Noorse landbouw heeft andere landbouwpolitiek, maar dezelfde bodemzorgen
Aangemaakt op
België past meer dan twaalf keer in Noorwegen, maar slechts 3% van Noorwegen is geschikt voor landbouwgrond. En wat schaars is, wordt gezien als erg waardevol, zeker in een land dat voor zijn voeding voor een groot deel afhankelijk is van import. Landbouw is er van staats- én van dorpsbelang. Het Noorse beleid vreest dat in de regio’s waar de landbouw verdwijnt, ook de lokale samenleving zal verdwijnen. Wat is er nodig om die bezorgdheden te tackelen? Veel subsidies, veel regelgeving en hoge muren rond de landbouweconomie.
Ivan De Clercq
ENAJ, het Europese netwerk van landbouwjournalisten, organiseerde een perstrip naar de Europese noorderbuur. Noorwegen is geen lid van de Europese Unie, maar wel lid van de Europese Economische Ruimte (EER). De al dan niet toetreding tot de Europese Unie is een onderwerp van polemiek. In het verleden werd er in meerdere regeerakkoorden enkele keren een ‘zelfmoordparagraaf’ ingeschreven, waarbij het heropenen van dit debat door een van de coalitiepartners automatisch werd gelijkgesteld met het laten vallen van de regering.
Eigen landbouw beschermen
Omdat Noorwegen lid is van de Europese Economische Ruimte, betekent dit dat er in principe vrij verkeer van personen, kapitaal, goederen en diensten geldt met de Europese Unie, maar met een belangrijke uitzondering voor landbouw. Noorwegen maakt volop gebruik van die uitzondering om de Noorse landbouwers te beschermen van (on)eerlijke concurrentie uit landen waar landbouwproductie in betere klimatologische en geografische omstandigheden kan.
Vrees voor Arla
Torun (46) en Hans Petter Aurstad (49) melken in Oslo zeventig Noors roodbonte koeien. Vlak bij de luchthaven van Oslo zien ze het internationaal verkeer landen en stijgen, maar de grenzen op het vlak van landbouw met de rest van Europa worden gekoesterd. Als niet-EU-land zijn er geen GLB-middelen voor de boeren, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door nationale landbouwsubsidies. Het koppel schat in dat een derde van de omzet van het melkveebedrijf bestaat uit subsidies. De melk gaat naar landbouwerscoöperatie Tine. De coöperatie heeft afnameplicht, zelfs als het gaat om verafgelegen melkveehouderijen in Het Hoge Noorden. “We zijn een duur land om melk te produceren. Dan is het goed dat er hoge invoerheffingen zijn. Mocht Arla-melk uit Denemarken of Zweden hier zonder invoerheffingen mogen worden ingevoerd, dan zouden de Noorse melkveebedrijven snel verdwijnen”, vreest Hans Petter.
Eigen veevoeder eerst
Noorwegen is zelfvoorzienend op het vlak van zuivel, en ook zelfvoorzienend op het vlak van vlees. Maar voor veevoeder is het dat niet. Veevoeder kan ook in het buitenland in gunstigere omstandigheden goedkoper worden geproduceerd. Daarom dat er hoge invoertarieven zijn op veevoeder, zodat veevoederfirma’s gedwongen worden om Noorse granen in te kopen. Voor veehouders met eigen akkerbouw zijn er ook subsidies die ervoor zorgen dat het voor hen interessanter is om de eigen granen niet rechtstreeks zelf te gebruiken, maar deze aan de veevoederindustrie te verkopen. Op die manier ligt de lat voor alle veehouders in heel Noorwegen gelijk om vlees te produceren. En wordt opnieuw voorkomen dat de (intensieve) veehouderij zich concentreert in de gebieden waar dit het voordeligste kan. Subsidies en prijzen voor melkquota verschillen per regio, zodat boeren in moeilijk toegankelijke regio’s toch interessant kan zijn.
Betere drainage
De laatste jaren is in ons land en elders de interesse voor een gezonde bodem groeiend. Noorwegen is geen uitzondering. Zowat 30 km ten zuiden van Oslo vond in As het eerste Karbon Agro Festival plaats, een kleine beurs met de focus op bodemgezondheid. Theresa Barcéna is een uitgeweken Spaanse onderzoeker die werkt aan het Noorse onderzoekscentrum Nibio. “Noorwegen telt veel kleirijke bodems. Bodemcompactie is hier een probleem, net als erosie veroorzaakt door hevige regen. Ook moeten we bodemdrainage beter onderhouden.” Barcéna weet dat in sommige Europese regio’s er eerder wordt ingezet op vernatting, maar Noorwegen is daar niet bij. “Noorwegen gaat inderdaad een andere weg uit. De prioriteit ligt hier echt op zelfvoorzienend worden in voedselproductie.”
