Griep en PRRS op een varkensbedrijf: vergelijking van de ziekten en belang van bioveiligheid en vaccinatie
Aangemaakt op
In de dynamische wereld van de varkenshouderij zijn griep en Porcine Reproductieve en Respiratoire Syndroom (PRRS) twee ziekten die aanzienlijke uitdagingen opleveren. Beide aandoeningen beïnvloeden de gezondheid van varkens en de economische stabiliteit van het bedrijf. Het vergelijken van deze ziekten en het onderstrepen van het belang van bioveiligheid en vaccinatie kan helpen om hun impact te minimaliseren.
Ademhalingsproblemen
Zowel griep als PRRS zijn virale aandoeningen die de ademhalingswegen van varkens aantasten.
Griep, veroorzaakt door het influenza A-virus, kan leiden tot ademhalingsproblemen, zoals hoesten, buikslag, niezen en neusuitvloei, maar ook lusteloosheid, verminderde eetlust en koorts. Het verspreidt zich snel en kan resulteren in een verminderde groei en verhoogde sterfte, vooral bij jonge dieren. Door de hoge koorts, kunnen zeugen verwerpen in alle stadia van de dracht, wat kan leiden tot een verhoogd aantal (onregelmatige) terugkomers.
Het influenza-A virus bestaat uit verschillende types: H1(av)N1, H3(hu)N2 en H1(hu)N2 en H1(pan)N1(pan), waarbij de afkortingen tussen haakjes verwijzen naar vanwaar de types afkomstig zijn:
av voor aviair, ofwel pluimvee
hu voor humaan, ofwel menselijk
pan voor pandemisch, ofwel zorgend voor een wereldepidemie
Onderzoek op Belgische bedrijven in de periode januari 2018 tot december 2022 toonde aan dat 67% van de subtypes die worden gedetecteerd van het H1(av)N1 type zijn. Als we naar de evolutie kijken, zien we echter een toename aan het belang van het pandemische grieptype in de Belgische varkenshouderij met 14% in de jaren 2018-2020 en 27% in 2022 (bron CEVA).
PRRS, met als types een Europese of Amerikaanse stam, kan zowel reproductieve als respiratoire symptomen geven. Het veroorzaakt enerzijds problemen bij drachtige zeugen, zoals late verwerpingen en doodgeboren of zwakke biggen, en anderzijds ademhalingsproblemen bij biggen en vleesvarkens.
Beiden zijn niet seizoensgebonden
Beide ziektes kunnen binnengebracht worden in het bedrijf via besmette gelten en worden overgedragen via direct neus-neus contact met besmette dieren. Specifiek voor PRRS weten we dat besmetting ook in de baarmoeder kan plaatsvinden, en dat naalden ook een belangrijke vector zijn om de infectie door te geven. Wat betreft het griepvirus zien we regelmatig overdracht van het virus via een besmette uier, met ademhalingsproblemen bij de biggen in het kraamhok tot gevolg.
Een slecht stalklimaat, stress en onderliggende infecties zijn risicofactoren voor een uitbraak van beide of één van beide virussen. Beide zijn ook niet seizoensgebonden, desondanks dat vroeger meer gesteld werd dat griep vooral in de winterperiode voor problemen kon zorgen.
De diagnose kan gesteld worden door het virus te bepalen via PCR, voor PRRS kan dit op bloed, tracheobronchiale swabs, speekseltouwen, balletjes... voor griep kan er eventueel in de kraamstal ook een PCR gebeuren op uierdoekjes en neusswabs.
De behandeling voor beide virussen bestaat vooral uit het aanpakken van de secundaire (bacteriële) infecties met antibiotica en eventueel koortsremmers. Het belang van preventie en dit via bioveiligheid en vaccinaties staat dus voorop.
Belang van bioveiligheid
Bioveiligheid speelt een cruciale rol in zowel preventie als beheersing van griep en PRRS. Het implementeren van strikte protocollen helpt de introductie en verspreiding van deze virussen te voorkomen.
Wat betreft het vermijden van het binnenbrengen van het virus, denken we vooral aan de aangekochte dieren (gelten en beren), maar ook sperma, al is de kans op binnenbrengen via deze laatste betrekkelijk klein. De mogelijkheid tot verspreiding via de lucht mag ook niet worden onderschat. Maar ook - voor griep dan - mensen besmet met het griepvirus zijn een belangrijke factor!
Weet dat het varken een mengvat is van griepvirussen, ze kunnen namelijk besmet raken met zowel varkensgriep, vogelgriep als humane griep. Als deze virussen samen in één cel zitten in het varken, kunnen ze zich mengen en kan er een zogenaamde reassortant ontstaan die mogelijk veel grotere gevolgen heeft voor zowel mens als dier. Een virus die niet aangepast is aan zijn gastheer (zoals zo’n reassortant) kan veel gevaarlijker zijn en ernstigere symptomen teweeg brengen. Het is daarom van belang om je als varkenshouder te laten vaccineren tegen de humane griep. Niet enkel om jezelf te beschermen, maar ook voornamelijk om het virus niet door te geven aan je varkens.
