Na een zeer droog en zonnig voorjaar volgde een warme, zonnige en zeer droge zomer. Doordat er af en toe toch wat regen viel, zijn de opbrengstverwachtingen voor de meeste zomerteelten overwegend gunstig. De suikerbieten lijken zelfs recordopbrengsten te gaan halen. Bij de aardappelen wordt een gemiddelde opbrengst verwacht met knollen van goede kwaliteit. Bij de maïs zien we grote verschillen: op sommige percelen is de opbrengst goed, op andere percelen is de maïs kort en verdroogd met nauwelijks ontwikkelde kolven. Ook het grasland lijdt zwaar onder de aanhoudende droogte.
Het weer tijdens de zomer
Na een zeer droog en zonnig voorjaar volgde een warme, zonnige en zeer droge zomer.
Juli kende een warme start. Van 28 juni tot en met 2 juli kregen we zelfs af te rekenen met een hittegolf. Daarna werd het echter koeler en schommelden de temperaturen eerder rond de normale waarden. De uiteindelijke gemiddelde maandtemperatuur in Ukkel lag met 19,4°C iets boven de normale waarde van 18,7°C.
In totaal viel er in juli 80,6 mm neerslag in Ukkel (normaal 76,9 mm), verspreid over 14 dagen (normaal 14,3 dagen). De minste neerslag viel in het noorden van het land, gemiddeld slechts zo’n 70% van de normale hoeveelheid (Figuur 1). In het zuiden van het land was het overwegend natter dan normaal.
Tijdens de eerste 10 dagen van de maand scheen de zon uitbundig. Het einde van de maand verliep daarentegen somber. De volledige maand juli was uiteindelijk zonniger dan gemiddeld (224u 53min tegenover 203u 14min normaal).
In juli viel er af en toe nog regen, maar augustus verliep overwegend droog. In Ukkel werd slechts 17,8 mm neerslag geregistreerd (normaal 86,5 mm) verspreid over 11 dagen (normaal 14,3 dagen). In de meeste regio’s viel slechts 25% tot 30% van de normale hoeveelheid neerslag (Figuur 2). Vooral de tweede helft van augustus was zeer droog.
Met een gemiddelde temperatuur van 19,3°C was augustus in Ukkel iets warmer dan normaal (18,4°C). Van 10 tot en met 15 augustus was er overigens opnieuw sprake van een hittegolf. Ook op het einde van de maand stegen de temperaturen tot ruim boven het gemiddelde. In totaal werden er in augustus 12 zomerdagen (Tmax≥25°) en 3 tropische dagen (Tmax≥30°C) geregistreerd.
Augustus was veel zonniger dan gemiddeld. De totale zonneschijnduur in Ukkel bedroeg niet minder dan 233u 32min (normaal 192u 26min).
Seizoensoverzicht
Tijdens de lente en zomer - van begin maart tot eind augustus - viel er in Ukkel in totaal slechts 184,4 mm neerslag, minder dan de helft van de normale hoeveelheid (399,8 mm). Daarmee beleefden we de droogste combinatie van lente en zomer sinds 1921. In sommige landbouwregio’s, vooral in het noorden van het land, werden nog grotere neerslagtekorten gemeten zoals blijkt uit Figuur 3. In de Duinen en Polders, de Zandstreek en de Kempen viel er tussen 15 maart en 31 augustus respectievelijk 53, 51 en 47% minder neerslag dan normaal.
Figuur 4 zoomt verder in op de zomermaanden (juni – augustus) en toont het neerslagtotaal voor gans België in vergelijking met de normale waarde voor deze periode (SPI-3 index). In het noorden van het land en in delen van Henegouwen en Luik was het eind augustus nog steeds droog tot uiterst droog (bruine zones op de kaart). Elders was de situatie normaal.
In Vlaanderen gold al sinds de tweede helft van maart code geel voor droogte. Op 28 augustus werd door het aanhoudende neerslagtekort overgeschakeld naar code oranje. Eind augustus stonden de waterpeilen en debieten in de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen nog altijd ongewoon laag voor de tijd van het jaar. Daardoor gelden onttrekkingsverboden en waterbesparende maatregelen.
De grondwaterstanden vertonen nog steeds een gemengd beeld. In het westen en noorden van Vlaanderen zijn ze laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. In het oosten van Vlaanderen variëren de grondwaterstanden van laag tot hoog.
