Aardappelcystenaaltjes, met name Globodera pallida en G. rostochiensis, vormen een blijvend gevaar voor de aardappelteelt in Europa. Voor andere teelten houden we deze aardappelcystenaaltjes beter ook in het oog. Door hun verspreiding via grond, lange overleving zonder waardplanten en aanpassingsvermogen aan resistente rassen, blijven ze een uitdaging voor heel wat landbouwers. Het Europese quarantainestatuut blijft daarom van kracht, met aangepaste bestrijdingsmaatregelen volgens recente Europese en Belgische regelgeving. Het FAVV informeert de sector hierover via een nieuwe omzendbrief om meer duidelijkheid te krijgen. De nieuwe omzendbrief is van toepassing vanaf 1 november 2025.
Doel van de FAVV omzendbrief
Deze FAVV omzendbrief over bestrijdingsmaatregelen tegen aardappelcystenaaltjes G. pallida en G. rostochiensis heeft als doel de sector te herinneren aan bestaande maatregelen en te wijzen op belangrijke wijzigingen. De focus ligt op:
Het vrijwaren van pootgoedproductie van besmetting met G. pallida en G. rostochiensis.
Het onder controle houden of uitroeien van populaties van G. pallida en G. rostochiensis.
Het beperken van verspreidingsrisico’s van G. pallida en G. rostochiensis.
Het voorkomen van ontwikkeling van virulente populaties waartegen de resistente aardappelassen niet langer bestand zijn.
Het bieden van fytosanitaire garanties voor import en export. De maatregelen in deze omzendbrief hebben enkel gevolgen voor export. Bepaalde derde landen vragen bv bepaalde verklaringen over Globodera alvorens ze pootgoed of aardappelen willen toelaten, bv het testen van het perceel.
De maatregelen zijn van toepassing op de opsporing en opvolging van besmettingen in diverse teelten: pootgoed, consumptieaardappelen, bepaalde groenten- en fruitplanten voor opplant, en sierteelt- en boomkwekerijgewassen.
Officiële detectieonderzoeken
Voorafgaand aan de teelt van pootgoed en bepaalde andere teelten is een officieel detectieonderzoek verplicht. Dit gebeurt via perceelsbemonstering of verificatie, afhankelijk van de teelt. De resultaten bepalen het fytosanitaire statuut voor G. pallida en G. rostochiensis van het perceel. Het FAVV bezorgt ons ook resultaten van analyses die de voorbije jaren zijn uitgevoerd. Er worden ook officiële perceelsbemonsteringen uitgevoerd op een oppervlakte van 0,5% van het nationale areaal consumptieaardappelen. Dit zijn de officiële monitoringonderzoeken of survey (eerste grafiek). De tweede en derde grafiek tonen officiële detectieonderzoeken.
In de consumptieaardappelen zien we dat het FAVV de laatste jaren ongeveer 450 hectare controleert op de aanwezigheid van G. pallida en G. rostochiensis. G. pallida wordt vastgesteld op 4 à 6 hectare en G. rostochiensis op 5 à 10 hectare. De laatste jaren is de trend hier vrij stabiel te noemen. Wel zien we een relatieve toename van G. pallida. Je zou kunnen ingaan op de oorzaak hiervan: het veelvuldig planten van rassen die enkel resistent zijn tegen G. rostochiensis zoals Fontane. Voor besmettingen met G. pallida dienen er andere resistente rassen geplant te worden. We zien een gemiddelde besmette oppervlakte over de laatste 5 jaar van 2,76 ha per 100 bemonsterde ha. Dit is toch hoog voor een quarantaine-organisme.
In de teelt van gecertificeerd pootgoed is het logisch dat het aantal onderzochte hectares beduidend hoger ligt, we spreken hier over ongeveer 2500 hectare per jaar. Deze detectieonderzoeken zijn dan ook verplicht. Opvallend is de zeer lage aanwezigheid van G. pallida. Ook voor G. rostochiensis zien we de laatste jaren een dalende trend richting de 5 à 10 besmette hectare op een totale bemonstering van ongeveer 2500 hectare. We zien hier een gemiddelde besmette oppervlakte over de laatste 5 jaar van 0,52 ha per 100 bemonsterde ha.
