Hoe hoog zijn de sociale bijdragen voor seizoenarbeid in vierde kwartaal?
Als gevolg van ons sociaal akkoord van december 2022 kunnen seizoenwerknemers in de tuinbouw 100 dagen en in de landbouw 50 dagen werken. Voor de dierlijke sectoren gaat het om 100 halve dagen. Het uurloon is vanaf 1 juli 2023verhoogd naar het loon voor de eerste categorie van vaste arbeid. Voor de landbouw, bloemisterij en fruitteelt is er een vermindering van het forfaitair dagloon waarop de sociale bijdragen worden berekend. Dit forfait wordt ook geïndexeerd. Wij hebben dat enkele jaren geleden zelf gevraagd opdat dit systeem ook in lengte van jaren houdbaar zou kunnen zijn. Er gebeurt een aanpassing van dit forfaitair bedrag op het ogenblik dat de spilindex waaraan het gewaarborgd gemiddeld minimumloon gekoppeld is, overschreden wordt. De aanpassing is telkens 2% en de laatste verhoging dateert van 1 april 2025.
Vergelijking met indexering lonen groene sectoren
Om de twee jaar gebeurt er ook een vergelijking met de indexering van de lonen in de groene sectoren. Het is de bedoeling dat het forfaitair dagloon de evolutie van de lonen in onze sectoren volgt. Het sinds 1 april 2025 geïndexeerd forfaitair dagloon van 26,79 euro is gedaald naar 13,01 euro voor de landbouw en melkveehouderij. Hierdoor komt de dagelijkse RSZ-bijdrage op 4,66 euro. Het dagloon voor de bloemisterij is 16,99 euro en de sociale bijdrage per dag komt op 5,75 euro. Voor de fruitteelt bedraagt het dagloon 23,62 euro en de dagelijkse RSZ-bijdrage is 8,92 euro. Voor de groenteteelt (inclusief de witloofteelt), champignonteelt en boomkwekerij is het forfaitair dagloon 26,79 euro en de sociale bijdrage is 10,12 euro/dag. Voor de witloofteelt is dit ook zo vanaf de 66ste dag arbeid. Het hogere dagloon voor het witloof is opgeheven sinds 1 januari 2024. De verminderde sociale bijdrage geldt voor alle bedrijven, ook voor zij die vallen onder het forfaitair belastingbarema. Elke werkgever moet immers dagelijks een Dimona-aangifte doen en na afloop van het kwartaal moeten de sociale bijdragen worden betaald. Vanaf 1 januari 2026 zal het forfaitair dagloon waarop de sociale bijdragen berekend worden elk jaar geïndexeerd worden op 1 januari – dit is op hetzelfde tijdstip als de lonen van de groene sectoren. Het voordeel is dat aanpassingen zo veel mogelijk in het begin van het jaar gebeuren en dus niet meer tussentijds.
Vergelijking met vaste arbeid
De berekening van de socialezekerheidsbijdragen voor seizoenarbeid is zeer specifiek. De forfaitaire daglonen zijn veel lager dan het reële loon per dag. Daardoor kunnen we de loonkost van seizoenarbeid binnen de perken houden. Voor vaste arbeid daarentegen worden de sociale bijdragen berekend op het reëel uitbetaalde loon. Dit loon wordt nog verhoogd met 8% omdat vaste werknemers recht hebben op vier weken vakantie en voor die periode wordt er geen loon maar vakantiegeld betaald. De sociale bijdragen voor vaste werknemers bedragen in principe 25%. Door de structurele vermindering is dat in onze sectoren ongeveer 20%. Bovenop moet ook nog de sociale bijdrage voor het sociaal fonds (12,40 % in de tuinbouw en 10,45% voor de landbouw) betaald worden. Wij hebben niet gekozen voor flexi-jobs: ook hier is er een heffing van 28% op het reële loon. Het duidelijk dat de seizoenregeling een uniek systeem is.
Ontdek hoe LCA en PEF bedrijven helpen de milieu-impact van producten in kaart te brengen. Tijdens dit webinar krijg je praktische inzichten, voorbeelden en concrete handvaten voor de voedingsketen.
Tijdens de Uiendag in Nederland draaide alles om technieken die de uienteelt vooruit moeten helpen: van rassenkeuze en rooien tot onkruidbestrijding en irrigatie.
Stijgende energie- en kunstmestprijzen raken de Europese landbouw, met lagere graanopbrengsten en extra druk op de komende oogst, terwijl oliehoudende zaden en eiwitgewassen beter presteren.
Aardbeien beschermen tegen vruchtrot vraagt meer dan één middel. Onderzoek toont dat een slimme mix van chemie en biologische middelen Mucor, Rhizopus en Botrytis na bewaring duidelijk beperkt.