Door wisselende weersomstandigheden raken steeds meer landbouwpercelen structureel vernat. Die vernatting brengt de klassieke bedrijfsvoering in de knel: traditionele teelten doen het minder goed en zware machines kunnen het land steeds moeilijker op. Steeds vaker valt daarom de term paludicultuur, landbouw die juist werkt mét natte bodems in plaats van ertegen. Om te zien hoe dat er in de praktijk aan toe gaat, trokken we op inspiratiereis naar Nederland. Verschillende pioniers bouwen daar nu al aan rendabele en veelbelovende verdienmodellen op natte veen-, zand- en kleigronden.
De bezoeken aan Koetastisch (voedselmoeras), Land van Ons (rijst- en cranberryteelt), Miscanthus Agri (biogrondstoffen) en De Stoerderij (waterbuffelhouderij) illustreren de breedte aan mogelijkheden én uitdagingen. Naast technologische en biologische vraagstukken spelen regelgeving, ruimtelijke ordening en marktontwikkeling een even grote rol.
Koetastisch: pionieren met voedselmoeras
Koetastisch is onderdeel van het biologische melkveebedrijf Gravesteyn in Pijnacker, waar zo’n vijftig melkkoeien grazen en waar bezoekers welkom zijn voor educatie, rondleidingen en het populaire ‘adopteer-een-koe’-programma. In mei 2025 legde het bedrijf, samen met Stichting Voedselmoeras Nederland, een primeur aan: het eerste voedselmoeras op agrarische grond in Nederland. Drie proefvakken van elk 300 m² dienen er als praktijklab voor moerasbessen, watermunt, noten en andere nieuwe natte gewassen.
Het bedrijf kiest bewust voor een breed palet aan activiteiten (van melkproductie en akkerbouw tot zorg, educatie en korte keten) waardoor het voedselmoeras voorlopig vooral als testlocatie fungeert. Rendabel is het nog niet, maar het levert wel waardevolle inzichten op en trekt partnerschappen en onderzoeksprojecten aan.
De kracht van Koetastisch zit in het ondernemerschap en het sterke draagvlak in de omgeving. Tegelijkertijd zijn de uitdagingen reëel. De vele kleine bedrijfstakken leveren elk beperkt op, de regelgeving rond waterkwaliteit en ruimtelijke ordening blijft complex, en voor elke nieuwe teelt zijn andere machines en logistiek nodig. Bovendien kon dit project enkel starten dankzij de geïsoleerde ligging van het perceel: vernatting kan immers makkelijk doorwerken naar omliggende gronden.
Mobiel melken bij Koetastisch
Land van Ons: coöperatieve kracht voor natte teelten
Land van Ons is een snelgroeiende burgercoöperatie met zo’n 30.000 leden. Ze kopen landbouwgrond aan en verpachten die aan boeren die natuurinclusief willen werken. In de Vrouwe Vennepolder, een gebied van 33 hectare, fungeert die aanpak als proeftuin voor natte teelten. Rijst, cranberries, krabbenscheer en andere moerasplanten worden er getest binnen het zogeheten Polderlab.
De coöperatie combineert inkomsten uit lidgelden, korte keten-verkoop via Oogst van Ons en subsidies voor natuurherstel. Sommige gewassen, zoals biorijst of cranberries, hebben een duidelijk nichepotentieel. Zwitserse voorbeelden laten zien dat rijst tot 3000 kilo per hectare kan opleveren, terwijl cranberries een hoge kiloprijs halen. Maar eenvoudig is het allerminst.
Rijst stelt hoge eisen aan de teelt: eerst een deklaag boven het veen, daarna voorzaaien in serres en uitplanten in een tijdelijk ontwaterde bodem. Vervolgens moet het perceel opnieuw onder water om onkruid te onderdrukken. Ook de afstand tussen de planten is kritisch, en ratten vormen een hardnekkig probleem want bestrijding met gif mag niet. Cranberries vragen dan weer een zure bodem en een oogst die het perceel volledig onder water zet.
Waterpeilbeheer is hier dus allesbepalend. Toch ziet de coöperatie volop kansen: natte teelten passen goed bij vernatting van veengronden, vragen weinig meststoffen en bieden mogelijkheden voor multifunctioneel landgebruik met educatie en natuurherstel. De echte uitdaging ligt in opschaling en verwerking: rijst moet worden schoongemaakt, gedroogd en verpakt; cranberries moeten worden gesorteerd en verwerkt. Een keten bestaat nog maar deels en moet dus opgebouwd worden.