Ook voor de teelt van hoevepootgoed met plantenpaspoort is een detectieonderzoek verplicht. Opvallend is de stijgende trend in de teelt van hoevepootgoed met plantenpaspoort. De laatste jaren is dit gestegen van ongeveer 650 hectare naar ongeveer 850 hectare. Sinds een vijftal jaar is er een stijging van G. pallida. FAVV vermoedt dat G. pallida zich aan het installeren is in de teelt van consumptieaardappelen en hoevepootgoed, waarvoor dezelfde rassen, vaak enkel resistent tegen G. rostochiensis zoals Fontane, geplant worden. Komende jaren zal hier verder onderzoek naar gebeuren.
Ook voor G. rostochiensis zijn er vaststellingen. FAVV geeft aan dat Globodera structureel aanwezig is. De cijfers zijn bovendien een onderschatting want percelen met beginnende besmetting kunnen ze niet detecteren. FAVV wil samen met de sector dit percentage in de toekomst laten dalen.
Voor de teelt van aardappelpootgoed en andere waardplanten bestemd voor opplant in volle grond komt enkel een officiële perceelsbemonstering in aanmerking. Officiële perceelsbemonsteringen worden uitgevoerd door het FAVV na de oogst van de vorige teelt en vóór het planten of zaaien van de nieuwe teelt. Een officiële perceelsbemonstering met conform analyseresultaat beschikbaar van vóór deze periode kan ook worden aanvaard indien er nadien geen waardplanten werden geteeld. Voor de teelt van hoevepootgoed zonder plantenpaspoort is geen officiële perceelsbemonstering vereist.
Voor de niet-waardplant teelten bestemd voor opplant uit tabel 1 kan ook een officiële verificatie worden uitgevoerd. Hiervoor dient de operator schriftelijke bewijzen voor te leggen aan het FAVV die aantonen dat er gedurende de laatste twaalf jaar ofwel geen waardplanten werden geteeld, ofwel een gunstige, officieel erkende perceelsbemonstering werd uitgevoerd zonder teelt van waardplanten nadien. Voor bewijzen van voorgaande teelten kan de operator gebruik maken van de publiek beschikbare perceelsaangiftes in het kader van de jaarlijkse verzamelaanvraag bij de gewesten. Voor sierteelt- en boomkwekerijgewassen betekent dit meestal dat er enkel bij het in gebruik nemen van een nieuw perceel een officiële perceelsbemonstering vereist is.
Tabel 1. Teelten waarvoor een officieel detectieonderzoek verplicht is.
Teelt
Waardplant
Onderzoek
Uitzonderingen
Aardappelpootgoed
Ja
Bemonstering
Hoevepootgoed zonder
plantenpaspoort
Plantgoed van Solanum lycopersicum of Solanum melongena
Door het Agentschap goedgekeurde bestrijdingsmaatregelen die het risico
op verspreiding van Globodera wegnemen
Bollen, knollen en wortelstokken bestemd voor opplant van Allium
ascalonicum, Allium cepa, Dahlia spp., Gladiolus Tourn.
ex., Hyacinthus spp., Iris spp., Lilium spp., Narcissus,
Tulipa
Nee
Bemonstering of verificatie
Door het Agentschap goedgekeurde bestrijdingsmaatregelen die het risico
op verspreiding van Globodera wegnemen; of
Indien het op basis van de verpakking duidelijk is dat zij bestemd zijn
voor verkoop aan eindgebruikers, niet aan professionele planten- of
snijbloemkwekers
Sierteelt-
en boomkwekerij-gewassen
Nee
Bemonstering of verificatie
Door het Agentschap goedgekeurde bestrijdingsmaatregelen die het risico
op verspreiding van Globodera wegnemen
Aanvraag grondbemonstering en identificatie perceel
Land- en tuinbouwers kunnen een officiële grondbemonstering aanvragen voor alle door hen gekozen grondoppervlakten met behulp van het aanvraagformulier van het FAVV. Producenten van gecertificeerd aardappelpootgoed in het Vlaams Gewest moeten hun aanvragen voor officiële perceelsbemonstering rechtstreeks indienen op het E-loket van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Zij hoeven hiervoor het aanvraagformulier van het FAVV dus niet te gebruiken.
