Heroverwegen van stikstofbeheer in de aardappelproductie
Tijdens de afgelopen editie van Potato Europe in Lelystad presenteerde Paul Ravensbergen, universitair docent bij Wageningen University & Research, zijn inzichten over stikstofbeheer in de Nederlandse aardappelteelt. Zijn lezing, Het Heroverwegen van Stikstofbeheer in de Aardappelproductie, bood een combinatie van veldonderzoek, analyse van de opbrengstkloof en praktische aanbevelingen voor landbouwers. Ravensbergen heeft een PhD in de agronomie van Wageningen University en onderzoekt verschillen in opbrengst, efficiënt gebruik van hulpbronnen en milieueffecten op gewasrotatieniveau.
Paul Ravensbergen op Potato Europe begin september in Nederland. Photographer: Tom Dewanckele | Copyright: Boerenbond
Ravensbergen begon zijn presentatie met te stellen dat stikstof essentieel is voor de voedselproductie. Hij voegde er meteen wel aan toe dat de manier waarop we het momenteel gebruiken, negatieve milieueffecten als gevolg heeft, zoals uitspoeling van nitraten naar het grondwater. “Aardappelen reageren goed op stikstoftoepassingen en in Nederland ligt de gemiddelde stikstofgift rond de 250 kg per hectare. Dit is vergelijkbaar met wintertarwe, maar veel hoger dan bij suikerbieten, uien of zomergerst. Wat ook te zien is, is dat er een enorme variabiliteit is op vlak van de inputs die landbouwers geven. Sommigen gebruiken 50 kg stikstof per hectare, terwijl dat op andere velden kan oplopen tot 500 kg stikstof per hectare.”
De gevolgen van die hoge inputs zijn duidelijk zichtbaar in het milieu. Vooral op zandgronden in het oosten en zuidoosten van Nederland zijn de nitraatconcentraties relatief hoog. “Het goede nieuws is dat we sinds de jaren 1990 veel verbeterd zijn. In de beginperiode was de nitraatconcentratie op zandgronden bijna 200 mg per liter. Dat is ondertussen teruggebracht naar 60-70 mg per liter. Maar sinds 2018 zien we dat de concentratie weer omhoog gaat, wat samenhangt met relatief droge omstandigheden in die jaren.”
Photographer: Tom Dewanckele | Copyright: Boerenbond
Factoren die de opbrengst beperken
Het onderzoek van Ravensbergen richtte zich ook op de opbrengstkloof: het verschil tussen potentiële opbrengst en werkelijke opbrengst. “Als je alles correct doet, voldoende voedingsstoffen toedient, plagen en ziekten beheerst, voldoende irrigeert en tijdig poot, kun je een potentiële opbrengst van 90 tot 100 ton per hectare behalen. De werkelijke opbrengst die we in Nederland meten, ligt gemiddeld rond de 60 ton bruto. Sommige velden halen slechts 40 ton, terwijl anderen tot 80 ton komen. Dat geeft een opbrengstkloof van ongeveer 25 procent.”
De factoren die de opbrengst daadwerkelijk beperken, zijn vaak niet stikstofgerelateerd. “Droogte, te natte omstandigheden, plagen en ziekten spelen een grote rol. Op zandgronden bijvoorbeeld, veroorzaakte droogte in 2020 een beperking van 50 procent, terwijl ziekten en plagen in het natte jaar 2021 de belangrijkste beperkende factor waren. Daarnaast heeft ook de timing van het poten een invloed. En door laat poten, wordt een deel van het groeiseizoen niet benut en kan een aardappelplant niet altijd maximaal uitgroeien.”
Precisie, veldkennis en flexibel management zijn sleutelwoorden voor toekomstbestendig stikstofbeheer.
Interessant is dat de correlatie tussen stikstofinput en opbrengst laag is. “In Nederland gebruiken we al behoorlijk veel stikstof en andere factoren beperken de opbrengst. Veel landbouwers bevinden zich al op het punt van maximale opbrengst. Dat wil zeggen dat extra stikstof de opbrengst nog nauwelijks verhoogt. Dit suggereert dat een reductie van stikstofinput mogelijk is zonder opbrengstverlies, als landbouwers hun managementstrategieën aanpassen.”
Risicobeheer blijft cruciaal
Verschillende strategieën kunnen helpen om dit aan te pakken. “We kunnen onze opbrengsten verhogen met dezelfde inputs door beter te irrigeren en ziekten te beheersen, maar onze mogelijkheden zijn op dat vlak beperkt omdat we al hoge opbrengsten halen. Een andere optie is om dichter bij de grens van de maximale stikstofefficiëntie te bemesten, waardoor we de input kunnen verminderen en vergelijkbare opbrengsten behouden. Maar ook het gebruik van gewassen met een lagere stikstofbehoefte kan bijdragen. Zo kunnen we onze opbrengsten op peil houden terwijl we minder stikstof gebruiken en minder verliezen aan het milieu.”