Observaties vanuit de ruimte
Figuur 5 vergelijkt het verloop van de NDVI vegetatie-index sinds januari met de langjarige referentiewaarde. Deze index is afgeleid uit Sentinel-3 satellietbeelden. De voorjaarswerkzaamheden konden dit jaar vroeger dan normaal starten, maar door de droogte in april en mei kwamen de gewassen vaak moeizaam op en vertraagde de groei. Hierdoor dook de vegetatie-index al snel onder het langjarig gemiddelde. Het verschil was het grootst in de Polders, waar de minste regen viel (Figuur 5). In juni en juli regende het gelukkig af en toe waardoor de groei bij de zomerteelten hernam en de index, met wat vertraging, weer steeg. Toch bleef de vegetatie-index het ganse seizoen onder het langjarig gemiddelde. Het groeiseizoen was ook korter dan normaal. De wintergranen konden dankzij het warme en zonnige weer sneller geoogst worden. Daarnaast zorgde het warme weer ook voor een versnelde afrijping van de zomergewassen. De vegetatie-index begon dan ook eerder dan normaal te dalen. Dat is vooral duidelijk merkbaar in de Leemstreek. Lokaal hebben droogteschade en aantasting van het loof door ziekten ongetwijfeld eveneens bijgedragen aan de lagere indexwaarden tijdens de zomermaanden.
Uit Figuur 6, waarin de vegetatie-index voor 21–31 augustus wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde, blijkt dat er plaatselijk wel wat verschillen zijn afhankelijk van het geteelde gewas, de mate van droogtestress en het oogsttijdstip. In het westen en noorden van Vlaanderen, de droogste regio’s van het land, ligt de index eind augustus vrijwel overal onder de normale waarde (rode en oranje zones op de kaart). In het zuiden van het land lijken de gewassen er beter voor te staan. Elders zien we eerder een gemengd beeld. Op percelen waar voldoende vocht in de bodem aanwezig was doen de gewassen het goed en scoort de vegetatie-index gemiddeld of zelfs hoger dan normaal (gele en groene zones). Bij percelen die te lijden hadden onder de droogte of waar het gewas sneller afrijpte en vroeger dan normaal geoogst werd, zien we dan weer lage indexwaarden.
Overzicht van de gewassen: huidige toestand
Aardappelen
Het voorjaar en de zomer waren erg droog, maar doordat er tijdens het groeiseizoen af en toe (soms net genoeg) regen viel, verwachten we op de meeste aardappelpercelen een behoorlijke opbrengst en knollen van goede kwaliteit. Bij de bewaarrassen zorgde het droge weer in augustus echter voor een snellere afrijping van het gewas, een vertraagde fotosynthese en geremde knolgroei.
Uit proefrooiingen door het CPP, Viaverda en Inagro bij het ras Fontane bleek dat de opbrengst op 25 augustus, na ongeveer 134 groeidagen, dicht bij het gemiddelde van de voorbije 5 jaren lag (voor hetzelfde aantal groeidagen). Op de Waalse referentiepercelen bedroeg de opbrengst gemiddeld 46 ton/ha, waarvan 83% in de sortering +50 mm (39 ton/ha). In Vlaanderen werd een gemiddelde opbrengst van 47 ton/ha genoteerd. Hoewel het loof nog vrij groen was steeg de opbrengst tussen 12 en 25 augustus met slechts 1,5 ton/ha, wat overeenkomt met ongeveer 200 kg/ha/dag. Door de drogere omstandigheden in Vlaanderen werd de groei nog sterker afgeremd. Daarnaast waren grote verschillen tussen de percelen merkbaar, met opbrengsten die varieerden van 32 ton/ha tot het dubbele, 64 ton/ha. Het aandeel groene, misvormde, gebarsten of rotte knollen was vrij beperkt (ongeveer 3%). Slechts een minderheid van de referentiepercelen vertoonde doorwas waarbij het vooral om percelen ging in de kleigrond (polder) die een moeilijke opkomst en groei kenden. Het onderwatergewicht (OWG) was echter hoog tot zeer hoog eind augustus met een gemiddelde van 428 g/5 kg. Op 12 van de 34 referentiepercelen werden zelfs OWG-waarden van meer dan 440 g/5 kg gemeten. Hierdoor neemt het risico op stootblauw bij de oogst toe, vooral indien gerooid wordt in droge omstandigheden.
Bij de halfvroege rassen lag de gemiddelde opbrengst eind augustus eveneens dicht bij het meerjarig gemiddelde. Uit proefrooiingen in Vlaanderen op 20 augustus bij het ras Sinora bleek een gemiddelde opbrengst van 42 ton/ha.