Tijdig aanvragen geeft meer zekerheid
Aanvragen voor officiële perceelsbemonsteringen voor gecertificeerd pootgoed of hoevepootgoed met plantenpaspoort kunnen ingediend worden vanaf 15 september tot uiterlijk 30 april. Het is raadzaam om de aanvragen zo snel als mogelijk vanaf 15 september in te dienen. Door de beperkte capaciteit van de controlediensten en de laboratoria kan de termijn tussen de ontvangst van de aanvraag en het doorsturen van de analyseresultaten oplopen tot 60 werkdagen (of meer) tegen het einde van de bemonsteringscampagne wanneer veel aanvragen samen worden ingediend. De maximale analysetermijnen voor de laboratoria zijn variabel en nemen gradueel toe vanaf februari. Voor de extractie van de cysten gelden variabele maximale analysetermijnen afhankelijk van de periode waarin de bemonsteringsaanvraag werd ingediend: 20 werkdagen van begin juni tot eind januari, 25 werkdagen tijdens de maand februari en 30 werkdagen van begin maart tot eind mei. Voor de levensvatbaarheidsanalyse en de soortbepaling bedragen de maximale analysetermijnen respectievelijk 20 en 5 werkdagen. Het is niet mogelijk om een dringende analyse aan te vragen.
De kosten verbonden aan de bemonstering en de analyse zijn ten laste van de land- en tuinbouwers.
Hoe en hoeveel wordt er bemonsterd?
De percelen worden opgedeeld in bemonsteringseenheden van 1 ha waarvan aparte grondmonsters worden genomen voor analyse op Globodera. Standaard worden de bemonsteringseenheden bemonsterd met een bemonsteringsvolume van 1500 ml/ha. Land- en tuinbouwers kunnen kiezen voor een verlaagd bemonsteringsvolume van 500 ml/ha als aan 1 van de volgende voorwaarden voldaan is:
Geen teelt van waardplanten sinds ten minste 6 jaar; of
Bij de twee meest recente officiële perceelsbemonsteringen met bemonsteringsvolume van 1500 ml/ha werden er geen levensvatbare cysten gevonden en werden geen waardplanten geteeld nadien (behalve deze waarvoor deze officiële bemonsteringen werden aangevraagd); of
Bij de meest recente officiële perceelsbemonstering met bemonsteringsvolume van 1500 ml/ha werden er geen levensvatbare of niet-levensvatbare cysten gevonden en werden geen waardplanten geteeld nadien (behalve deze waarvoor deze officiële bemonstering werd aangevraagd).
Van zodra een verminderd bemonsteringsvolume van 500 ml/ha werd aanvaard door het Agentschap, kan dit de volgende jaren behouden blijven zolang er geen Globodera wordt gevonden in het perceel en er geen waardplanten worden geteeld (behalve deze waarvoor de officiële bemonsteringen worden aangevraagd).
De monsters worden samengesteld uit tenminste 100 boringen/ha op een diepte van ten minste 5 cm. Het FAVV heeft beschreven op welke afstand van elkaar deze monsters moeten genomen worden.
Meldingsplicht en besmetverklaring
De aanwezigheid van levensvatbare cysten leidt tot een ongunstig resultaat en verdere maatregelen. Land- en tuinbouwers moeten vermoedens of vaststellingen van Globodera onmiddellijk melden aan het FAVV, behalve bij consumptieaardappelen waar zelfmaatregelen volstaan. Meldingen dienen te gebeuren met behulp van het meldingsplichtformulier beschikbaar op de website van het FAVV. Als na analyse door het FAVV blijkt dat hier een monster moet genomen worden, is dit ten laste van het FAVV.
Indien het resultaat van de officiële analyse ongunstig is voor tenminste 1 bemonsteringseenheid, wordt het gehele perceel officieel besmet verklaard. Voor de afbakening van het besmette perceel worden de grenzen genomen van de perceelsidentificatienummers van de meest recente verzamelaanvraag voorafgaand aan de bemonstering die alle besmette bemonsteringseenheden omvatten. Bij recente wijzigingen van de perceelsgrenzen kan het FAVV afwijken van deze regel en een groter of kleiner gebied officieel besmet verklaren op basis van de precieze fytosanitaire omstandigheden en/of teelthistoriek. Vooreerst kijkt men naar de gezamenlijke bewerking van het perceel. Teruggaan naar de meeste recente teelt van waardplanten kan ook gebeuren in zulke gevallen.
Het FAVV ziet toe op de toepassing van de bestrijdingsmaatregelen voor officieel besmet verklaarde partijen en voor officieel besmet verklaarde percelen tot aan hun officiële vrijgave. Na een termijn van tenminste 6 jaar na de laatste bevestiging van de besmetting kan het FAVV op vraag van de landbouwer een officiële herbemonstering van het besmet verklaarde perceel uitvoeren op kosten van de landbouwer. De termijn kan verlaagd worden tot tenminste 3 jaar indien een officieel controleprogramma werd toegepast. Bij gunstig analyseresultaat worden de verplichte maatregelen ingetrokken en wordt het perceel vrijgegeven.