Gesplitste toepassingen van meststoffen zijn een belangrijk instrument. “Je kunt beginnen met een lage toediening en gaandeweg aanpassen. Soms betekent dit dat je uiteindelijk minder geeft in een perceel met een lagere opbrengst. Het kan ook juist betekenen dat je wat meer toedient in een perceel met een hoge potentie. Het is een kwestie van keuzes maken op boerderijniveau, vooral als de normen strenger worden. Naast dit alles moeten we toch benadrukken dat risicobeheer cruciaal blijft. Een kilo stikstof kost ongeveer een euro. Maar een oogstverlies van drie tot vier ton, tegen 20 cent per kilo, kan veel duurder zijn. Het gaat om afwegingen tussen besparen en risico op opbrengstverlies. Er is ruimte om te verminderen en toch veilig te blijven, maar als je te weinig toedient, verlies je opbrengst.”
Photographer: Tom Dewanckele | Copyright: Boerenbond
Het heroverwegen van stikstofbeheer blijft nauw verbonden met geïntegreerd gewasbeheer. “Drie mechanismen zijn belangrijk: voorkomen van plagen en ziekten, minimaliseren van impact op het gewas en minimaliseren van verdere verspreiding. Dat begint met een gezond gewas. Stikstof is nodig, maar vaak geen beperkende factor voor andere gewassen. Één ding is overduidelijk en dat is dat als normen strenger worden, we onze managementstrategieën moeten aanpassen.”
Veldspecifiek werken is de boodschap
Ravensbergen sloot af met een duidelijke boodschap. “We kunnen vergelijkbare opbrengsten halen met 20 procent minder stikstof, maar dat vereist slim en flexibel management, afgestemd op de specifieke omstandigheden van elk veld. Landbouwers moeten accepteren dat sommige percelen lager produceren en hun input daarop aanpassen. Zo kunnen we stikstofgebruik verminderen en beperken we opbrengstvariabiliteit, terwijl de impact op het milieu afneemt.” Voor aardappelboeren betekent dit dat de uitdaging dubbel is. Hoge opbrengsten behouden én milieu-impact verminderen.
Landbouwers-vermeerderaars zijn essentieel in het innovatieproces van zaaizaden. Goede contractuele praktijken en sluitende afspraken staan garant voor een goede samenwerking tussen de vermeerderaars en de handelaars-bereiders
Extreme droogte en hitte hebben de Belgische aardappeloogst zwaar getroffen. Belpotato.be en Boerenbond roepen telers en afnemers op om snel in overleg te gaan over volumes, kwaliteit en contracten van aardappelen.
Kom naar de Netwerkdag 'Techniek in bio tuinbouw' en ontdek de wondere wereld van bio-regerenatieve landbouw: een beurs- en demonstratiedag rond mechanisatie voor biologische tuinbouw op kleine en middelgrote schaal. Zet jij verschillende teelten op een beperkte oppervlakte of ben je benieuwd naar hoe dit in de praktijk kan? Ontdek innovatieve mechanisatie op maat, gedemonstreerd in het veld!
Landbouweducatie laat kinderen de sector van dichtbij beleven en vergroot begrip en draagvlak voor de landbouw van morgen. Ontdek hoe boeren hun verhaal kunnen delen met scholen en jongeren.
De Vlaamse uienteelt groeit snel, maar telers worstelen met gewasbescherming en rassenkeuze. Jonas Bodyn van Viaverda pleit voor een scherpere blik op opbrengst, kwaliteit en afzet.
Ontdek hoe je zelf aan de slag kunt gaan met variabel spuiten op basis van taakkaarten. Tijdens deze praktijkdemo tonen we hoe dronebeelden worden omgezet in taakkaarten en hoe je deze inlaadt in jouw tractor en spuit. Deze vorming komt in aanmerking als fytobijscholing.
Jonge boeren lopen vast op de complexe NER-regels in Vlaanderen. Groene Kring vraagt snelle hervorming, zodat bedrijfsovernames haalbaar blijven en de sector toekomst krijgt.
De Vlaamse uienteelt groeit snel, maar telers worstelen met gewasbescherming en rassenkeuze. Jonas Bodyn van Viaverda pleit voor een scherpere blik op opbrengst, kwaliteit en afzet.
Landschapspark Vlaamse Ardennen lanceert een gidsencursus die landbouw, natuur en landschap verbindt. Cursisten leren het volledige verhaal van de streek vertellen tijdens gidsbeurten. Inschrijven voor de gidsenopleiding kan tot en met 29 september.
Hoe breng je de milieu-impact van een product op een betrouwbare en vergelijkbare manier in kaart? Ontdek op 8 september hoe LCA en PEF daarbij helpen. Tijdens dit webinar krijg je praktische inzichten, voorbeelden en concrete handvaten voor de voedingsketen.
Boerenbond plaatst nieuwe infobordjes langs bufferstroken in Schelde-Leie om voorbijgangers te informeren over de inspanningen die de landbouwers leveren.
Tijdens de Uiendag in Nederland draaide alles om technieken die de uienteelt vooruit moeten helpen: van rassenkeuze en rooien tot onkruidbestrijding en irrigatie.