Voorstellen van Ursula von der Leyen tot aanpassing meerjarenbegroting vallen op koude steen bij landbouw
Aangemaakt op
Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft een aantal aanpassingen voor de meerjarenbegroting gesuggereerd. De bedoeling is om meer middelen voor het landbouwbeleid te garanderen en regio's meer inspraak te bieden.
Von der Leyen stelt nu voor om minstens 10 procent van de nationale enveloppes te reserveren voor landbouw, bovenop de 300 miljard euro aan rechtstreekse steun voor de boeren die al in haar eerste voorstel was opgenomen. Deze actie is het gevolg van een oproep van de pro-Europese meerderheid waar de parlementsleden het behoud van de afzonderlijke uitgavenposten eisen om de financiering van het landbouwbudget en het cohesiebeleid te verzekeren.
De voorstellen kunnen niet rekenen op een warm onthaal bij de Europese landbouworganisaties Copa-Cogeca. Zij waarschuwen dat de voorgestelde hervormingen van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034 en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB/CAP) onvoldoende zijn om de landbouw, het inkomen van boeren en de voedselzekerheid in de EU te beschermen. Deze voorstellen erkennen wel de problematiek maar bevatten slechts zeer oppervlakkige aanpassingen, zo klinkt het. De organisaties pleiten voor een zelfstandig GLB met twee pijlers, een zeker en onafhankelijk budget en financiering die bestand is tegen inflatie en voldoet aan de EU-verdragen.
Vanuit Boerenbond steunen we de vraag van Copa-Cogeca. “De 10% waarvan sprake is een bescheiden extra garantie dat middelen naar platteland gaan en niet louter naar stedelijke uitdagingen”, stelt Giel Boey, adviseur internationaal beleid bij Boerenbond. “Het biedt ook de zekerheid dat projecten binnen onder meer AKIS (Agricultural Knowledge and Innovation Systems) en Europese Innovatiepartnerschappen de nodige steun zullen krijgen. De kern van het probleem is daarmee niet opgelost. Een werkbaar GLB met de nodige financiële slagkracht is een onmisbaar onderdeel van de lange termijn voedselvoorziening.”
Akkoord over minder Europese bureaucratie voor boeren
Onderhandelaars van de EU-lidstaten en het Europees parlement zijn het eerder deze week ook eens geraakt over een voorlopig akkoord dat de administratieve rompslomp en inspecties voor Europese boeren moet verminderen. Dit akkoord moet nu nog goedgekeurd worden door de lidstaten en het Europees parlement.
De praktische gevolgen voor Vlaanderen zullen ten vroegste voor 2027 zijn. Bovendien blijft het een vrije keuze van de lidstaten om de voorstellen toe te passen. De voorstellen die op tafel lagen vanuit de Europese Commissie omhelzen onder meer volgende punten:
Aanpassing definitie blijvend grasland: Er kan gekozen worden om grasland als blijvend grasland te beschouwen vanaf het 7 jaar aanligt, in plaats van 5 jaar in de huidige definitie. Bovendien kan de ratio blijvend grasland verhoogd worden van 5% naar 10%. Deze ratio bepaalt hoeveel marge er is om blijvend grasland te scheuren op Vlaams niveau zonder dat er een herinzaaiverplichting komt. Vlaanderen hanteert een ratio van 3%.
Bescherming van veengebieden: Het naleven van deze randvoorwaarde kan ook gecompenseerd worden met ecoregelingen of agromilieumaatregelen. Dat is tot nog toe niet mogelijk omdat ze strenger moesten gaan dan geldende voorwaarden.
Bufferstroken langs waterlopen: Lidstaten mogen de definitie van waterlopen afstemmen met de definities in de geldende nationale wetgeving.
Risicobeheer: Uitbreiding van de mogelijkheden om GLB-middelen te gebruiken voor landbouwers getroffen door natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden en planten of dierziektes.
Biotelers voldoen automatisch aan een aantal randvoorwaarden (zijnde GLMC 1 (blijvend grasland), 3 (handhaving organisch bodemmateriaal), 4 (afstandsregels langs waterlopen, 5 (erosie tegengaan), 6 (minimale bodembedekking) en 7 (gewasrotatie). Dit is iets wat in principe wel ingaat vanaf 2026 en Vlaanderen moet toepassen.
Boerenbond steunt elke stap die naar minder administratiedruk leidt, maar we kijken vooral nog uit naar de lancering van het Omnibus Milieu-pakket dat moet zorgen voor minder regeldruk en administratieve lasten, met extra steun voor kleine landbouwbedrijven en meer flexibiliteit rond milieuregels.