Suikerbieten
Door het warme zomerweer met af en toe een bui was de ziektedruk in de suikerbieten hoog. Op bijna alle percelen kwam Cercospora voor. Ook werd er heel wat roest waargenomen. Door gepaste behandelingen kon de schade echter beperkt worden. Eind augustus begon ook de droogte het loof aan te tasten en trad verwelking op, vooral op percelen met een oppervlakkige beworteling of een zeer lichte bodemtextuur.
In het algemeen waren de weersomstandigheden tijdens de voorbije maanden bijzonder gunstig voor de groei en ontwikkeling van de suikerbieten. Er wordt dan ook een recordopbrengst verwacht.
Uit staalnames door Iscal eind augustus bleek dat de wortelopbrengst ruim 87 ton/ha bedroeg, zo’n 15 ton/ha boven het gemiddelde van de voorbije 5 jaren en maar liefst 5 ton/ha meer dan in het recordjaar 2011. Het suikergehalte was bovendien hoog en lag rond 18%. Ook Tiense Suiker noteerde bij de staalnames uitzonderlijk hoge opbrengsten: 98 ton/ha en een suikergehalte van 17%.
Maïs en grasland
Op veel plaatsen in Vlaanderen begon de maïsoogst al in augustus, terwijl die normaal pas half september van start gaat. Toch komt het volgens LCV/Hooibeekhoeve de laatste jaren steeds vaker voor dat er al in augustus gehakseld wordt. De vroege oogst is deels te verklaren door de vroege zaai en de vele zonuren van de voorbije maanden, maar ook door de aanhoudende droogte waardoor veel maïs verdroogde.
De verschillen tussen percelen zijn groot. Op vroeg gezaaide percelen of waar voldoende regen viel, zien we goed gevulde kolven. Elders blijft de maïs kort en verdroogd, met amper ontwikkelde kolven. Soms treden zelfs binnen één perceel grote verschillen op, onder meer door structuurschade door te vroeg bewerkte natte gronden in het voorjaar, wat leidt tot verdichting en ongelijke groei.
Metingen op de LCV-referentiepercelen op 28 augustus toonden een gemiddeld drogestofgehalte van 37,3%. Opvallend was dat kolven soms al rijp waren terwijl het gewas nog groen oogde. Bij een hoog kolfaandeel lag het drogestofpercentage vaak hoger dan verwacht. Omgekeerd waren er ook percelen waar het gewas droog stond en de kolf zich nog in het melkstadium bevond. Op deze percelen was het gewas te snel verdroogd waardoor de kolf geen kans meer kreeg om verder af te rijpen.
Ook in Wallonië is de oogst al begonnen. In de Leem- en Zandleemstreek lag het drogestofgehalte bij de vroege rassen begin september op 30–34%. Voor de late rassen wordt het optimale oogststadium pas vanaf de tweede week van september verwacht. Ten zuiden van Samber en Maas is de maïs minder ver ontwikkeld: in de Condroz, Famenne en de Luikse Weidestreek lag het drogestofgehalte begin september op 23–29%, waardoor de oogst daar vermoedelijk pas tussen 10 en 15 september van start zal gaan.
Niet alleen de maïs lijdt onder de droogte. Ook het gras groeit de laatste maanden nauwelijks, meststoffen worden slecht opgenomen en het gras schiet sneller door, wat de kwaliteit sterk doet afnemen, volgens LCV/Hooibeekhoeve.
De agrometeorologische berichten kunnen ook geraadpleegd worden op www.bcgms.be, inclusief tal van interactieve kaarten en grafieken.
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
De Europese Commissie zet veehouderij opnieuw centraal met een strategie richting 2040: meer rendabiliteit, minder vergunningenknelpunten, aandacht voor dierziekten, mest als grondstof en een sterker Europees eiwitplan.
De ene (te) warme periode is nog niet goed en wel verteerd, of daar is de volgende al. Zeker bij langere periodes van hitte is het nodig om in te zetten op maatregelen die het verschil maken.
Op het jaarlijkse BASF-proefveld in Pont-à-Celles presenteerde het bedrijf onder andere een nieuw bladluizenmiddel in bieten en twee nieuwe producten in de bestrijding van aardappelplaag.
Binnen het Europese project Re-Greenhouse kunnen glastuinbouwers zich kandidaat stellen voor een begeleidingstraject met een nieuwe energietool. Die helpt om na te gaan welke hernieuwbare of alternatieve energiebronnen technisch en economisch interessant kunnen zijn voor jouw bedrijf. Inschrijven kan tot 23 augustus 2026 om 17 uur.