zitten, ook rechtszekerheid hebben naar de toekomst toe. Het dossier heeft al lang genoeg aangesleept.
“Dossier rivierherstel mee overgenomen met boerderij”
Het melkveebedrijf van Patriek Desmedt ligt in het deelgebied Patersmote in Kortrijk. “Mijn huiskavel ligt bijna volledig vervat in een van de deelgebieden waar die 500 hectare wordt gezocht. Als die worden ingericht als natuur betekent dit de doodsteek van mijn bedrijf. Deze gronden liggen het dichtst tegen mijn hoeve en worden gebruikt voor de beweiding van mijn koeien. Als ze deze gronden wegnemen, is er geen weidebeloop meer mogelijk - wat onmogelijk is op mijn bedrijf. En dat staat dan nog los van de impact op je ruwvoederwinning, mestafzet, enzovoort. De weilanden langs de Leie zijn dan ook typerend voor de aanwezigheid van rundvee - en melkveebedrijven waardoor de impact op de ernaast gelegen bedrijven immens is gezien de grondgebondenheid.”
“De laatste jaren heb ik verder geïnvesteerd, maar telkens met een bang hart voor de toekomst. Stilstaan is achteruitgaan als landbouwbedrijf. Ik heb het bedrijf 15 jaar geleden overgenomen van mijn ouders. Het rivierhersteldossier loopt intussen 20 jaar, en heb ik mee overgenomen toen ik het bedrijf overnam. Na al die jaren hoop ik dat er snel duidelijkheid komt en dat we als landbouwer rechtszekerheid krijgen.”