Niet voor wintertarwe
Een goede bodemgezondheid is hiervoor uiteraard essentieel. Ook in Noorwegen gonzen termen zoals regeneratieve landbouw, groenbedekkers en niet-kerende bodembewerking. Het is een evolutie die al jaren bezig is, maar de op handen zijnde Europese bodemmonitoringrichtlijn beïnvloedt ook in Noorwegen de politieke en onderzoeksagenda. Beurzen zoals die in As dienen als inspiratie voor boeren om zelf meer focus te leggen op gezonde bodems. In panels getuigen Noorse pionier-landbouwers over de initiatieven die ze nemen. De Noorse overheid spoort boeren actief aan om meer aan koolstofopslag in de bodem te doen. Zo is er een subsidie om bij de inzaai van wintertarwe niet meer te ploegen maar aan directzaai te doen. Dat heeft de interesse voor ploegloos boeren een impuls gegeven.
Inzetten op biochar
Een andere opvallende maatregel is het initiatief van vijf Noorse regio’s om subsidies te geven aan boeren die biochar gebruiken. Biochar ontstaat door pyrolyse: verhitten van biomassa aan een erg hoge temperatuur met een laag zuurstofgehalte. Het eindproduct is een poreus materiaal dat koolstof vasthoudt voor duizenden jaren. Toegevoegd aan de bodem helpt het dus om de Noorse landbouw klimaatneutraler te maken. “Eén ton biochar legt op die manier 3 ton CO2 vast”, aldus Einar Stuve, CEO van Obio dat in 2021 werd opgericht. Obio produceert biochar op basis van afgestorven bomen uit de bosbouw, die voor de houttoepassingen oninteressant zijn. De subsidie in vier Noorse regio’s betaalt 90% terug van de kost van 4 ton biochar per jaar. Akkerbouwmatig zorgt biochar – naast directe koolstofopslag – voor een betere opslag van water en nutriënten. Proeven tonen aan dat er op korte termijn voor goede bodems weinig opbrengstverhoging te verwachten is. Maar door de subsidie is de verwachting dat biochar in Noorwegen sterk in toepassing zal groeien. Biochar wordt ook expliciet vermeld in een akkoord tussen boerenorganisaties en overheid om de land- en tuinbouw klimaatneutraler te maken.
Boeren melden ons geelbruine dampen die zich in hun pas aangelegde maiskuilen opstapelen. Bij een matig verschijnsel is het aan te raden deze te laten zitten en af te wachten tot ze spontaan verdwijnen. Maar wees waakzaam. Hou kinderen en dieren in ieder geval weg van deze kuilen want de gassen erin zijn toxisch en sterk irriterend.
Boer&Bondig bespreekt deze week de impact van zomertemperaturen op de Belgische wijnbouw, een groot digitaliseringsproject met CAG en de waarschuwing van de Federale Politie voor criminaliteit op het platteland.
Het Shamonda-virus duikt op in België en de buurlanden. Wat zijn de symptomen, waarom moeten veehouders waakzaam en welke maatregelen helpen tegen verdere verspreiding?
Van metingen naar praktijk: inzichten en toekomstkansen
Ontdek de belangrijkste inzichten van RAMBO: van praktijkmetingen tot concrete kansen voor emissiereductie in de varkens- en pluimveehouderij, met panelgesprek, keuzesessies en toekomstkansen.
Pitch je landbouwidee tijdens Schatten op de Boerderij en krijg feedback van experten, praktische tips en kans op een begeleidingstraject om je concept uit te werken tot een haalbaar businessplan.
Wil je in 2027 je installatieattest behalen? Schrijf je nu in voor de Starterscursus Type A en volg daarna Type B en stage om je vakbekwaamheid aan te tonen voor VLIF-steun.
De belangstelling voor starterscursussen in de landbouw groeit sterk. Steeds meer kandidaat-overnemers bereiden zich voor op een toekomst in de sector. Je kan je nu nog inschrijven voor de starterscursus die begint in september.
Nieuwe VLIF-oproep ondersteunt projecten die landbouwproducten duurzamer verwerken en afzetten. Tot 400.000 euro steun voor meerwaarde, reststromen en een sterkere positie van landbouwers in de keten.