Gert Peeters is klaar voor een mooie Dag van de Landbouw
Midden september is het alle hens aan dek op de hardfruitbedrijven in Vlaanderen. De perenpluk zal dan net achter de rug zijn, de appelpluk nog volop bezig. Tussen al die plukdrukte door vinden Gert Peeters, zijn partner Marnik en ouders Guido en Maggy de tijd om de deuren open te gooien voor Dag van de Landbouw. “Het is net nu dat we iets kunnen laten zien. We tonen graag aan bezoekers hoe het er hier aan toe gaat.”
Het bedrijf van Gert en zijn ouders bestaat uit twee entiteiten: Herpee en Gigema. Daar gaat een stukje geschiedenis aan vooraf. Grootvader Hermans, de vader van Maggy, had al een gemengd bedrijf met varkens en 8 ha fruitteelt. Guido en Maggy namen over in 1986 en dat betekende meteen ook het einde van de varkenshouderij. “We hebben de varkenstak meteen afgebouwd. Tegen dat we begonnen te plukken, waren alle varkens weg”, vertelt hij. Stelselmatig werd het areaal hardfruit uitgebreid, ook toen Gert in 2004 mee in het bedrijf stapte. “In 2001 begon ik hier als zelfstandig helper. Drie jaar later ben ik dan echt in het bedrijf gestapt. Intussen beslaat ons areaal 92 ha.” Het fruitbedrijf waarover we hier spreken is Herpee. Daarnaast is er ook nog Gigema, een bedrijf dat zich specialiseert in sortering en verpakking. “In 2000 waren de fruitprijzen niet zo goed”, herinnert Gert zich. “Mijn vader wilde wat meer zekerheid en hij bekeek welke mogelijkheden er allemaal waren. Nadat hij wat informatie inwon bij de veiling, zijn we toen met een sorteerbedrijf begonnen. Aanvankelijk was dat op de boerderij. In 2004 zijn we verhuisd naar de gebouwen van Veiling Haspengouw, waar we een locatie huurden. In 2010 hebben we de locatie in Sint-Truiden waar we nu nog zitten gekocht en zijn we naar hier verhuisd.”
Werkomgeving op maat
“Op dit moment ronden wij hier bouwwerkzaamheden af. We hebben ULO-koeling (ultra low oxygen) bijgebouwd voor het fruitbedrijf en een laadkade voor ons sorteer- en verpakkingsbedrijf. Een uitbreiding is het niet, wel een consolidering van onze activiteiten die op verschillende locaties verspreid zaten. Hier kunnen we nu werken in een nieuwe omgeving, gebouwd op onze maat. Nieuw is dat we voor de koeling gebruikmaken van ammoniak. Het familiebedrijf AB Cool uit de buurt stond in voor de installatie. Zij zijn er heel enthousiast over en zullen er dan ook over vertellen tijdens Dag van de Landbouw. Voor ons is het fijn dat we zo’n samenwerking hebben kunnen aangaan met een lokaal familiebedrijf.”
“We kunnen ons gelukkig omringen met goed personeel. Zelf zijn wij niet zo veel in de plantage te vinden. De controle op ziekten en plagen en de behandelingskeuze neem ik voor mijn rekening. Er zijn ook vier vaste medewerkers die hier jaarrond in actief zijn. Ook in het sorteerbedrijf hebben we enkele vaste medewerkers. Die vullen we aan met seizoenarbeiders. Op het drukste moment zijn hier meer dan 100 seizoenarbeiders aan het werk. Zij zijn natuurlijk niet allemaal aan het plukken, ze sorteren ook mee. In de winter hebben we rond januari en februari ook een kleine arbeidspiek. Dan werkt er in totaal een veertigtal mensen waarvan zo’n 25 in de sortering en de overige in de snoei. Het merendeel van onze buitenlandse seizoenarbeiders komt uit Roemenië. Zij komen hier in groep naartoe. Een medewerker die hier vele jaren geleden voor het eerst aan de slag ging, brengt elk jaar landgenoten mee. Dit jaar zijn ze hier met een vijftigtal, waarvan en we er dus een aantal al kennen. Ook een groepje Poolse dames komt hier al twintig jaar werken. Telkens wanneer zij hier arriveren, is dat alsof je familie op bezoek krijgt. Na zo veel jaren is er een band.”
Peren voor het buitenland, appels voor bij ons
Bij fruitbedrijf Herpee worden appels en peren geteeld, waarbij die tweede teelt het overwicht heeft. “Vroeger was zowat twee derde van het bedrijf appels en een derde peren. Intussen is die verhouding net omgekeerd. De peren zijn - met 60 van de 66 hectare - bijna volledig monocultuur conférence, aangevuld met een beetje red modoc, regal red en doyenné. Bij de appels was vroeger de jonagold het hoofdras. Nu komt die pas op de vierde plaats na gala, golden en braeburn en nog net voor grany. Jonagold is vandaag dus een kleinere speler geworden, maar we kijken wel om er wat meer te doen. Jonagold is wel echt een appel voor de binnenlandse markt. Heb je te veel en moet je exporteren, dan haal je er niks uit. Maar nu er in België redelijk wat appelareaal verdwenen is, is er wel weer wat ruimte. Qua perenareaal zitten we goed. Dat wil ik niet meer uitbreiden. We zitten tegen onze limieten aan om de oogst werkbaar te houden. Je werkt toch nog altijd met mensen. Die moeten van hun zondag kunnen genieten, ook in de drukke periodes. Mocht ik in de appels wat kunnen uitbreiden, zou ik dat wel nog willen doen.”
Uitdagingen van Moeder Natuur
“Al ons fruit verkopen we rechtstreeks aan de handel. Zij verkopen het verder aan warenhuizen of exporteren. Onze appels vind je geregeld bij Lidl. Van de peren wordt 95% in het buitenland verkocht. Duitsland is een sterke groeimarkt voor peren, maar bijvoorbeeld ook in Italië lusten ze de Belgische conférencepeer graag. Vroeger was dat zelf een groot perenland maar het warmere klimaat maakt het almaar moeilijker om er goed hardfruit te telen. Deze zomer hoorden we weer berichten over hittegolven in Zuid-Europa. Een paar warme dagen kunnen geen kwaad, maar lange periodes van extreme hitte zijn nefast voor het fruit. Het klimaat bij ons is veel gematigder en tot nu toe gaat het hier voor appels en peren nog goed.”
“Toch zijn er hier ook uitdagingen. Wij hebben de laatste jaren heel hard ingezet op oogstprotectie met het plaatsen van hagelnetten. Behalve dat die tegen hagel beschermen, kunnen we er in het voorjaar ook net een graadje mee winnen en dat kan het verschil betekenen tussen vorst of niet. Sowieso willen we ook zo duurzaam mogelijk telen. Bestrijding van de perenbladvlo wordt nog moeilijker wanneer we het middel Movento niet meer meer mogen inzetten. We hebben deze zomer al geëxperimenteerd met fysische middelen en we trachten de plantages aantrekkelijker te maken voor nuttige bestrijders. Maar het blijft een grote uitdaging.”