Het besluit regelt welke kantenstrooitechnieken gebruikt mogen worden bij de opbrenging van vaste en vloeibare kunstmeststoffen bij de buitenste werkgang, grenzend aan een waterlichaam.
Kunstmeststrooiers hebben vaak een grote werkbreedte, waardoor de buitenste stroken moeilijk gelijkmatig bemest worden. Zonder extra maatregelen kunnen korrels buiten het perceel terechtkomen in waterlopen of blijft de randzone onderbemest. Kantenstrooien biedt hiervoor een oplossing. Met een specifieke voorziening op de strooier kan de meststof tot op de randlijn van het perceel worden toegediend, zonder overschot buiten het bemestbare deel. Dit verschilt van het volleveldstrooien op het binnendeel van het perceel.
Er bestaan twee methoden:
Kant-af strooien: strooien van de rand af naar binnen, zeer nauwkeurig maar op beteelde akkers vaak minder praktisch door extra werkpaden en gewasschade.
Kant-op strooien: strooien naar de rand toe met aangepaste uitrusting, geschikt voor akkers met bestaande werkpaden.
Op grasland en niet-beteelde akkers wordt bij de buitenste werkgang, grenzend aan een waterlichaam het kant-af werken verplicht; op beteelde akkers mag men kiezen tussen kant-af en kant-op zodat er geen structuurschade moet geleden worden. Alternatieve technieken zoals band-, rij- of plantgatbemesting, pneumatische verdeling, vijzelstrooiers of handmatig strooien zijn toegelaten, omdat ze gericht werken en verliezen vermijden.
De techniek moet aanwezig zijn op de kantenstrooier en de techniek en de werking ervan moeten tijdens een controle kunnen gedemonstreerd worden aan de controlerende toezichthouder. In het besluit staat opgenomen dat in geen enkel geval het schuin zetten van de strooier, waardoor de zijkanten van de strooier niet meer op gelijke hoogte staan, of het lager zetten van de strooier, beschouwd kan worden als een afdoende kantstrooitechniek.
Voor vloeibare meststoffen gelden gelijkaardige principes: driftreducerende technieken zijn verplicht, met minstens 90% driftreductie, conform IPM-richtlijnen. Ook gerichte toediening in de bodem of nabij het gewas is toegestaan. Om vloeibare kunstmeststoffen toe te dienen die niet bedoeld zijn als bladbemesting, moet altijd een van de volgende technieken gebruikt worden: straaldoppen; ketsdoppen, bedoeld voor vloeibare bemesting; rijbemesting; bandbemesting; plantgatbemesting of spaakwielbemesting.
Verder traject
Na principiële goedkeuring gaat het ontwerp naar de Raad van State voor advies en wordt het gemeld aan de Europese Commissie in de zogenaamde TRIS procedure omdat het over een technische aangelegenheid gaat. Hierdoor volgt een standstill-periode van drie maanden. Na verwerking van het advies en afloop van deze periode kan de Vlaamse Regering het besluit definitief goedkeuren.
Boerennatuur Vlaanderen lanceert een groepsaankoop voor productief kruidenrijk grasland: een klimaatrobuust, meerjarig mengsel voor melkveehouders met korting, praktische begeleiding en mogelijke subsidie.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Hitte drukt de volumes van vruchtgroenten en stuwt prijzen op de groentemarkt. Tomaten, paprika, bloemkool en sla kennen prijsstijgingen, terwijl courgettes onder druk staan door een ruim aanbod.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
De Europese Commissie zet veehouderij opnieuw centraal met een strategie richting 2040: meer rendabiliteit, minder vergunningenknelpunten, aandacht voor dierziekten, mest als grondstof en een sterker Europees eiwitplan.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
De studie naar de evaluatie van het MAP-meetnet is officieel van start gegaan. Schrijf je nu in voor ons webinar op 9 juli! We lichten toe hoe dit traject in elkaar zit, wat er precies onderzocht wordt en op welke manier je je input kan meegeven.
Proef in Gelinden toont hoe innovatieve groenbedekkers nitraat vasthouden en de bodemwaterhuishouding verbeteren, zelfs na een droge zomer, met duidelijke lessen voor Vlaamse landbouwers.
Limagrain toont op hun proefveld in Kluisbergen hoe bodemgezondheid, hybride tarwe, vernieuwd koolzaad en slimme groenbedekkers helpen om hogere inputkosten en strengere bemestingsnormen op te vangen.