Zorg dat er een duidelijk uitgeschreven introductiebeleid is voor gelten, die opgevolgd wordt. Elke introductie, is een risico op insleep. Probeer de aankoop van dieren dus zoveel mogelijk te beperken, koop ze enkel aan van bedrijven met een hogere of gelijke gezondheidsstatus als het eigen bedrijf en koop ook altijd van hetzelfde bedrijf aan. De quarantaine dient zich ook als aparte afdeling van het bedrijf te bevinden en zou idealiter eigenlijk 8w moeten duren. Deze 8w kunnen opgedeeld worden in 3 blokken:
week 1-2: observatie, ontworming en bloedname (om te weten wat je binnenbrengt op het bedrijf)
week 3-4: vaccinaties
week 5-8: adaptatie (en verdere vaccinatie), waarna de introductie in de zeugenstapel kan plaatsvinden.
Binnen het bedrijf moeten we vermijden dat gevoelige dieren geïnfecteerd raken (denk dus aan de jongere dieren). Werk daarom altijd all in - all out. Neem routinematig hygiëne en sanitaire maatregelen. Scheid dieren op basis van hun leeftijd en gezondheidstoestand. Gebruik per leeftijdscategorie ander materiaal en wissel van laarzen. Respecteer de looplijnen en duid deze ook duidelijk aan, zodat werknemers of occasionele helpers zich hier ook kunnen aan houden. Durf strikte hygiëneprotocollen op te stellen voor je bezoekers en hen daaraan te houden.
Daarnaast moeten we ook het klimaat in de stal goed monitoren. Zorg voor correct afgestelde ventilatiesystemen, vermijd tocht en vermijd extreme temperatuurswisselingen.
Vaccinatiestrategieën
Vaccinatie vormt een belangrijke hoeksteen in de bestrijding van deze ziekten. Het effectief gebruiken van beschikbare vaccins vermindert de prevalentie en ernst van uitbraken.
Voor griep zijn specifieke vaccins beschikbaar die regelmatig worden geüpdatet om te matchen met de circulerende stammen. Zo is er sinds enkele jaren het vaccin tegen de pandemische griep op de markt gekomen. Dit vaccin kan je samen met het standaard vaccin (tegen de drie klassieke griepstammen) toedienen voor een bredere bescherming van je zeugenstapel. Doorgaans wordt er vier maal per jaar in groep gevaccineerd. Afhankelijk van de infectiedruk en de problematiek op het bedrijf. Spreek hierover met je bedrijfsdierenarts. Het kan aanbevolen zijn om ook vleesvarkens (tijdelijk) te vaccineren, indien er vaak influenza-gerelateerde problemen zijn in de vleesvarkensstal.
De PRRS-vaccinatie kan de reproductieve en respiratoire gevolgen beheersen, maar vereist een strategie die past bij het specifieke bedrijfsprofiel. Er zijn heel wat verschillende vaccins op de markt, gaande over de zogenaamd “levende” en “dode” vaccins en al dan niet met de Europese of de Amerikaanse stam in het werkzame stuk van het vaccin. Er zijn tal van vaccinatieschema’s in omloop die allemaal hun voor- en nadelen hebben. Daarnaast is er ook de keuze om in de huid (intradermaal) of in de spieren (intramusculair) te vaccineren tegen PRRS en moet de keuze gemaakt worden of je enkel voor de zeugen gaat, of ook de biggen betrekt in het verhaal. Met behulp van de biggenmonitor PRRS, die deels gefinancierd wordt door het Sanitair Fonds (https://www.dgz.be/varkens/gezondheidszorg/programma-s/prrs-programma/p…) kan je al een beeld krijgen van de circulatie van PRRS in je biggenbatterij. Bespreek de te kiezen strategie met uw bedrijfsdierenarts.
De aanpak van griep en PRRS vraagt om een geïntegreerde aanpak, gericht op zowel preventie als actieve bestrijding. Kleine aanpassingen in je bioveiligheid en management kunnen reeds het verschil maken. Als veehouder dien je op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen en innovaties binnen de sector. Boerenbond wil je daarbij helpen en samen met je bedrijfsdierenarts kan je effectieve strategieën ontwikkelen tegen deze (en andere) ziekten.
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
In Boer&Bondig bespreken we de nieuwste actualiteiten voor landbouw en tuinbouw: PAS-advies, lokale voeding op Rock Werchter en de mentale druk bij boerinnen en boeren.
De ene (te) warme periode is nog niet goed en wel verteerd, of daar is de volgende al. Zeker bij langere periodes van hitte is het nodig om in te zetten op maatregelen die het verschil maken.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
De Europese Commissie zet veehouderij opnieuw centraal met een strategie richting 2040: meer rendabiliteit, minder vergunningenknelpunten, aandacht voor dierziekten, mest als grondstof en een sterker Europees eiwitplan.
De ene (te) warme periode is nog niet goed en wel verteerd, of daar is de volgende al. Zeker bij langere periodes van hitte is het nodig om in te zetten op maatregelen die het verschil maken.
Boerenbond vraagt meer nuance in het debat over eendagskuikens: een wettelijk verbod is volgens de sector technisch onzeker, duur en slecht voor de concurrentiekracht. Eerst overleg, dan beleid.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Overzicht van steun en verzekeringen naar aanleiding van hitte en onweders: VLIF-subsidies voor koel- en ventilatiesystemen, opties voor dierverzekering en de brede weersverzekering voor teeltschade.