‹
›
Impressies van teelten bij Land van Ons
Miscanthus Agri: Olifantsgras als biogrondstof
In Haaren bouwt Miscanthus Agri al jaren aan een stevige positie in de teelt van miscanthus, ook bekend als olifantsgras. Het bedrijf levert plantmateriaal, begeleidt telers en verbindt hen met afzetmarkten in de biobased industrie. Miscanthus leent zich uitstekend voor natte tot vochtige gronden, wat het een interessante teelt maakt voor landbouwers die met vernatting geconfronteerd worden.
Het gewas blijft tot 20 à 25 jaar staan, heeft een hoge CO₂-opname en vraagt nauwelijks bemesting of bestrijdingsmiddelen. In de winter sterven de bladeren af, wat vanzelf een voedende mulchlaag vormt. De opbrengst ligt tussen de 14 en 20 ton droge stof per hectare, met een opbrengst voor de teler van ongeveer 2.400 tot 2.700 euro per hectare per jaar. De toepassingen zijn veelzijdig: van bouwmaterialen en bioplastics tot mulch, isolatie en stalstrooisel.
Toch vraagt miscanthus een stevige investering van bij de start, en moet de afzetmarkt verder doorgroeien om langdurige zekerheid te bieden. Ook waterpeilbeheer blijft belangrijk: hoewel de plant natte omstandigheden aankan, moet rond de oogstperiode tijdelijk worden ontwaterd. Vooral in het eerste jaar is onkruiddruk een knelpunt, wat biologische teelt extra uitdagend maakt.
De Stoerderij: Waterbuffels als alternatief in natte gebieden
In Son en Breugel ligt De Stoerderij, een vooruitstrevende waterbuffelhouderij met 106 buffels op 42 hectare. Het bedrijf verwerkt zijn eigen melk tot mozzarella, yoghurt, roomijs en boter en verkoopt ook buffelvlees. Bezoekers kunnen rondleidingen volgen en kennismaken met deze opvallend rustige dieren.
Buffelmelk bevat aanzienlijk meer vet en eiwit dan koemelk, wat het een geliefd nicheproduct maakt. De opbrengst per dier ligt wel lager, met zo’n 8 tot 12 liter melk per dag. Daarom leunt het verdienmodel sterk op productdifferentiatie, eigen verwerking, korte keten-verkoop en een sterke merkidentiteit. Crowdfunding via vleespakketten en een levendige publiekswerking vormen een belangrijk onderdeel van de strategie.
Waterbuffels voelen zich thuis in natte weidegebieden en kunnen een rol spelen in natuurbeheer. Toch zijn er ook beperkingen: de dieren hechten zich sterk aan hun vaste verzorger, wat het melken intensief maakt, en stierkalveren groeien traag, waardoor de vleesproductie minder efficiënt is. Een sterke marketing en trouwe klantenkring zijn daarom cruciaal.
‹
›
Producten De Stoerderij
Paludicultuur vraagt om lef, samenwerking en beleid dat meebeweegt
De inspiratiereis naar Nederland laat zien dat paludicultuur veel meer is dan een teelttechnisch experiment. Het is een manier om landbouw opnieuw vorm te geven in een steeds natter wordend landschap. Succes blijkt vooral afhankelijk van drie factoren: precisie in waterbeheer, opbouw van nieuwe ketens én beleidsruimte om te experimenteren.
Bedrijven die inzetten op diversificatie blijken het best in staat risico’s te spreiden. Ze koppelen landbouw aan natuur, korte ketens en beleving, en bouwen daarmee aan bedrijfsmodellen die minder kwetsbaar zijn voor de veranderende omstandigheden.
De grootste barrière blijft de markt: nieuwe natte gewassen vragen nieuwe verwerkingslijnen en nieuwe afzetkanalen. Veel pioniers draaien vandaag nog op subsidies, coöperatieve steun of projectfinanciering. Voor een echte doorbraak zijn vooral investeringen in logistiek en verwerking nodig, samen met beleid dat voldoende ruimte laat om nieuwe teelten en ketens te ontwikkelen.
Toch is het potentieel groot. Als waterbeheer, ketensamenwerking en regelgeving in dezelfde richting bewegen, kan paludicultuur uitgroeien tot een volwaardige pijler binnen een klimaatrobuuste landbouw. Een landbouw die werkt mét het water in plaats van ertegen.
Deze inspiratietrip werd mogelijk gemaakt door het project Paludigicultuur, in samenwerking met onderstaande partners:
Ontdek in onze economische sectoroutlook vleesvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze vleesveehouders.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ontdek in onze economische sectoroutlook vleesvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze vleesveehouders.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.