Verplichte maatregelen bij besmetting
Land- en tuinbouwers met besmette percelen moeten alle andere betrokken operatoren (bv. eigenaars, pachters, loonwerkers, groothandels, verwerkingsbedrijven) op de hoogte brengen van de besmetting om verdere verspreiding te voorkomen. De landbouwmachines moeten steeds worden vrijgemaakt van grond- en plantenresten voordat zij uit de besmette percelen worden verplaatst. Op besmette percelen zijn bepaalde teelten van waardplanten en planten voor opplant niet toegelaten of enkel toegelaten onder bepaalde voorwaarden, zie tabel 2.
Tabel 2. Teelten die niet zijn toegelaten op besmette percelen of enkel zijn toegelaten onder bepaalde voorwaarden.
Teelt
Waardplant
Verplichte
maatregelen
Aardappelpootgoed
Ja
Teelt niet toegelaten
Plantgoed van Solanum lycopersicum of Solanum melongena
Bollen, knollen en wortelstokken bestemd voor opplant van Allium
ascalonicum, Allium cepa, Dahlia spp., Gladiolus Tourn.
ex., Hyacinthus spp., Iris spp., Lilium spp., Narcissus,
Tulipa
Sierteelt-
en boomkwekerijgewassen
Nee
Teelt enkel toegelaten indien de planten met geschikte door het FAVV
goedgekeurde methoden praktisch vrij van grond worden gemaakt door middel van
spoelen of borstelen, of indien er andere door het FAVV goedgekeurde
bestrijdingsmaatregelen worden toegepast die het risico op verspreiding van
Globodera wegnemen
Consumptieaardappelen
Ja
Teelt enkel toegelaten indien het officieel controleprogramma wordt
toegepast, zie tabel 3.
De verplichte maatregelen in het officieel controleprogramma staan in tabel 3. Aan de landbouwers wordt aangeraden om het advies in te roepen van een praktijkcentrum voor het opstellen en opvolgen van het officieel controleprogramma.
Tabel 3. Officieel controleprogramma voor de teelt van consumptieaardappelen op besmette percelen.
Verplichte maatregelen
Precieze
voorwaarden
Teelt van aardappelrassen met resistentiescore van 8 of 9 tegen het
aangetroffen Globodera pathotype, of
De resistentie van aardappelrassen is afhankelijk van de Globodera soort en het pathotype, zie https://nematoden.be/nl/. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit publiceert ook een uitgebreide lijst van resistente rassen.
Indien aardappelrassen met resistentiescore
van 8 of 9 tegen het aangetroffen Globodera
pathotype niet beschikbaar zijn, is de teelt van aardappelrassen met
resistentiescore van 6 of 7 toegelaten maar enkel in combinatie met de teelt
van een lokgewas of een ontsmetting van het perceel 1 of 2 jaren voor de
aardappelteelt, of de toepassing van een nematicide tijdens de aardappelteelt,
en
De teelt van een lokgewas (bv. raketblad, aardappelen) wordt ten vroegste gestart in april bij een bodemtemperatuur van meer dan 10 °C, en vernietigd voordat de cysten gevormd zijn, i.e. uiterlijk 40 dagen na opkomst, zie https://nematoden.be/nl/. Ontsmetting van het perceel kan door anaërobe grondontsmetting of met een nematicide. Nematiciden kunnen ook toegepast worden net voor of tijdens het planten. Zie https://fytoweb.be/nl voor een lijst van toegelaten nematiciden en hun gebruiksvoorwaarden.
Elk jaar de aardappelopslag verwijderen, en
De aardappelopslag dient elk jaar verwijderd te worden voordat de cysten gevormd zijn, i.e. uiterlijk 40 dagen na opkomst, zie https://nematoden.be/nl/.
De verplichte teeltrotatie toepassen van
maximaal 1 keer aardappelen per drie jaar, en
Voor alle partijen aardappelen geteeld op besmette percelen gelden de
verplichte maatregelen voor besmette partijen.
Zie hieronder voor de verplichte maatregelen voor besmette partijen.
Naast het op de hoogte brengen van alle andere operatoren, gelden er extra maatregelen. Deze verplichte maatregelen voor besmette partijen van de waardplanten, planten voor opplant van waardplanten, en planten voor opplant van bepaalde andere soorten worden gespecifieerd in tabel 4. Het is ook verboden om besmette partijen aardappelen uit te voeren naar derde landen. Verzending naar een andere EU lidstaat is enkel mogelijk als het FAVV daarvoor de toestemming van de fytosanitaire autoriteiten van die lidstaat bekomt.
Tabel 4. Verplichte maatregelen voor besmette partijen, per teelt.
Besmette partijen
Waardplant
Verplichte
maatregelen
Aardappelpootgoed
Ja
Uitplanten niet toegelaten
Plantgoed van Solanum lycopersicum of Solanum melongena
Bollen, knollen en wortelstokken bestemd voor opplant van Allium
ascalonicum, Allium cepa, Dahlia spp., Gladiolus Tourn.
ex., Hyacinthus spp., Iris spp., Lilium spp., Narcissus,
Tulipa
Sierteelt-
en boomkwekerijgewassen
Nee
Uitplanten enkel toegelaten indien de planten met geschikte door het FAVV
goedgekeurde methoden praktisch vrij van grond worden gemaakt door middel van
spoelen of borstelen of indien er andere door het Agentschap goedgekeurde
bestrijdingsmaatregelen worden toegepast die het risico op verspreiding van Globodera
wegnemen.
Consumptieaardappelen
Ja
Industriële verwerking of sortering enkel toegelaten door bedrijven met
een door het FAVV goedgekeurde procedure voor afvalverwijdering.
Rechtstreekse verkoop aan eindgebruiker of gebruik als diervoerder op
het landbouwbedrijf.
Verplichtingen voor grond, sorteer en verwerkingsafval
Volgende bestemmingen zijn toegelaten voor grond afkomstig van besmette partijen of besmette percelen:
Afvoeren naar een erkende stortplaats;
Gebruik als aanvulgrond, voor zover dit geen risico inhoudt voor landbouwpercelen, of voor enige andere bestemming buiten de landbouw;
Uitspreiden op het besmet perceel van oorsprong;
Onder water zetten onder voorwaarden bepaald door het FAVV;
Enige andere behandeling of bestemming waarvoor het FAVV zijn voorafgaande goedkeuring heeft gegeven.
Volgende bestemmingen zijn toegelaten voor sorteer- en verwerkingsafval van besmette partijen aardappelen dat tijdens het verwerkingsproces geen afdoende hittebehandeling heeft ondergaan:
Rechtstreekse levering als diervoeder;
Afvoeren naar een erkende stortplaats of verbrandingsoven;
Composteren of vergisten;
Enige andere behandeling of bestemming waarvoor het FAVV zijn voorafgaande goedkeuring heeft gegeven.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
Vlaamse aardappeltelers schalen massaal terug: het areaal zakt dit jaar bijna 20%. Door zwakke vrije markt, lage prijzen en weinig exportperspectief blijft de stemming voor seizoen 2026-2027 erg flauw.
In bieten duikt de eerste cercospora op na de combinatie van een lange hitteperiode hitte en buien. Controleer je percelen snel en start tijdig met een preventieve behandeling om schade te beperken.
Boerenbond lanceert twee brochures die veehouders helpen hun toekomst na 2030 uit te tekenen met een helder stappenplan en een uitgewerkte case rond het stikstofbeleid.
Levenscyclusanalyse toont waar de grootste milieu-impact zit in de export van Belgische Conference-peren naar China, en waarom voedselverliezen in bewaring vaak zwaarder wegen dan de keuze tussen CA en DCA.
Boeren in Kortrijk, Deerlijk en Zwevegem delen op 7 juli hun praktijkervaring tijdens 'Boerenbabbels - Van Erf tot Ervaring', een interactieve infoavond over demomaatregelen voor een weerbare landbouw.
Boerenbond bracht in Brussel de Vlaamse zorgen over vergunningen en investeringszekerheid in de veehouderij onder de aandacht, met een sterke tussenkomst van Lut D’Hondt in het Europese debat.
Sofie Lietaer en Sander Soetemans toonden in Geel aan de pers hoe melkveehouders hun zorg voor de koeien naadloos integreren met een goede bodemzorg. Klimaatscans en duurzaamheidsmonitoring onderbouwen dergelijke sectorinspanningen ook cijfermatig.
Kuijpers Kloeke Kip toont hoe innovatie, dierenwelzijn en energie-efficiëntie samenkomen in een vooruitstrevende pluimveehouderij met ambitieuze toekomstplannen.